<Resultaat 1803 van 2074

>

p1+
Aan Den Eerweerden Heer G. Gezelle Bestuurder in het English klooster te Brugge

Dear and Reverend Uncle

First of all I ask your pardon for having waited so long to give you any of my news, not that I think my letters are interesting to you but I must have since long already have expressed my joy on earing[1] of your calling for director of the English sisters perhaps you do not enjoy it so well as I do think but still everyone says me that you seem to be very happy and very much loved by the dear sisters, Mary wrote my[2] about your lovely home and the beautiful garden in which you are living, may it be for many years! as a forthaste of paradise my dear Uncle I think to please you by giving a little news about our mission the only and first thing I can say is (,graet[3] poverty and want of money) I don’tp22think on begging no, I know quietwell[4] that in Belgium and especially in Bruges there is plenty of poverty and want, but how can I tell the truth without saying as it really is, now since we are here we have got tree[5] of[6] four times a little rain only for a few hours and it uses to rain for months and months, and this dryness causes famine[7] in many countries hundred and hundred persons men women and children come to Lahore half dead of hunger asking for work and food and are lying along the streets dying with hunger, the Indous and many others sextes[8] attributing this to their sins, do pray and make sacrifices to theirs gods to obtain rain but all in vain theirs gudas[9] so called remain deaf to their cries and do not answer their suplications,[10] here in the middel[11] of Lahore upon a market their[12] is standing are[13] enormeous[14] gun (kanon) and there on certain days the Indous meet and offer to that gun, sweets, fruits, gold, silver etc, etc, and worship and pray and make sacrifices and do all kind of things, to adore and worship their god. In our garden here their[15] are a few trees which the Indous worship and make fire and dance and pray around them, so told me the children of the orphenage.[16] p33the other day there was a funeral while I was with the children and they told me that it was a baby whom they where going to bury it was accompanied by mucic[17] and some women who were constantly beating and slapping their own selves for grief and sorrow, and when it is a grownup person who is to be burried[18] they tro[19] the body to its bed as fast as possible place it on an (houtstapel) make a fire underneath and so in weeping and mourning they let it burn away, All what you hear and see is deaprooted idolatry the only good is to be done by the children in schools and hospitals like our Sisters do, not one day passes without baptisms the women bring their poor sick little ones to a lady doctor to be treated or for medicine our sisters are there dayly[20] and when there[21] little creatures half dead are in their hands they say to their mother; let me wash a little your child it needs a bad[22] and she take it into another room and so get baptised, and then when the mother comes back the sister asks; well mother how is our child, they answer (dead) maragiya missab[23] and they begin to beat their breast and to trew[24] their arms about, but heaven as[25] received a little angle[26] more; is that not consoling?p4Dear Uncle my writhing is very bad is it not but yesterday I sat with my paper on my knees now it goes better on a table. I am sorry not to know better how to write English. but I think you will exuce me willingly I have now to learn the Indoustanie language which is awfully difficult I think to please dear Uncle by sending you an Indoustanie newspaper I got it from the schoolmaster which is an Indou-priest a very good man, next winter I shall send some photos of the mission and I think his Lordship the Bishop of Lahore will pay you a visit in the month of January or February If the dear Reverend Mother where[27] intented to give alms before that time please remember her our poor orphan children famine girls who suffer still very much from the famine from last year. now again we shall get some more poor miserable ones who want so much care to get them back as they where[28] before the famine, nearly all of them have sorces and many die from consomption I am sorry to tell you Dear and Reverend Uncle but the only think[29] wanted in Indië[30] is money for the Catholic Mission bij[31] the prostestants[32] there is more than plenty and so they cause much arm[33]*p1Dear Uncle please present my respects to the reverend mother and Sisters although unknown to me and remember us please in their prayers for here more than elsewhere we are in want of them.

