<Resultaat 912 van 2040

>

p1
Eerweerde heer en vriend,

Dezer dagen ontving ik van den h. Secretaris[1] der Taalkamer een’ gedrukten brief, waarbij hij mij namens de leden der academie verzocht te te laten weten of ik, in geval van benoeming tot lid der academie, zou aanvaard hebben.

In een daarbijgevoegd schrijven deelde de h. De Potter mij vriendelijk een en ander mede over de a.s. kiezing[2] Hij aanziet de benoeming van K. Stallaert als zeker, denkt dat eene der drij plaatsen aan eenen Katholieken candidaat zal begeven worden en zegt dat voor de derde plaats de heer Coopman en ik in bijzondere aanmerking komen. De h. Coopman zou nochtans door eenige leden der academie ten allen prijze opgedrongen worden.

Eerw. heer en vriend, ik geloof het mijn plicht u kennis te geven van hetgeen ik aan den h. de Potter geantwoord heb.

De benoeming van mijn’ vriend C., zoo schreef ik hem ongeveer, zou een te groot gewicht geven in den schoot der academie aan de bureaucratie. Een afdelingsoverste[3] (Delcroix) en twee bureeloversten (V. Droogenbroeck en C.) van hetzelfde ministerie, in rechtstreeksch verband met het bestuur onzer letteren, dat ware teveel in eene vergadering grootendeels uit persoonen bestaande, die maar al te p2dikwijls belang hebben met die bureelen wel te staan. De benoeming van eenen afdeelingsoverste en eenen zoo begaafden als invloedrijken bureeloverste aanzag men reeds als meer dan genoeg ter vertegenwoordiging der bureaucratie.

Verder ware de benoeming van C. betreurenswaardig voor de eendracht en de goede verstandhouding in de taalkamer: de h.h. Hiel en C. zijn twee onverzoenbare vijanden, in den vollen zin des woords, bij zooverre dat H., naar ik verneem, en zulks verwondert mij niet van leden der academie en van wie het verder hooren wil, verklaart dat hij met C. in de academie zetelen wil noch kan. Dat ik hem ongelijk geef, hoef ik niet te zeggen, geloof ik; de zaak is er nochtans niet te min betreurenswaardig om, en een nieuw ontslag of bepaald eene kiem van oneenigheid in de academie brengen ware het nog meer.

Ik heb den heer De Potter ook doen opmerken, dat de heer C. hoewel zeer verdienstelijk als Vlaamsche strijder, en hoewel zeer verstandig, nochtans geen hooger onderwijs genoot, noch zich met wetenschappelijke studien onledig hield.

Ten slotte, last not least, deed ik opmerken, dat alle voorgaande bedenkingen daargelaten, de houding, welke ik in de academie-kwestie aangenomen heb, mij, volgens mijn bescheiden oordeel, den voorkeur geven moest. Inderdaad mijn vriend C. schreef zelf bij de hevigste aanvallen geen woord ten voordeele der taalkamer. Van het begin af heb ik integendeel voor haar de penne opgenomen. Week op week schreef ik artikelen te harer verdediging, zond bijzondere brieven naar een aantalp3 N.N. tijdschriften, Leeswijzer, Spectator, Tijdspiegel Portefeuille, om ze over den toestand der zaken hier te lande in te lichten en alzoo te voorkomen, dat de tegenstrevers der academie in het Noorden eenen steun zouden gevonden hebben. Verder schreef ik twee brieven aan het “Berliner Tageblatt” om den slechten indruk te vernietigen in Duitschland te weeg gebracht door de gekende amsterdamsche corr.tie der “Köln. Z.” - Beide brieven verschenen in het Berliner Tageblatt Een schrijven gericht tot het Engelsch tijdschrift “The Athenæum” werd door tusschenkomst van prof P. Fredericq niet opgenomen.

Dat mijne belangloze rechtzinnige handelwijze, uitgaande van het beginsel “Vlaamsch vooral” mij duur gekost heeft zult Gij mogelijks vernomen hebben. Te allen kant heeft men mij en mijn tijdschrift als mijner partij afvallig uitgekreten[4] met handen en voeten tegengewerkt, in Gent, Brugge en Antwerpen vooral, en het zoover gebracht dat bij de jongste inning der kwijtbrieven 732 op 1144 geweigerd terugkeerden, de meeste voorzien met volzinnen, doelende op de academie-vraag. Zonder overdrijving kan ik u verzekeren dat die zaak mij dit jaar alleen over de 5000 fr schade aangebracht heeft. Een artikel verleden zondag in de Kl. Gazet van Antwerpen verschenen en tegen mij gericht, laat zien dat men den strijd tegen mij persoonlijk voortzet.

