<Resultaat 1235 van 2126

>

p1
Westbrook House
Leamington
Warwickshire

Dear Père Gezelle

I hope you have not quite forgotten me. When I was living some 18 or 19 years ago with my husband & two little Baby girls[1] at Bruges, Quai Ste Anne - you often came to see us, & I always think of you with great esteem & respect. We used to interchange books sometimes I lending you some of mine that interested you & you bringing me yours to see - I have found among my books one that I have not come across for a very long time & I cannot be sure if it is yours or mine, It is called[2]p2it is bound in white parchment. I have felt quite scrupelous about it, for fear it should be one of yours that through some mistake was never returned & have fears of suffering in Purgatory for it! I have procured the address[3] on this letter from a Priest[4] at St Anne’s in Bruges, I suppose the Curé as I adressed my letter of inquiry to him, so I hope my letter will reach you -

Will you write & tell me if the above book is yours, & if there is any other you miss - that you lent Mr. Kavanagh, or myself - On my return to England, my husband sold the greater part of my books, furniture &c - so that numbers of works wentp3recklessly & many sets spoiled by odd vols - being sold - for I never saw the things, on the sale - If the book I have is yours I will return it to you - & if you name any other I will look for it among the few books I have now & if I do not find it, I hope you will understand that I have not willingly detained it & forgive our carelessness if it has been overlooked before we left Belgium - I have been living apart from my husband the last 15 years[5] My two little girls are now grown up young ladies. And I manage to keep a home for them here, & keep them in their own rank of life though my means are so small it is with difficulty I manage to do so. They are very dear good girls, a great comfort to me, & beloved by all who know themp4We have a lovely Church here, very zealous, good Priests & all our services so well carried out. Tell me how you are - what position you hold at Courtray - & how long you have been there. Do you remember my son Edward Vavasour a boy who walked in the Procession of the St Sang.[6] as Philipe le Bel[7] with the sons of the “Van Calouns”?[8] He went to New Zealand for some years, & has now come to England having been very unfortunate after very successful farming in which he invested all his money, by unexpected & unfortunate circumstances lost all! He is at present with me, but most anxious to get some employment - My eldest son is now Sir William Vavasour - Do write to me soon & make my mind easy about your books if I have any & let me know your correct address

Pray for - Yours sincerely & respectfully
M.C. Kavanagh

Noten

[1] Dotty en Blanche Kavanagh zijn de dochters uit haar tweede huwelijk en zijn in april 1889 respectievelijk 23 en 22 jaar oud.
[2] Mary vergeet de titel te noteren.
[3] Tijdens Gezelles Kortrijkse periode is hij meermaals verhuisd. Tussen 1880 en 1894 was zijn adres aldaar Handboogstraat 13.
[4] Op de parochie van Sint-Anna was Edmond Van Lede (1828-1912) pastoor van 1869-1893 en Petrus Welvaert (1843-1897) onderpastoor van 1875 tot november 1889.
[5] Uit de documenten van de echtscheidingsprocedure uit 1887 blijkt dat Mary en Maurice niet meer samenleefden sinds 1875, toen hij in India ging werken. Na zijn terugkeer in 1782 zijn de echtelieden niet meer gaan samenwonen. Mary’s getuigenis spreekt voorts over hoe Maurice tijdens hun huwelijk ”by his drunkenness and extravagance caused great misery and unhappiness to me while we lived together and greatly reduced my Property”. Voor haar hoefde het samenleven dus niet meer.
[6] Mogelijk doelde ze op de Heilige Bloedprocessie van 3 mei 1869. In De Westvlaming van 1 mei 1869 staat een uitgebreid overzicht van alle groepen die mee zullen opstappen op deze 50ste editie. Zo lezen we dat leerlingen van het Sint-Lodwijkscollege zich rond de standaard van de Passie scharen, en dat een van de leerlingen de figuur van Filips de Schone zou uitbeelden, onder wiens heerschappij het broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van de Zeven Weeën werd ingesteld. Edward Vavasour, die toen 13 was, en de zonen van Caloen - Joseph (°1853), Albert (°1856) en Ernest (°1859) - zouden dus van de partij geweest zijn, hoewel zij geen leerlingen waren aan het Sint-Lodewijkscollege. Een verklaring zou dan kunnen zijn dat Savina van Caloen daartoe haar invloed had uitgeoefend.
[7] Ze bedoelt eigenlijk Philippe Le Beau, want het was onder deze hertog dat het broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van de Zeven Weeën in 1499 werd opgericht. Philippe le Bel was de Franse koning van 1285 tot 1314.
[8] Het echtpaar Savina en Charles van Caloen.

