<Resultaat 1769 van 2031

>

p1
Zeer Eerwaarde Vriend,

Tot mijne groote spijt heb ik U gisteren niet kunnen spreken, te meer, dat het een heelen tijd geleden is sedert ik U gezien heb. Ik hoop dat ge nu niet alleen verhuisd, maar ook “verboekt” zijt, en dus heelemaal op Uw gemak in Uwe nieuwe omgeving.

Dit schrijven moet dienen, Waarde Vriend, om U te verzoeken dringend tusschen beide te komen bij Uw goeden vriend Dr. De Gheldere, opdat hij op mij stemme. Want verleden maal, toen Ge mij zegdet, dat De Gheldere het met U eens was, heeft hij zich tegenover anderen zóó uitgelaten, dat deze den indruk kregen, dat hij, had hij mogen stemmen, het niet op mij zou gedaan hebben, zoodat het zeker niet overbodig zal zijn, als Gij hem nog eens over de zaak spreekt. Want God weet, Waarde Vriend, hoe ik elke stem, diep2 ik krijgen kan, zal noodig hebben. Gij hebt het geheele stuk van Prayon eergisteren niet gehoord, maar gij hebt er geene gedachte van, hoe het geheele ding een aaneenschakeling is van drogredenen en hatelijkheden, die blijkbaar in persoonlijke wraakzucht hun oorsprong hebben. Mijne heiligste inzichten maakt hij verdacht, en zoo’n handelwijze moet een reden hebben. Ik hoop wel, dat de meeste onzer medeleden zijn doel zullen doorzien, maar er zijn er toch ook, die, mirabile dictu, met hem instemmen. Er is echter nog een ander gevaar. Een ander onzer leden – misschien raadt Ge wel wie – vermeit er zich in mijn naam te belasteren door te vertellen aan al wie het hooren willen, dat ik een pedant ben, dat ik in de Academie den schoolmeester met de plak speel, en mijzelven als den Messias onzer inrichting beschouw. Hoe beoordeelt hij mij slecht, en hoe weinig kent hij mij! Maar hoe onwaar zijne p3bewering ook moge zijn, ze maakt indruk. Er zijn immers altijd menschen die zich om zoo te zeggen alles laten wijsmaken. Gelukkig heb ik ook mijne vrienden, maar of ze talrijk genoeg zullen zijn? Dit zijn de namen waarop ik rekenen mag: 1 Gezelle 2 Claeys 3 Coopman 4 Obrie 5 Demaere 6 De Vos 7 Gaillard 8 Deflou 9 Coremans 10 Daems. De heer Thijm heeft “veel lust om op mij te stemmen”, zegt hij zelf, maar zekerheid geeft hij niet. Als Gij zeker Dr. De Gheldere voor mij kont winnen, zou ik in elk geval al een heel eind ver zijn.

Gij kunt niet gelooven, Eerwaarde Vriend, hoe het mij zou spijten, als ik deze maal niet moest gekozen worden. Tot U mag ik immers zoo wel spreken. Ik zou zoo gaarne het prestige der Academie naar buiten helpen vermeerderen, door mijne werken, maar als briefwisselend lid kan ik voor mijn werk geen vergelding krijgen, en het is mijn plicht, als man en vader, alleenp4zulk werk te doen, als hetgeen mijn inkomsten helpt vermeerderen, zoodanig dat ik anders in de Academie het vijfde wiel aan den wagen blijf, of ongeveer, en wat doe ik er dan?

Maar ik geef nog alle hoop niet op. Heb ik mijne vijanden, ik heb ook mijne vrienden, en daartoe behoort Gij immers ook. In hunne en in Uwe vriendschap heb ik volle vertrouwen, in de hoop dat Gij niets ongedaan zult laten, om mijne benoeming te verzekeren.