Achtbare Vriend, ik kan U niet zeggen wat al onaangenaamheden mij de Taalkamer mij reeds op den hals gehaald heeft, de minste p4niet met mijne eigene bloedverwanten om het feit der geldelijke verliezen.

Om al die verschillige redens, heb ik bij M. de Potter aangedrongen mijne kandidatuur te willen zooveel mogelijk ondersteunen, niet dat ik aan den titel houd, maar eerst en vooral als eene kleine voldoening tegenover mijne familie en dan ook omdat ik liever in de academie zelf dan er buiten aan haren bloei zou medewerken.

Achtbare vriend Gezelle, ik heb veel vertrouwen in uwen invloed en dank U op voorhand ten hartelijkste van mijnentwege en vanwege mijne vrouw U tevens ons beider beste groetenissen aanbiedende.

Uw zeer verkleefde
H.Haerynck.

N.S. Ik verneem op het oogenblik als stellig dat Rooses, van Beers enz eene vrije liberale academie[5] aan het oprichten zijn, met hulp eeniger Noord nederlanders.

Noten

[1] De secretaris op dat moment was Frans de Potter.
[2] Tijdens de zitting van 15 december 1886 werd een kiezing gehouden om drie werkende leden aan te stellen, ter vervanging van de heren Van Beers, Rooses en Sleeckx. Uiteindelijk worden Amand de Vos, Karel Stallaert en Th. Coopman verkozen.
[3] Delcroix was afdelingschef van de Nederlandse afdeling bij het bestuur der kunsten, wetenschappen en letteren van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
[4] Bekendmaken in slechte zin.
[5] Na hun ontslag uit de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, richtten Max Rooses, Jan Van Beers en Domien Sleeckx in 1887 Taalverbond op, een vrije academie met een liberaal karakter.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHaerynck, Hippoliet
Datums° Keiem, 16/10/1858 - ✝ Vorst, 16/02/1924
GeslachtMannelijk
Beroepleraar
BioHippoliet Haerynck was leraar aan het Koninklijk Atheneum Brussel. Aanvankelijk was hij een voorstander van het liberale flamingantisme. Zo stichtte hij in 1883 het tijdschrift Flandria en was hij in 1885 medeoprichter van de Liberale Vlaamsche Bond te Brussel. In 1887 verliet hij de Bond voor de katholieken. Haerynck was corresponderend lid van de KANTL vanaf 1887, maar werd in 1919 uitgestoten wegens zijn activisme.
Relatie tot Gezellecorrespondent; corresponderend lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Haerynck,_Hippoliet

Briefschrijver

NaamHaerynck, Hippoliet
Datums° Keiem, 16/10/1858 - ✝ Vorst, 16/02/1924
GeslachtMannelijk
Beroepleraar
BioHippoliet Haerynck was leraar aan het Koninklijk Atheneum Brussel. Aanvankelijk was hij een voorstander van het liberale flamingantisme. Zo stichtte hij in 1883 het tijdschrift Flandria en was hij in 1885 medeoprichter van de Liberale Vlaamsche Bond te Brussel. In 1887 verliet hij de Bond voor de katholieken. Haerynck was corresponderend lid van de KANTL vanaf 1887, maar werd in 1919 uitgestoten wegens zijn activisme.
Relatie tot Gezellecorrespondent; corresponderend lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Haerynck,_Hippoliet