Register

Correspondenten

NaamClifford, Mary Constantia; Kavanagh, Mary Constantia
Datums° Devon, 29/03/1825 - ✝ Warwick, 18/03/1898
GeslachtVrouwelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsEngeland
BioDe adellijke Mary Constantia Clifford was de dochter van Hugh Charles, zevende Baron Clifford van Chudleigh (1790-1858) en Mary Lucy Weld (1799-1831). Ugbrooke Park (Devon) was haar geboorteplaats. Ze stamde af van een familie van ‘recusanten’ die na de Reformatie trouw bleven aan het katholiek geloof, ondanks alle gevaren en discriminatie vanwege de Kerk van Engeland. Haar eerste man, William Joseph Vavasour, Esq. (Esquire), was de zoon van Sir Edward Marmaduke Vavasour (1786-1847) en Marcia Bridget Lane-Fox (1792-1826). William was als jongeman in 1842 met leden van de families Weld en Clifford naar Nieuw-Zeeland vertrokken, maar keerde naar Engeland terug om op 12 januari 1846 te huwen met Mary Clifford in Allerton Park (Yorkshire). Samen kregen ze zeven kinderen waarvan er zes de volwassen leeftijd bereikten waaronder Mary Vavasour. Na de dood van zijn vader beheerde William de familiedomeinen in Hazlewood Castle (York) en Draycott Manor (Stafford). Zelf overleed hij op 11 januari 1860, amper 38 jaar oud. Op 8 februari 1865 hertrouwde Mary met Maurice Dennis Kavanagh, Iers burger en classicus. Het gezin reisde enkele weken later af naar Brugge, waar ze tot september 1869 hun domicilie hadden aan de Sint-Annarei 19. Ze woonden recht tegenover Guido Gezelle, die toen als onderpastoor van de Sint-Walburga, op de Verwersdijk 20 woonde. Mary onderhield goede contacten met Gezelle en ze wisselden vaak boeken uit. Tijdens Mary’s periode in Brugge kreeg ze twee dochters: Constantia (Dotty) en Blanche, en zette ze zich in voor het Engels Comité voor de Zoeaven. Omwille van de rechtenstudie van Maurice Kavanagh verhuisden ook Mary en de kinderen terug naar Engeland, naar Eldon house, Queen’s road, Clapham Park (Londen). Daar zorgde Mary voor het huishouden en de armen in de buurt. Ze zette haar engagement voor de ‘Altar Society’ (1851) van het diocees Westminster voort, ging dagelijks naar de mis, en bezocht trouw haar biechtvader, Father Lans bij de redemptoristen. Zeker tot 1889 correspondeerde ze met haar Brugse biechtvader en mentor Guido Gezelle over politieke, religieuze en persoonlijke aangelegenheden. Vanaf 1875 leefde ze gescheiden van haar tweede man, waarvan ze in 1887 officieel zou gaan scheiden. Vanaf 1886 woonde ze in Westbrook House, 3 Warwick Terrace (Leamington Spa). Mary verzorgde haar broer bisschop William J.H. Clifford (1823-1893), lid van Vaticanum I, tijdens de laatste fase van een slepende nierziekte. Mary Clifford stierf op 18 maart 1898, en werd als seculier lid van de Arme Klaren Coletienen begraven op het kloosterkerkhof te Baddesley Clinton (Warwick).
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.wikitree.com/wiki/Clifford-2829; https://www.ancestry.co.uk; The National Archives; Kew, Surrey, England; Court for Divorce and Matrimonial Causes, later Supreme Court of Judicature: Divorce and Matrimonial Causes Files, J 77; Reference Number: J 77/385/1698 ; https://www.ancestry.co.uk
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamClifford, Mary Constantia; Kavanagh, Mary Constantia
Datums° Devon, 29/03/1825 - ✝ Warwick, 18/03/1898
GeslachtVrouwelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsEngeland
BioDe adellijke Mary Constantia Clifford was de dochter van Hugh Charles, zevende Baron Clifford van Chudleigh (1790-1858) en Mary Lucy Weld (1799-1831). Ugbrooke Park (Devon) was haar geboorteplaats. Ze stamde af van een familie van ‘recusanten’ die na de Reformatie trouw bleven aan het katholiek geloof, ondanks alle gevaren en discriminatie vanwege de Kerk van Engeland. Haar eerste man, William Joseph Vavasour, Esq. (Esquire), was de zoon van Sir Edward Marmaduke Vavasour (1786-1847) en Marcia Bridget Lane-Fox (1792-1826). William was als jongeman in 1842 met leden van de families Weld en Clifford naar Nieuw-Zeeland vertrokken, maar keerde naar Engeland terug om op 12 januari 1846 te huwen met Mary Clifford in Allerton Park (Yorkshire). Samen kregen ze zeven kinderen waarvan er zes de volwassen leeftijd bereikten waaronder Mary Vavasour. Na de dood van zijn vader beheerde William de familiedomeinen in Hazlewood Castle (York) en Draycott Manor (Stafford). Zelf overleed hij op 11 januari 1860, amper 38 jaar oud. Op 8 februari 1865 hertrouwde Mary met Maurice Dennis Kavanagh, Iers burger en classicus. Het gezin reisde enkele weken later af naar Brugge, waar ze tot september 1869 hun domicilie hadden aan de Sint-Annarei 19. Ze woonden recht tegenover Guido Gezelle, die toen als onderpastoor van de Sint-Walburga, op de Verwersdijk 20 woonde. Mary onderhield goede contacten met Gezelle en ze wisselden vaak boeken uit. Tijdens Mary’s periode in Brugge kreeg ze twee dochters: Constantia (Dotty) en Blanche, en zette ze zich in voor het Engels Comité voor de Zoeaven. Omwille van de rechtenstudie van Maurice Kavanagh verhuisden ook Mary en de kinderen terug naar Engeland, naar Eldon house, Queen’s road, Clapham Park (Londen). Daar zorgde Mary voor het huishouden en de armen in de buurt. Ze zette haar engagement voor de ‘Altar Society’ (1851) van het diocees Westminster voort, ging dagelijks naar de mis, en bezocht trouw haar biechtvader, Father Lans bij de redemptoristen. Zeker tot 1889 correspondeerde ze met haar Brugse biechtvader en mentor Guido Gezelle over politieke, religieuze en persoonlijke aangelegenheden. Vanaf 1875 leefde ze gescheiden van haar tweede man, waarvan ze in 1887 officieel zou gaan scheiden. Vanaf 1886 woonde ze in Westbrook House, 3 Warwick Terrace (Leamington Spa). Mary verzorgde haar broer bisschop William J.H. Clifford (1823-1893), lid van Vaticanum I, tijdens de laatste fase van een slepende nierziekte. Mary Clifford stierf op 18 maart 1898, en werd als seculier lid van de Arme Klaren Coletienen begraven op het kloosterkerkhof te Baddesley Clinton (Warwick).
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.wikitree.com/wiki/Clifford-2829; https://www.ancestry.co.uk; The National Archives; Kew, Surrey, England; Court for Divorce and Matrimonial Causes, later Supreme Court of Judicature: Divorce and Matrimonial Causes Files, J 77; Reference Number: J 77/385/1698 ; https://www.ancestry.co.uk

