<Resultaat 904 van 2126

>

p1+
Geachte Heer en Vriend,

Uw laatste brief[1] die mij meldde dat Gij niet komen kost, heeft mij waarlijk bedroefd.

Ik was toch opgezet omdat Gij mij gingt bezoeken, en mijne brave moeder was zoo blijde omdat zij voor U eens wel ging koken.

En zie! die ongelukkige brief smijt dat alles in duigen! . . . . Naar Ieperen zou ik geerne komen,[2] maar daar zal te veel volk zijn en wij zouden te weinig samen kunnen vertellen. Belooft mij dan gemeend dat Gij mij den eenen of den anderen dag van October in de Normaalschool te Sint-Niklaas zult komen bezoeken. Liefst zou ik 'nen maandag hebben, dan ben ik heel den dag vrij. . . gelijk een vogel in de lucht. Den dijnsdag of den donderdag moogt Gij ook komen: dan zijn het wandeldagen. Wij zijn maar ons zessen in de Normaalschool, al de heeren kennen U en zijn U p2genegen: dat is dus een gezelschap dat Ge niet vreezen moet.

Donderdag, 'k heb het met veel genoegen gelezen, gaan die van Kortrijk U vieren:[3] ze hebben gelijk, Gij verdient het beter als onze Gentenaars.

Ik hebbe gehoord dat D'Hondt en Hiel geen deel willen maken van onze Taalkamer: twee geuzen min, dat kan geen kwaad. Integendeel!? . . .

Wie gaat er nog bij gekozen worden? . .[4] O! van dien keus hangt zooveel af, misschien de toekomst onzer taal, misschien het begraven van alle onze pogingen om de levende taal in hare rechten te herstellen.

Binnen eene maand of twee ga ik mijne "Schatten uit de Volkstaal" in éen boekdeel uitgeven. Believe 't God dat die uitgave gelukke: ik geloof dat ik daar veel goed zal mede bewerken.

Weest zoo goed mij zoo gauw p3mogelijk de verzameling van uwe "Keerwoorden"[5] te zenden: ze zullen mij wonderwel te pas komen om mijne 1ste uitgave te volledigen.

Ik hoop in 't kort van U een briefken te krijgen en groet U vriendelijk.
Am. Joos
Hamme, zondag achternoen.

Noten

[1] Deze brief is niet bewaard gebleven.
[2] Het gaat waarschijnlijk over de vergadering van het Comité Flamand de France dat zou plaatsvinden in het Sint-Vincentiuscollege van Ieper op 28 september 1886. Zie: brief van Ignace De Coussemaker aan Gezelle van 18/09/1886.
[3] Het Davidsfonds organiseerde te Kortrijk op 30/09/1886 een groot feest (Huldebetooging) naar aanleiding van Gezelles lidmaatschap van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
[4] Op de vergadering van 27 oktober 1886 werden de werkende leden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde aangevuld met: P.P. Alberdingk Thijm, S. Daems, L. Mathot, J. Obrie, J. Micheels, J. Van Droogenbroeck, C. Hansen en D. Sleeckx. De eerste vier kunnen als katholieken en de laatste vier als liberalen beschouwd worden. (Wim Depoortere, Gezelles lidmaatschap van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1886-1899, p.41)
[5] Palindromen.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamJoos, Amaat; Seppens, A.
Datums° Hamme, 03/05/1855 - ✝ Gent, 15/08/1937
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur; auteur; volkskundige
BioAmaat Joos volgde Latijn-Grieks in Sint-Jozefs-Klein-Seminarie te Sint-Niklaas waar er een Vlaamsgezinde sfeer kon gedijen. Tijdens die periode startte zijn literaire activiteiten. Hij werd leider van de Katholieke Vlaamse Studentenbeweging in het Waasland en uit contacten met Rodenbach ontstond samenwerking. In 1877 kwam er een eerste Studenten-Landdag in Gent onder zijn impuls, met zestig aanwezigen uit Sint-Niklaas. Als student aan het grootseminarie, bleef hij op de achtergrond voor de verdere werking. Vanaf 24/09/1879 werd hij leraar aan het Sint-Antoniuscollege te Ronse en vanaf 23/09/1880 aan de Normaalschool te Sint-Niklaas. Hij ontving zijn priesterwijding op 11 juni 1881. Op 29 december 1892 werd hij directeur van de bisschoppelijke normaalschool van Sint-Niklaas . In 1901 en 1905 werd hij respectievelijk corresponderend en actief lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. In 1914 werd hij als bestuurder van de KANTL gekozen en bleef dit wegens de oorlogstoestand tot 1920. Samen met het bestuur protesteerde hij tegen de oprichting van de Raad van Vlaanderen. Hij werd in 1908 lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden en was een actieve medewerker van het Davidsfonds. Verder is Joos ook bekend voor zijn studies over de volkstaal en volkskunde van zijn geboortestreek het Land van Waas. Samen met zijn studenten en de "Waasche Zanters" publiceerde hij rond 1900 het Waasch Idioticon en stichtte hij het volkskundig tijdschrift Vlaamsche Zanten (1899-1901). Zijn liefde voor de Vlaamse volkstaal uitte zich ook in het publiceren van sprookjes, raadsels en vertelsels die hij "Vlaamsche Schatten" noemde. Ook over pedagogie had hij een uitgesproken visie en gaf hij vaak lezingen. Hij schreef een levensschets van Guido Gezelle voor “Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde” (1924).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van Koninklijke Vlaamse Academie
Bronnen https://nevb.be/wiki/Joos,_Amaat

