<Resultaat 659 van 2052

>

p1
Eerweerde Heer en goede Vriend!

De eene dienst is den anderen weerd, zoo zegt het spreekwoord. En zoo wil ik dan ook terstond uwe vrage beantwoorden, wijl ik ook zoo terstond een antwoord van U op mijne vragen erlangen mochte. Vooraf echter mijn herteliksten dank voor uw volledig en duidelik antwoord! -[1]

“De Kraanvogel - Grus cinerea - ja! is nog een nederlandsche vogel. Maar hij is hier in de noordelike gewesten zeer zeldzaam, uiterst zeldzaam geworden, in der daad een rara avis. Oudtijds was dat anders; toen werden ze veelvuldig in deze gewesten gezien, vooral in 't najaar op den trek. Toen behoorden ze tot de gemeene nederlandsche vogels, en waren bij het volk zeer wel gekend. Het verminderen van woeste, onbeboude gronden, die men thans weinig meer aantreft in Holland, Zeeland en Friesland, is van deze vermindering der kraanvogels d'oorzaak. Immers formden zulke woestliggende velden hun meest geliefde oponthoud, terwijl ze druk bewoonde, dicht beboude oorden vlieden. Waar men nu en dan nog kraanvogels ontmoet - 't is op de heidevelden en in de broeklanden van Gelderland en Noord-Brabant. Zoo er nu en dan eens een kraanvogel naar Friesland of Holland verdwaalt en daar geschoten wordt - dan kent het volk hem niet. Fluks is dan gewoonelik de een of andere dorpeling, veerdiger met p2de penne dan zijne buren en genooten, er bij; hij beschrijft den vreemden vogel min of meer duidelik, en maakt er een opstelletje van 't vreemde geval, dat hij opstiert aan het eene of andere nieusblad, dat de mare den lande kond doet”.

Dat in oude tijden - zekerlik wel tot in de vorige eeu nog - de kraanvogel hier zeer wel bij den volke bekend was, blijkt uit d'omstandigheid dat een kraanvogel afgebeeld op een gevelsteen, aan de oude huizen, in onze steden geenszins zeldzaam is. Ook komt de geslachtsnaam De Krane, De Crane, De Craene hier voor.

Op gevelsteenen en uithangberden komt de kraan gewoonlik in deze houding voor, op één poot staande; de andere poot is opgetrokken en de toonen[2] omvatten een steen.Tekening van kraanvogelHet volksverhaal namelik meldt dat de kraanvogel, uit waakzaamheid, een steen in zijn poot vat, als hij wat gaat staan rusten. Mocht hij dan inslapen, tegen zijn meening, dan zou hem die steen ontvallen, en hij daar door weer wakker worden. Daarom was bij de oude Nederlanders de kraanvogel het symbool der waakzaamheid.

In mijne vaderstad, Leeuwarden , was er in oude tijden een wachthuisje bij een der stadspoorten, waar de wachters, de wacht-doende burgers, des nachts en bij slecht weer verbleven. In den gevel van dit wachthuuske was een kraanvogel op een steen afgebeeld - uitgehouwen - en daar stond om heen: boven: "So moet men waken", en onder:[3]

p3"In die cranewacht". -[4]

In Gelderland zingt de jeugd nog een liedeke, dat luidt aldus:

Kroene Kranen,
Witte Zwanen,
Wie wil meê naar Engeland varen?
Engeland is gesloten,
De sleutels ziin gebroken
In Engeland
Daar stuuft het zand,
Daar gaan de klokjens van bingeldebang.[5]

Wat "kroene", het eerste woord van dit kinderrijm beduidt, weet ik niet. Kan het oorspronkelijk kroone-kranen (een stafrijm of alliteratie) geweest zijn? Kroone-kraan, kroon-kraan, gekroonde kraan, omdat de kraanvogel een roode vlek van kleine veêrtjes op zijnen kop draagt, als een kroon?

De kranen vliegen in de lucht, op hun trek, in de gedaante van een letter V, eigenlik een V[6] want de eene reke is immer langer dan de de andere. De wilde gansen vliegen even eens in dien form. Eene volkseigene uitdrukking is mij daar voor niet bekend. Kraan = windas, en kraan = tap in een vat, is hier ook overal in volle gebruik; kraan = kruisboog, koekebrood en oud-wijf is hier niet bekend. De schoolkinders noemen 't mannelik teeldeel ook wel "kraantje".p4Vaccinium Oxycoccus is hier zeldzaam, en komt enkel in de oostelike gewesten voor. Veenbes, roode veenbes is de boekenaam. De friesche naam is "Faenbeien" = veenbessen. In Groningerland zegt men: kroezels, ook wel kreuzels. De naam Franeberen is mij nooit voorgekomen. -[7]

Hebt Gij mijn opstel over d'apothekers-grijnzen en nog wat, in Rond den Heerd gezien?[8] Misschien is er iets in dat U belang kan inboezemen; het beste deel komt nog in 't volgende nummer.[9] Het Bijvoegsel op Pastor Schuerman's Vlaamsch Idiotikon heb ik doorgeneusd. Ik vond er niet veel bizonders in. Dat werk en kan niet vergeleken worden bj 't Idioticon van Eerw. De Bo, dunkt mij. Het spijt mij toch nog altijd dat ik den heer de Bo niet ontmoet heb dezen zomer; ik had ook zoo geerne met hem kennis gemaakt, van ooge t'ooge.