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLeamington Spa

Naam - persoon

NaamClifford, Mary Constantia; Kavanagh, Mary Constantia
Datums° Devon, 29/03/1825 - ✝ Warwick, 18/03/1898
GeslachtVrouwelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsEngeland
BioDe adellijke Mary Constantia Clifford was de dochter van Hugh Charles, zevende Baron Clifford van Chudleigh (1790-1858) en Mary Lucy Weld (1799-1831). Ugbrooke Park (Devon) was haar geboorteplaats. Ze stamde af van een familie van ‘recusanten’ die na de Reformatie trouw bleven aan het katholiek geloof, ondanks alle gevaren en discriminatie vanwege de Kerk van Engeland. Haar eerste man, William Joseph Vavasour, Esq. (Esquire), was de zoon van Sir Edward Marmaduke Vavasour (1786-1847) en Marcia Bridget Lane-Fox (1792-1826). William was als jongeman in 1842 met leden van de families Weld en Clifford naar Nieuw-Zeeland vertrokken, maar keerde naar Engeland terug om op 12 januari 1846 te huwen met Mary Clifford in Allerton Park (Yorkshire). Samen kregen ze zeven kinderen waarvan er zes de volwassen leeftijd bereikten waaronder Mary Vavasour. Na de dood van zijn vader beheerde William de familiedomeinen in Hazlewood Castle (York) en Draycott Manor (Stafford). Zelf overleed hij op 11 januari 1860, amper 38 jaar oud. Op 8 februari 1865 hertrouwde Mary met Maurice Dennis Kavanagh, Iers burger en classicus. Het gezin reisde enkele weken later af naar Brugge, waar ze tot september 1869 hun domicilie hadden aan de Sint-Annarei 19. Ze woonden recht tegenover Guido Gezelle, die toen als onderpastoor van de Sint-Walburga, op de Verwersdijk 20 woonde. Mary onderhield goede contacten met Gezelle en ze wisselden vaak boeken uit. Tijdens Mary’s periode in Brugge kreeg ze twee dochters: Constantia (Dotty) en Blanche, en zette ze zich in voor het Engels Comité voor de Zoeaven. Omwille van de rechtenstudie van Maurice Kavanagh verhuisden ook Mary en de kinderen terug naar Engeland, naar Eldon house, Queen’s road, Clapham Park (Londen). Daar zorgde Mary voor het huishouden en de armen in de buurt. Ze zette haar engagement voor de ‘Altar Society’ (1851) van het diocees Westminster voort, ging dagelijks naar de mis, en bezocht trouw haar biechtvader, Father Lans bij de redemptoristen. Zeker tot 1889 correspondeerde ze met haar Brugse biechtvader en mentor Guido Gezelle over politieke, religieuze en persoonlijke aangelegenheden. Vanaf 1875 leefde ze gescheiden van haar tweede man, waarvan ze in 1887 officieel zou gaan scheiden. Vanaf 1886 woonde ze in Westbrook House, 3 Warwick Terrace (Leamington Spa). Mary verzorgde haar broer bisschop William J.H. Clifford (1823-1893), lid van Vaticanum I, tijdens de laatste fase van een slepende nierziekte. Mary Clifford stierf op 18 maart 1898, en werd als seculier lid van de Arme Klaren Coletienen begraven op het kloosterkerkhof te Baddesley Clinton (Warwick).
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.wikitree.com/wiki/Clifford-2829; https://www.ancestry.co.uk; The National Archives; Kew, Surrey, England; Court for Divorce and Matrimonial Causes, later Supreme Court of Judicature: Divorce and Matrimonial Causes Files, J 77; Reference Number: J 77/385/1698 ; https://www.ancestry.co.uk
Naamvan Caloen, Joseph Marie Louis Victor; van Caloen, Gérard; Dom Gérard o.s.b.
Datums° Loppem, 12/03/1853 - ✝ Antibes, 16/01/1932
GeslachtMannelijk
Beroepbenedictijn; priester; abt; novicenmeester; bisschop; auteur
VerblijfplaatsBrazilië; Frankrijk
BioJoseph van Caloen werd geboren te Loppem op 12 maart 1853 als oudste zoon van Charles van Caloen en Savina de Gourcy Serainchamps, de bouwheren van het kasteel van Loppem. Zijn jeugd stond in het teken van de neogotiek, het katholieke reveil en de christelijke oudheidkunde. Hij kreeg thuisonderricht in het Frans. Rond 1866-1867 werd hij bevriend met Guido Gezelle, die zijn interesse wekte voor het Nederlands. Anders dan soms werd beweerd, was Gezelle nooit Josephs privéleraar Nederlands. Wel begeleidde hij hem bij zijn eerste opstellen in die taal. Joseph leverde een aantal opstellen voor Gezelles tijdschrift “Rond den Heerd”. In 1871 publiceerde hij onder impuls van Gezelle zijn eerste werk “De Vier Kruisreliquien” bij drukker Modest Delplace. Dankzij Gezelle werd hij bestuurslid van de Société Archéologique de Bruges (1870). Als vriendendienst aan Joseph schreef Gezelle in 1870 verzen voor de muurschilderingen in het Blauw Salon te Loppem. In 1872 werd hij lid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge. Op 11 november 1872 trad hij in bij de benedictijnen, onder de kloosternaam Gérard. Hij werd op 23 december 1876 tot priester gewijd, in 1877 prior en novicemeester te Maredsous. Op 1 augustus 1878 vroeg hij Gezelle per brief om ook in te treden. Op 3 november 1881 opende hij te Maredsous een abdijschool waarvan hij ook rector werd. Hij richtte er een bibliotheek op en werd er de eerste bibliothecaris. In 