Briefschrijver

NaamJoos, Amaat; Seppens, A.
Datums° Hamme, 03/05/1855 - ✝ Gent, 15/08/1937
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur; auteur; volkskundige
BioAmaat Joos volgde Latijn-Grieks in Sint-Jozefs-Klein-Seminarie te Sint-Niklaas waar er een Vlaamsgezinde sfeer kon gedijen. Tijdens die periode startte zijn literaire activiteiten. Hij werd leider van de Katholieke Vlaamse Studentenbeweging in het Waasland en uit contacten met Rodenbach ontstond samenwerking. In 1877 kwam er een eerste Studenten-Landdag in Gent onder zijn impuls, met zestig aanwezigen uit Sint-Niklaas. Als student aan het grootseminarie, bleef hij op de achtergrond voor de verdere werking. Vanaf 24/09/1879 werd hij leraar aan het Sint-Antoniuscollege te Ronse en vanaf 23/09/1880 aan de Normaalschool te Sint-Niklaas. Hij ontving zijn priesterwijding op 11 juni 1881. Op 29 december 1892 werd hij directeur van de bisschoppelijke normaalschool van Sint-Niklaas . In 1901 en 1905 werd hij respectievelijk corresponderend en actief lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. In 1914 werd hij als bestuurder van de KANTL gekozen en bleef dit wegens de oorlogstoestand tot 1920. Samen met het bestuur protesteerde hij tegen de oprichting van de Raad van Vlaanderen. Hij werd in 1908 lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden en was een actieve medewerker van het Davidsfonds. Verder is Joos ook bekend voor zijn studies over de volkstaal en volkskunde van zijn geboortestreek het Land van Waas. Samen met zijn studenten en de "Waasche Zanters" publiceerde hij rond 1900 het Waasch Idioticon en stichtte hij het volkskundig tijdschrift Vlaamsche Zanten (1899-1901). Zijn liefde voor de Vlaamse volkstaal uitte zich ook in het publiceren van sprookjes, raadsels en vertelsels die hij "Vlaamsche Schatten" noemde. Ook over pedagogie had hij een uitgesproken visie en gaf hij vaak lezingen. Hij schreef een levensschets van Guido Gezelle voor “Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde” (1924).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van Koninklijke Vlaamse Academie
Bronnen https://nevb.be/wiki/Joos,_Amaat