Na hartelijke groeten, ook van mijne vrouw, blijf ik
Uw gehoorzame
Willem de Vreese

Register

Correspondenten

NaamDe Vreese, Willem Lodewijk
Datums° Gent, 18/01/1869 - ✝ Voorschoten, 10/01/1938
GeslachtMannelijk
Beroeptaalgeleerde; hoogleraar; bibliothecaris; publicist
BioWillem Lodewijk De Vreese, taalgeleerde, hoogleraar, bibliothecaris en publicist, werd geboren in Gent op 18 januari 1869. Na de gemeentelijke school kwam hij in 1881 op het atheneum waar hij medestichter werd van het ‘Taalminnend leerlingengenootschap de Heremanszonen’. In 1887 ging hij naar de universiteit en promoveerde er in 1891 tot doctor Germaanse Filologie met een proefschrift over Boendale. Daarna verhuisde hij naar Leiden, waar hij benoemd was tot redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal van De Vries en Te Winkel. Eind 1895 keerde hij terug naar Gent als docent en bibliothecaris aan de universiteit. In 1911 volgde zijn benoeming tot gewoon hoogleraar en hoofdbibliothecaris. Ondertussen was hij in 1896 corresponderend en in 1902 gewoon lid geworden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Zijn levenswerk was de studie van het Middelnederlands met zijn internationaal gereputeerde Bibliotheca Neerlandica Manuscripta, een collectie van beschrijvingen van om en bij de 15.000 handschriften die verworven werd door de Leidse Universiteitsbibliotheek. Overigens ijverde hij voor taaleenheid tussen Noord en Zuid, ook in de spreektaal, en zette die grootnederlandse gedachte ook door op politiek vlak (lid en later voorzitter van de Raad van Vlaanderen). Eind 1918 moest hij uitwijken naar Nederland, waar hij in augustus 1919 directeur werd van de Gemeentebibliotheek te Rotterdam.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Vreese,_Willem_L.
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Vreese, Willem Lodewijk
Datums° Gent, 18/01/1869 - ✝ Voorschoten, 10/01/1938
GeslachtMannelijk
Beroeptaalgeleerde; hoogleraar; bibliothecaris; publicist
BioWillem Lodewijk De Vreese, taalgeleerde, hoogleraar, bibliothecaris en publicist, werd geboren in Gent op 18 januari 1869. Na de gemeentelijke school kwam hij in 1881 op het atheneum waar hij medestichter werd van het ‘Taalminnend leerlingengenootschap de Heremanszonen’. In 1887 ging hij naar de universiteit en promoveerde er in 1891 tot doctor Germaanse Filologie met een proefschrift over Boendale. Daarna verhuisde hij naar Leiden, waar hij benoemd was tot redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal van De Vries en Te Winkel. Eind 1895 keerde hij terug naar Gent als docent en bibliothecaris aan de universiteit. In 1911 volgde zijn benoeming tot gewoon hoogleraar en hoofdbibliothecaris. Ondertussen was hij in 1896 corresponderend en in 1902 gewoon lid geworden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Zijn levenswerk was de studie van het Middelnederlands met zijn internationaal gereputeerde Bibliotheca Neerlandica Manuscripta, een collectie van beschrijvingen van om en bij de 15.000 handschriften die verworven werd door de Leidse Universiteitsbibliotheek. Overigens ijverde hij voor taaleenheid tussen Noord en Zuid, ook in de spreektaal, en zette die grootnederlandse gedachte ook door op politiek vlak (lid en later voorzitter van de Raad van Vlaanderen). Eind 1918 moest hij uitwijken naar Nederland, waar hij in augustus 1919 directeur werd van de Gemeentebibliotheek te Rotterdam.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Vreese,_Willem_L.

