<Resultaat 1005 van 2159

>

p1+
Zeer Eerw. en hoog geachte Heer en vriend,

Ik haaste my U eerw te antwoorden[1] Vlaamsch Dialecticon[2] voor insel etc. By W. Bilderdijk, verklarende geslacht lyst der naawoorden Derde deel blz. 173 leest men Unster vrouwelijk § 100. Het is eene contractie van het latynsche unistatera 't geen in tegenstelling van de bilanx[3] gezegd werd als enkele tegen de tweeschalige wage of evenaar 't werd by ons ook knipwaag genoemd. . . .[4]

2° wat het woord ensteknip[5] betreft Ik moet in alle ootmoedigheid bekennen dat dit eene my ontsnapte drukfaut is het moest en moet zyn enster idem knip-waghe zyn myn Kiliaan is van 1599, gansch gelyk als den Uwe zonder de p2noten van Van Hasselt[6] de myne heeft enster, ensser entster unster fris.[7] id est unsel statera
[8] unsel, unster unssel enssel id est knip-waghe Statera: trutina campana.

3° in N° 12 Oostermaand 1887 van Loquela staat aandragen[9] in den zin van aan trekken gehoord te Brussel. Ik denk dat het overal, in Brabant en de provincie Antwerpen, die beteekenis heeft. ook Sleeckx en J. Heremans[10] se soucier en Kiliaan hebben ook het woord assumere[11] in dien zin

4° Bisdom[12] évêché, ik ben in het bisdom geweest j'ai été à l'évêché hoort men in Braband en licht overal dagelyks. Sleekx vertaalt évêché door bisdom sticht en sticht in dit is by Weiland een gebouw dat byzonderlyk voor eenen p3bisschop enz. geschikt is. Pausdom[13] het hof erin heb ik nooit gehoord

5 Bevloeken[14] is by ons overvloeken

6 Bosse[15] is by ons bus

7 Grondhertelyk[16] zou men overal mogen gebruiken

8 Havering[17] Ik meen in die zin davering gehoord te hebben

9 in werke[18] is by ons in 't werk

10 Leme[19] leem, gezeid van visch-lemen, vlas-lemen (Vlaamsch Idioticon) overal in Brabant ook by Kiliaan

11 Slaap koove[20] Slaap koof slaapkap in Brabant

12 Verglazen[21] wy zeggen glaze of verglansde patâten

13 enz. enz. De tyd laat me nietp4toe om meer te schryven. Misschien zou ik u later nog kunnen van dienst zyn. maar myn oude iever[22] vergaat allengskens met de jaren, enz enz

Ik hoop dat myn schryven u aangenaam zal wezen. maar ik betreur bitter dat woord. ensteknip hoe toch zoo’n drukfeilen mogelyk zyn! en daar staan er nog. ook is myn exemplaar vol noten gekrabbeld.

Uw zeer toegenegen Vriend
Pastor Schuermans

Naschrift 1. Hoe staat het met de Vlaamsche academie?

2. Ik had U edele in logement verwacht met het jubelfeest[23] van Tyd en vlyt, maar heb U maar van verre gezien!

Noten

[1] Gezelle heeft Schuermans om nadere informatie gevraagd over het woord “unsel, insel” voor het lemma ”verinselen“ in: Loquela: 7 (meimaand 1887 ) 1 p.2 e.v.. Hij neemt een stukje uit de brief over.
[2] De titel van Schuermans‘ werk is ”Algemeen Vlaamsch Idioticon”. Toch schrijft Schuermans hier de afkorting D. wat eigenlijk naar Dialecticon verwijst. In andere brieven spreekt hij wel van Idioticon. Bijv. Brief van 3 november 1887.
[3] Letterlijk overgenomen uit Bilderdijks ”Verklarende geslachtslijst“ onder het lemma “unster”. Gezelle stipt in Loquela: (meimaand 1887) 1, p.8 aan, dat het woord “unistatera” in het Latijn niet bestaat: ”maar na Tuinman komt Bilderdijk, en hij zegt vlak af, zoo de man al pleegt: ”Unster is unistatera, dus vrouwelijk!” Daar en ontbreekt hier maar een dingen, en ’t is unistatera zelve, 't Woord en bestaat niet: hoe zou 't unster geworden zijn?

