<Resultaat 1291 van 2155

>

p1Geloofd Zy Jesus Christus
Aan den Hoog geachten Heer G. Gezelle, door de Zusters Maricolen van Staden.

Zeer Eerw. Heer Onderpastoor,

Alhoewel aan uwe goedheid in persoon gansche onbekend durf ik tot U naderen, om UEd met vertrouwen het volgende troostende plezier af te smeeken:

Onze jongste Zuster Marie Germonprez geboren te Nukerke by Oudenaarde, de jongste telg van negen kinderen allen aan ‘t lager onderwys toegezegd in 1878 gediplomeerd te St Niklaas verzakende aan de plaats van hoofdonderwyzeres die haar ter gemeenteschool by haren gepensionneerde Vader Germonprez werd aangeboden, om zich in ons nederig klooster te Staden aan ‘t katholiek onderwys mits eene zeer geringe belooning.p2

p3toe te wyden, ; gaat nu zaterdag en 8 acht dagen met eenen goeden braven onderwyzer Jozef Vermersch in ‘t huwelyk treden[1]

Als gemeente onderwyzeres in myn vaderlyk huis te Nukerke (oostvlaanderen) heb ik in ‘t Davids fonds al uwe schoone gedichten gelezen, en bewonderd; thans als nederige kloosterzuster, aan den voet van ‘t H. Tabernakel neergeknield, bid ik vurig den Heere, dat Hy UE als Priester des Heeren, als Vlaamsche Schryver en Dichter zegene en gelukkig make - (‘t is een sacrificie van de lezingen te ontberen van ‘t Davids fonds!)

O hoe vurig zou ik myne neederige smeekbede verdubbelen mocht ik de copy van een klein gedichtje verdienen om het aan Marie Germonprez en Joseph Vermersch by hun huwelyk aan te biede

Ik zal het dan schoon opmaken en overschryve op groot papier

p4
Verschoon myn haast Zeer Eerw. Heer Onderpastoor en gelief my van in de verte te zegenen.
Uwe nederig dienares
Zter Margareta Germonprez
Klooster der Zusters Maricolen

8 9ber 1889

Noten

peerdevast zynvan peerden en wat peerden aangaat vele wetenKnapeom de bandroe De houten roede die men op ' t strooien dak bindt om het te sluiten en vast te leggen; een bundel bandroeden. A. van Heuverswyn, Bijdragen tot den Nederlandschen taalschat. Het stroodekken. In: Volk en taal: maandschrift over gebruiken, geschiedenis, taalkunde. (1894), p.132. met de latte te houdenFr. Vl. Frans Vlaanderen. stroodekkersw. Stroodekkerswoord. De houten roede die men op ' t strooien dak bindt om het te sluiten en vast te leggen; een bundel bandroeden. A. van Heuverswyn, Bijdragen tot den Nederlandschen taalschat. Het stroodekken. In: Volk en taal: maandschrift over gebruiken, geschiedenis, taalkunde. (1894), p.132. Frans Vlaanderen. Stroodekkerswoord.
[1] Op 27 november 1889 trouwde Joseph Marie Odile Germonprez in Staden.
haltepit tusschen twee wee’nFr.Vl. Frans Vlaanderen. Frans Vlaanderen.Vane, de vanenbladtjes van ‘t koornFr.Vl. Frans Vlaanderen. Frans Vlaanderen.

Register

Correspondenten

NaamGermonprez, Mathilde; Germonprez, Margareta (zuster)
Datums° Nukerke, 1838 - ✝ Staden, 22/06/1912
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; onderwijzeres
BioMathilde Germonprez werd geboren in Nukerke in 1838 als dochter van gemeenteonderwijzer Pierre Amand Germonprez (Kerkhove 1803 – Staden 1887) en zijn tweede echtgenote Barbara Vanhoutte (Anzegem 1812 – Staden 1895). Mathilde behaalde in 1858 haar diploma aan de normaalschool van Gent en werd hulponderwijzeres in de gemeenteschool van haar vader. Ze was ontwikkeld en nam deel aan de activiteiten van de lokale Davidsfondsafdeling te Oudenaarde. Na zijn pensioen trad ze in 1880 onder de kloosternaam Margaretha in bij de Congregatie van de Zusters Maricolen van Staden die sterk inzetten op onderwijs. Haar zuster Maria Julia (kloosternaam Josephine) was er overste. In 1889 vroeg Mathilde Guido Gezelle om een gedicht te schrijven voor het huwelijk van haar jongste zuster Marie Odilie Germonprez met schoolmeester Joseph Maria Vermersch in Staden op 27 november 1889. Marie Odilie gaf als leek les aan het klooster in Staden. Zuster Margareta overleed in Staden op 21 juni 1912.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent, aanvrager gelegenheidsgedicht
BronnenA. Derudder, 150 jaar Zrs Maricolen Staden. 1832-1982. S.l., 1982, 12
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGermonprez, Mathilde; Germonprez, Margareta (zuster)
Datums° Nukerke, 1838 - ✝ Staden, 22/06/1912
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; onderwijzeres
BioMathilde Germonprez werd geboren in Nukerke in 1838 als dochter van gemeenteonderwijzer Pierre Amand Germonprez (Kerkhove 1803 – Staden 1887) en zijn tweede echtgenote Barbara Vanhoutte (Anzegem 1812 – Staden 1895). Mathilde behaalde in 1858 haar diploma aan de normaalschool van Gent en werd hulponderwijzeres in de gemeenteschool van haar vader. Ze was ontwikkeld en nam deel aan de activiteiten van de lokale Davidsfondsafdeling te Oudenaarde. Na zijn pensioen trad ze in 1880 onder de kloosternaam Margaretha in bij de Congregatie van de Zusters Maricolen van Staden die sterk inzetten op onderwijs. Haar zuster Maria Julia (kloosternaam Josephine) was er overste. In 1889 vroeg Mathilde Guido Gezelle om een gedicht te schrijven voor het huwelijk van haar jongste zuster Marie Odilie Germonprez met schoolmeester Joseph Maria Vermersch in Staden op 27 november 1889. Marie Odilie gaf als leek les aan het klooster in Staden. Zuster Margareta overleed in Staden op 21 juni 1912.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent, aanvrager gelegenheidsgedicht
BronnenA. Derudder, 150 jaar Zrs Maricolen Staden. 1832-1982. S.l., 1982, 12

