<Resultaat 1650 van 2182

>

p1
29 Crescent Grove
Clapham Common[1]
S.W.

My dear Father Gezelle,

I wonder whether you could do me a kindness? I know that you will if you can for the sake of old times

You know, I think, that poor John came home from Australia in a most alarming state of health? Well the poor boy does not improve and I fear that there is little hope of improvement. Now he does not leave his bed and the only amusement he has is in collecting stamps. That is a distraction and helps himp2to pass the weary hours. So if you can get him some stamps it will be a great kindness I know that you have friends in various parts of the World and perhaps you may have letters[2] from them. And any old Belgian or Luxembourg would please him

The poor boy suffers terribly both from heart and sickness and the dropsy[3] has increased very much. The Dr wants to tap him but he will not allow it as it weakens him so much. I suppose he will be obliged to have it done before long. It is very sad to see a fine young man prostrated in this manner. He is only 32. But it is God's Will andp3we must bear it as well as we can. Pray for him dear father, and for us also.

The 30th is our 41st anniversary,[4] how time flies!! Do you see Florence often? I forget her name in Religion Remember me most kindly to her when you see her or write to her. Ethel is back in Jersey.[5] I was hoping that they might have sent her here to Streatham,[6] if only for a visit and to see John but evidently they don't think of doing so

If by any chance you should hear of a nice family wanting an English governess, please think of Sibyl. she wants to get something to do, and shep4would prefer teaching to going to an Office. She knows French & English well but no Music

I should like to keep my daughters at home unless they had a Vocation for Religion but we must part with some of them as our expenses are great and Sibyl is the best fitted for going out.

Mr Weale has not taken his holidays yet but I think he will go to Liège soon.[7] He can't make up his mind as to what he will do. I don't suppose that I shall ever again see dear old Belgium.

I hope that you are keeping well. I am fairly well in spite of all my anxieties, and hoping that you will not mind my troubling you about the stamps

I remain
dear Father Gezelle

Noten

[1] Clapham Common is een park gesitueerd in Clapham. Rondom het park woonden voornamelijk rijke zakenlieden, die hun huizen bouwden volgens de laatste mode.
[2] Helena is hier de streepjes van haar ’t’ vergeten - wat nog wel voorvalt - waardoor dit woord vreemd geschreven lijkt.
[3] Verouderde benaming voor Oedeem, Eng. Edema, waarbij men een teveel aan extracellulair vocht in het lichaam heeft.
[4] Op 30 augustus 1854, 41 jaar daarvoor, was Helena met haar echtgenoot W.H. James Weale gehuwd.
[5] Jersey slaat hier op het eiland voor de Normandische kust, waar Ethel Weale verantwoordelijk was voor een school.
[6] De Dames van Sint-Andreas hadden tal van vestingen buiten Doornik en ook buiten België, zoals bijvoorbeeld in Jersey en Londen (Streatham, niet ver van Clapham, waar Helena woonde).
[7] In Luik woonden hun vrienden Jules en Sybille Helbig.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWalton, Helena Amelia; Weale, Helena
Datums° Londen, 1838 - ✝ 1921
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioHelena Walton werd geboren in 1838 in Bishop’s Gate te Londen als dochter van kleermaker Cornelius Walton en Honora Cronin (1813-1860), beiden geboren in Ierland. Cornelius Walton en Honora Cronin waren in maart 1837 gehuwd in St. Botolph’s, Aldgate te Londen. Er kwamen nog vier kinderen: Cornelius Walton jr (1836-1873), Mary Anne Walton (1839-1904), William Walton (1842-1912) en Hannah Walton (°1849). Helena huwde zelf op 30 augustus 1854 met W.H. James Weale in St. John's te Islington. In 1854 kwamen ze naar Brugge waar ze zich in 1857 definitief vestigde. In die periode had ze Guido Gezelle als haar biechtvader. Ze schreef hem brieven, waaruit een opmerkelijke mate van intimiteit blijkt. Het gezin kreeg 11 kinderen. In de jaren '70 keerde ze met haar gezin naar Engeland terug.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefschrijver

NaamWalton, Helena Amelia; Weale, Helena
Datums° Londen, 1838 - ✝ 1921
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioHelena Walton werd geboren in 1838 in Bishop’s Gate te Londen als dochter van kleermaker Cornelius Walton en Honora Cronin (1813-1860), beiden geboren in Ierland. Cornelius Walton en Honora Cronin waren in maart 1837 gehuwd in St. Botolph’s, Aldgate te Londen. Er kwamen nog vier kinderen: Cornelius Walton jr (1836-1873), Mary Anne Walton (1839-1904), William Walton (1842-1912) en Hannah Walton (°1849). Helena huwde zelf op 30 augustus 1854 met W.H. James Weale in St. John's te Islington. In 1854 kwamen ze naar Brugge waar ze zich in 1857 definitief vestigde. In die periode had ze Guido Gezelle als haar biechtvader. Ze schreef hem brieven, waaruit een opmerkelijke mate van intimiteit blijkt. Het gezin kreeg 11 kinderen. In de jaren '70 keerde ze met haar gezin naar Engeland terug.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamClapham (Londen)

Naam - persoon

NaamGezelle, Florence; Florentina Constantia; (E.Z.) Maria-Columba
Datums° Brugge, 29/09/1847 - ✝ Heule, 19/03/1917
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
BioFlorence Gezelle, dochter van Pieter-Jan Gezelle, hovenier, en Monica Devriese, was de jongste zus van Guido Gezelle. Ze woonde bij haar broer in toen hij onderpastoor was van St.-Walburga te Brugge (1865-1872). In Brugge zette ze zich ook in voor de Noordpoolmissie als lid van het ‘Comité des Dames Zélatrices de l’oeuvre des Missions du Pôle Nord’. Door conflicten met Gezelles meid Stéphanie Hendryckx verliet ze zijn woning en ging ze voor haar ouders zorgen in Heule, die in april 1871 bij hun dochter Louise waren ingetrokken. Uit de correspondentie met haar broer Guido blijkt dat Florence in september 1871 ook in hotel Aux Armes de France te Kortrijk werkte. In 1872 ging ze voor korte tijd werken bij de familie Smith in Brugge. Op 15/10/1873 trad ze in het klooster van de Zusters van Liefde van Maria te Heule en werd er geprofest op 25/08/1875. Ze nam de naam aan van Zuster Colombe en gaf les in de kostschool voor meisjes te Heule. Ze vervulde ook taken in diverse bijhuizen van het hoofdklooster, zoals Kortrijk, Zarren, Klemskerke, Esen en Passendale. Later kwam ze weer naar Heule terug.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; zanter (WDT), correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWeale, Camille John
Datums° Brugge, 27/12/1862 - ✝ Londen, 17/09/1895
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist
VerblijfplaatsEngeland
BioCamille John was het vierde kind van W.H. James Weale en Helena Walton en doopkind van Camille de Borman. Hij was leerling aan het Sint-Lodewijkscollege Brugge in het schooljaar 1876-1877. Hij emigreerde naar Australië, waar hij werkte als sociaal geëngageerd journalist. In 1895 kwam hij ziek terug om thuis te sterven.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamWeale, Ethel; Xaveria (zuster); Elizabeth Rose Ethelburga Xaveria
Datums° Brugge, 13/10/1860 - ✝ Doornik, 24/10/1923
GeslachtVrouwelijk
Beroeplerares; bibliothecaris; kloosterzuster
VerblijfplaatsEngeland
BioElizabeth Rose Ethelburge werd op 13 oktober 1860 in Brugge geboren als het derde kind van W.H. James Weale en Helena Walton. Ze was achtereenvolgens leerlinge aan het Instituut Saint-André te Brugge, te Doornik en te Tunbridge Wells, en studeerde Romaanse talen aan de universiteit te Oxford. Op 12 mei 1881 trad ze in bij de congregatie van Saint-André in Doornik, waar ze op 2 augustus van dat jaar haar noviciaat aanving onder de naam Xaveria. Op 8 september 1883 legde ze haar religieuze geloften af, waarna ze een jaar aan de normaalschool te Brugge verbleef. Vervolgens werd haar wens verhoord om missiewerk te mogen doen: ze