<Resultaat 1538 van 2126

>

Thoen, Paul + UA

p1
Zeer eerweerde heer,

Gij hebt mij reeds te veel van uwe dienstwilligheid laten misbruik maken, opdat ik er geene verschooning in zou zien U nogmaals te komen lastig vallen.

Zou ik, door uw toedoen, niet kunnen verkrijgen dat het handschrift van van Male over de beroemde mannen van Brugge,[1] dat zich in de verzameling Vercruysse-Goethals[2] bevindt, mij twee dagen achtereen ter beschikking wordt gesteld?

Als dat kon zijn, dan zou ik vrijdag en zaterdag toekomende naar Kortrijk komen, om de aanteekeningen te nemen welke dat handschrift mij over de Dene en over een paar andere "beroemde Bruggelingen" zal verschaffen, hoop ik.

Of, indien die twee dagen niet pasten, — een paar dagen in den loop der volgende week.p2Ik zal gelukkig zijn te dier gelegenheid U te kunnen mededeelen hoe ver ik gekomen ben met mijne opzoekingen over de Dene, wat U wellicht belang zal inboezemen, daar gij zelf, naar dat mijnheer de Wolf mij zegt, U zoo lang met dien schrijver hebt beziggehouden[3] Maar wat mij vooral blijde maakt, is dat ik daarbij zal mogen uwe persoonlijke kennis maken, na U zoo menig aangenaam uur door uwe werken te moeten danken, en nadat gij door uwe dienstvaardigheid U reeds zooveel recht hebt verworven op mijne diepste erkentelijkheid.

Aanvaard ditmaal nog op voorhand de betuigenis van mijnen diepsten dank.
L. Scharpé,
Beenhouwersstraat, 48.

Noten

[1] Het handschrift van Praelthoneel der gheleerde ende doorluchtige Bruggelinghen wordt nu bewaard in het Rijksarchief te Kortrijk.
[2] Jacob Goethals-Vercruysse (1759-1828) schonk in 1834 bij testament een collectie boeken en handschriften aan de stad Kortrijk. De verzameling was vanaf 1878 toegankelijk voor het publiek. De collectie bestaat uit ongeveer 12.000 boeken en 600 handschriften, verzameld door Jacob Goethals-Vercruysse. In 2015 verhuisde de collectie samen met de andere erfgoedcollecties uit de stadsbibliotheek naar het Rijksarchief Kortrijk. (erfgoedzuidwest.be)
[3] Gezelle was van plan om het handschrift van De Denes Testament rhetoricael uit te geven. Dit is een gedicht van 25.000 verzen. Het handschrift was toen in het bezit van apotheker Adolf De Wolf (1844-1920), vader van Lodewijk en Karel, en is later in de bibliotheek van de UGent terechtgekomen.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamScharpé, Louis
Datums° Tielt, 24/10/1869 - ✝ Betekom, 04/05/1935
GeslachtMannelijk
Beroepprofessor; literatuurhistoricus; auteur
BioNa de gemeenteschool in Tielt ging Scharpé naar het atheneum in Brugge, waar hij les kreeg van Julius Sabbe. Hij werd er laureaat retorica in 1890. Hij studeerde Germaanse talen in Gent (1890-1894). Hij leverde bijdragen aan Biekorf en Het Belfort. Na zijn doctoraat (21/06/1894) ging hij verder studeren in Parijs, Straatsburg en Leiden. Hij werkte als commies-opsteller aan het Ministerie van Binnenlandse zaken en Openbaar Onderwijs. Vanaf 1898 werd hij professor in de Germaanse talen aan de universiteit van Leuven. Hij doceerde er fonetica en Duitse literatuur. Hij gaf ook les aan de Leuvense Handelsschool (1915-1924). Hij was een voorvechter van de Vlaamse emancipatie. Na de dood van Gezelle kocht Scharpé een deel van de handbibliotheek van de dichter.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefschrijver

NaamScharpé, Louis
Datums° Tielt, 24/10/1869 - ✝ Betekom, 04/05/1935
GeslachtMannelijk
Beroepprofessor; literatuurhistoricus; auteur
BioNa de gemeenteschool in Tielt ging Scharpé naar het atheneum in Brugge, waar hij les kreeg van Julius Sabbe. Hij werd er laureaat retorica in 1890. Hij studeerde Germaanse talen in Gent (1890-1894). Hij leverde bijdragen aan Biekorf en Het Belfort. Na zijn doctoraat (21/06/1894) ging hij verder studeren in Parijs, Straatsburg en Leiden. Hij werkte als commies-opsteller aan het Ministerie van Binnenlandse zaken en Openbaar Onderwijs. Vanaf 1898 werd hij professor in de Germaanse talen aan de universiteit van Leuven. Hij doceerde er fonetica en Duitse literatuur. Hij gaf ook les aan de Leuvense Handelsschool (1915-1924). Hij was een voorvechter van de Vlaamse emancipatie. Na de dood van Gezelle kocht Scharpé een deel van de handbibliotheek van de dichter.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDe Wolf, Adolf
Datums° Brugge, 16/08/1844 - ✝ Brugge (?), 20/12/1920
GeslachtMannelijk
Beroepapotheker
BioAdolf De Wolf liep school in het Sint- Lodewijkscollege, waar hij Engelse les kreeg van Guido Gezelle in het schooljaar 1860-1861. Hij volgde zijn ongehuwde oom, de bibliofiel Louis De Wolf, op als apotheker in “Den Cleynen Thems” te Brugge, de oudste privé-apotheek in België. De Wolf was bevriend met Gezelle want ze deelden dezelfde interesse voor folklore en geschiedenis. Gezelle schreef gelegenheidsgedichten voor De Wolf en zijn kinderen of bv. om de gevel van de apotheek te versieren bij de inhuldiging van de bisschop te Brugge.De Wolf was nauw betrokken bij de stichting van Biekorf: hij was een van de eerste medewerkers en werd penningmeester. Het gezin De Wolf kreeg zeven kinderen. Zoon Karel trad in zijn vaders voetsporen en volgde hem op als apotheker. Zoon Louis werd dan weer hoofdredacteur van Biekorf.
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf; gelegenheidsgedichten
BronnenP. Couttenier, Bij één van Gezelles laatse gelegenheidsgedichten. In: Gezelliana: 9 (1978) 1, p. 25-30; http://kringgeschiedenis.kava.be/SCANS/1973-046.pdf
NaamScharpé, Louis
Datums° Tielt, 24/10/1869 - ✝ Betekom, 04/05/1935
GeslachtMannelijk
Beroepprofessor; literatuurhistoricus; auteur
BioNa de gemeenteschool in Tielt ging Scharpé naar het atheneum in Brugge, waar hij les kreeg van Julius Sabbe. Hij werd er laureaat retorica in 1890. Hij studeerde Germaanse talen in Gent (1890-1894). Hij leverde bijdragen aan Biekorf en Het Belfort. Na zijn doctoraat (21/06/1894) ging hij verder studeren in Parijs, Straatsburg en Leiden. Hij werkte als commies-opsteller aan het Ministerie van Binnenlandse zaken en Openbaar Onderwijs. Vanaf 1898 werd hij professor in de Germaanse talen aan de universiteit van Leuven. Hij doceerde er fonetica en Duitse literatuur. Hij gaf ook les aan de Leuvense Handelsschool (1915-1924). Hij was een voorvechter van de Vlaamse emancipatie. Na de dood van Gezelle kocht Scharpé een deel van de handbibliotheek van de dichter.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf
NaamDe Dene, Eduard; Edewaerd, Eduwaert of Edward.
Datums° Brugge, 1505 - ✝ ?, tussen 1576 en 1579
GeslachtMannelijk
Beroeprederijker; dichter
BioDeze laatste grote Brugse rederijker behoorde tot de geletterde middenstand, maar kwam door drankmisbruik in het bestaan van een bohemien terecht. Als factor (secretaris) van de Rederijkerskamer der Weerde Drie Santinnen schreef hij niet bewaard gebleven toneelstukken. Zijn voornaamste werk zijn de 25.000 verzen van zijn "Testament rhetoricael", waarin heel wat afzonderlijke gedichten verwerkt zijn en dat hem de vergelijking met François Villon en François Rabelais opgeleverd heeft. De Bo, Gezelle en vele anderen hebben dit handschrift bestudeerd dat pas in 1976-1980 door de Gentse rederijkerskamer De Fonteine op wetenschappelijke wijze in drie delen gepubliceerd werd. Voor Marcus Gheeraerts’ emblematisch fabelboek "De Warachtighe Fabulen der Dieren" (Brugge, Pieter De Clerck, 1567) dichtte De Dene de teksten bij de prenten. Voordien had hij de bloemlezing "Rethoricale Werken" (Antwerpen, Jan II Van Ghelen, 1562) uitgegeven uit de gedichten van zijn grote stadsgenoot Anthonis De Roovere (Brugge ca. 1430 - 1482).
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Titel - ander werk

TitelPraelthoneel der gheleerde ende doorluchtige Bruggelinghen
AuteurVan Maele, Jan Pieter
PlaatsBrugge

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Scharpé, Louis

Correspondenten

Gezelle, Guido
Scharpé, Louis

Naam - persoon

De Wolf, Adolf
Scharpé, Louis
De Dene, Eduard

Naam - plaats

Brugge
Kortrijk

Plaats van verzending

Brugge

Titel - ander werk

Praelthoneel der gheleerde ende doorluchtige Bruggelinghen

Titel03/10/1893, Brugge, Louis Scharpé aan [Guido Gezelle]
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderScharpé, Louis
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum03/10/1893
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 209x135
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6615
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12896
Inhoud
IncipitGij hebt mij reeds te veel
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.