1882 publiceerde hij het eerste liturgische gebedenboek in het Frans en hij was de stichter van de “Revue Bénédictine”. Hij werd in 1886 procurator van de Congregatie van Beuron in Rome en in 1887 studieprefect aan het Sint-Anselmuscollege in Rome. Hij was eveneens de stichter van de abdij Keizersberg in Leuven. In 1893 zond paus Leo XIII hem naar Brazilië om er de benedictijnerorde te hervormen. In 1895 nam hij definitief afscheid van Maredsous, om zich in Brazilië te vestigen. Hij werd abt te Olinda (1896) en Rio de Janeiro (1905). In Europa richtte hij drie missieprocuren op, o.a. één te Sint-Andries (15/01/1899), vanaf 17 juni 1901 Abdij van Zevenkerken genaamd. Dom Gérard was er de eerste abt. Op 18 april 1906 werd hij tot titelvoerend bisschop van Phocea te Maredsous gewijd. Van 1908 tot 18 mei 1919 was hij aartsabt van de Braziliaanse congregatie. Hij keerde in 1919 ziek terug naar de abdij van Sint-Andries van Brugge vanaf 1925 verbleef hij te Antibes, waar hij overleed in 1932.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend van Gezelle; bijdragen voor Rond den heerd; medebestuurslid Société Archéologique de Bruges
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III ; F. de Meeûs, Guido Gezelle en Monseigneur van Caloen. In: Les cahiers de Saint-André: 20 (1963), 2, p.10-20 en 4, p.11-26; A. Demeulemeester, Gezelle en Jozef van Caloen. Notities bij een vriendschap. In: Biekorf: 73 (1972), p.135-141 en 233-240; B. Denys, Guido Gezelle en zijn Loppemse relaties. In: Zilleghem: 20 (1999), p.47-56; J. Braet, Het kasteel van Loppem in zijn familiaal en historisch kader. In: V. van Caloen (red.), Het kasteel van Loppem. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.30-36.
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamKavanagh, Maurice Dennis
Datums° Penzance, 1843 - ✝ Prestwich, 01-03/1899
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; auteur
VerblijfplaatsEngeland
BioMaurice Dennis Kavanagh werd in 1843 als derde zoon van ambtenaar Dennis Kavanagh geboren in Penzance, Cornwall. Omdat zijn beide ouders afkomstig waren van Dingle, Ierland en hij daar zes weken later gedoopt werd, noemde hij zich een Ier door afkomst. Hij studeerde met grote onderscheiding af aan het vermaarde St. Edmund’s College, Ware, en University College, Londen, waarna hij professor Klassieke Talen en Moderne Geschiedenis werd aan het St. John’s College in Waterford, Ierland. Hij schreef een aantal didactisch zeer gewaardeerde Engelse, Latijnse en Griekse werken, en genoot de reputatie van een intelligent wetenschapper en auteur. Op 08/02/1865 huwde hij Mary Constantia Clifford, de weduwe van William J. Vavasour. Zij was toen reeds moeder van 7 kinderen, maar kreeg met Maurice nog twee dochters: Constantia (Dotty) en Blanche. Het gezin verbleef enige tijd in de Sint-Annarei 19 te Brugge. Ze woonden recht tegenover Guido Gezelle die toen onderpastoor van Sint-Walburga was en op de Verwersdijk 20 woonde. Zijn huwelijk met de adellijke Mary Constantia bracht Maurice zowel sociaal aanzien als financiële armslag voor zijn verdere studies. Op 21/11/1866 werd hij toegelaten als student aan Middle Temple. In 1868 was hij de coauteur van "A new Latin delectus, with the rules of syntax" (Whittaker and Co, 1868), waarvan een exemplaar in de bibliotheek van Gezelle aanwezig is (GGB 0332). Op 17/11/1871 werd hij advocaat, en vanaf 1872 mocht hij zich doctor in de rechten noemen en werkte hij te Londen, als rechtskundig adviseur voor geschillen en opsteller van akten van overdracht, en bij zittingen van het Western Circuit (Bath, Bristol, Devon, Dorset, Exeter, Portsmouth, Somerset en Southampton). Hij was ook werkzaam aan de Old Bailey of Central Criminal Court. Van 1874 tot 1891 en 1894 tot 1898 kwam het Oxford Circuit met zittingen te Stafford, Wolverhampton en Shrewsbury erbij. Daarenboven was hij sinds 1875 aangesloten bij de Indische balie waar hij de belangen van prinsen en vooraanstaanden uit India in het Lagerhuis behartigde. Door zijn studies en werk aan de balie was hij vaak afwezig, en met de steun van zijn echtgenote Mary en haar familie installeerde hij zich voor lange jaren in India. Dit had echter grote repercussies op zijn privéleven. Sinds 1875 woonden hij en zijn vrouw niet meer samen, en in 1887 vroeg Mary de scheiding aan. Daarnaast ondervond hij al in 1877 problemen van solvabiliteit en verkeerde hij in 1888 in staat van faillissement, hetgeen te wijten zou geweest zijn aan niet uitbetaalde lonen door Indische prinsen. Ook nadien ging het verder bergaf: hij werd in 1894 beschuldigd van fraude en in 1895 veroordeeld tot een jaar gevangenis. Begin 1899 stierf hij te Prestwich, Lancashire.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.familysearch.org/nl/ ; Joseph Foster, Men-at-the-bar. A biographical hand-list of the members of the various inns of court, 1885, p.251 ; https://www.findmypast.co.uk/ (echtscheidingspapier van 1887); Tralee Cronicle (21 juli 1865); Leicester Daily Mercure (25 april 1882); South London Press (15 januari 1887); South London Press (15 januari 1887); Morning post (2 januari 1888); Kerry Reporter (26 oktober 1895); Newark Adviser (9 oktober 1895); Truth (16 december 1897); https://www.ancestry.co.uk/discoveryui-content/view/45462:2465?tid=&pid=&queryId=783d9597bf05ef61c799fa144cb987c1&_phsrc=tbc102&_phstart=successSource The National Archives; Kew, Surrey, England; Court for Divorce and Matrimonial Causes, later Supreme Court of Judicature: Divorce and Matrimonial Causes Files, J 77; Reference Number: J 77/385/1698