Maar de groote man heeft al meer gedurfd ja als dat, en die Bilderdijks w. peer (Fr. poire) kan inzwelgen, als gemaakt zijnde van den boekstaf pee- en den uitbouw -er, omdat namelijk de P, met heur dik lijf en heuren langen steert, eene “péér” gelijkt, dien zal ik Bilderdijk zijne (uit de blauwe locht gegrepene) unistatera voor nieten toegeven, en geluk dermeê!

Unistalera is enkel Bilderdijksch latijn: het woord en staat noch in Forcellini, noch in Roberti-Stephani, noch in Doederlein, noch in Freund, noch in George, noch in Jungst, noch in Ducange (middeleeuwsch en kerklatijn), noch in een van de boeken die handelen over het Roomsche maat-, munt- en gewichtwezen.”

Het woord komt in oude Latijnse woordenboeken (Ambrosius Calepinus, Samuel Pitiscus) inderdaad niet voor. Gezelle verwijst daarbij naar wat Carolus Tuinman als verklaring geeft: ”Mogelyk is un een, én ster, dan verkort van statera“ Bilderdijk neemt dit over zonder te vermelden dat het een aanname is. Ook Vercoullie (Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 1925/2, blijkt die theorie genegen: ”unster” v., uit Lat. unistateram (-a) (unus = een: (…), __ statera = weegschaal).

[4] Gezelle neemt dit stukje brief over in: 7 (meimaand 1887 ) 1 p.7 onderaan.
[5] In L. W. Schuermans, Algemeen Vlaamsch Idioticon, 1865, staat onder ”uisel”: … ensser, enssel, ensteknip, waeghe..... Gezelle vroeg wellicht aan Schuermans vanwaar ensteknip komt.
[6] Gerard Van Hasselt heeft het Etymologicum van Kiliaan in 1777 met voetnoten uitgegeven.
[7] Bij Kiliaan staat achter de lemmata na enster, de afkorting Fris. wat Frisium of Fries betekent.
[8] Kiliaan heeft twee ingangen: enster en unsel.
[9] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p.89: AANDRAGEN, droeg aan, aangedragen. = Aantrekken. — Daar 'n draag ik mij nichs van aan ! Geh. Brussel.
[10] J.F. Heremans, Nederlandsch-Fransch Woordenboek, 1869, p.4 geeft ”zich iets aandragen: se soucier de qc”.
[11] In het Etymologicum van Kiliaan staat onder ”aen draghen”: arrogare, assumere, attribuere, vendicare. Ick draghe my dat aen. Id mihi assumo.
[12] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p. 90: BISDOM, het. = Het hóf van den Bischop, de Bischoppelijke woonste. — Jans broere weunt in 't bisdom ais lijfknape van zijne Hoogweerdigheid. Geh. West- en Oostvlanderen. 't Wondert mij dat ik dat w. nievers te boeke en vinde.
[13] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p. 94: PAUSDOM , het. = Het hof, de woonstee van den Paus, het Vaticaan. — Als hij in 't pausdom toekwam ze zeiden hem dat zijne heiligheid bezig was met Messe te doene. Geh. Kortrijk. Vrglk Bisdom.
[14] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p. 90: BEVLOEKEN , bevloekte, bevloekt. = Met vloeken aanvallen, vloekende bekijven. — Kinders en willen van hunne ouders nietbevloekt zijn. Geh. Rekhem, in W.-Vl.
[15] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p. 91: BOSSE , de. = IJzeren koker, die van binnen in de nave van 't wiel zit. Geh. Oost-Vl.
[16] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p. 91: GRONDHERTIGLIJK . - Uit den grond des herten, van 's herten gronde. — 't Is mij grondhertiglijk leed dat ik u misdaan hebbe. Geh. Wercken.
[17] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p. 91: HAVERING, de. = Schuddinge, pak slagen, zonder kwetsen. — 'k Zal u eene havering geven dat gij 't zult onthou'en ! Geh. Antwerpen.
[18] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p. 91: IN WERKE . = Werk hebbende, werkende. — Waar - werkt uw man nu? Hij is in werke te Moscroen. Geh. Rekhem.
[19] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p. 93: LEME, de, meervoud lemen. = Grate, graten van den visch. Geh. Brussel. De visch bestaat, ten ruwsten gesproken, uit a) de grate of