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrussel
GemeenteBrussel

Naam - persoon

NaamCoopman, Theofiel
Datums° Gent, 24/11/1852 - ✝ Schaarbeek, 04/06/1915
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; bediende; boekhouder
BioTheofiel Coopman volgde zijn humaniora aan het Koninklijk Atheneum te Gent. Hij had er o.m. Max Rooses als leraar. Hij trouwde met Marie Dillens en het koppel vestigde zich in 1873 te Brussel. Coopman werkte er als bediende, boekhouder, ambtenaar en directeur van de vertaaldienst van het Ministerie van Spoorwegen, Post en Telegrafie. Hij schreef gedichten en romantische liederen die getuigen van zijn liefde voor Vlaanderen. Samen met Victor dela Montagne stichtte hij in 1877 het tijdschrift "De Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle" en gaf hij ook een bloemlezing uit (Onze Dichters, 1830-1880, eene halve eeuw Vlaamsche poëzie. Antwerpen: 1880). Hij schreef nog diverse werken in samenwerking met andere auteurs zoals Jan Broeckaert en Lodewijk Scharpé. Hij was lid van de Veldbloem, secretaris van de Brusselse afdeling van het Willemsfonds, medewerker bij de organisatie van de Nederlandsche Taal- en Letterkundige Congressen en medestichter en bestuurslid van het Nationaal Vlaamsch Verbond. In 1886 werd hij werkend lid en in 1901 bestuurder van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Coopman,_Theophiel
NaamDe Potter, Frans
Datums° Gent, 04/01/1834 - ✝ Gent, 15/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist, publicist; geschiedschrijver; bibliograaf
BioDe Potter genoot alleen lager onderwijs en studeerde verder op eigen kracht. Hij begon als redacteur bij de dagbladpers (1856-1870) en schopte het daarna tot hoofdredacteur van het katholieke Fondsenblad (1871-1878). In 1886 werd hij de eerste vast secretaris van de toen opgerichte Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Aanvankelijk publiceerde hij bij het Willemsfonds, maar vanaf begin jaren 1870 kiest hij de kant van de katholieke partij. Hij stond mee aan de wieg van het Davidsfonds in 1875 en was er vanaf 1878 tot aan zijn overlijden de eerste algemene secretaris, en bovendien ook voorzitter van de afdeling Gent van 1885 tot 1904. Hij publiceerde tal van werken: eerst verhalen en geschriften over folklore, daarna op het terrein van de geschiedenis, in het bijzonder van de Vlaamse gemeenten. Te vermelden zijn vooral zijn Vlaamsche Bibliographie in 4 delen (1893-1902) en een aantal delen van een Geschiedenis van de Gemeenten van Oost-Vlaanderen (samen met Jan Broeckaert).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Potter,_Frans ; J. Broeckaert, Frans de Potter en zijne werken. In: Jaarboek van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde, 1906; W. Rombauts, De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1979, p. 53-54
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHaerynck, Hippoliet
Datums° Keiem, 16/10/1858 - ✝ Vorst, 16/02/1924
GeslachtMannelijk
Beroepleraar
BioHippoliet Haerynck was leraar aan het Koninklijk Atheneum Brussel. Aanvankelijk was hij een voorstander van het liberale flamingantisme. Zo stichtte hij in 1883 het tijdschrift Flandria en was hij in 1885 medeoprichter van de Liberale Vlaamsche Bond te Brussel. In 1887 verliet hij de Bond voor de katholieken. Haerynck was corresponderend lid van de KANTL vanaf 1887, maar werd in 1919 uitgestoten wegens zijn activisme.
Relatie tot Gezellecorrespondent; corresponderend lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Haerynck,_Hippoliet
NaamHiel, Emmanuel
Datums° Sint-Gillis-Dendermonde, 31/05/1834 - ✝ Schaarbeek, 27/08/1899
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; ambtenaar
BioEmmanuel Hiel was een Vlaams dichter en medelid van Gezelle bij de Academie. Hij groeide op in Dendermonde en verhuisde in 1857 naar Brussel. Hij werd er eerst tolbeambte en uiteindelijk ambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij kwam er in contact met Vlaamsgezinde radicale en vrijzinnige Brusselse liberalen. Hij engageerde zich in Vlamingen Vooruit!, de vrijmetselaarsloge Les Amis Philanthropes en was medeoprichter van de Willemsfondsafdeling. Van 1879 tot 1884 was hij liberaal gemeenteraadslid te Schaarbeek. Hij ijverde er onder meer voor de vertaling van de straatnaamborden. Intussen werd hij hoogleraar Nederlandse voordracht bij het Koninklijk Conservatorium te Brussel. Hij kreeg ook een nauwe band met Peter Benoit, voor wie hij vele liedteksten dichtte. In 1869 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden en in 1886 stichtend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, waarvan hij in 1889 ondervoorzitter en in 1890 voorzitter was.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Hiel,_Emanuel_(eigenlijk_Emmanuel)
NaamStallaert, Karel
Datums° Merchtem, 23/09/1820 - ✝ Schaarbeek, 24/11/1893
GeslachtMannelijk
Beroepambtenaar; archivaris; leraar; auteur
BioKarel Stallaert erfde van zijn grootvader, dichter Jan Frans Stallaert, zijn gevoel voor taal. Zijn moeder, Hendrika Janssens, leerde hem Nederlands en Frans lezen. In 1828 werd hij naar een kostschool in Turnhout gestuurd. Daarna studeerde hij aan het Klein Seminarie in Mechelen en aan de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren van de universiteit in Leuven, waar hij lid werd van ‘Met Tijd en Vlijt’. Om financiële en familiale redenen moest hij die studies opgeven en werd hij een tijdje beambte in het Ministerie van Financiën te Brussel. Door bemiddeling van H. Delecourt werd Stallaert er in 1850 archivaris van de burgerlijke godshuizen, waar hij een aantal Nederlandstalige oorkonden ontdekte. Vanaf 1854 was hij leraar Nederlands aan het Koninklijk Atheneum en later ook aan de Militaire School. Vanaf 1857 was hij lid van de Maatschappij te Leiden en twee jaar later werd hij ook lid van het Comité flamand de France. In de Spellingcommissie stond hij de eenheid met het Noorden voor, maar verscheidenheid in de woordenschat. In 1886 verscheen de eerste aflevering van zijn glossarium van verouderde rechtstermen, kunstwoorden en oudere uitdrukkingen uit Vlaamse, Brabantse en Limburgse oorkonden (1886-93). In dat jaar werd Stallaert ook op 15 december verkozen tot lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Stallaert,_Karel_F.
