<Resultaat 1251 van 2126

>

p1
Eerweerde Heer en
welbeminde Vriend!

Het was mij eene groote blijdschap heden wederom eens een eigenhandig schrijven van U te ontvangen, en daaruit uwen welstand te vernemen. Wederkeerig kan ook ik U mededeelen, dat gezondheid en welvaart steeds mijn deel zijn, door Gods goedheid.

Ook verheugde 't mij dat mijn opstelleken Frisk end Flaemsk[1] uwe goedkeuring heeft mogen verwerven. Van mijn kant en was het anders niet als een rechtstreeksche plicht, om mijnen volksgenooten in 't aloude friesche Vaderland nader bekend te maken met hunnen besten Vriend en liefhebber hunner tale, Guido Gezelle.p2Het opstelleken is geplaatst in het tijdschrift "For hûs en hiem", jierging 1889, thredde jefthe, (Juli '89), te Liowerd (Leeuwarden) verschijnende, onder bestier van Dr jurist Pieter Jelles Troelstra.

" Ik[2] denk dat de vlaamsche "kezemeeze", waar Gij (Loquela, bl. 68) naar vraagt[3] de Parus palustris[4] der geleerde vogelkundigen is, omdat dit veugelken hier in Kennemerland (d'omstreken van Haarlem en Alkmaar) "Korstje-kaas" genoemd wordt. Hier in Kennemerland, en vooral te Haarlem, wonen vele afstammelingen van West-Vlamingen, die hier in de 16e en 17 e eeu zich hebben neergezet. D'algemeen-nederlandsche naam van Parus palustris[5] is Rietmees of Zwartkop-mees, in Gelderland: zwartkoppige Bimeeze, en in Noord-Brabant: Ossekopje. Hetp3is de Marsh-tit[6] der Engelschen, en de Sumpfmeise[7] der Hoogduitschers.[8]

Overigens en hebbe ik U niets te melden - als dat ik, lijk gewonelik, overlast ben met allerlei werk en velerlei bemoeiing.

Nog rest mij U ten vriendeliksten te danken voor uwe nadere mededeelingen, rakende zekere leden der maagschap Bouckenooghe in Vlaanderen. Ik zal er mijnen vriend Boekenoogen mede verblijden - en ik dank U ook reeds bij voorbate uit zijnen naam. Mochte hij nadere inlichtingen aangaande zijnen stamboom van den kortrijkschen Bouckenooghe begeeren, zoo zal ik U dienaangaande nader schrijven.

Inmiddels, met mijnen vriendeliksten groet, ben en blijve 'k
Van herten en in troue
Uwen
Johan Winkler.

keer omme!p4N.S. Zij ook vriendelik bedankt over het bidprintken van Eerw: Heer Victor van Coillie, en 't schoone vers dat daar op staat, en over uwe vervlaamschinge van het catalaansche gedicht[9] van D. Joaq: Rubio y Ors.

J.W.

Noten

[1] Verschenen in het tijdschrift: For hûs en hiem: (1889) 3. Over ’Frisk end Flaemsk’ zijn bijdragen verschenen in: Rond den Heerd: 24 (25 Juli 1889) 35, p.280 (door Adolf Duclos) en in Loquela: Wetensweerdigheden: Bijblad van Loquela: 9 (Sporkele 1889) nr. 108.
[2] Markering met blauw in de marge door Guido Gezelle ter publicatie in Loquela.
[3] Zantekoorn in Loquela: 9 (Jaarmesse 1889) 9, p.68: “KEZEMEES, de, meerv. kezemeezen, 1e gelijk in 't Fr. mer, 2e gelijk in twee. = Eenerlei meeze (Parus), die 'k niet nader bepalen noch bekend maken en kan. — Daar zijn dobbele en enkele kezemeezen (kaasmeezen?) en men zegt voor een spreekwoord: “Hij is zoo zot als 'n kezemees.” Geh. Hoogstraeten.”
[4] Onderstreping van Guido Gezelle.
[5] Onderstreping van Guido Gezelle.
[6] Onderstreping van Guido Gezelle.
[7] Onderstreping van Guido Gezelle.
[8] Brieffragment van ”Ik denk dat” tot ”Hoogduitschers” werd opgenomen bij het woord ’kezemees' in: Zantekoorn. In Loquela: 9 (Lente 1889) 11, p.83, voorafgegaan door de zin: ”Johan Winkler en acht dit stuk zijne aandacht niet onweerd, en hij schrijft mij, uit Haerlem, 't gene volgt:”
[9] Gezelle vertaalde het Catalaans gedicht van Rubio Y Ors uit 1846.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefschrijver