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamGent
GemeenteGent

Naam - persoon

NaamCoopman, Theofiel
Datums° Gent, 24/11/1852 - ✝ Schaarbeek, 04/06/1915
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; bediende; boekhouder
BioTheofiel Coopman volgde zijn humaniora aan het Koninklijk Atheneum te Gent. Hij had er o.m. Max Rooses als leraar. Hij trouwde met Marie Dillens en het koppel vestigde zich in 1873 te Brussel. Coopman werkte er als bediende, boekhouder, ambtenaar en directeur van de vertaaldienst van het Ministerie van Spoorwegen, Post en Telegrafie. Hij schreef gedichten en romantische liederen die getuigen van zijn liefde voor Vlaanderen. Samen met Victor dela Montagne stichtte hij in 1877 het tijdschrift "De Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle" en gaf hij ook een bloemlezing uit (Onze Dichters, 1830-1880, eene halve eeuw Vlaamsche poëzie. Antwerpen: 1880). Hij schreef nog diverse werken in samenwerking met andere auteurs zoals Jan Broeckaert en Lodewijk Scharpé. Hij was lid van de Veldbloem, secretaris van de Brusselse afdeling van het Willemsfonds, medewerker bij de organisatie van de Nederlandsche Taal- en Letterkundige Congressen en medestichter en bestuurslid van het Nationaal Vlaamsch Verbond. In 1886 werd hij werkend lid en in 1901 bestuurder van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Coopman,_Theophiel
NaamDeflou, Karel
Datums° Brugge, 09/07/1853 - ✝ Brugge, 27/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroephistoricus; filoloog; letterkundige
BioKarel Deflou was de zoon van een antiquaar-prentenhandelaar in de Gruuthusestraat, naast de drukkerij waar Guido Gezelles ‘Jaer 30’ verscheen. Door het overlijden van zijn vader in 1866 kwam er een einde aan het antiquariaat en kon de jonge Karel niet verder studeren. Na zijn basisonderwijs werd hij bediende, en vervolgens beambte bij de provincie West-Vlaanderen. Hij bekwaamde zich op eigen houtje in de Germaanse en oude talen en legde zich toe op taalstudie en geschiedenis. Vooral de toponymie boeide hem. Hij was een schrijver en historicus met een grote werkkracht en een goed geheugen. De eerste bijdrage die van hem in druk kwam, behandelde de Brugse straatnamen. Vanaf 1879 begon hij de toponiemen te verzamelen, een decennialange bezigheid die in zijn monumentale woordenboek zou uitmonden. Vanaf 1887 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, en vanaf 1926 ook van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie. Verder was hij ook bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge sinds 1911, en was hij de eerste bibliothecaris van het Willemsfonds te Brugge. Zijn meesterwerk is het 'Woordenboek der Toponymie in Westelijk Vlaanderen', dat in 18 delen verscheen tussen 1914 en 1938. Nog vooraleer het af was, werd hem hiervoor in 1928 een grootse hulde gebracht en verkreeg hij een eredoctoraat van de KUL. Aanvankelijk sloot Deflou aan bij de kring rond Julius Sabbe. Dankzij de taalkundige belangstelling hebben Deflou en Gezelle elkaar pas echt gevonden in de Loquela-periode. De Flou was in 1882 getrouwd met Eulalie Sylvie Verbrugghe, die ooit nog een buurmeisje van Gezelle was geweest aan de Lange Rei/Potterierei.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamDe Gheldere, Karel
Datums° Torhout, 18/08/1839 - ✝ Koekelare, 17/07/1913
GeslachtMannelijk
Beroeparts; dichter