NaamVan Beers, Jan
Datums° Antwerpen, 22/02/1821 - ✝ Antwerpen, 14/11/1888
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; onderbibliothecaris; dichter; letterkundige
BioJan Van Beers studeerde aan Klein Seminarie te Mechelen (1833-1841). Hij schreef er zijn eerste gedichten in het Frans. Hij werd leraar aan het college te Mechelen en onderbibliothecaris in de stedelijke bibliotheek te Antwerpen (1844-1849). Vanaf 1849 gaf hij Nederlands aan de Rijksnormaalschool te Lier en in 1860 werd hij leraar aan het Koninklijk Atheneum te Antwerpen. Hij was actief in de Vlaamse beweging en nam in het geheim deel aan de activiteiten van “De Olijftak” en het letterkundig genootschap “Het Heilig Verbond”. Als dichter publiceerde hij in 1853 zijn eerste bundel “Jongelingsdroomen”. Andere bundels zijn “Levensbeelden” (1858), “Gevoel en leven” (1869) en “Rijzende blaren” (1884). Voor “Rijzende blaren” ontving hij de vijfjaarlijkse staatsprijs voor letterkunde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van Koninklijke Vlaamse Academie
Bronnen https://schrijversgewijs.be/schrijvers/van-beers-jan/
NaamVan Droogenbroeck, Jan; Ferguut, Jan
Datums° Sint-Amands, 17/01/1835 - ✝ Schaarbeek, 27/05/1902
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; leraar; muziekleraar; ambtenaar; redacteur
BioJan Van Droogenbroeck was aanvankelijk onderwijzer in Schaarbeek (1855-1870). Vanaf 1870 gaf hij les aan de muziekschool van Schaarbeek en Sint-Joost. In 1877 werd hij ambtenaar aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij was een dichter en prozaschrijver die in het begin publiceerde onder het pseudoniem Jan Ferguut. Gezelle droeg aanvankelijk het gedicht Weldadig zonneweer op aan Jan Van Droogenbroeck. In Rijmsnoer liet hij deze opdracht vallen. Van Droogenbroeck had in 1896 de vijfjaarlijkse prijs voor poëzie toegewezen gekregen en niet Gezelle. Hij was medewerker van de tijdschriften De Toekomst en Noord en Zuid en hoofdredacteur van De Zweep.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie
NaamFredericq, Paul
Datums° Gent, 12/08/1850 - ✝ Gent, 23/03/1920
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; hoogleraar; geschiedkundige
BioFredericq studeerde aan het Koninklijk Atheneum van Gent en aan de normaalschool verbonden aan de universiteit van Luik, waar hij afstudeerde in 1871. Hij gaf les in het College van Mechelen en in het Atheneum van Aarlen en Gent. Vervolgens werd hij hoogleraar aan de universiteit van Luik. In 1875 behaalde hij een doctoraat in de historische wetenschappen. In 1883 werd hij hoogleraar aan de universiteit van Gent, waar hij Nederlandse letteren en Belgische geschiedenis doceerde. Als liberaal was hij was betrokken bij de Vlaamse Beweging en het Willemsfonds. Hij streed voor het Nederlands als taal binnen het onderwijssysteem. In verband met de Vlaamse beweging publiceerde hij later Schets eener Geschiedenis der Vlaamsche Beweging (1906-1909). Hij was hoofdredacteur van het liberale tijdschrift Het Volksbelang. Hij was sociaalvoelend en hij trachtte de kloof met de arbeidersklasse te overbruggen door de stichting in 1894 van het Hooger Onderwijs voor het Volk. Als onverzoenlijk tegenstander van de Duitse bezetter tijdens W.O. I kwam hij met de Duitse overheid in conflict rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit, als onderdeel van de Duitse Flamenpolitik, en werd gedeporteerd, samen met een andere historicus Henri Pirenne. In 1919 werd hij nog kort rector van de Gentse universiteit.
Links[wikipedia], [dbnl]
NaamRooses, Max; Petrus Comestor
Datums° Antwerpen, 10/02/1839 - ✝ Antwerpen, 15/07/1914
GeslachtMannelijk
Beroepconservator; leraar; schrijver; journalist
BioMax Rooses studeerde filosofie en letteren te Luik en hij behaalde zijn doctoraat in 1863. Hij werd leraar in Namen en Gent. Nadien was hij conservator van het museum Plantin-Moretus in Antwerpen. Hij publiceerde veel over Rubens en Jordaens en over het museum Plantin-Moretus. Naast zijn schrijverschap, waarbij hij pleitte voor het goed recht van de Vlaamse taal, speelde hij als vrijzinnig flamingant een belangrijke rol in de Vlaamse Beweging. Hij was werkzaam als literair criticus en als journalist (Vlaamse Gids, De Nieuwe Rotterdamsche Courant, De Kleine Gazet, De Nieuwe Gazet). Hij was één van de oprichters van de Koninklijke Vlaamse Academie.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen http://theater.ua.ac.be/nevb/html/Rooses,%20Max.html
NaamDelcroix, Désiré
Datums° Deinze, 12/09/1823 - ✝ Schaarbeek, 04/10/1887
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; ambtenaar; leraar
BioDesiré Delcroix begon zijn carrière in 1840 als ambtenaar. In 1849 schakelde hij over naar het onderwijs, maar tien jaar later keerde hij terug als ambtenaar bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In die hoedanigheid hielp hij o.m. om eenduidige spellingsregels te ontwerpen voor het Vlaams. Delcroix was daarnaast auteur van romans en toneelstukken. Hij was ook lid van verschillende Vlaamse strijdverenigingen, en hij was stichtend lid van de KANTL. Hij bleef lid tot aan zijn dood in 1887.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Bronnen https://nevb.be/wiki/Delcroix,_D%C3%A9sir%C3%A9 ; https://anet.be/record/isaarlh/au::5186/N
NaamLassence, Margareta Laura Augusta
Datums° Luik, 19/12/1857
GeslachtVrouwelijk
BioMargareta Laura Augusta Lassence was gehuwd met Hippoliet Haerynck (huwelijkscontract bij notaris Clavareau te Brussel op 18/06/1884). Ze scheidde van haar man op 12/05/1900 te Brussel.