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - persoon

NaamHiel, Emmanuel
Datums° Sint-Gillis-Dendermonde, 31/05/1834 - ✝ Schaarbeek, 27/08/1899
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; ambtenaar
BioEmmanuel Hiel was een Vlaams dichter en medelid van Gezelle bij de Academie. Hij groeide op in Dendermonde en verhuisde in 1857 naar Brussel. Hij werd er eerst tolbeambte en uiteindelijk ambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij kwam er in contact met Vlaamsgezinde radicale en vrijzinnige Brusselse liberalen. Hij engageerde zich in Vlamingen Vooruit!, de vrijmetselaarsloge Les Amis Philanthropes en was medeoprichter van de Willemsfondsafdeling. Van 1879 tot 1884 was hij liberaal gemeenteraadslid te Schaarbeek. Hij ijverde er onder meer voor de vertaling van de straatnaamborden. Intussen werd hij hoogleraar Nederlandse voordracht bij het Koninklijk Conservatorium te Brussel. Hij kreeg ook een nauwe band met Peter Benoit, voor wie hij vele liedteksten dichtte. In 1869 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden en in 1886 stichtend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, waarvan hij in 1889 ondervoorzitter en in 1890 voorzitter was.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Hiel,_Emanuel_(eigenlijk_Emmanuel)
NaamJoos, Amaat; Seppens, A.
Datums° Hamme, 03/05/1855 - ✝ Gent, 15/08/1937
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur; auteur; volkskundige
BioAmaat Joos volgde Latijn-Grieks in Sint-Jozefs-Klein-Seminarie te Sint-Niklaas waar er een Vlaamsgezinde sfeer kon gedijen. Tijdens die periode startte zijn literaire activiteiten. Hij werd leider van de Katholieke Vlaamse Studentenbeweging in het Waasland en uit contacten met Rodenbach ontstond samenwerking. In 1877 kwam er een eerste Studenten-Landdag in Gent onder zijn impuls, met zestig aanwezigen uit Sint-Niklaas. Als student aan het grootseminarie, bleef hij op de achtergrond voor de verdere werking. Vanaf 24/09/1879 werd hij leraar aan het Sint-Antoniuscollege te Ronse en vanaf 23/09/1880 aan de Normaalschool te Sint-Niklaas. Hij ontving zijn priesterwijding op 11 juni 1881. Op 29 december 1892 werd hij directeur van de bisschoppelijke normaalschool van Sint-Niklaas . In 1901 en 1905 werd hij respectievelijk corresponderend en actief lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. In 1914 werd hij als bestuurder van de KANTL gekozen en bleef dit wegens de oorlogstoestand tot 1920. Samen met het bestuur protesteerde hij tegen de oprichting van de Raad van Vlaanderen. Hij werd in 1908 lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden en was een actieve medewerker van het Davidsfonds. Verder is Joos ook bekend voor zijn studies over de volkstaal en volkskunde van zijn geboortestreek het Land van Waas. Samen met zijn studenten en de "Waasche Zanters" publiceerde hij rond 1900 het Waasch Idioticon en stichtte hij het volkskundig tijdschrift Vlaamsche Zanten (1899-1901). Zijn liefde voor de Vlaamse volkstaal uitte zich ook in het publiceren van sprookjes, raadsels en vertelsels die hij "Vlaamsche Schatten" noemde. Ook over pedagogie had hij een uitgesproken visie en gaf hij vaak lezingen. Hij schreef een levensschets van Guido Gezelle voor “Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde” (1924).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van Koninklijke Vlaamse Academie
Bronnen https://nevb.be/wiki/Joos,_Amaat
NaamDe Hondt, Lodewijk
Datums° Brugge, 23/04/1828 - ✝ Brussel?, 23/03/1898
GeslachtMannelijk
Beroepraadsheer; auteur
BioLodewijk De Hondt werd geboren als zoon van Franciscus, goudsmid, en Carolina De Net. Hij verwierf zijn diploma als advocaat en werd raadsheer bij het Hof van Beroep te Gent. Hij streed voor de Vlaamse taalrechten in het gerecht. Zo voltooide hij in 1859 de vertaling van Karel Ledeganck (1805-1842) van het Burgerlijk Wetboek (1841) en vertaalde hij het nieuwe Strafwetboek (1867) en het Militair Wetboek (1870). Hij gaf ook een woordenlijst uit van Ledegancks Burgerlijk Wetboek (1874). Hij was enkele jaren voorzitter van de Gentse afdeling van het Willemsfonds. Op 08/07/1886 werd hij benoemd tot een van de eerste 18 leden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Het overwicht van de katholieke leden (11, tegenover 7 liberalen) zette hem er echter toe aan al op 23/09/1886 zijn ontslag in te dienen.
Relatie tot Gezellelid Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenGezelles lidmaatschap van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1886-1899 (Wim Depoortere, 1894); https://kantl.be/over-kantl/organisatie/alle-leden/de-hondt-lodewijk-j-f
NaamMichiels, Anna Catharina
Datums° Bornhem, 19/09/1816 - ✝ ?, 1906
GeslachtVrouwelijk
Beroephuisvrouw
BioAnna Catharina Michiels werd geboren als dochter van Simon Michiels en Joanna Reniers. Ze huwde Carolus Benedictus Joos (1801-1869) op 10/02/1841 te Hamme. Hij had al acht kinderen uit een vorig huwelijk en samen kregen ze er nog negen, waarvan Amaat Joos de zevende was.