BioKarel De Gheldere was een oud-leerling van Gezelle te Roeselare (poësis 1858-1859). Gezelle schreef een aantal gedichten voor hem waaronder 'Tranen' en ‘Zoo welkom als de bie’ (1859). Na zijn retorica (1859-augustus 1860) volgde De Gheldere een korte periode filosofie aan het kleinseminarie in het schooljaar 1860-1861 met het oog op het priesterschap. Hij verzaakte evenwel aan een priesterroeping en studeerde vanaf januari 1861 geneeskunde te Leuven, waar hij in 1865 met onderscheiding afstudeerde. Hij vestigde zich als arts in Koekelare. Hij was een levenslange vriend van Gezelle, die een aantal van zijn gedichten aan hem heeft opgedragen. Zelf publiceerde hij de dichtbundels Jongelingsgedichten (1861), Landliederen (1883) en Rozeliederen (1893). In de Landliederen komt een wisselgedicht met Gezelle op de nachtegaal voor. Hij was corresponderend (1889) en werkend lid (1892) van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; zanter (WDT); lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; gedichten
BronnenH. Verriest, Twintig Vlaamsche koppen. Leuven, 19234, p.30-49; R. Seys, De dichter van de rozen. Koekelare. 1958 R. Seys, Dr. Karel de Gheldere. Wat land- en rozeliederen. In: VWS-Cahiers: 2 (1967) 8.
NaamDe Vos, Amand; Amandus; Wazenaar
Datums° Eksaarde, 09/09/1840 - ✝ Gent, 04/11/1906
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; legerarts; polemist; schrijver
BioAmand De Vos studeerde, na middelbare studies in het college van Sint-Niklaas en zijn militaire dienst, theologie en geneeskunde te Gent en te Brussel. Hij promoveerde tot dokter in de geneeskunde. Hij was arts bij het leger van 1870 tot 1889. Ondertussen schreef hij gedichten en prozaschetsen en wilde hij vanuit een diep rechtvaardigheidsgevoel de Vlaamse Multatuli worden met zijn debuut "Een Vlaamsche Jongen" (1879). Deze autobiografische roman riep wegens zijn polemisch karakter verdeelde reacties op. Ook in zijn strijd voor Vlaamse ontvoogding voelde hij zich vaak verkeerd begrepen en laakte hij in tal van polemische teksten de partijpolitieke bekommernissen van heel wat politici en auteurs. Dat was ook de reden waarom hij in 1886 inging op het voorstel lid te worden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Door conflicten met zijn militaire overheid werd hij vervroegd op pensionering gestuurd. Na zijn ontslag werkte hij nog als arts in Gent.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Vos,_Amand
NaamDe Vreese, Willem Lodewijk
Datums° Gent, 18/01/1869 - ✝ Voorschoten, 10/01/1938
GeslachtMannelijk
Beroeptaalgeleerde; hoogleraar; bibliothecaris; publicist
BioWillem Lodewijk De Vreese, taalgeleerde, hoogleraar, bibliothecaris en publicist, werd geboren in Gent op 18 januari 1869. Na de gemeentelijke school kwam hij in 1881 op het atheneum waar hij medestichter werd van het ‘Taalminnend leerlingengenootschap de Heremanszonen’. In 1887 ging hij naar de universiteit en promoveerde er in 1891 tot doctor Germaanse Filologie met een proefschrift over Boendale. Daarna verhuisde hij naar Leiden, waar hij benoemd was tot redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal van De Vries en Te Winkel. Eind 1895 keerde hij terug naar Gent als docent en bibliothecaris aan de universiteit. In 1911 volgde zijn benoeming tot gewoon hoogleraar en hoofdbibliothecaris. Ondertussen was hij in 1896 corresponderend en in 1902 gewoon lid geworden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Zijn levenswerk was de studie van het Middelnederlands met zijn internationaal gereputeerde Bibliotheca Neerlandica Manuscripta, een collectie van beschrijvingen van om en bij de 15.000 handschriften die verworven werd door de Leidse Universiteitsbibliotheek. Overigens ijverde hij voor taaleenheid tussen Noord en Zuid, ook in de spreektaal, en zette die grootnederlandse gedachte ook door op politiek vlak (lid en later voorzitter van de Raad van Vlaanderen). Eind 1918 moest hij uitwijken naar Nederland, waar hij in augustus 1919 directeur werd van de Gemeentebibliotheek te Rotterdam.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Vreese,_Willem_L.
NaamDaems, Servatius; Frater Domien