*p2
Dear Uncle please do not forget me in your prayers I do pray for you dayly. Yours respectfull[34] in Jesus Christ
Sister Mary Wilfine
*p3
De eerbiedigste groetenissen van wegens mijne goede en weerde Overste
*p4
Mij[35] best love to Mathilde

Noten

[1] Foutief voor ’hearing’.
[2] Foutief voor ’me’.
[3] Foutief voor ’great’.
[4] Foutief voor ’quite well’.
[5] Foutief voor ’three’.
[6] Foutief voor ’or’.
[7] Doordat de zomermoesson uit was gebleven in 1899 kende de streek opnieuw hongersnood nadat er al een was geweest in 1896-1897. (Wikipedia)
[8] Foutief voor ’sects’.
[9] Foutief voor ’khuda’, wat ’god’ betekent in het Hindi. (vertaling door Nitin Gupta)
[10] Foutief voor ’supplications’.
[11] Foutief voor ’middle’.
[12] Foutief voor ’there’.
[13] Foutief voor ’an’.
[14] Foutief voor ’enormous’.
[15] Foutief voor ’there’.
[16] Foutief voor ’orphanage’.
[17] Foutief voor ’music’.
[18] Foutief voor ’buried’.
[19] Foutief voor ’throw’.
[20] Foutief voor ’daily’.
[21] Foutief voor ’their’.
[22] Foutief voor ’bath’.
[23] Vertaling Rosina Pastore (Hindi): ”hij is dood, mevrouw”. Hierbij betekent ’missab’ mevrouw, wat wellicht een fonetische verkorting is van ’miss sahab’, een variatie op ’memsahib’. Terwijl ’memsahib’ gebruikt werd om getrouwde Europese vrouwen aan te spreken, werd ’miss sahib’ gebruikt voor ongetrouwde vrouwen.
[24] Foutief voor ’throw’.
[25] Foutief voor ’has’.
[26] Foutief voor ’angel’.
[27] Foutief voor ’were’.
[28] Foutief voor ’were’.
[29] Foutief voor ’thing’.
[30] Foutief voor ’India’.
[31] Foutief voor ’by’.
[32] Foutief voor ’protestants’.
[33] Foutief voor ’harm’.
[34] Foutief voor ’respectfully’.
[35] Foutief voor ’my’.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Dymphna; Maria Wilfine (Zuster); Dymphna Philomena Gezelle
Datums° Brugge, 11/08/1873 - ✝ Leuven, 15/01/1937
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; missiezuster
VerblijfplaatsBrits-Indië
BioDymphna Gezelle werd geboren te Brugge in 1873. Ze was de dochter van Romaan Gezelle en Philomena de Smet, en zodus de nicht van Guido Gezelle. In 1896 trad ze in bij de Zusters van Liefde, waar ze op 14 december 1897 haar geloften aflegde als Maria Wilfine. In januari 1898 kwam ze toe in Brits-Indië, waar ze als missiezuster werkte, eerst in Lahore, en later ook in het Sint-Vincentiusklooster te Khushpur, waar ze overste was vanaf 1902. Na haar terugkeer naar België in 1912, ging ze eerst naar Melle (Caritas ) en Brugge (Sint-Antonius van Padua) alvorens in 1914 naar het klooster met psychiatrisch ziekenhuis van de Zusters van Liefde te Sint-Truiden te gaan. Daar verzorgde ze de 'zinnelozen'. Ze kreeg echter kanker en stierf te Leuven op 15 januari 1937.
Relatie tot Gezellecorrespondent; familie: nicht
BronnenS. Streuvels, Ingooigem: herinneringen uit 't Lijsternest. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2021; https://gw.geneanet.org/zwyll?lang=nl&iz=171&p=dymphna+philomena&n=gezelle; S. De Bruyn, Bruiden van God: Een algemeen profiel van de zusters missionarissen van de orde van de zusters van Liefde van Jezus en Maria in Brits-India aan de hand van hun briefwisseling: 1896-1904. Masterthesis, Universiteit Gent, 2009; Fiche Zr M. Wilfine (Zusters van Liefde van Jezus en Maria); DE CLERCK, zr. Mechtilda. Sow with the wind, The Sisters of Charity of J. & M. in India, 1897-1983. S.l., 1984; ANTHONY sr. Arsene e.a. Footprints on an Eastern Soil. Lahore, 1997.
NaamGezelle, Florence; Florentina Constantia; (E.Z.) Maria-Columba
Datums° Brugge, 29/09/1847 - ✝ Heule, 19/03/1917
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