Naamde Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine; van Caloen-de Gourcy, Savina L. J.
Datums° Gent, 17/07/1825 - ✝ Loppem, 07/09/1912
GeslachtVrouwelijk
BioSavina de Gourcy Serainchamps was een dochter van graaf Félix, grootgrondbezitter, en barones Mathilde Dons de Lovendeghem uit Gent. Het gezin telde vijf kinderen en woonde op het (nu verdwenen) kasteel van Mianoye te Assesse bij Namen. Savina kreeg eerst thuisonderricht, daarna was ze pensionaire op de kloosterschool van Berlaimont (Brussel). Ze was er bevriend met Émilie van Outryve d’Ydewalle, die in 1848 huwde met Jean-Baptiste Bethune. Savina trouwde op 21 april 1847 met baron Charles van Caloen, vriend en studiegenoot van Bethune. De twee echtparen hadden veel gemeen: fervent katholiek, devoot, liefdadig, kunstminnend (neogotiek), traditionalistisch en ultramontaans. Charles en Savina kregen vijf kinderen die allen opgroeiden tot modelkatholieken: Maria (karmelietes), Savina, Joseph (benedictijn, vriend van Gezelle), Albert en Ernest. Het echtpaar was de bouwheer van het kasteel van Loppem (1859), gebouwd door de bouwmeesters Edward Pugin en Jean-Baptiste Bethune. Door de oogziekte van haar man, was het in de praktijk vooral Savina die zich deze taak aantrok. Het kasteel werd een centrum voor kunstenaars, intellectuelen, schrijvers, prelaten en bekeerlingen. Ook Guido Gezelle was vriend aan huis. Hij schreef in 1870 verzen bij de wandschilderingen in het Blauw Salon van het kasteel bij de taferelen van Duitse schilder August Martin. Savina werd in 1869 voorzitter van de Dames Zélatrices van de Noordpoolmissie, met Gezelle als geestelijk leidsman. Op verzoek van Savina schreef Gezelle in 1892 opschriften in versvorm voor de huizen waar het H. Bloed in woelige tijden verborgen werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht; Noordpoolmissie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.geni.com/people/Savina-de-Gourcy-Serainchamps/6000000033149576105; J. Braet, Het kasteel van Loppem in zijn familiaal en historisch kader. In: V. van Caloen (red.), Het kasteel van Loppem. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.10-43
Naamvan Caloen, Charles-Marie-Louis-Joseph
Datums° Brugge, 31/08/1815 - ✝ Brugge, 01/05/1896
GeslachtMannelijk
Beroepsenator; burgemeester; provincieraadslid; grondeigenaar; rentenier; mecenas
BioCharles van Caloen was de tweede zoon van Joseph-Bernard, burgemeester van Loppem, en Marie de Potter de Droogenwalle (zus van Louis de Potter, held van de Belgische revolutie). Hij kreeg een streng-katholieke opvoeding. Aan het kleinseminarie te Roeselare had hij de latere bisschop Johan Joseph Faict als studiegenoot. Zijn broer Louis werd jezuïet en was oprichter van het Genootschap van St.-Franciscus Xaverius. Charles trouwde in 1847 met de Waalse gravin Savina de Gourcy Serainchamps. De opvoeding van de vijf kinderen stond in het teken van het katholieke reveil, de neogotiek en het ultramontanisme. In 1857 verkreeg Charles de titel van baron. Het gezin woonde in een groot herenhuis aan de Dijver (nu het Europacollege). Op hun buitengoed te Loppem lieten ze een neogotische kasteel bouwen. Charles werd door cataract steeds meer slechtziend, maar een oogoperatie verloste hem in 1867 van deze kwaal. Hij had een goedgevulde politieke loopbaan: burgemeester van Loppem, provincieraadslid en senator. Guido Gezelle voerde in 1867 in "’t Jaer 30" een felle campagne voor zijn verkiezing als senator. Charles van Caloen was 25 jaar lang voorzitter van de Brugse katholieke kring La Concorde. Hij was een vurig verdediger van de Pauselijke Staten en werd hiervoor beloond met de titel van Roomse graaf (1866) en Commandeur in de Orde van Gregorius de Grote (1871). Charles was lid en tweemaal proost van de Edele Confrérie van het H. Bloed.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; onderwerp van gelegenheidsgedicht; aanvrager gelegenheidsgedicht; kiescampagne 't Jaer 30
BronnenJ. van Caloen, Histoire généalogique de la famille de Calonne et van Caloen au Tournaisis et au comté de Flandre. Brussel: Traditions & Vie, 1959, p.313-315; J. Braet, Het kasteel van Loppem in zijn familiaal en historisch kader. In: V. van Caloen (red.), Het kasteel van Loppem. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.10-43