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamStaden
GemeenteStaden

Naam - persoon

NaamGermonprez, Mathilde; Germonprez, Margareta (zuster)
Datums° Nukerke, 1838 - ✝ Staden, 22/06/1912
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; onderwijzeres
BioMathilde Germonprez werd geboren in Nukerke in 1838 als dochter van gemeenteonderwijzer Pierre Amand Germonprez (Kerkhove 1803 – Staden 1887) en zijn tweede echtgenote Barbara Vanhoutte (Anzegem 1812 – Staden 1895). Mathilde behaalde in 1858 haar diploma aan de normaalschool van Gent en werd hulponderwijzeres in de gemeenteschool van haar vader. Ze was ontwikkeld en nam deel aan de activiteiten van de lokale Davidsfondsafdeling te Oudenaarde. Na zijn pensioen trad ze in 1880 onder de kloosternaam Margaretha in bij de Congregatie van de Zusters Maricolen van Staden die sterk inzetten op onderwijs. Haar zuster Maria Julia (kloosternaam Josephine) was er overste. In 1889 vroeg Mathilde Guido Gezelle om een gedicht te schrijven voor het huwelijk van haar jongste zuster Marie Odilie Germonprez met schoolmeester Joseph Maria Vermersch in Staden op 27 november 1889. Marie Odilie gaf als leek les aan het klooster in Staden. Zuster Margareta overleed in Staden op 21 juni 1912.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent, aanvrager gelegenheidsgedicht
BronnenA. Derudder, 150 jaar Zrs Maricolen Staden. 1832-1982. S.l., 1982, 12
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamGermonprez, Marie Odile
Datums° Nukerke, ca.1858 - ✝ na 16/01/1937
GeslachtVrouwelijk
Beroeponderwijzeres
BioMarie Odile Germonprez werd rond 1858 geboren in Nukerke als jongste dochter van gemeenteonderwijzer Pierre Amand Germonprez (Kerkhove 1803 – Staden 1887) en zijn tweede echtgenote Barbara Vanhoutte (Anzegem 1812 – Staden 1895). Net als de meeste van de negen kinderen koos ze voor een carrière in het onderwijs. In 1878 behaalde ze haar diploma aan de normaalschool van Sint-Niklaas. Ze koos ervoor om haar vader niet op te volgen als hoofdonderwijzer van Nukerke. Ze sloot aan bij haar twee zusters die ingetreden waren bij de Congregatie van de Zusters Maricolen van Staden om daar als leek les te geven. Op 27 november 1889 trouwde ze met schoolmeester Joseph Maria Vermersch in Staden. Ze had geen rechtstreeks contact met Gezelle, maar hij werd wel gevraagd om een gelegenheidsgedicht voor haar huwelijk. Daarna vestigde ze zich in Woesten, waar haar echtgenoot gemeenteonderwijzer was. Samen kregen ze zeven kinderen. Haar overlijdensdatum is niet bekend, maar in elk geval na de dood van haar echtgenoot op 16 januari 1937.
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht
Bronnenhuwelijksakte Rijksarchief, inhoud brief
NaamGermonprez, Pierre Amand; Petrus Amandus, Pieter Amand
Datums° Kerkhove, 04/08/1803 - ✝ Staden, 21/06/1887
GeslachtMannelijk
Beroeponderwijzer
BioPierre Amand Germonprez werd geboren in Kerkhove bij Avelgem op 4 augustus 1803. Hij werd gemeenteonderwijzer te Vichte in 1827 en trouwde er op 18 augustus 1830 met Scholastica Rutten (Eine 1804 - Nukerke 1836). Hij had bij haar 4 kinderen: Gustave (°1831), Hyppoliet (1833-1887), Nathalie Marie (°1835) en een kindje waarschijnlijk doodgeboren in het kraambed, waarin ook de moeder overleed. Intussen waren ze verhuisd naar Nukerke, waar het gemeentebestuur hem op 21 januari 1833 aangesteld had als eerste onderwijzer van de pas opgerichte gemeenteschool. Op 4 oktober 1837 trad hij in Anzegem voor de tweede maal in het huwelijk met Barbara Vanhoutte (Anzegem 1812 - Staden 1895). Hij had bij haar 8 kinderen (4 zonen en 4 dochters). De meesten van hen volgden het spoor van hun vader in een onderwijscarrière, startend als hulponderwijzer in zijn school. Dochter Maria Julia trad in 1859 in bij de Congregatie van de Zusters Maricolen van Staden onder de kloosternaam Josephine. Ze zou er ook overste worden van de instelling die sterk inzette op onderwijs. Na het pensioen van Pierre Amand werd ze gevolgd door haar zusters Mathilde (kloosternaam Margaretha) en Marie Odile (als leek) die les gaven aan dezelfde school. Ook Pierre Amand en zijn vrouw verhuisden naar Staden, waar hij overleed op 21 juni 1887. Hij was lid van de confrerie van het H. Herte Jesus en het H. Sacrament en werd in 1877 vereerd met het burgerkruis eerste klas omwille van zijn vijftigjarige loopbaan als gemeenteonderwijzer. Hij was medewerker van het pedagogisch tijdschrift De Toekomst en erg actief in onderwijzersverenigingen in Oudenaarde en Oost-Vlaanderen.
Bronnenbidprentje en huwelijksakte
NaamVermersch, Joseph Maria
Datums° Wetteren, 28/03/1868 - ✝ Brugge, 16/01/1937
GeslachtMannelijk
Beroeponderwijzer
BioJoseph Maria Vermersch werd geboren op 28 maart 1868 te Wetteren. Hij was onderwijzer aan de gemeenteschool te Woesten. Op 27 november 1889 trouwde hij met onderwijzeres Marie Odile Germonprez in Staden. Voor dit huwelijk vroeg zijn schoonzuster Margareta Germonprez een gelegenheidsgedicht aan bij Guido Gezelle. Samen kregen ze zeven kinderen. Hij was lid van de bond van het H.Hart en van de Derde Orde van de H. Franciscus. Hij stierf in de Sint-Jozefskliniek te Brugge op 16 januari 1937.
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht
Bronnenbidprentje en huwelijksakte