Datums° Noorderwijk, 04/06/1838 - ✝ Tongerlo, 30/07/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppredikant; Norbertijner kanunnik; bibliothecaris; letterkundige
VerblijfplaatsNederland
BioServaas Daems deed zijn humaniora aan het college te Herentals en trad daarna in bij de Norbertijnen te Tongerlo, waar hij bibliothecaris werd en professor in de theologie. Hij stelde zijn talent als redenaar en als dichter vooral in dienst van zijn godsdienstig en pedagogisch ideaal. Op taalgebied nam Daems een algemeen-Nederlands standpunt in en voelde niet veel voor particularisme. Hij was lid van de Maatschappij te Leiden sedert 1882 en werd in 1886 ook verkozen tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Als bestuurder hield hij in 1900 onder de titel "Een eeuw van strijd" een invloedrijke toespraak over honderd jaar Vlaamse taalstrijd. Als letterkundige publiceerde hij de roman "Voor twee Vaders" (1868) en een humoristisch boekje "De Kruiwagens" (1869). Verder ook het toneelstuk "Sinte Dimphna’s Marteldood" (1874) en een aantal dichtbundels, sommige in middeleeuws trant. Hij vertaalde ook de XXste zang van Longfellows "Hiawatha". Tussen Gezelle en Daems bestond er maar matige waardering. Zo schreef hij een parodie op Gezelles "Bezoek bij 't graf".
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Daems,_Servaas_D.; R. Sterkens, Servaas Daems en zijn letterkundige werken, 1935
NaamGailliard, Edward Louis
Datums° Brugge, 04/07/1841 - ✝ Brugge, 29/07/1922
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar-uitgever; archivaris; historicus; taalkundige
BioGailliard ging naar het Sint-Lodewijkscollege (Brugge) en het kleinseminarie te Roeselare, waar hij les kreeg van Guido Gezelle. Toen zijn vader in 1864 stierf, nam hij diens drukkerij-boekbinderij over. Bij hem verschenen Rond den Heerd, La Flandre, De Halletoren en vele andere tijdschriften en boeken. Hij schreef samen met Gilliodts een Table analytique en een Glossaire Flamand. In december 1884 werd hij rijksarchivaris te Brugge. Hij was stichtend lid van de Koninklijke Academie voor Vlaamse Taal- en Letterkunde (08/07/1886) en secretaris van haar Bestendige Commissie voor Middelnederlandse Letterkunde. Van 1894 tot 1905 werkte hij aan De Keure van Hazebroek (5 delen).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; oud-leerling van Gezelle; uitgever van Rond den Heerd
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamObrie, Julius
Datums° Gent, 16/03/1849 - ✝ Gent, 20/11/1929
GeslachtMannelijk
Beroepmagistraat; hoogleraar; auteur
BioJulius Obrie werd geboren in Gent op 16 maart 1849 als zoon van een gerechtsdeurwaarder. Hij deed zijn middelbare studies aan het Koninklijk Atheneum en aan het Sint-Barbaracollege in Gent en studeerde er daarna rechten aan de universiteit (promotie 1872). Na zijn studies kwam hij aan de Gentse balie waar hij, samen met Albert Fredericq het initiatief nam om de taalwet op het gerecht te bespoedigen. Samen met hem stichtte hij in 1874 ook de Vlaamse Conferentie aan de balies van Antwerpen en Gent. In 1876 werd hij benoemd tot vrederechter in het kanton Waarschoot. Vanaf 1885 was hij voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. Obrie was katholiek en vlaamsgezind maar hield zich buiten de partijstrijd. Hij ijverde voor de verstandhouding tussen juristen in Nederland en België met het oog op een Vlaamse rechtswetenschap en het gebruik van een zuivere Nederlandse rechtstaal. Hij was ook betrokken bij de Nederlandse Taal- en Letterkundige congressen. In 1880 was hij verkozen tot lid van de Maatschappij te Leiden en in 1886 tot werkend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. In 1890 werd hij belast met de Nederlandse cursus van strafrecht te Luik en in 1897 hoogleraar aan de Gentse universiteit. Hij bleef er doceren tijdens de eerste wereldoorlog wat leidde tot zijn ontslag in 1919 aan de universiteit en in de Academie.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Obrie,_Julius