Naam - plaats

NaamHamme
GemeenteHamme
NaamIeper
GemeenteIeper
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamSint-Niklaas
GemeenteSint-Niklaas

Naam - instituut/vereniging

NaamComité Flamand de France
BeschrijvingHet Comité Flamand de France werd opgericht op 10 april 1853 door de jurist Edmond de Coussemaker, eerste voorzitter, en vijf andere leden van de "Société dunkerquoise pour l'encouragement des sciences, des lettres et des arts". Het is een academische vereniging met als doel de studie en de verspreiding van de Vlaamse cultuur in Frans-Vlaanderen. De vereniging is nog altijd actief. Zij geeft een jaarboek, "Annales du Comité Flamand de France", voor het brede publiek uit, en een "Bulletin du Comité Flamand de France" voor de leden. Het Comité is gevestigd in Hazebrouck. Het kende een grote bloei, en kreeg ook buitenlandse aandacht van figuren zoals Jakob Grimm, Hendrik Conscience, Prudens Vanduyse, enz. Ook Guido Gezelle werd lid in 1886 en erelid in 1891. Hoewel het Comité het Vlaamse culturele erfgoed bestudeert en verzamelt kent het geen afkeer tegenover de Franse Republiek en hield het zich anderzijds afzijdig van het Vlaamse nationalisme.
Datering10/04/1853-
NaamDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
BeschrijvingDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Datering1886-heden
Links[wikipedia]
NaamBisschoppelijke Normaalschool Sint-Niklaas
BeschrijvingDe Bisschoppelijke Normaalschool werd gesticht in 1839 door mgr. Delebecque, bisschop van Gent, als afdeling van het pensionaat (Sint-Jozefinstituut) in de Ankerstraat. Men ging van start met een 30-tal leerlingen en een uitmuntend leraarskorps. Op 9 april 1844 werd de instelling onderworpen aan staatstoezicht en kon het in 1847 het eerste officieel eindexamen met diploma-uitreiking organiseren. In 1850 verhuisde de school naar de Kalkstraat om er in 1868 te functioneren als zelfstandige normaalschool, los van het Sint-Jozefsinstituut. Op 13 oktober 1873 betrok de school de nieuwe gebouwen in de Kasteelstraat. Het aantal leerlingen dat in 1873 ongeveer honderd bedroeg was zes jaar later gestegen tot honderdzestig. In 1879 publiceerden de leraars van de Normaalschool het eerste Nederlandstalig opvoedkundig tijdschrift ‘Het Katholiek Onderwijs’. Tijdens de periode 1884 tot 1893 brachten leraars als Amaat Joos en Jan De Smedt de school tot hoge bloei. Joos nam op 29 december 1892 de leiding als directeur en luidde een gouden tijdperk in voor de school. Hij droeg bij tot vernieuwende onderwijsmethodiek, Vlaams bewustzijn en liefde voor de moedertaal. In 1893 betrokken de zusters van de HH. Engelen het instituut. De school hield op met bestaan in 1999.
Datering1839-1999

Naam - gebeurtenis Guido Gezelle

GebeurtenisStichting Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde
Periode08/07/1886
BeschrijvingStichtend lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde te Gent.

Titel - ander werk

TitelSchatten uit de volkstaal : eenige duizenden volksspreuken
AuteurJoos, Amaat
Datum1887
PlaatsGent
UitgeverLeliaert ; Siffer

Titel[26/09/1886], Hamme, Amaat Joos aan [Guido Gezelle]
EditeurSeppe De Schepper; Louise Snauwaert; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderJoos, Amaat
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[26/09/1886]
VerzendingsplaatsHamme
AnnotatieBriefversie van datering: zondag achternoen ; datum gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en enkele leden van de Dietsche Biehalle en Biekorf. Deel 2: Brieven / door Ina Galle. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1984-1985), p.180-181
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 210x133
wit, vierkant geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [26/9 1886] (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5690
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11985
Inhoud
IncipitUw laatste brief die mij meldde dat
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.