werd naar het klooster van St. Matthew op het eiland Jersey gestuurd, waar ze aan het hoofd stond van een school voor rijke kinderen. In de census van 1891 en 1901 stond ze er vermeld in de parochie van St. Mary, waar ze het huis St. Louis betrok, en later het St. Andreas Institute, samen met medezusters Helene Masselis, Henriette Van Aelst, Alice Beer en Emma Van Besien. Op 3 maart 1895 legde Ethel haar laatste geloften af en startte ze een nieuwe school in het nabijgelegen Saint-Ouen mee op. Elke dag ondernam ze de tocht van 6 km te voet tussen haar klooster St.Matthew en de school. Ondertussen behaalde ze ook nog het diploma voor leerkracht. Na een verblijf van tweeëntwintig jaar te Jersey verbleef ze achtereenvolgens te Streatham (1908), te Doornik (1909), Streatham (1916) en daarna definitief te Doornik (1919). Daar was ze lerares Latijn, Engels en bibliothecaresse. Ze stierf te Doornik op 24 oktober 1923.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.familysearch.org/; Archief Soeurs de Saint-André
NaamWeale, Sibylle Henriette Agnes Marie des Anges; Sybil; Sibyl
Datums° Brugge, 19/01/1872 - ✝ Londen, 05/11/1916
GeslachtVrouwelijk
Beroeplerares
BioSibylle Henriette Agnes Marie des Anges Weale werd op 19 januari 1872 in de Sint-Clarastraat 1 te Brugge geboren als het achtste kind van W.H. James Weale en Helena Walton. Ze was het petekind van Jean Bethune, en als getuigen op de geboorteakte staan Jean Steinmetz en Arthur Robinson. Sibylle was werkzaam als gouvernante in Clapham, en als lerares in het Sint-Andreasinstituut te Brugge. In 1901 was ze, samen met haar zus Ethel, lerares aan het St. Andrew's Institution in St. Mary op Jersey. Ze stierf te Londen op 5 november 1916.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.archiefbankbrugge.be/
NaamWeale, William Henry James; Francis Mary of the Angels
Datums° St. Marylebone, Londen, 08/03/1832 - ✝ Clapham, Londen, 26/04/1917
GeslachtMannelijk
Beroepkunsthistoricus; conservator; auteur
VerblijfplaatsEngeland
BioWilliam Henry James Weale werd in London geboren op 8 maart 1832 als zoon van James Weale en Susan De Vesien. Hij studeerde Grieks, Hebreeuws, geschiedenis en theologie aan King's College, Londen (1843-1848). Hij kwam in contact met Frederick Oakeley, kapelaan van St. George's Southwark en bekeerde zich onder zijn impuls op 09/02/1849 tot de Rooms-Katholieke Kerk. Oakeley werd pastoor te St. John, Islington en deed een beroep op James om een kloostergemeenschap te stichten. Weale was toen brother Francis Mary of the Angels. Met een groepje bekeerlingen kwam hij voor de eerste keer naar Brugge voor de bisschopswijding van Mgr. Malou. Hij reisde doorheen België. Vervolgens was hij een korte tijd ambtenaar. Hij gaf daarna les aan een Katholieke armenschool voor Ierse kinderen verbonden aan de kerk van St. Johannes de Evangelist in Duncan Terrace. Daar werd hij op heterdaad betrapt door getuigen terwijl hij een jongen met een lineaal mishandelde. De jongen was ondertussen bewusteloos. Weale gaf toe dat hij een opvliegend karakter had. Voor het ernstig afranselen van die zesjarige leerling John Farrell, werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden. Hij vertrok op een lange reis door Europa waardoor zijn interesse voor de middeleeuwen en kunst werd opgewekt. Op 30/08/1854 huwde hij met Helena Amelia Walton. Ze kregen 11 kinderen. In december 1854 kwam hij naar Brugge, waar hij zich in 1857 definitief vestigde. Hij maakte kennis met de gebroeders Bethune, de architect Brangwyn en King, belangrijke vertegenwoordigers van de christelijke kunst en bouwstijl in Vlaanderen. Weale bestudeerde de kunst en de liturgie van de middeleeuwen. Hij ontdekte verloren kunstwerken en identificeerde schilders. Hij was lid van de Commission royale