leme; b) het gewei, de beulinge, het ingewand; c) de kruime. De kruime ligt op en over de grate of leme, net gelijk de bast, of het eigentlijk taaie en duurzame vlas, over en rondom de brooze en stijve (vlas)leme ligt. Hoe nauwkeurig moet het volk dat waargenomen en nagespeurd hebben om de grate van den visch en de grate van het vlas de leme te heeten !

[20] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p. 94: SLAAPKOOVE, de, bij klankverkortinge slapkoove.-=z Slaapmutse. Geh. Meulebeke.
[21] Zantekoorn. In: Loquela: 7 (Oostermaand 1887) 12, p. 95: VERGLAZEN verglaasde, verglaasd. = Glas of glasachtig worden of doen worden, 't Woord staat in Kramers. Bij 't volk hoort ge van Eerrappels die verglazen, d. i. hard en eenigszins doorschijnend worden, gelijk oud en verduisterd glas
[22] ijver, werklust
[23] Het jubelfeest (50-jarig bestaan) van ”Met Tijd en Vlijt” had plaats op zondag 8 mei 1887.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSchuermans, Lodewijk Willem
Datums° Kampenhout, 26/01/1821 - ✝ Wilsele, 30/08/1891
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; auteur
BioLodewijk Schuermans volgde vanaf 08/05/1843 de priesteropleiding aan het grootseminarie te Mechelen. Op 20/12/1845 werd hij priester gewijd. Hij was onderpastoor van de parochie Sint-Martinus te Melsbroek van 30/12/1845 tot 23/04/1852 en vervolgens van het Groot Begijnhof te Leuven tot 25/09/1868. Vanaf dan was hij pastoor van de Sint-Martinusparochie te Wilsele. Zijn interesse voor en activiteit op het vlak van de taalkunde weerspiegelt zich in zijn taalkundige bijdragen die hij, naast de vele artikels rond religieuze en heemkundige thema’s, in verschillende tijdschriften publiceerde, zoals "Eenparigheid in de spelling onzer nederduitsche tael" (Leuven, 1862), "Nicolaas van Winghe en de Vlaamse bijbelvertaling" (Leuven, 1863), "Vlaamsche schrijvers der oude Hogeschool te Leuven" (Leuven, 1863). Op 20/12/1863 sprak hij de redevoering "Belgen zijt aan uwe Vlaamsche taal gehecht uit liefde voor ’s vaderlands onafhankelijkheid" uit tijdens de jaarzitting van Met Tijd en Vlijt. Het bekendst is hij wegens de samenstelling van zijn "Algemeen Vlaamsch Idioticon", uitgegeven door Met Tijd en Vlijt te Leuven, 1865-1870.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Schuermans,_Lodewijk_W.