Naamvan Caloen, Ernest Marie Joseph Martin Michel
Datums° Loppem, 11/11/1859 - ✝ Brugge, 06/01/1937
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; provincieraadslid; gemeenteraadslid; waarnemend burgemeester
BioErnest van Caloen werd op 11 november 1859 geboren als jongste zoon van Charles van Caloen (1815-1896) en Savina de Gourcy-Serainchamps (1835-1912). In 1888 trouwde hij met Marguerite van Caloen de Basseghem (1868-1939), waarmee hij acht kinderen had. Ernest was advocaat, provincieraadslid in West-Vlaanderen, gemeenteraadslid, schepen en tijdelijk burgemeester van Brugge. Hij stierf op 6 januari 1937.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht
NaamVan Lede, Edmond
Datums° Brugge, 31/01/1828 - ✝ Brugge, 06/04/1912
GeslachtMannelijk
BioEdmundus-Jacobus Van Lede werd geboren te Brugge op 31 januari 1828 als zoon van Franciscus Van Lede, wijnhandelaar, en Adelaïda Rottier. Op 5 juni 1852 werd hij in Brugge tot priester gewijd. Hij was achtereenvolgens subregent (1852) en leraar (1854) aan het Sint-Amandscollege te Kortrijk, principaal van het Sint-Stanislascollege te Poperinge (oktober 1856) en van het Sint-Amandscollege te Kortrijk (december 1860). In september 1866 werd hij als pastoor aangesteld in de Sint-Niklaaskerk te Koolkerke, in december 1869 in de Sint-Annakerk, en uiteindelijk in mei 1893 in de Sint-Salvatorkerk te Brugge. Hij beëindigde zijn kerkelijke loopbaan als erekanunnik van de Brugse kathedraal. Bovendien behaalde hij de eretitel van kanunnik van Antiochië en van ridder van de Leopoldsorde. Hij overleed te Brugge op 6 april 1912 en werd in de kathedraal begraven. Zijn bidprentje beschrijft de man als een waardevolle en goedhartige priester, die zich engageerde voor de armen, en die Maria in zijn hart droeg.
Links[odis]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://beeldbank.kortrijk.be/index.php/image/watch/a17682d7344c45fdb3ba787a18c4ca927ae8e1871db043939f8b62103d2853c8d2f56872e8984565bc76ff41a5b1f536?s=64d51354ccf66&c=1
NaamWelvaert, Petrus Josephus
Datums° Oostkamp, 07/03/1815 - ✝ Brugge, 25/10/1866
GeslachtMannelijk
BioPriesterwijding te Brugge (5.4.1841) en baccalaureus in de godgeleerdheid (10.4.1843). Was achtereenvolgens onderpastoor te Meulebeke (12.10.1843), te St.-Salvator, Brugge (15.10.1845). Pastoor te Pervijze (9-7.1859) en St.-Anna, Brugge (24.1.1862).
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVavasour, William Edward; Willy
Datums° Yorkshire, 28/11/1846 - ✝ Bayswater, 18/11/1915
GeslachtMannelijk
Beroepmajoor; zoeaaf
VerblijfplaatsEngeland
BioWilliam Edward Joseph Vavasour was de oudste van de zeven kinderen van William Joseph Vavasour (1822-1860) en de adellijke Mary Constantia Clifford (1825-1898). Hij werd geboren op 28 november 1846 op het kasteel Hazlewood (Yorkshire). Na de plotse dood van zijn grootvader erfde diens oudste zoon, Sir Edward Marmaduke Vavasour, de familiedomeinen, Hazlewood Castle in Yorkshire en Draycott Manor in Staffordshire. Deze had echter een zwakke gezondheid, waardoor achtereenvolgens diens jongere broer (Williams vader), Williams moeder, en William zelf het familiebezit beheerden. Na de dood van Williams vader in 1860 hertrouwde zijn moeder in 1865 met Maurice Kavanagh, waarna ze geregeld in Brugge verbleef. Ondertussen bleef William in Engeland en sloot zich van 1867 tot 1870 aan bij de pauselijke legers. Zijn moed en verantwoordelijkheidszin dwong respect af bij zijn katholieke, aristocratische achterban en zijn pachters. Op 5 oktober 1870 huwde hij zijn achternicht Mary Teresa Weld (1848-1927), de dochter van Edward Joseph Weld van Lulworth Castle (1806-1877), de neef van zijn grootmoeder Mary Lucy Weld (1799-1830). Hierdoor kon hij niet opnieuw gaan strijden als zoeaaf voor de paus tegen het leger van Garibaldi en miste hij het Italiaanse slotoffensief van 20 september. In de daarop volgende jaren werd hij een groot bezieler van de Sint-Sebastiaansgilde en het tijdschrift ‘The Crusader’. Zij kloegen de schending van de soevereine rechten van de paus en de inname van zijn legitieme bezittingen aan. In 1873 nam hij samen met zijn echtgenoot en twee dochtertjes, Ellen en Anette, zijn intrek in Hazlewood Castle. Zijn moeder, Mary C. Kavanagh, correspondente van Gezelle, vermeldde dit als een bijzonder heugelijk moment. Het koppel zal uiteindelijk zeven kinderen krijgen. Achtereenvolgens was William onderluitenant (1873), luitenant (1877) en commandant (1879 tot 1884) bij de Yorkshire hussars. Deze afdeling behoorde bij de Yeomanry Cavalery, reservetroepen die ingezet werden voor binnenlandse opdrachten. Hun leden kwamen uit de hogere klasse en bekostigden zelf het paard en de verzorging. Het betrof hier een ereambt. Na de dood van zijn oudste oom Sir Edward Marmaduke Vavasour jr, tweede Baronet van Hazlewood, ongehuwd en zonder erfgenamen, erfde hij op 23 augustus 1885 de familiedomeinen en de titel van derde Baronet