d'art et d'archéologie (1860) en briefwisselend lid van de Belgische Koninklijke Commissie voor monumenten (1861). In 1863 was hij ook de stichter van de Gilde van Sint-Thomas en Sint-Lucas die de studie van de oude christelijke kunst ging stimuleren. Hij was ook medestichter en de eerste conservator van de Société Archéologique. Deze vereniging richtte het eerste historische museum van Brugge op, de voorloper van het huidige Gruuthusemuseum. Samen met Gezelle stichtte hij 'Rond den Heerd' (1865) maar zette de samenwerking stop op 26/05/1866. Hij schreef talrijke artikels en bijdragen tegen betaling. In 1863 ging hij als vertegenwoordiger werken voor de firma Chance Brothers Glass Works in Birmingham. Hij leverde o.m. glas aan Jean Bethune en Samuel Coucke. In 1872 werd hij verbonden aan het South-Kensington Museum en belast met het catalogiseren van Nederlandse kunstvoorwerpen. Op 03/08/1878 verliet hij Brugge en vestigde zich te Clapham, Londen. Hij importeerde er o.m. liturgische boeken voor de uitgevers Desclée de Brouwer (1883-1885). In 1890 werd hij conservator van de National Art Library in South-Kensington maar werd in 1897 tot ontslag gedwongen. In 1899 organiseerde hij in de New Gallery te Londen een tentoonstelling over de Vlaamse Primitieven, gevolgd door een grote tentoonstelling in Brugge in 1902. Enkele belangrijke werken: 'Guide book for Belgium', 'Aix-la-Chapelle and Cologne' (1858), 'Bruges et ses environs' (1862), 'Hans Memlinc' (1865), 'Bibliographia Liturgica' (1886), 'Analecta Liturgica' (1889), 'Bookbindings in the National Art Gallery' (1898), 'Hubert and John van Eyck' (1908).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; Rond den Heerd; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Karen Ellis Rees, William Weale, Brother Francis and the Bad Boy. Op: London Overlooked. True Stories from the Old Smoke: https://london-overlooked.com/weale/
NaamHelbig, Jules
Datums° Luik, 08/03/1821 - ✝ Luik, 15/02/1906
GeslachtMannelijk
Beroepschilder; kunsthistoricus; auteur
BioJules Helbig was een Belgische schilder en kunsthistoricus, geboren te Luik als zoon van Jean-Baptiste Helbig, bankier en bibliofiel, en Anne-Marie Lauteren. Hij was de halfbroer van Henri Helbig (1813-1890), eveneens bibliofiel. Aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Luik kreeg hij les van Jean-Baptiste Jules Van Marcke en van 1840 tot 1843 studeerde hij aan de Kunstacademie van Düsseldorf. Zijn schilderwerk situeert zich binnen de 19e-eeuwse neogotiek, waarvan hij en Jean-Baptiste (de) Bethune in België de belangrijkste verdedigers waren. Hij leverde religieuze muurschilderingen aan onder meer de Sint-Pauluskathedraal van Luik. Als kunsthistoricus schreef hij sinds 1873 over de schilderkunst in het prinsbisdom Luik. Bij Desclée De Brouwer verscheen zijn belangrijkste publicatie: ‘La sculpture et les arts plastiques au pays de Liège et sur les bords de la Meuse’ (1890, Brugge). Kort voor zijn dood in 1906 gaf hij een biografie uit over Jean-Baptiste (de) Bethune: ‘Le Baron Bethune, fondateur des Écoles Saint-Luc. Étude biographique’, eveneens bij Desclée De Brouwer
Links[wikipedia]
NaamHelbig, Sybille Julienne Marie Anne Joséphine
Datums° Luik, 01/11/1819 - ✝ Luik, 23/02/1898
GeslachtVrouwelijk
BioSybille Helbig was geboren te Luik op 1 november als dochter van Jean-Baptiste Helbig, bankier en bibliofiel, en Anne-Marie Lauteren. Ze was de zus van Belgisch schilder en kunsthistoricus Jules Helbig (1821-1906) en van Henri Helbig (1813-1890). Sybille bleef ongehuwd en woonde samen met haar broer Jules. De Helbigs waren bevriend met Helena Weale. Sybille stierf te Luik op 23 februari 1898 in Rue de Joie nr. 16.
Bronnen https://www.openarchieven.nl/abb:862b571b-46f1-3361-ebcf-f79e1b5bbf91; Familysearch