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamHaarlem

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRubió y Ors, Joaquim; Llo Gayter del Llobregat
Datums° Barcelona, 31/07/1818 - ✝ Barcelona, 07/04/1899
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; hoogleraar; historicus
VerblijfplaatsSpanje
BioDe Catalaanse dichter Rubio Y Ors was één van de pioniers van de Catalaanse "Renaixença". Deze dichters zochten inspiratie in het Catalaanse verleden voor de onderdrukking van de eigen taal en cultuur door de Castiliaanse overheersing. Vanaf 1839 publiceerde Rubio Y Ors in Diario de Barcelona geregeld Catalaanse gedichten onder het pseudoniem "Lo Gayter del Llobregat " (de doedelzakspeler van de Llobregat, een plaatselijke rivier). De bundeling van deze gedichten in 1841 met strijdende voorrede oefende een grote aantrekkingskracht uit op andere Catalaanse dichters. Elf jaar lang doceerde Rubio Y Ors literatuur aan de universiteit van Valladolid. Hij keerde in 1858 naar zijn geboortestad terug waar hij de leerstoel geschiedenis aan de universiteit van Barcelona bekleedde. Het jaar daarop was hij één van de initiatiefnemers van de heroprichting van de "Jochs Florals" of bloemenfeesten, wedstrijden ter bevordering van de Catalaanse literatuur. In 1888 begon Rubio Y Ors aan een meertalige uitgave van Lo Gayter de Llobregat. Deze bevatte vertalingen van tal van Europese dichters waaronder Gezelles "Mijmeringe".
Relatie tot Gezellecorrespondent; literaire samenwerking
NaamVan Coillie, Victor
Datums° Beveren bij Roeselare, 13/10/1838 - ✝ Ingelmunster, 20/07/1888
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; auteur
BioVictor Van Coillie was de zoon van bakker Jan Van Coillie (Beveren bij Roeselare 1797-1862) en Juliana De Clercq (Roeselare 1800 - Beveren bij Roeselare 1845). Hij was een poësisleerling van Guido Gezelle aan het kleinseminarie te Roeselare (1858-1859), retorica (1859-1860) en filosofie (1860-1861). Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 10 juni 1865. In 1865 werd hij leraar Nederlands en Frans aan het college te Kortrijk. In 1867 ging hij les geven aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. Vervolgens werd hij onderpastoor op Sint-Michiels te Roeselare (21/08/1875) en op Sint-Amands te Ingelmunster (19/09/1877). Hij was een letterkundige en in 1877 publiceerde hij Drij verhalen: Geeraard de Broedermoord, De ring van Aartsbisschop Boonen en 't Verzonken kasteel. Hij werkte mee aan het tijdschrift Rond den Heerd met bijdragen als Helfried de schelm en De Kruisvaart der kinderen. Van Coillie was een vriend van Gezelle, die voor hem gelegenheidsgedichten schreef zoals Van de wilgen in de bundel Gedichten, gezangen en gebeden en het zielsgedichtje Hij, dichterlijk begaafd bij zijn overlijden in 1888.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; correspondent; medewerker Rond den Heerd; gelegenheidsgedichten
Bronnen https://docplayer.nl/22053553-Roeselaarse-auteurs-openbare-bibliotheek-brugge-guido-gezellearchief-fotocollectie-victor-van-coillie.html
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NaamTroelstra, Pieter Jelles
Datums° Leeuwarden, 20/04/1860 - ✝ Den Haag, 12/05/1930
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; advocaat; journalist; politicus; redacteur
VerblijfplaatsNederland
BioReeds tijdens de middelbare schooltijd in Leeuwarden wierp Pieter Jelles Troelstra zich op als een verdediger van de Friese taal. Troelstra deed Rechtenstudies aan de universiteit van Groningen van 1882 tot 1888 en was er medestichter en redacteur van het tijdschrift For hûs en hiem (voor huis en erf). Hij werd een fel strijder voor de Friese en de socialistische beweging. In 1889 trouwde hij met Sjoukje Bokma de Boer. In 1893 trok hij met haar naar Amsterdam en werd er medestichter van de SDAP (Sociaal-democratische Arbeiderspartij). Door zijn anti-monarchistische uitspraken werd hij politiek tegengewerkt en ging hij zich weer aan literatuur wijden. In 1909 verscheen zijn dichtbundel Rispinge (‘oogst’). Na zijn scheiding (1909) hertrouwde hij met Sjoukje Oosterbaan. In 1918, na Wereldoorlog II en in navolging van Rusland, riep hij op tot een socialistische revolutie in Nederland (de zgn. ‘vergissing van Troelstra’) waarna hij geleidelijk aan uit de politiek verdween. Hij schreef een aantal toneelstukken en richtte de rederijkerskamer Gysbert Japickx op. Hij overleed te Scheveningen (Den Haag) op 12 mei 1930. In 1973 werd ter zijner eer in Leeuwarden een nieuwe literatuurprijs ingericht, de Piter Jellesprijs
Links[wikipedia]
NaamBoekenoogen, Lukas Fredrik
Datums° Wormerveer, 08/05/1830 - ✝ Wormerveer, 25/05/1906
GeslachtMannelijk
Beroepolieslager; wethouder; koopman
VerblijfplaatsNederland
BioLukas Frederik Boekenoogen was de zoon van Jan Gerrit Boekenoogen en Johanna (van) Overbeek. Hij was koopman en olieslager. Op 3 mei 1855 trouwde hij met Agatha Maria van Gelder en had bij haar 9 kinderen waaronder Gerrit Jacob (1868-1930), vijfde zoon en redacteur van het Woordenboek der Nederlandse Taal.