van Hazlewood en mocht hij zich ‘Sir’ noemen. Dat het beheer van de landerijen een veeleisende taak was blijkt uit het feit dat hij niet altijd kon tegemoetkomen aan zijn schuldeisers. In kranten van 1897, 1900, 1906 en 1909 is er herhaaldelijk sprake van oproepen aan de High Court of justice in Bankruptcy. De laatste fase van zijn leven was gewijd aan onderzoek naar de geschiedenis van de religie en de filosofie. Sir William Edward Joseph Vavasour stierf met de pen in de hand op 18 november 1915 in een verzorgingstehuis in Bayswater, Middlesex, geveld door uitputting en fysieke complicaties. Het beheer van Tadcaster Castle en de landerijen had hij overgemaakt aan zijn echtgenote Mary Teresa Weld. In de grafrede werd hij geroemd voor zijn praktische kennis van de landbouw en scheikundige stoffen, zijn inventiviteit en ingenieurskunde, zijn respect voor democratie en open debatcultuur. Een overdosis kerkelijke autoriteit tegenover het vrije menselijke denkvermogen had hem stilaan de rooms-katholieke kerk doen verlaten.
Links[wikipedia]
Bronnen https://www.wikitree.com/ ; https://www.findmypast.co.uk/ ; https://archive.org/details/dodspeeragebaron19202lond/page/745/mode/1up?view=theater; Naval & Military Gazette and Weekly Chronicle of the United Service (London, 9 September 1877); Daily telegraph & Courier (London, 20 april 1909); The West London Observer (Friday, November 26, 1915); Catholic Times and Catholic Opinion (4 February, 1916); Morning Post (03 November 1897);The West London Observer (Friday, November 26, 1915), Weekly Register and Catholic Standard (01 August 1868); https://search.findmypast.co.uk/bna/viewarticle?id=BL/0000174/18971103/071&stringtohighlight=william%20edward%20joseph%20vavasour%20bankruptcy; https://yorkshiregardenstrust.org.uk/sites/yorkshiregardenstrust.org.uk/files/database/Hazelwood%20Park_YGT%20Selby%20District%20Historic%20Report.pdf;
NaamKavanagh, Constance Mary; Dotty
Datums° Finchley, Londen, 20/11/1865 - ✝ Bradford, Yorkshire, 06/1917
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioConstance Mary (Dotty) Kavanagh was de oudste dochter van Maurice Kavanagh LL.D. (Legum Doctor) en de adellijke Mary C. Clifford. Dotty werd geboren op 20 november 1865 in Clifford Hall, Finchley, London. Zij werd door haar moeder als vriendelijk en intelligent omschreven. Al voor haar zevende verjaardag kende ze haar cathechismus en was ze in staat om een boek te lezen. Haar moeder, Mary Clifford-Kavanagh, onderrichtte haar in de Franse taal en in andere vakken. In maart 1892 huwde ze met Sir Francis Fleming (1842-1922), K.C.M.G. (Knight Commander of the Order of St Michael and St George) in de rooms-katholieke Sint-Pieterskerk in Leamington, Warwickshire. Het huwelijk werd ingezegend door bisschop Clifford van Clifton, de oom van de bruid. Het ontbijtbuffet en de receptie vonden plaats bij de bruid thuis in Westbrook House. Het koppel vertrok na de huwelijksreis onmiddellijk naar Sierra Leone, waar Francis Fleming tot gouverneur was benoemd. Voordien had hij na zijn rechtenstudies aan Middle Temple al in 11 kolonies van het Britse Rijk juridische en bestuursfuncties opgenomen. Hun enige zoon, Hugh Joseph Fleming (1896-1916), geboren in Leamington, Warwickshire nam als tweede luitenant van het Dorsetshire Regiment deel aan Wereldoorlog I. Op 24 augustus 1916 stierf hij aan zijn verwondingen opgelopen in Pas-de-Calais in Frankrijk. Hij ligt er begraven op de militaire begraafplaats van Sailly-Au-Bois. Constance Mary Kavanagh stierf een jaar later, in juni 1917 in Bradford, Yorkshire, 52 jaar oud.
Bronnen https://www.ancestry.co.uk; https://www.findmypast.co.uk/
NaamKavanagh, Blanche Mary
Datums° Finchley, Londen, 18/02/1867 - ✝ 1931
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioBlanche Mary Kavanagh was de jongste dochter van Maurice Kavanagh LL.D. (Legum doctor) en de adellijke Mary C Clifford. Blanche werd geboren op 18 februari 1867 in Clifford Hall, Finchley (London). Zij werd door haar moeder beschreven als een guitig dikkertje dat moeilijk bij de les te houden was, maar tegelijk het kennen en kunnen van haar oudere zus Constance zelfstandig wilde verwerven. Blanche huwde in de herfst van 1896 in Brighton met James Bentinck Cumberland (1865-1951). Hij was van opleiding ingenieur met specialisatie elektriciteit.
Bronnen https://www.findmypast.co.uk/; https://www.ancestry.co.uk/;
NaamVavasour, Edward Joseph Everard
Datums° Yorkshire, 12/09/1855 - ✝ Antigua, Benedenwindse Eilanden, 25/09/1895
GeslachtMannelijk
Beroeplandeigenaar; landbouwer; secretaris
VerblijfplaatsEngeland; Nieuw-Zeeland; Sierra Leone; Benedenwindse Eilanden