NaamPrayon van Zuylen, Alfons Marie Napoleon; Terlaenen, Alfred; Hieckx Az., A.
Datums° Gent, 19/11/1848 - ✝ Twickenham, 16/11/1916
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; journalist
VerblijfplaatsEngeland
BioAlfons Prayon van Zuylen volgde zijn middelbaar onderwijs aan het Gentse atheneum en studeerde rechten aan de universiteit van Gent. Hij werd in 1873 advocaat en was wisselend in Gent en Elsene gevestigd. Op 12 september 1874 trouwde hij met barones Helena van Zuylen van Nyevelt. In 1905 vestigde hij zich in Engeland. Hij was medestichter, redacteur en medewerker van het tijdschrift het Nederlandsch Museum. Hij werkte ook mee aan tal van andere tijdschriften zoals De Gentsche Studenten-Almanakken, Vox Studiosorum, Het Studentenweekblad, De Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle, De Leeswijzer, het Volksbelang, De Zweep, De Flamingant e.a. Ondanks zijn Franstalige opvoeding, had hij toch veel interesse voor het Vlaams. Hij publiceerde over het pangermanisme en kwam in ruzie met Willem De Vreese. Daarnaast schreef hij ook novellen. Als lid van de Koninklijke Vlaamse Academie publiceerde hij een lijvig boek: Korte staatkundige geschiedenis van het Iersche volk (Gent: A. Siffer 1902)
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; corresponderend lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/Prayon-van_Zuylen,_Alfons_M.N.
NaamClaeys, Hendrik
Datums° Zomergem, 07/12/1838 - ✝ Gent, 17/11/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor; erekanunnik; auteur; dichter
BioHendrik Claeys werd op 19/12/1863 tot priester gewijd in Brugge. Hij werd leraar poëzie aan het College van Oudenaarde (28/09/1864) en aan het kleinseminarie van Sint-Niklaas (1869-1884). Hij was belangrijk voor het Davidsfonds van Sint-Niklaas. Vervolgens was hij pastoor in Oostakker (31/07/1884) en Gent (08/05/1890). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de Katholieke Universiteit Leuven (06/05/1887). Hij werd erekanunnik aan het Sint-Baafskapittel te Gent op 14/10/1904. Hij schreef verschillende gelegenheidsgedichten, cantates en artikels. Hij ontwikkelde zich ook als een groot redenaar. Zo verzorgde hij de lijkredes voor Hendrik Conscience en Guido Gezelle.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie
Naamvan Deyssel, Lodewijk; Karel Johan Lodewijk Alberdingk Thijm
Datums° Amsterdam, 22/09/1864 - ✝ Haarlem, 26/01/1952
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver
VerblijfplaatsNederland
BioLodewijk van Deyssel, pseudoniem van Karel Johan Lodewijk Alberdingk Thijm, was de zoon van Jozef Alberdingk Thijm. Hij kreeg zijn opleiding in het gymnasium te Rolduc, later te Katwijk-Binnen. Van 1885 tot 1894 was hij medewerker aan De Nieuwe Gids en behoorde hij tot de Beweging van Tachtig. Onder het pseudoniem Lodewijk van Deyssel verscheen zijn eerste roman Een Liefde (1887), duidelijk onder de invloed van Zola en het naturalisme. Daarna kwam de tijd van zijn impressionistisch proza en parodiërende geschriften (zijn zgn. scheldkritieken). In 1911 verscheen het dagboek Uit het leven van Frank Rozelaar, waaruit blijkt dat de vurige naturalist een bedaard man geworden was.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezelle)
Naamde Maere d'Aertrycke, Camille Charles Auguste; De Maere - Limnander
Datums° Sint-Niklaas, 20/01/1826 - ✝ Aartrijke, 07/10/1900
GeslachtMannelijk
Beroepwaterbouwkundige; havenpromotor.