BioFlorence Gezelle, dochter van Pieter-Jan Gezelle, hovenier, en Monica Devriese, was de jongste zus van Guido Gezelle. Ze woonde bij haar broer in toen hij onderpastoor was van St.-Walburga te Brugge (1865-1872). In Brugge zette ze zich ook in voor de Noordpoolmissie als lid van het ‘Comité des Dames Zélatrices de l’oeuvre des Missions du Pôle Nord’. Door conflicten met Gezelles meid Stéphanie Hendryckx verliet ze zijn woning en ging ze voor haar ouders zorgen in Heule, die in april 1871 bij hun dochter Louise waren ingetrokken. Uit de correspondentie met haar broer Guido blijkt dat Florence in september 1871 ook in hotel Aux Armes de France te Kortrijk werkte. In 1872 ging ze voor korte tijd werken bij de familie Smith in Brugge. Op 15/10/1873 trad ze in het klooster van de Zusters van Liefde van Maria te Heule en werd er geprofest op 25/08/1875. Ze nam de naam aan van Zuster Colombe en gaf les in de kostschool voor meisjes te Heule. Ze vervulde ook taken in diverse bijhuizen van het hoofdklooster, zoals Kortrijk, Zarren, Klemskerke, Esen en Passendale. Later kwam ze weer naar Heule terug.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; zanter (WDT), correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Dymphna; Maria Wilfine (Zuster); Dymphna Philomena Gezelle
Datums° Brugge, 11/08/1873 - ✝ Leuven, 15/01/1937
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; missiezuster
VerblijfplaatsBrits-Indië
BioDymphna Gezelle werd geboren te Brugge in 1873. Ze was de dochter van Romaan Gezelle en Philomena de Smet, en zodus de nicht van Guido Gezelle. In 1896 trad ze in bij de Zusters van Liefde, waar ze op 14 december 1897 haar geloften aflegde als Maria Wilfine. In januari 1898 kwam ze toe in Brits-Indië, waar ze als missiezuster werkte, eerst in Lahore, en later ook in het Sint-Vincentiusklooster te Khushpur, waar ze overste was vanaf 1902. Na haar terugkeer naar België in 1912, ging ze eerst naar Melle (Caritas ) en Brugge (Sint-Antonius van Padua) alvorens in 1914 naar het klooster met psychiatrisch ziekenhuis van de Zusters van Liefde te Sint-Truiden te gaan. Daar verzorgde ze de 'zinnelozen'. Ze kreeg echter kanker en stierf te Leuven op 15 januari 1937.
Relatie tot Gezellecorrespondent; familie: nicht
BronnenS. Streuvels, Ingooigem: herinneringen uit 't Lijsternest. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2021; https://gw.geneanet.org/zwyll?lang=nl&iz=171&p=dymphna+philomena&n=gezelle; S. De Bruyn, Bruiden van God: Een algemeen profiel van de zusters missionarissen van de orde van de zusters van Liefde van Jezus en Maria in Brits-India aan de hand van hun briefwisseling: 1896-1904. Masterthesis, Universiteit Gent, 2009; Fiche Zr M. Wilfine (Zusters van Liefde van Jezus en Maria); DE CLERCK, zr. Mechtilda. Sow with the wind, The Sisters of Charity of J. & M. in India, 1897-1983. S.l., 1984; ANTHONY sr. Arsene e.a. Footprints on an Eastern Soil. Lahore, 1997.
NaamGezelle, Florence; Florentina Constantia; (E.Z.) Maria-Columba
Datums° Brugge, 29/09/1847 - ✝ Heule, 19/03/1917
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
BioFlorence Gezelle, dochter van Pieter-Jan Gezelle, hovenier, en Monica Devriese, was de jongste zus van Guido Gezelle. Ze woonde bij haar broer in toen hij onderpastoor was van St.-Walburga te Brugge (1865-1872). In Brugge zette ze zich ook in voor de Noordpoolmissie als lid van het ‘Comité des Dames Zélatrices de l’oeuvre des Missions du Pôle Nord’. Door conflicten met Gezelles meid Stéphanie Hendryckx verliet ze zijn woning en ging ze voor haar ouders zorgen in Heule, die in april 1871 bij hun dochter Louise waren ingetrokken. Uit de correspondentie met haar broer Guido blijkt dat Florence in september 1871 ook in hotel Aux Armes de France te Kortrijk werkte. In 1872 ging ze voor korte tijd werken bij de familie Smith in Brugge. Op 15/10/1873 trad ze in het klooster van de Zusters van Liefde van Maria te Heule en werd er geprofest op 25/08/1875. Ze nam de naam aan van Zuster Colombe en gaf les in de kostschool voor meisjes te Heule. Ze vervulde ook taken in diverse bijhuizen van het hoofdklooster, zoals Kortrijk, Zarren, Klemskerke, Esen en Passendale. Later kwam ze weer naar Heule terug.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; zanter (WDT), correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLahore

Naam - persoon

NaamCatteeuw, Mathilde
Datums° Kortrijk, 02/07/1856 - ✝ Kortrijk, 28/09/1943
GeslachtVrouwelijk
Beroepdienstmeid; begijn
BioMathilde Catteeuw werd op 2 juli 1856 in Kortrijk geboren als dochter van opkoper Joannes Catteeuw (Sint-Denijs, 1805 - Kortrijk, 26 juni 1875) en Virginia Wannegue (°Zwevegem, ca. 1813). Ze was dienstbode bij Guido Gezelle in Kortrijk vanaf 1877 en verhuisde met Gezelle mee naar Brugge in 1899. Ze vertelde vaak dat Gezelle haar vroeg: “Mathilde, verstaat gij dat?”, als hij haar iets voorgelezen had. "En als ik het niet goed begreep, veranderde hij hier en daar iets totdat ik het verstond". Na de dood van Gezelle werd ze in 1901 begijn in het begijnhof van Kortrijk. In zijn kroniek over de familie Gezelle had Stijn Streuvels niet één goed woord over voor haar. Zijn moeder Louise en hijzelf raakten bij Gezelle in Kortrijk niet verder dan de keuken, "bij de meid (die ons niet luchten kon!)". In de tekst voor De Vlaamse Linie voegde hij daar trouwens nog aan toe dat hij die meid maar een "dibbe" vond - erger zelfs: "een schuchter, onbeduidend schepsel, onhandig en pernekelachtig, hebbelijkheid eigen aan pastoorsmeiden".
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Kortrijk
BronnenStijn Streuvels, Kroniek van de Familie Gezelle. Brugge: Orion, 1980.; C. D'Haen, De wonde in 't hert: Guido Gezelle, een dichtersbiografie. [Tielt] : Lannoo, [1988]; H.J.M.F. Lodewick, Literatuur. Geschiedenis en bloemlezing. Deel 1. Aanvang tot omstreeks 1880. Den Bosch : Malmberg, [1980]
NaamGezelle, Dymphna; Maria Wilfine (Zuster); Dymphna Philomena Gezelle
Datums° Brugge, 11/08/1873 - ✝ Leuven, 15/01/1937
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; missiezuster
VerblijfplaatsBrits-Indië
BioDymphna Gezelle werd geboren te Brugge in 1873. Ze was de dochter van Romaan Gezelle en Philomena de Smet, en zodus de nicht van Guido Gezelle. In 1896 trad ze in bij de Zusters van Liefde, waar ze op 14 december 1897 haar geloften aflegde als Maria Wilfine. In januari 1898 kwam ze toe in Brits-Indië, waar ze als missiezuster werkte, eerst in Lahore, en later ook in het Sint-Vincentiusklooster te Khushpur, waar ze overste was vanaf 1902. Na haar terugkeer naar België in 1912, ging ze eerst naar Melle (Caritas ) en Brugge (Sint-Antonius van Padua) alvorens in 1914 naar het klooster met psychiatrisch ziekenhuis van de Zusters van Liefde te Sint-Truiden te gaan. Daar verzorgde ze de 'zinnelozen'. Ze kreeg echter kanker en stierf te Leuven op 15 januari 1937.
Relatie tot Gezellecorrespondent; familie: nicht
BronnenS. Streuvels, Ingooigem: herinneringen uit 't Lijsternest. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2021; https://gw.geneanet.org/zwyll?lang=nl&iz=171&p=dymphna+philomena&n=gezelle; S. De Bruyn, Bruiden van God: Een algemeen profiel van de zusters missionarissen van de orde van de zusters van Liefde van Jezus en Maria in Brits-India aan de hand van hun briefwisseling: 1896-1904. Masterthesis, Universiteit Gent, 2009; Fiche Zr M. Wilfine (Zusters van Liefde van Jezus en Maria); DE CLERCK, zr. Mechtilda. Sow with the wind, The Sisters of Charity of J. & M. in India, 1897-1983. S.l., 1984; ANTHONY sr. Arsene e.a. Footprints on an Eastern Soil. Lahore, 1997.
NaamGezelle, Florence; Florentina Constantia; (E.Z.) Maria-Columba
Datums° Brugge, 29/09/1847 - ✝ Heule, 19/03/1917
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