Naam - plaats

NaamLuik
NaamClapham (Londen)

Naam - instituut/vereniging

NaamCongregatie van de Zusters van St.-Andreas
BeschrijvingDe geschiedenis van de Dames van Sint-Andreas begon rond 1230 op de rechteroever van de Schelde bij de poorten van Doornik. Enkele vrouwen openden er een gasthuis voor pelgrims en reizigers. Op het einde van die eeuw transformeerden de zusters dit pand in een ziekenhuis voor de allerarmste en bejaarde zieken. Door de aanvaarding van de regel van Sint-Augustinus werden deze zorgende dames door de kerk aanvaard als kloosterlingen, en hun ‘hospitaal’ kreeg de naam Sint-Andreas. De bisschop van Cambrai beperkte het aantal zusters tot zes personen om brood te sparen. Deze numerus clausus gold tot in de 17de eeuw. Op 16 september 1611 werd de congregatie, op uitdrukkelijke wens van de zusters, officieel erkend als een klooster gericht op een contemplatief leven in gebed. Vanaf dan maakten de zusters zich de Ignatiaanse spiritualiteit eigen, leidden ze een monastiek leven en groeide de gemeenschap. In 1796, in de nasleep van de Franse Revolutie werd het klooster verbeurd verklaard en de zusters verdreven. Dankzij de energie en veerkracht van enkelen onder hen, konden ze in 1801 hun kloosterdomein gedeeltelijk terugkopen. In 1837 legden elf zusters, ‘Dames van St. Andreas’ genoemd, hun eeuwige geloften af volgens een Ignatiaans geïnspireerde leefregel. Pas op 14 april 1857 werd de Sociëteit van Sint-Andreas een apostolische congregatie van pauselijk recht. De ultramontaanse katholieke kerk wantrouwde de moderne samenleving fundamenteel. Een gedegen katholieke opvoeding was een van de antwoorden op de noden van de moderne tijd en zo zetten de zusters zich voortaan in voor onderwijs. Op uitnodiging van bisschop Jean-Baptist Malou (1848-1864) kwamen in 1859 zes dames vanuit Doornik naar Brugge om er een normaalschool op te richten voor vrouwelijke religieuzen. Mère Lucie Derreumeaux had van bij de stichting van de lerarenopleiding een cursus pedagogiek uitgeschreven, geïnspireerd op Ignatius van Loyola en De l’éducation (1851) van Félix Antoine-Philippe Dupanloup (1802-1878), bisschop van Orléans en lid van de Académie Française (1854-1875). Bisschop Jean Baptist Malou, medestichter van de normaalschool, onderhield goede contacten met zijn Franse collega en implementeerde diens visie bij de organisatie van het diocesaan onderwijs: het kind is een beeld van God ondanks de erfzonde en in weerwil van de principiële afwijzing van de Verlichtingsidee dat de mens van nature goed is. Het is de taak van de opvoeder om dit waardevolle beeld spiritueel en intellectueel te vormen en te versterken. Niet met dwang, maar met duidelijke en motiverende argumenten, en in respect voor de waardigheid en de vrijheid van het kind moet de onderwijzeres de neigingen van zijn hart en wil disciplineren. De educatie van meisjes, de moeders van later, op wie het succes van de familie en bij uitbreiding van de maatschappij rust, is van groot belang. Dankzij een strakke schoolorganisatie wordt voor jonge lesgeefsters een vertrouwelijke omgang met de leerling mogelijk. Eens in Brugge, vestigden de Dames zich in de Freren Fonteinstraat, in 1870 op de St. Jansplaats, het latere Hemelsdaele, en ten slotte op de Garenmarkt. Daar werd ook een kostschool voor jongens uit de Franssprekende elite opgericht. De oefenschool van de normaalafdeling was Vlaams en kosteloos. Gezelle zou er Engelse les geven aan zusters met overzeese plannen. Na WOII werd de normaalschool opengesteld voor niet-religieuzen. Mère Ides-Marie, Monique D’hooghe, was de laatste Dame die van 1949 tot 1980 het ambt van directrice waarnam. De totale schoolbevolking steeg enorm en in 1959 werd een tweede instituut opgericht te St. Kruis. Gebrek aan roepingen noopte de Dames van St. Andreas zich geleidelijk terug te trekken uit hun instellingen en hun intrek te nemen in een eenvoudige woning. In 2008 vertrokken de laatste acht overblijvende kloosterzusters naar het moederhuis in Doornik. Zo viel definitief het doek over hun 150-jarige onderwijsgeschiedenis te Brugge.
Datering1231-heden
Links[odis], [wikipedia]
NaamConvent of the Sisters of Saint Andrew London
BeschrijvingIn 1863 stichtte de congregatie van de zusters van Sint-Andreas een klooster in Londen. In 1895 werd Coventry Hall in Streatham, Londen, deel van de St. Andrew’s Girl School. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de zusters en leerlingen geëvacueerd van Streatham naar Surrey en Sussex. Coventry Hall werd later verbouwd tot appartementen en in 1982 gesloopt en vervangen door sociale woningen en kantoorruimte.
Datering1863-1940

Titel27/08/1895, Clapham (Londen), [Helena Amelia Walton (= mevrouw Helena Weale)] aan [Guido Gezelle]
EditeurEmma Marchau; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Walton, Helena Amelia]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum27/08/1895
VerzendingsplaatsClapham (Londen)
AnnotatieAdressant gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens ; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.235
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 182x115
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden watermerk: I B & C° [?]Londen
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); idem bovenaan: Weale (potlood, onbekende hand); op zijde 4 rechtsonder: [Mevr. James Weale] (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6732
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13095
Inhoud
IncipitI wonder whether you
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.