<Resultaat 1138 van 2044

>

p1+
Zeer Eerw. Heer & Vriend in Christo

Het ware moeielyk om van u niet te spreken voor de Vlamingen die in het noorden van Pruisen reizen, langs de Baltische zee, waar men zoo menige teekens tegenkomt van den invloed onzer voorvaderen. Wy hebben twintig keeren, sedert 9 dagen, en misschien nog meer, met alle slag van menschen gesproken, in ons plat vlaamsch, en byzonderlyk in den brugschen tongval voor zoo vele wy hem machtig zyn; en iederen keer, op onze vrage of wy verstaan waren, antwoordde men ons "O ja, dat is platdeutsch!"

Het was eenvoudig onze tale p2die hier ter streke door vlaamsche landverhuizers over verschille eeuwen ingebracht wierd, en die onder het volk nog blyft leven.

Daarover zulen wy later spreken.

Ondertusschen willen wy u, zonder uitstel, eenige staalkens geven van oude plat-duitsche d. i. vlaamsche opschriften die wy hier en daar bemerkt en aangeteekend hebben. Wy zenden ze u met het gedacht dat zy in u zullen 'nen aandachtigen lezer vinden die , mogelyks, nog eenig nut eruit zal weten te trekken voor de studie van onze moedertaal.

p3
Aan den Zeer Eerw. en Hooggeachten Heer ende Meester doctor Guido Gezelle lid der Koninklyke Taalkamer te Kortryk.

Te Lubeck, in den Dom, staat er op eenen steen, in den Noorderchoor te lezen[1]

Anō Dmǐ[2] MCCCC° LXVIII°[3] XI° in junio, do starf Albert besschop to Brugge in Flanderē[4] Got zij der seelē[5] barmhertich – ūn[6] heft desse lāpen[7] bestedigtet to ewigē[8] dagē[9] to holdēne dach ūn[10] nacht, bij den prestere, de hir Unser Levē[11] Vrowē[12] tiden holdē[13] in desseme dome; so de besegelde breff wol uth wist.

De lamp hangt daar nog recht over en men kan er op lezen:

+ Int jaer M CCCC LXI[14] fūderde[15] Albert bysschop desse lāpe[16] te Lubeckt in dem dome en de heren de de VII getydē[17] holdē[18] achter den chore sin sculdych dese lāpe[19] bernēde[20] to holden to ewegē[21] dagē[22] sunder unterlat[23] als dize de biscop ūn[24] kappitelle besegelt heft.

Toegezonden door J. B.

Te Lübeck in de Marienkirche is er al den Zuidkant, in de "Briefcapelle" eene schilderie waarop eene schipbreuke verbeeld staat, en waar men ook de volgende opschriften kan lezen: “Anno Dmi[25] MCCCCLXXXIX[26] des Fridages voor alle gades hilgē[27] do bleff[28] schipper frans ben up de Berger reisē[29] vor den kerk siinde mit XXXIII man de God al gnedig si Ptr nstr[30] vor alle Christēn seelen.

In de zelfde schilderiep4lezen wy ook het volgende:

"Och guden gesellĕ holdet[31] nicht to licht er gi to scepe gat[32] gat jo[33] to der Bicht et was so kort ene tyt dat wi unser lebendes[34] wurdĕ quid e pr nr[35] vor alle Christe seelen"

gezonden door HR.

Uit oude liederen:

Lûbecke aller stêden schône
van riken Êren dragestu de Krône[36]

In de verhoorzael van het Rathhaus Lubeck leest men:

Beide Part schal een Richter horen unde dan ordeln.

In den doodendans, geschildert in de Marien-Kirche Lubeck, spreekt het wiegekind tot de dood:

O dot wo schall ick dat vorstan?
Ick schall danssen unde kann nich gan.

gezonden door LBl.

“Christus is myn levent unde Sterven is myn gewinst. Ick weth dat min vorlosser levet unde he werde mi hernamals uth der erde upwecken. Salig sint de doden de yn den Heren sterven van nu an.”

(Grafstede van Henrich Von der Luhe. + 1595 te wismar in de nicolay kirche)

G. D.

Nevens die grafstede staat er op eene andere, van 1660, onder andere woorden: "Ich weijs das mein Erlöser lebet und er wirdt mich ernach aus den erden auferwecken zur ewigen frwd und sëlicheit" Gy ziet het verschil op 65 jaar afstand

HR.

p5
Wieck düvel wieck, wieck wiet van my
Ick scheer my nig een haar üm dy,
Ick büm een mecklenbürgsch edelmann
wat geit die, düvel, mien suppen an?
Cistenzienzer Kirche zŭ Doberan In der Bulow-Capelle
E. D.