Naam - plaats

NaamAntwerpen
GemeenteAntwerpen
NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamBrussel
GemeenteBrussel
NaamGent
GemeenteGent

Naam - instituut/vereniging

NaamDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
BeschrijvingDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Datering1886-heden
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelDe Nederlansche spectator (periodiek)
AuteurLindo, P.
Datum1856-1908
PlaatsArnhem
UitgeverThieme
TitelTijdspiegel (periodiek)
Datum1844-1921
PlaatsArnhem
UitgeverD.A. Thieme
TitelDe Leeswijzer: nieuws- en advertentieblad ter bevordering van kunst en letteren (periodiek)
Datum1886-1889
PlaatsHaarlem
UitgeverGosler
TitelDe Portefeuille (periodiek)
Datum1879-1895
PlaatsAmsterdam
UitgeverOlivier
TitelBerliner Tageblatt (periodiek)
Datum1872-1939
PlaatsBerlijn
UitgeverRudolf Mosse
TitelKölnische Zeitung (periodiek)
Datum1798-1945
PlaatsKeulen
UitgeverDuMont-Schauberg
TitelThe Athenaeum: London literary and critical journal (periodiek)
Datum1828-1921
PlaatsLonden
Uitgever[s.n.]
TitelDe kleine gazet (periodiek)
Datum1874-1888
PlaatsAntwerpen
UitgeverMees, Benedictus
Links[wikipedia]

Titel14/12/1886, Brussel, Hippoliet Haerynck aan [Guido Gezelle]
EditeurBirgit Ampe; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderHaerynck, Hippoliet
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum14/12/1886
VerzendingsplaatsBrussel (Brussel)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 211x135
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5740
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12035
Inhoud
IncipitDezer dagen ontving ik van den h. Secretaris
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.