Briefschrijver

NaamSchuermans, Lodewijk Willem
Datums° Kampenhout, 26/01/1821 - ✝ Wilsele, 30/08/1891
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; auteur
BioLodewijk Schuermans volgde vanaf 08/05/1843 de priesteropleiding aan het grootseminarie te Mechelen. Op 20/12/1845 werd hij priester gewijd. Hij was onderpastoor van de parochie Sint-Martinus te Melsbroek van 30/12/1845 tot 23/04/1852 en vervolgens van het Groot Begijnhof te Leuven tot 25/09/1868. Vanaf dan was hij pastoor van de Sint-Martinusparochie te Wilsele. Zijn interesse voor en activiteit op het vlak van de taalkunde weerspiegelt zich in zijn taalkundige bijdragen die hij, naast de vele artikels rond religieuze en heemkundige thema’s, in verschillende tijdschriften publiceerde, zoals "Eenparigheid in de spelling onzer nederduitsche tael" (Leuven, 1862), "Nicolaas van Winghe en de Vlaamse bijbelvertaling" (Leuven, 1863), "Vlaamsche schrijvers der oude Hogeschool te Leuven" (Leuven, 1863). Op 20/12/1863 sprak hij de redevoering "Belgen zijt aan uwe Vlaamsche taal gehecht uit liefde voor ’s vaderlands onafhankelijkheid" uit tijdens de jaarzitting van Met Tijd en Vlijt. Het bekendst is hij wegens de samenstelling van zijn "Algemeen Vlaamsch Idioticon", uitgegeven door Met Tijd en Vlijt te Leuven, 1865-1870.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Schuermans,_Lodewijk_W.

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamWilsele
GemeenteLeuven

Naam - persoon

NaamSchuermans, Lodewijk Willem
Datums° Kampenhout, 26/01/1821 - ✝ Wilsele, 30/08/1891
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; auteur
BioLodewijk Schuermans volgde vanaf 08/05/1843 de priesteropleiding aan het grootseminarie te Mechelen. Op 20/12/1845 werd hij priester gewijd. Hij was onderpastoor van de parochie Sint-Martinus te Melsbroek van 30/12/1845 tot 23/04/1852 en vervolgens van het Groot Begijnhof te Leuven tot 25/09/1868. Vanaf dan was hij pastoor van de Sint-Martinusparochie te Wilsele. Zijn interesse voor en activiteit op het vlak van de taalkunde weerspiegelt zich in zijn taalkundige bijdragen die hij, naast de vele artikels rond religieuze en heemkundige thema’s, in verschillende tijdschriften publiceerde, zoals "Eenparigheid in de spelling onzer nederduitsche tael" (Leuven, 1862), "Nicolaas van Winghe en de Vlaamse bijbelvertaling" (Leuven, 1863), "Vlaamsche schrijvers der oude Hogeschool te Leuven" (Leuven, 1863). Op 20/12/1863 sprak hij de redevoering "Belgen zijt aan uwe Vlaamsche taal gehecht uit liefde voor ’s vaderlands onafhankelijkheid" uit tijdens de jaarzitting van Met Tijd en Vlijt. Het bekendst is hij wegens de samenstelling van zijn "Algemeen Vlaamsch Idioticon", uitgegeven door Met Tijd en Vlijt te Leuven, 1865-1870.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Schuermans,_Lodewijk_W.
NaamVan Hasselt, Gerard
Datums° Arnhem, 27/08/1751 - ✝ Velp, 16/12/1825
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; burgemeester; historicus
VerblijfplaatsNederland
BioG. Van Hasselt studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht en behaalde zijn doctoraat op 24 juli 1773. Hij vestigde zich als advocaat te Arnhem. In 1789 werd hij er burgemeester en in 1793 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Hij geeft in 1777 het “Etymologicum” van Kiliaan uit met verrijkte en uitgebreide voetnoten, waarin hij woorden uit Kiliaans woordenboek staaft met voorbeelden of verklaringen uit andere auteurs. Hij is eveneens de opsteller van het “Volledig Woordenboek der Geldersche taal” en publiceerde verder tal van andere werken over de Gelderse taal- en letterkunde en geschiedenis.
Links[dbnl]