BioCamille Charles August de Maere was waterbouwkundige en voorvechter van de haven van Brugge-Zeebrugge. Hij studeerde wetenschappen in Amsterdam en werd waterbouwkundig ingenieur dank zij studies in Parijs en Den Haag. Hij was politiek actief bij de Liberale Associatie en werd in Gent verkozen tot gemeenteraadslid en was er tot 1866 zeer actief als schepen van openbare werken. Van 1866 tot 1870 volksvertegenwoordiger. Hij sprak goed Nederlands en promoveerde de Vlaamse muziek o.m. via zijn steun aan jonge componisten als Peter Benoit en de organisatie van Vlaamse koorconcerten. Als bestuurder bij de Koninklijke Vlaamsche Academie en als voorzitter van “De tael is gansch het Volk” leverde hij mee strijd voor de oprichting van het Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen. Vanaf 1877 bepleitte hij de rechtstreekse verbinding van Brugge met de zee en slaagde erin om onder zijn leiding in Brugge over de partijgrenzen heen de krachten van politieke, culturele en handelsverenigingen te bundelen in de Kring Brugge Zeehaven. Uiteindelijk heeft zijn streven met ups-and-downs geleid tot de bouw van Brugge Zeehaven. Hij werd verheven in de adelstand en verkreeg in 1897 de erfelijke baronstitel met de toevoeging ‘d’Aertryke’ aan zijn naam.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellelid van Koninklijke Vlaamse Academie
NaamCoremans, Edward
Datums° Antwerpen, 01/02/1835 - ✝ Antwerpen, 02/11/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus
BioAndries Edward Coremans: studeerde klassieke filologie en rechten en was van bij de oprichting in 1861 werkzaam als secretaris en nadien als voorzitter van de invloedrijke Nederduitsche Bond. Hij maakte een snelle politieke carrière via de Antwerpse Meetingpartij, eerst als provincieraadslid, dan gemeenteraadslid en tenslotte zou hij 42 jaar lang zetelen als katholiek volksvertegenwoordiger in het parlement. Op zijn initiatief kwamen vier belangrijke taalwetten tot stand, w.o. de taalwetgeving betreffende het middelbaar en hoger onderwijs. Hij werd dan ook vereerd met het lidmaatschap van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde in 1891. In 1893 pleitte hij in de Kamer voor het algemeen stemrecht voor mannen, maar in 1894 nam hij stelling tegen de Daensisten van Aalst … Nog in 1910 werd Frans Van Cauwelaert zijn opvolger namens de Meeting.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellelid van Koninklijke Vlaamse Academie
Bronnen https://nevb.be/wiki/Coremans,_Edward_(eigenlijk_Andries_E.)
NaamHye, Julia Ludovica Maria; Juliette
Datums° Gent, 19/11/1866 - ✝ Delft, 18/12/1951
GeslachtVrouwelijk
BioJulia (Juliette) Hye trouwde op 8 augustus 1891 met Willem de Vreese; samen kregen zij acht kinderen. Na ruim dertig jaar huwelijk scheidde het echtpaar in 1922.
BronnenVerslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1992, p.163: https://www.dbnl.org/tekst/_ver016199201_01/_ver016199201_01_0012.php; J.A.A.M. Biemans, Vijftig jaar BNM in de Leidse UB (nr. 3 in de reeks Kleine publicaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek)

Naam - plaats

NaamGent
GemeenteGent

Naam - instituut/vereniging

NaamDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
BeschrijvingDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Datering1886-heden
Links[wikipedia]

Titel29/09/1899, Gent, Willem Lodewijk De Vreese aan [Guido Gezelle]
EditeurDirk Geirnaert; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderDe Vreese, Willem Lodewijk
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum29/09/1899
VerzendingsplaatsGent (Gent)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 210x135
wit, gelijnd
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7151
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13489
Inhoud
IncipitTot mijne groote spijt heb ik U giste-
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.