Naam - plaats

NaamHaarlem
NaamAlkmaar

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelHij, dichterlijk begaafd
PublicatieZielgedichtjes (Verzameld dichtwerk, deel I), p. 413
TitelMijmeringe
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 286

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelFor hûs en hiem
AuteurHalbertsma, T.E.
Datum1891-
PlaatsLjouwert
UitgeverMeijer
TitelFrísk end Flaemsk
AuteurWinkler, Johan
Datum[s.d.]
Plaats[Haarlem]
Uitgever[s.n.]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Winkler, Johan

Correspondenten

Gezelle, Guido
Winkler, Johan

Naam - persoon

Gezelle, Guido
Rubió y Ors, Joaquim
Van Coillie, Victor
Winkler, Johan
Troelstra, Pieter Jelles
Boekenoogen, Lukas Fredrik

Naam - plaats

Haarlem
Alkmaar

Plaats van verzending

Haarlem

Titel - ander werk

For hûs en hiem
Frísk end Flaemsk

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Hij, dichterlijk begaafd
Mijmeringe

Titel - werk van Guido Gezelle

Loquela

Titel04/07/1889, Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderWinkler, Johan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum04/07/1889
VerzendingsplaatsHaarlem
AnnotatieBriefversie van datering: den 4° v. Hooimnd, '89 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inBrieffragment in: Loquela. - (Lente 1889) nr. 11 p.83
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 212x136
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; op zijde 2 in de linkermarge: Staat in Loquela, 1888-1889, n° 11, bl. 83 (inkt, beide hand P.A.); notities en bewerkingen van ter publicatie in Loquela (inkt, blauw poltood, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6176
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12519
Inhoud
IncipitHet was my eene groote
Samenvatting o.m. reactie op het woord kezemees. uit: Loquela. Jrg. (Jaarmesse 1889) nr.9, p.68
o.m. antwoord op vraag gesteld in Loquela
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.