BioFlorence Gezelle, dochter van Pieter-Jan Gezelle, hovenier, en Monica Devriese, was de jongste zus van Guido Gezelle. Ze woonde bij haar broer in toen hij onderpastoor was van St.-Walburga te Brugge (1865-1872). In Brugge zette ze zich ook in voor de Noordpoolmissie als lid van het ‘Comité des Dames Zélatrices de l’oeuvre des Missions du Pôle Nord’. Door conflicten met Gezelles meid Stéphanie Hendryckx verliet ze zijn woning en ging ze voor haar ouders zorgen in Heule, die in april 1871 bij hun dochter Louise waren ingetrokken. Uit de correspondentie met haar broer Guido blijkt dat Florence in september 1871 ook in hotel Aux Armes de France te Kortrijk werkte. In 1872 ging ze voor korte tijd werken bij de familie Smith in Brugge. Op 15/10/1873 trad ze in het klooster van de Zusters van Liefde van Maria te Heule en werd er geprofest op 25/08/1875. Ze nam de naam aan van Zuster Colombe en gaf les in de kostschool voor meisjes te Heule. Ze vervulde ook taken in diverse bijhuizen van het hoofdklooster, zoals Kortrijk, Zarren, Klemskerke, Esen en Passendale. Later kwam ze weer naar Heule terug.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; zanter (WDT), correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamGezelle, Maria Magdalena; Marie
Datums° Brugge, 18/11/1878 - ✝ Loppem, 15/02/1938
GeslachtVrouwelijk
BioMaria Magdalena Gezelle werd op 18 november 1878 geboren als de jongste dochter van Philomena De Smet (1840-1912) en Romaan Gezelle (1832-1899). Guido Gezelle was haar oom. Ze woonde met haar ouderlijk gezin in de Ezelstraat te Brugge. Streuvels omschrijft haar eerst als een flink meisje, 'de snelste van de drie', maar zeer scrupuleus en introvert, asociaal in het gezin. Na de dood van haar vader en de geldproblemen veroorzaakt door haar broer Jozef, werden alle eigendommen verkocht. Zij verhuisde met moeder en oudste zus Hortense 'om te rentenieren' in de buurt van het Grootseminarie. Haar moeder stierf in 1912, en toen hun broer Caesar in juli 1913 onderpastoor werd in Ieper werden zij en Hortense huishoudster van hem. Lang duurde dit niet, waarna de zussen verhuisden naar een huis bij de Gentpoort. Er ontstond echter ruzie waarop Hortense naar een gesticht in Loppem vertrok. Streuvels schreef: "Maria, die er alleen gebleven was, hebben geburen zekere dag erg ziek en half bewusteloos aangetroffen en gemeend wel te doen haar naar Loppem te voeren bij haar zuster. Doch zo gauw tot de zinnen gekomen, is haar eerste reflex geweest: ‘Hier weg! Terug naar mijn huis’. Hoelang zij 'terug naar huis' nog geleefd heeft, hoe of wanneer zij gestorven is, vermeldt de geschiedenis niet. Zij is er roemloos begraven geworden." Die 'er' is Loppem, wat doet vermoeden dat ze dus tóch terug naar dat woonzorgcentrum kan zijn vertrokken. Ze stierf er in 1938, twee jaar nog vóór Hortense, die 8 jaar ouder was.
Relatie tot Gezellecorrespondent; familie: nichtje van Gezelle
Bronnen https://www.archiefbankbrugge.be/archiefbank; Kroniek van de familie Gezelle door Stijn Streuvels, Volledig Werk, deel 4, p. 1556, 1573, 1576, 1580
NaamLatham, Elisabeth Mary Anne; Mother Mary Emmanuel
Datums° Killarney, 26/03/1863 - ✝ Brugge, 05/03/1942
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; kloosteroverste
VerblijfplaatsIerland
BioElisabeth Mary Anne Latham zag het levenslicht op 26 maart 1863 in Killarney, County Kerry, Ierland. Ze was de dochter van Oliver Mathew Latham en Hannah Moloy of Molley en werd op 1 april 1863 gedoopt. Na het overlijden van haar vader vergezelde ze haar moeder naar Brugge, waar ze vanaf 1877 leerling werd aan het Engels Klooster. Op 14 juli 1883 trad ze toe tot het klooster, en haar officiële professie volgde op 25 januari 1885. Van 1889 tot 1895 bekleedde ze de positie van directrice van de school in Engeland, gevestigd in Haywards Heath. Na deze periode diende ze als novice meesteres in Brugge van 1 november 1895 tot 7 mei 1896. Vervolgens werd ze priorin in Brugge, een functie die ze bekleedde van 7 mei 1896 tot 20 december 1901. Toen Guido Gezelle er aan het werk ging in 1899 kende hij haar onder de kloosternaam Mother Mary Emmanuel. Hij schreef enkele gelegenheidsgedichten voor haar, waaronder 'May your friends' en 'Chère Mère'. In 1899 ging ze samen met Gezelle en Mgr. Waffelaert naar Engeland. Op 8 maart 1901 werd ze samen met Mother Mary Stanislas Liefmans in private audiëntie ontvangen door Paus Leo XIII. De ontmoeting vond plaats nadat de paus het klooster had bezocht in 1843, toen hij pauselijk nuntius was in België. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bekleedde ze de functie van econoom. Later, van 16 mei 1919 tot 11 mei 1922, fungeerde ze als priorin in Haywards Heath. Na deze periode keerde ze terug naar Brugge en was ze priorin van 16 mei 1922 tot haar overlijden. Gedurende deze tijd leidde ze verbouwingswerken aan het klooster, waaronder de renovatie van de grote keuken, de ziekenkapel en het huis van de rector. Elisabeth Mary Anne Latham stierf in het Engels Klooster in Brugge op op 5 maart 1942.
Relatie tot GezelleEngels Klooster; gelegenheidsgedichten
BronnenFamilysearch; https://www.archiefbankbrugge.be/; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987 (brief 169)
NaamPelckmans, Godfried
Datums° Turnhout, 21/01/1854 - ✝ Dalhousie, 03/08/1904
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; bisschop
VerblijfplaatsIndia
BioGodfried Pelckmans werd op 21 januari 1854 te Turnhout geboren. In 1872 werd hij novice bij de paters Kapucijnen om op 21 december 1878 tot priester gewijd te worden. Na diverse functies bekleed te hebben binnen de orde, werd hij in 1889 naar Punjab in Brits-Indië gestuurd. In deze regio, die aan de Belgische Kapucijnen was toevertrouwd om te missioneren, stichtte hij in 1893 het christelijke dorp Maryabad (nu Mariamabad). Datzelfde jaar werd hij tot 3e katholieke bisschop van Lahore gewijd, en in 1894 richtte hij de eerste katholieke kerk in de regio op. Nadat Lahore in 1896 getroffen werd door een ernstige hongersnood, vroeg hij de congregatie van de Zusters van Liefde om de leiding te nemen over het bestaande St.-Jozefweeshuis. Tussen zijn andere verwezenlijkingen kan ook de Heilig-Hart-kathedraal van Lahore gerekend worden, waarvoor hij beroep deed op de Antwerpse architect Eduard Dobbeleers (1861-1921). De kathedraal werd in 1907 ingezegend door Pelckmans’ opvolger Antoine Eestermans, want Pelckmans zelf stierf op 3 augustus 1904 in Dalhousie, waar hij sinds 1890 woonde.
Links[wikipedia]
Bronnen https://collecties.kempenserfgoed.be/taxandriamuseum-turnhout/object/t03286?tab=link&nav_id=0-1&index=7&imgid=739249306&id=639468632; https://www.catholic-hierarchy.org/bishop/bpelck.html; S. De Bruyn, Bruiden van God: Een algemeen profiel van de zusters missionarissen van de orde van de zusters van Liefde van Jezus en Maria in Brits-India aan de hand van hun briefwisseling: 1896-1904. Masterthesis, Universiteit Gent, 2009 (https://libstore.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/365/176/RUG01-001365176_2010_0001_AC.pdf)
NaamMottart, Marie-Agnes; a Paula (zuster)
Datums° Marlinne bij Sint-Truiden, 29/11/1857 - ✝ Multan, 05/03/1905
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; missiezuster; kloosteroverste
VerblijfplaatsBrits-Indië
BioMarie-Agnes Mottart werd op 29 november 1857 te Marlinne bij Sint-Truiden geboren als dochter van Gerard Mottart (1818-1896) en Marie Anne Hendrickx (1820-1884). In 1881 deed ze haar intrede bij de Zusters van Liefde te Gent, om er op 7 december 1882 haar geloften af te leggen. In 1898 kwam ze toe in Brits-Indië, waar ze overste was van het Sacred Heart Convent in Lahore. In 1901 verhuisde ze naar het Saint Mary’s Convent in Multan, waar ze op 5 maart 1905 overleed aan een longontsteking.
BronnenS. De Bruyn, Bruiden van God: Een algemeen profiel van de zusters missionarissen van de orde van de zusters van Liefde van Jezus en Maria in Brits-India aan de hand van hun briefwisseling: 1896-1904. Masterthesis, Universiteit Gent, 2009 (https://libstore.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/365/176/RUG01-001365176_2010_0001_AC.pdf); DE CLERCK, zr. Mechtilda. Sow with the wind, The Sisters of Charity of J. & M. in India, 1897-1983. S.l., 1984; ANTHONY sr. Arsene e.a. Footprints on an Eastern Soil. Lahore, 1997; fiche Zr M. a Paula (Zusters van Liefde van Jezus en Maria)