Naam - plaats

NaamNukerke
GemeenteMaarkedal
NaamOudenaarde
GemeenteOudenaarde
NaamSint-Niklaas
GemeenteSint-Niklaas
NaamStaden
GemeenteStaden

Naam - instituut/vereniging

NaamCongregatie van de Zusters Maricolen, Staden
BeschrijvingOorspronkelijk teruggaand op een kleine gemeenschap van vrome dochters uit de 17de eeuw in het Dendermondse (de naam Mari-colae refereerde aan ‘toegewijd aan Maria’) en sterk beïnvloed door de spiritualiteit van de Karmelorde, verspreidden de Maricolen zich in vele steden in Vlaanderen. Vanuit Brugge werd in de 19de eeuw de Maricollencommuniteit van Staden gesticht. De eerste zusters kwamen er in 1832 aan. In 1844 werden de zusters een autonome diocesane congregatie die zich vooral toelegde op onderwijs. Zij breidden die activiteiten gestadig uit in de omgeving van Staden, zelfs nog in de woelige schoolstrijd (1879-1884). Ook daarna, ondanks de moeilijkheden van de oorlogsperioden in de eerste helft van de 20ste eeuw, werden de onderwijsactiviteiten voortgezet en gingen daarenboven een aantal zusters uit Staden op missie in Congo. Door de daling van het aantal roepingen in de laatste decennia van de twintigste eeuw werden de apostolaatsactiviteiten noodgedwongen ingeperkt en doorgegeven aan leken.
Datering1844-heden
Links[odis]
NaamDavidsfonds Oudenaarde
BeschrijvingDe Davidsfondsafdeling Oudenaarde werd al vrij vroeg opgericht op 4 maart 1875 en kende een snelle bloei. In 1881 waren er 135 leden. Er zijn geen rechtstreekse contacten met Guido Gezelle bekend, maar zijn werk kreeg er wel aandacht.
Datering1875-
Links[wikipedia]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Titelonbekend

Titel08/11/1889, Staden, Margareta Germonprez aan Guido Gezelle
EditeurRik Van Gorp; Peter De Baets (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderGermonprez, Mathilde
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum08/11/1889
VerzendingsplaatsStaden (Staden)
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 210x134
wit, vierkant geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven; zijde 1 met adressaat, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden dubbel vel in vier gescheurd en opnieuw aan elkaar gekleefd
Toevoegingen op zijde 1 rechtsboven: 8/11 1889 (inkt, hand P.A.); op blanco zijde 2 en zijde 4: taalkundige notities (inkt, verticaal, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6223
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12566
Inhoud
IncipitAlhoewel aan uwe goedheid
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.