Noten

[1] Gepubliceerd: Wetensweerdigheden. In: Bijblad van Loquela: (Wiedmaand 1888) 2, n°89 tot n°93
[2] Anno Domini
[3] 1468
[4] Flanderen
[5] seelen
[6] unde
[7] lampen
[8] ewigen
[9] dagen
[10] unde
[11] Leven
[12] Vrowen
[13] holden
[14] 1461
[15] funderde
[16] lampe
[17] getyden
[18] holden Uitleg van Gezelle in Loquela: (onder)houden
[19] lampe
[20] bernende Uitleg van Gezelle in Loquela: brandende
[21] ewegen
[22] dagen
[23] Uitleg van Gezelle in Loquela: verzuim
[24] unde
[25] Domini
[26] 1489
[27] hilgen Uitleg van Gezelle in Loquela= Gods Heiligen
[28] Uitleg van Gezelle in Loquela =bleef
[29] reisen
[30] Pater Noster
[31] Uitleg van Gezelle in Loquela=houdt
[32] Uitleg van Gezelle in Loquela=gaat
[33] Uitleg van Gezelle in Loquela=ja, toch
[34] Uitleg van Gezelle in Loquela=levens
[35] Pater noster
[36] Johann Broling, Lübecker Kaufmann und Ratsherr, um 1450

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRommel, Hendrik
Datums° Rumbeke, 08/06/1847 - ✝ Brugge, 16/07/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; schooldirecteur; inspecteur
BioHendrik Rommel, zoon van Ivo Rommel, uurwerkmaker en schepen,te Rumbeke en Carolina Bossaert, studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare (studeerde af in 1867). Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 23/12/1871. Hij studeerde verder aan de universiteit van Leuven. In oktober 1873 werd hij huisleraar bij de familie van Caloen en in september 1874 leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In september 1883 werd hij principaal van het Sint-Lodewijkscollege tot 26/09/1896. Hij was betrokken bij de inrichting van de collegekapel. Hij liet ook een nieuwe studiezaal bouwen. Hij vroeg Gezelle geregeld om gelegenheidsgedichten voor festiviteiten in het Sint-Lodewijkscollege. Hij werkte mee aan Rond den Heerd en Biekorf. Op 14/03/1892 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij was lid (1895-1915) en voorzitter van de Bibliotheekcommissie van de Stad Brugge. Op 26/09/1896 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges en hij stichtte de “revue pratique de l’enseignement” voor de scholen in het bisdom Brugge (1896). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de universiteit Leuven en hij werd titulair kanunnik van de Brugse kathedraal (26/03/1908).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; aanvrager gelegenheidsgedichten
NaamJ.B.

Briefschrijver

NaamRommel, Hendrik
Datums° Rumbeke, 08/06/1847 - ✝ Brugge, 16/07/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; schooldirecteur; inspecteur
BioHendrik Rommel, zoon van Ivo Rommel, uurwerkmaker en schepen,te Rumbeke en Carolina Bossaert, studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare (studeerde af in 1867). Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 23/12/1871. Hij studeerde verder aan de universiteit van Leuven. In oktober 1873 werd hij huisleraar bij de familie van Caloen en in september 1874 leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In september 1883 werd hij principaal van het Sint-Lodewijkscollege tot 26/09/1896. Hij was betrokken bij de inrichting van de collegekapel. Hij liet ook een nieuwe studiezaal bouwen. Hij vroeg Gezelle geregeld om gelegenheidsgedichten voor festiviteiten in het Sint-Lodewijkscollege. Hij werkte mee aan Rond den Heerd en Biekorf. Op 14/03/1892 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij was lid (1895-1915) en voorzitter van de Bibliotheekcommissie van de Stad Brugge. Op 26/09/1896 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges en hij stichtte de “revue pratique de l’enseignement” voor de scholen in het bisdom Brugge (1896). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de universiteit Leuven en hij werd titulair kanunnik van de Brugse kathedraal (26/03/1908).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; aanvrager gelegenheidsgedichten
NaamJ.B.

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamMaagdenburg

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamJ.B.

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamLubeck
NaamMaagdenburg

Naam - instituut/vereniging

NaamDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
BeschrijvingDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Datering1886-heden
Links[wikipedia]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Rommel, Hendrik
J.B.

Correspondenten

Gezelle, Guido
Rommel, Hendrik
J.B.

Naam - instituut/vereniging

De Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde

Naam - persoon

onbekend
Gezelle, Guido
J.B.

Naam - plaats

Kortrijk
Lubeck
Maagdenburg

Plaats van verzending

Maagdenburg

Titel26/08/1888, Maagdenburg, [Hendrik Rommel en J.B.] aan Guido Gezelle
EditeurBart Vandekerkhove; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Rommel, Hendrik]
VerzenderJ. B.
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum26/08/1888
VerzendingsplaatsMaagdenburg
AnnotatieBriefversie van datering: 26 oegst 1888 ;adressant gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd infragmenten door Gezelle bewerkt en gepubliceerd in: Wetensweerdigheden. - Bijblad van Loquela (Wiedmaand 1888) nr. 2, n° 89-93
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel en enkel vel, 222x144
wit
papiersoort: 5 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op zijde 1 linksboven: 9 foto's met onderschrift: Doberan. // Lichtdruck. B. Beckmann Doberan.
op zijde 5 in het midden: foto van Ostseebad Heiligendamm Hof-Photograph Beckmann. met onderschrift: Lichtdruck. B. Beckmann Doberan.
brief bevat verschillende handschriften p.1-2: Rommel
p.3 J.B. en onderaan Rommel, p.4-5 Rommel
verwijzing naar verschilende personen die Duitse opschriften voor Gezelle hebben verzameld naast J.B. en Hendrik Rommel (H.R.): L. Bl.
G.D. en E.D.
Toevoegingen op zijde 1 in de linkermarge: Opschriften overgedrukt in Loquela 1888-1889, Bijblad Wiedmaand 1888, n° 89-93 (inkt, verticaal, hand P.A.); op zijde 2 rechts onder de brief: [H. Rommel] (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6048
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12335
Inhoud
IncipitHet ware moeie-
Tekstsoortbrief
TalenNederlands; Nederduits
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.