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamLahore

Naam - instituut/vereniging

NaamEngels Klooster
BeschrijvingHet Engels Klooster is gevestigd aan de Carmersstraat en wordt sinds de stichting in 1629 bewoond door de Kanunnikessen van Windesheim, met een korte onderbreking in de Franse tijd. De van oorsprong Nederlandse congregatie ontstond eind veertiende eeuw onder invloed van de moderne devotie en kreeg al gauw bijhuizen in Vlaanderen. Tijdens de vervolgingen in Engeland ontving het klooster in Leuven zoveel Engelse roepingen dat daar in 1609 een eerste Engels klooster is opgericht. Op 14 september 1629 kwamen vanuit Leuven vijf Engelse zusters het Klooster van Nazareth in Brugge stichten. Pas in 1886 kon een klooster in Engeland worden gevestigd: Our Lady’s Priory (tot in 1978 te Hayward’s Heath). De religieuzen leven volgens de regel van Sint-Augustinus. Van bij de aanvang tot 1973 hielden ze een pensionaat open waar ze Engelse katholieke meisjes opleiden. Guido Gezelle was vanaf 30 maart 1899 tot zijn dood rector van het Engels Klooster en leraar aan de kostschool.
Datering14/09/1629-heden
Links[wikipedia]
NaamWeeshuis Saint-Joseph, Lahore
BeschrijvingSinds 1880 bestond er een weeshuis in Lahore: het Sint-Jozefsweeshuis, opgericht door de Zusters van Jesus en Maria. Maar na de ernstige hongersnood van 1896 vroeg de bisschop van Lahore, Godfried Pelckmans, aan de Gentse congregatie van de Zusters van Liefde om de leiding over te nemen. In 1897 vertrokken vijf zusters naar de Punjabregio, waar ze getroffen werden door de miserabele toestand. De werking was volledig afhankelijk van Belgische donaties. Maar in 1908 richtten ze de Sacred Heart School op, wat een inkomstenbron betekende voor het weeshuis.
Datering1897-heden
Links[odis]
NaamCongregation of the Sisters of Charity of Jesus and Mary, House Sacred Heart
BeschrijvingIn 1897 trokken vijf zusters van Liefde naar Lahore op vraag van de bisschop van Lahore, Godfried Pelckmans. Daar namen ze het bestaande Sint-Jozefweeshuis op en stichtten ze een missiepost. Begin 1898 kwam er versterking van nog eens vijf zusters en zouden er nog drie bijhuizen opgericht worden: in Multan, Dalhousie en Khushpur. Ze zorgden er voor ondervoede weeskinderen en richtten in 1908 de Sacred Heart School op in Lahore.
Datering1897-heden
Links[odis]

Naam - gebeurtenis Guido Gezelle

GebeurtenisDirecteur Engels klooster
Periode30/03/1899
BeschrijvingGezelle verneemt zijn aanstelling tot directeur ('chaplain') van het Engels Klooster te Brugge. Dat geeft uitzicht op een kanunnikstitel.

Titel23/10/[1899], Lahore, [Dymphna Gezelle] (= Zuster Mary Wilfine) aan Guido Gezelle
EditeurEliane Lammens; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Gezelle, Dymphna]
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum23/10/[1899]
VerzendingsplaatsLahore
AnnotatieJaartal gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 208x133
wit
papiersoort: 4 zijden horizontaal en verticaal beschreven; zijde 1 met adres, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 rechts onder de maand: '99 (rode inkt)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7158
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13495
Inhoud
IncipitFirst of all I ask your pardon for
Tekstsoortbrief
TalenEngels; Nederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.