Naam - plaats

NaamBrussel
GemeenteBrussel
NaamWilsele
GemeenteLeuven

Naam - instituut/vereniging

NaamDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
BeschrijvingDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Datering1886-heden
Links[wikipedia]
NaamMet Tijd en Vlijt
BeschrijvingHet Leuvense Nederduytsch Tael- en Letterlievend Genootschap Met Tijd en Vlijt is het oudste literair-cultureel studentengenootschap in Vlaanderen, gesticht door Emmanuel van Straelen in 1836. De voorzitter was steeds een hoogleraar. Van bij het begin waren het illustere namen als J.B. David (1838), Pieter Willems (1866) en Paul Alberdingk-Thijm (1898). Actieve leden waren o.m. Eugeen van Oye, Albrecht Rodenbach en Pol de Mont. Het genootschap telde aanvankelijk drie afdelingen, nl. voor letterkunde, voor geschiedenis en voor wetenschappen, vanaf 1866 aangevuld met een ‘redekundige’ afdeling voor het gesproken woord. In de beginjaren steunde het genootschap tal van Vlaamse initiatieven en kwam het op voor het gebruik van het Nederlands in onderwijs, bestuur en gerecht. Door een meningsverschil tussen Willems en Alberdingk-Thijm kwam er rond 1876-77, na de oprichting van het Davidsfonds in 1875 als antwoord op het liberale Willemsfonds, ook verdeeldheid bij de studenten, waarbij Rodenbach en de West-Vlamingen de kant van Thijm kozen, maar de meerderheid van de studenten, onder wie Pol de Mont, de kant van Pieter Willems, die overigens na 1878 Thijm als voorzitter van het Davifdsfonds opvolgde. Na 1900 spitste Met Tijd en Vlijt zich opnieuw toe op wat het oorspronkelijk was: een taal- en letterlievend genootschap, maar geleidelijk aan verloor het zijn aantrekkingskracht bij de brede studentenpopulatie en bleven vooral germanisten over. In 1937 werd het 100-jarig bestaan nog feestelijk gevierd, met o.m. eredoctoraten voor Streuvels, Verschaeve en Van Duinkerken, maar tijdens en onmiddellijk na de tweede wereldoorlog was zijn letterkundige en Vlaamse rol uitgespeeld.
Datering20/10/1836-1945

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelGeslachtlijst der Nederduitsche naamwoorden, op stellige taalgronden gevestigd
AuteurBilderdijk, Willem
Datum1822
PlaatsAmsterdam
UitgeverSepp en Zoon
TitelEtymologicum Teutonicae linguae sive dictionarium Teutonico-Latinum
AuteurKiliaan, Cornelis; van Hasselt, Gerard
Datum1777
PlaatsTraiecti Batavorum
UitgeverDe Meyere
TitelNederduitsch Taalkundig Woordenboek
AuteurWeiland, Pieter
Datum1799-1811
PlaatsAmsterdam
UitgeverJohannes Allart
Links[dbnl]
TitelAlgemeen Vlaamsch Idioticon
AuteurSchuermans, Lodewijk W.
Datum1865-1883
PlaatsLeuven
UitgeverGebroeders Vanlinthout en Karel Fonteyn
TitelDictionnaire complet Français-Flamand - Volledig Nederduitsch-Fransch woordenboek. (2 delen)
AuteurSleeckx, Domien; Van de Velde, Jaak
Datum1848-1851
PlaatsBrussel
UitgeverGreuse
TitelEtymologicum Teutonicae linguae sive dictionarium Teutonico-Latinum
AuteurKiliaan, Cornelis (van Kiel, Cornelis)
Datum1599
PlaatsAntverpiae
Uitgeverex officina Plantiniana, apud Ioannem Moretum
TitelNederlandsch-Fransch Woordenboek
AuteurHeremans, J.F.
Datum1869
Plaatss-Hertogenbosch [etc.]
UitgeverBogaerts [etc.]

Titel04/06/1887, Wilsele, Lodewijk Willem Schuermans aan [Guido Gezelle]
EditeurStefaan Maes; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderSchuermans, Lodewijk Willem
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum04/06/1887
VerzendingsplaatsWilsele (Leuven)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 211x134
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5825
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12137
Inhoud
IncipitIk haaste my U eerw te antwoor-
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.