<Resultaat 1628 van 2155

>

p1
Zeer Eerwaarde Heer,

Met zeer veel genoegen heb ik kennis genomen van het vleiend verslag, dat U over mijne Beowulfvertaling hebt ingediend.[1] Ik stel deze goedkeuring op hoogen prijs en ben er U dankbaar voor.

Ik veroorloof mij nochtans op een enkel punt iets in te brengen:

"De duidelijkheid en de vloeibaarheid zouden... nog eenige aanwinst kunnen doen."

Om kort te gaan, ik heb vooral het oog gehad op eene zoo getrouw mogelijke vertaling en ik kan het toch niet helpen, dat het oorspronkelijke duister is.

De vloeibaarheid laat zeker meer dan eens heel wat te wenschen, doch ik was aan handen en voeten ge-p2bonden door de eens aangenomen versmaat en vooral door het stafrijm. Alle stylistische bijoogmerken heb ik verwaarloosd, enkel en alleen om een trouwe afbeelding te geven van het oorspronkelijke.

Wat een kaartje van de vermelde landstreken betreft, hier durf ik mij niet inlaten, daar ik alle aardrijkskundige geschilpunten vermeden heb.

U spreekt van de stamtafels in Wyatt's uitgave. Behalve dat ik dit werk niet bezit, vraag ik mij bovendien af, of U enkel eene naamlijst bedoelt, zooals het Namenverzeichniss van Socins uitgave. Zoo ja, dan ben ik het met U eens. De overhaasting, waarmede ik de laatste hand aan 't werk heb moeten slaan heeft mij zulks niet veroorloofd.

Indien ik nu eenen wensch mag uitspreken, dan is het de volgende: Het zou mij hoogst welkom zijn, zoo ik de bibliographische aanteekeningen, welke niet op volledigheid kunnen aanspraak maken, p3door uwe hulp mocht vermeerderen. Zoo b.v. de lijst van vertalingen. Buitendien ben ik er zeker van, dat U mij nog menigen nuttigen wenk omtrent dit of dat punt kunt geven, waaruit ik mijn voordeel kan trekken.

Hopende dat U dezen mijnen wensch zult te gemoet komen, verblijf ik, Zeer Eerwaarde Heer, met de meeste hoogachting en verplichting
Uw dienstwillige Collega
L. Simons.
Leeraar aan 't Atheneum
Vlamingstraat 97.

Noten

[1] Volgens de verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie, zitting 20 maart 1895, p.25 wordt het handschrift van de vertaling aangeboden en “Dit gewrocht zal medegedeeld worden aan de Commissie voor Middelnederlandsche letteren”. Gezelle was lid van deze commissie en moest de vertaling beoordelen. Op de zitting van 19 Juni 1895, p.337 wordt de publicatie van de vertaling goedgekeurd: “Namens de Commissie van Middelnederlandsche letteren wordt voorgesteld, Beowulf, Angelsaksisch Volksepos, in stafrijm vertaald en met inleiding en aanteekeningen voorzien door Dr L. Simons, in druk te geven. - Aangenomen”. Het verslag van Gezelle zelf is niet teruggevonden in het archief van de KANTL.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSimons, Leo Lodewijk
Datums° Roermond, 12/02/1857 - ✝ 10/12/1937
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; dichter; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioLeo Simons werd in 1879 doctor in de wijsbegeerte en letteren te Leuven. Hij was leraar te Ath, Virton en vanaf 1884 aan het Atheneum te Leuven. Vanaf 1895 was hij werkzaam in Schaarbeek. Hij schreef bijdragen voor de tijdschriften Met Tijd en Vlijt en Jong Vlaanderen. Verder publiceerde hij poëzie waaronder de Napoleon-Cyclus (Roeselare, 1885) en andere werken zoals Proeve eener syntaxis van den Gotischen Zin (Gent, 1888), Het Roermondsch Dialect getoetst aan het Oud-Saksisch en Oud-Nederfrankisch (Gent, 1889) en in 1896 een vertaling van Beowulf.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Briefschrijver

NaamSimons, Leo Lodewijk
Datums° Roermond, 12/02/1857 - ✝ 10/12/1937
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; dichter; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioLeo Simons werd in 1879 doctor in de wijsbegeerte en letteren te Leuven. Hij was leraar te Ath, Virton en vanaf 1884 aan het Atheneum te Leuven. Vanaf 1895 was hij werkzaam in Schaarbeek. Hij schreef bijdragen voor de tijdschriften Met Tijd en Vlijt en Jong Vlaanderen. Verder publiceerde hij poëzie waaronder de Napoleon-Cyclus (Roeselare, 1885) en andere werken zoals Proeve eener syntaxis van den Gotischen Zin (Gent, 1888), Het Roermondsch Dialect getoetst aan het Oud-Saksisch en Oud-Nederfrankisch (Gent, 1889) en in 1896 een vertaling van Beowulf.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - persoon

NaamSimons, Leo Lodewijk
Datums° Roermond, 12/02/1857 - ✝ 10/12/1937
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; dichter; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioLeo Simons werd in 1879 doctor in de wijsbegeerte en letteren te Leuven. Hij was leraar te Ath, Virton en vanaf 1884 aan het Atheneum te Leuven. Vanaf 1895 was hij werkzaam in Schaarbeek. Hij schreef bijdragen voor de tijdschriften Met Tijd en Vlijt en Jong Vlaanderen. Verder publiceerde hij poëzie waaronder de Napoleon-Cyclus (Roeselare, 1885) en andere werken zoals Proeve eener syntaxis van den Gotischen Zin (Gent, 1888), Het Roermondsch Dialect getoetst aan het Oud-Saksisch en Oud-Nederfrankisch (Gent, 1889) en in 1896 een vertaling van Beowulf.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Naam - plaats

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - instituut/vereniging

NaamKoninklijk Atheneum Redingenhof Leuven
BeschrijvingOp 2 april 1804 werd het Collège Communal te Leuven gesticht op de plaats van het voormalige Heilige Geestcollege. Het werd het Stedelijk College tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, in 1836 het Collège Communal met als locatie Hogenheuvelcollege in de Naamsestraat, en in 1838, na de hervormingen van het Leuvense onderwijs, het Collège des Humanités de la Haute Colline. Vanaf 1880 kreeg het staatsfinanciering en stond de school gekend onder de naam Athénée Royal.
Datering1880-heden
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelBeowulf angelsaksisch volksepos
AuteurSimons, Leo Lodewijk
Datum1896
PlaatsGent
UitgeverSiffer
TitelBeowulf
AuteurHeyne, Moriz; Socin, Adolf
Datum1888
PlaatsPaderborn
UitgeverF. Schöningh
TitelBeowulf, edited with textual foot-notes, index of proper names, and alphabetical glossary
AuteurWyatt, Alfred John
Datum1894
PlaatsCambridge
UitgeverThe University Press

Titel24/06/1895, Leuven, Leo Lodewijk Simons aan [Guido Gezelle]
EditeurEls Depuydt; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2022
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderSimons, Leo Lodewijk
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum24/06/1895
VerzendingsplaatsLeuven (Leuven)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 173x107
wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden watermerk: afbeelding, Original Congo Mill
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6723
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13086
Inhoud
IncipitMet zeer veel genoegen
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.