Hier is niet veel nieuws; ik werk tegenwoordig weer druk aan mijne geslachtsnamen[10] dat de avonden zoo lengen komt mij voor deze zake wel te pas. Lijkwel - ik kan den gantschen avond niet arbeiden - dat beneemt mij den slaap. Zoo ik om 10 ure wil inslapen, moet ik om half negen de penne weg leggen; dat is de eerste last die de tijd mij brengt, nu ik het keerpunt van mijn levensjaren overschreden heb. -

Het bloemzaad zal ik geerne ontvangen. Hoe heet de plant toch? Ik zag haar nooit in deze gewesten.

Nogmaals dank voor de beantwoording miner vragen. Mogen ook mine geringe antwoorden U niet geheel onbevredigd laten.

- "De oostendsche visscher die mij "nen goeien Olandere" noemde, sprak de waarheid niet - gelijk Gij schrijft dat hij wel deed. Ik ben geen Olandere - maar een Fries![11]

Gegroet! mijn weerde Vriend!
In trouwe genegenheid, Uw
Johan Winkler.

Noten

[1] Doorstrepingen en bewerkingen van Guido Gezelle in functie van de publicatie in Loquela. Stukken van de brief werd gepubliceerd in: Loquela: (Pietmaand 1883) 2, p.27, 38 en 40.
Van: ”De kraanvogel” tot ”dat de mare den lande kond doet.” gepubliceerd in: Loquela: (Pietmaand 1883) 2, p.38.
[2] Friesch voor teenen?
[3] Gezelle voegde vierkante haken toe in functie van de publicatie in Loquela.
[4] Van: ”In mijne vaderstad” tot ”cranewacht” gepubliceerd in: Loquela: (Pietmaand 1883) 2, p.40. Gezelle doorstreept hier ook het gedachtestreepje op het einde van de zin.
[5] Van: ”In Gelderland” tot ”bingeldebang” gepubliceerd in: Loquela: (Pietmaand 1883) 2, p.27.
[6] tweede streepje = langer
[7] Reactie op stukje van artikel: Krane kraneke krake in: Loquela: (Oestmaand 1883) 4, p.32.
[8] J. Winkler, Van de apothekers-grijnzen, de drogisten-gapers en nog wat. In: Rond den Heerd: 18 (1883) 40-41, p.324-327. Het opstel is een antwoord op een artikel van A. Duclos, Een apothekers grinzer. In: Rond den Heerd: 18 (1883) 36, p.286.
[9] J. Winkler, Van de apothekers-grijnzen, de drogisten-gapers en nog wat. In: Rond den Heerd: 18 (1883) 42-43, p.336-339.
[11] 4 x onderstreept

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefschrijver

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamHaarlem

Naam - persoon

NaamDe Bo, Leonard Lodewijk
Datums° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
GeslachtMannelijk
Beroephulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/071873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamSchuermans, Lodewijk Willem
Datums° Kampenhout, 26/01/1821 - ✝ Wilsele, 30/08/1891
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; auteur
BioLodewijk Schuermans volgde vanaf 08/05/1843 de priesteropleiding aan het grootseminarie te Mechelen. Op 20/12/1845 werd hij priester gewijd. Hij was onderpastoor van de parochie Sint-Martinus te Melsbroek van 30/12/1845 tot 23/04/1852 en vervolgens van het Groot Begijnhof te Leuven tot 25/09/1868. Vanaf dan was hij pastoor van de Sint-Martinusparochie te Wilsele. Zijn interesse voor en activiteit op het vlak van de taalkunde weerspiegelt zich in zijn taalkundige bijdragen die hij, naast de vele artikels rond religieuze en heemkundige thema’s, in verschillende tijdschriften publiceerde, zoals "Eenparigheid in de spelling onzer nederduitsche tael" (Leuven, 1862), "Nicolaas van Winghe en de Vlaamse bijbelvertaling" (Leuven, 1863), "Vlaamsche schrijvers der oude Hogeschool te Leuven" (Leuven, 1863). Op 20/12/1863 sprak hij de redevoering "Belgen zijt aan uwe Vlaamsche taal gehecht uit liefde voor ’s vaderlands onafhankelijkheid" uit tijdens de jaarzitting van Met Tijd en Vlijt. Het bekendst is hij wegens de samenstelling van zijn "Algemeen Vlaamsch Idioticon", uitgegeven door Met Tijd en Vlijt te Leuven, 1865-1870.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Schuermans,_Lodewijk_W.
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Naam - plaats

NaamHaarlem

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelWestvlaamsch idioticon
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk
Datum1873
PlaatsBrugge
UitgeverGailliard
TitelAlgemeen Vlaamsch Idioticon
AuteurSchuermans, Lodewijk W.
Datum1865-1883
PlaatsLeuven
UitgeverGebroeders Vanlinthout en Karel Fonteyn
TitelDe Nederlandsche geslachtsnamen in oorsprong, geschiedenis en beteekenis
AuteurWinkler, Johan
Datum1885
PlaatsHaarlem
UitgeverWillink

Titelxx/[09/1883], Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderWinkler, Johan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[09/1883]
VerzendingsplaatsHaarlem
AnnotatieBriefversie van datering: Saterdag avond ; jaartal, maand en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 1: Inleiding en brieven (1881-1883) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.168-171
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 211x133
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op zijde 2 in het midden: schets van de hand van Johan Winkler, met voorstelling van een kraanvogel, die met zijn opgetrokken rechterpoot een steen omvat
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem midden en rechts bijgeschreven boven de dag: [September 1883] (inkt, beide hand P.A.); op zijde 1 links: Staat in Loquela 1883-1884 nr.5 bl.38 (inkt, verticaal, hand P.A.); op alle zijden stukken tekst met blauw potlood doorgehaald
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5359
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11668
Inhoud
IncipitDe eene dienst is den anderen weerd, zoo
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.