BioEdward Joseph Everard Vavasour was het jongste kind van William Joseph Vavasour (1822-1860) en de adellijke Mary Constantia Clifford (1825-1898). Hij werd geboren op 12 september 1855 in het kasteel Hazlewood, Yorkshire. Van 1865 tot eind 1869 verbleef hij regelmatig met zijn familie in Brugge aan de Sint-Annarei 19 vlakbij de parochie Sint-Walburga, waar Gezelle onderpastoor was. Omdat zijn stiefvader Maurice Kavanagh rechten studeerde aan Middle Temple in Londen, verhuisde het gezin begin 1870 definitief terug naar Engeland. Ze betrokken er een gezellige woning, Eldon House in Queens' Road, Clapham Park, Londen. Edward studeerde aan het Jezuïetencollege Beaumont in Old Windsor waar hij mooie cijfers behaalde voor Grieks, Latijn en wiskunde. Zijn moeder hoopte dat hij priester zou worden, maar in 1874 trok hij naar Nieuw-Zeeland om er eigenaar te worden van een stuk land op het domein van zijn broer in Tataraiwaka. Dit was gelegen aan de westkust van het Noordereiland, een gebied waar men vooral aan melkveehouderij deed. In augustus 1888 keerde hij berooid terug naar huis. Volgens zijn moeder was dit geheel te wijten aan onfortuinlijke omstandigheden nadat hij eerder een succesvol landbouwer was geweest. Toen Francis Fleming, de echtgenoot van zijn stiefzus Dotty, gouverneur werd, eerst in Sierra Leone (1892) en later in de Benedenwindse Eilanden, de noordelijke eilanden van de Kleine Antillen (1895), begeleidde Edward hem als zijn privésecretaris. Tijdens een missie op het eiland Antigua bezweek Edward op 25 september 1895 geheel onverwachts aan de gevolgen van gele koorts. Hij werd omschreven als een eervolle, goedhartige en genereuze man.
Bronnen https://www.ancestry.co.uk/ ; https://www.findmypast.co.uk/
NaamFilips I van Castilië; Filips de Schone
Datums° Brugge, 22/06/1478 - ✝ Burgos, 25/09/1506
GeslachtMannelijk
Beroepgraaf; hertog
BioFilips I van Castilië, beter bekend als Filips de Schone, kwam ter wereld op 22 juli 1478 in Brugge. Filips was de zoon van Maria van Bourgondië (1457-1482) en Maximiliaan I van Oostenrijk (1459-1519). Door de vroege dood van zijn moeder werd de jonge Filips I door Margaretha van York (1446-1503), zijn grootmoeder van moederszijde, in Mechelen opgevoed. Na zijn ontvoogding in 1494, bestuurde hij als landsheer de Habsburgse Nederlanden. Door zijn huwelijk met Johanna van Castilië, die bij erfenis in 1504 koningin van Spanje werd, behoorde nu ook het koninkrijk Castilië tot zijn bestuursgebied. Zo verbond het lot de geschiedenis van Spanje met die van de Zuidelijke Nederlanden, tot aan de scheiding door de Vrede van Utrecht in 1713. De kennismaking van Filips de Schone met de inwoners van zijn nieuwe koninkrijk was van korte duur. Tijdens de Blijde Inkomst in het Spaanse Burgos liep Filips een ernstige longontsteking op en stierf vijf dagen later op 25 september 1506. In de H. Bloedprocessie van 1869 verzorgde het Sint Lodewijkscollege een scene met ‘Philippe Le Beau’. Hij werd immers in 1478 te Brugge geboren en gedoopt. Zijn vroeg gestorven moeder, Maria van Bourgondië, kreeg er een laatste rustplaats in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, en op 3 mei 1484 werd de zesjarige Filips naar de Heilige Bloedprocessie van Brugge gebracht om als de mannelijke opvolger aan de wereld getoond te worden. In 1496 maakt hij in Brugge de Blijde Intrede met zijn bruid Johanna van Castilië.
Links[wikipedia]
BronnenDe Westvlaming (1 mei 1869); https://www.persee.fr/doc/bcrh_0001-415x_2017_num_183_1_4352; https://nl.wikipedia.org/wiki/Vrede_van_Utrecht_(1713); https://nl.wikipedia.org/wiki/Spaanse_Nederlanden; https://historiek.net/filips-de-schone-castilie-biografie/136515/
NaamVan Caloen, Albert
Datums° Brugge, 07/07/1856 - ✝ Loppem, 03/12/1933
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; burgemeester; historicus
BioAlbert van Caloen werd op 7 juli 1856 geboren als zoon van Charles van Caloen (1815-1896) en Savina de Gourcy-Serainchamps (1835-1912). In 1879 trouwde hij met Marie-Thérèse van Ockerhout (1858-1940), waarmee hij dertien kinderen had. Albert was advocaat en provincieraadslid, en volgde in 1890 zijn vader op als burgemeester van Loppem. Van 1880 tot 1903 was hij bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge. Hij stierf op 3 december 1933.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamLeamington Spa

Titelxx/[04/1889], Leamington Spa, Mary Constantia Clifford aan [Guido Gezelle]
EditeurMiet Hubrechts; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderClifford, Mary Constantia
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[04/1889]
VerzendingsplaatsLeamington Spa
AnnotatieDatum gereconstrueerd op basis van notitie; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef ; Mary Contstantia Clifford = Mary Constantia Kavanagh.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.223-224
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 202x131
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [Einde April 1889] (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6150
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12429
Inhoud
IncipitI hope you have not
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.