<Resultaat 2002 van 2182

>

p1+
Chez Mgr Scherpereel vicaris generaal

My dear Gezelle,

Please send Mr Declerc's bag by bearer.

I am not quite certain that I shall see you again before starting. If not will you be kind enough to hand over to Mr Costenobel the enclosed 24 numbers of our raffle[2] which are worth fr. 14,40. They are in somewhat greater number than I thought first of asking him: but they are my last, & I know he is charitably disposed towards our mission. Ask him, (in case I don't see him again this week) to pay his charity any time before Christmas to my cousin Mr Desplenter[3] through you.

Yours truly in Christo
P. Benoit.

Noten

[1] 25 augustus is de feestdag van Lodewijk IX de Heilige. De brief is geschreven na 1857 want dan vertrok August Declerc naar Engeland; en de brief moet geschreven zijn voor 1863, want in dat jaar verlaat Desplenter het Engels Seminarie in Brugge.
[2] loterij
[3] Bruno De Splenter is op het ogenblik dat deze brief geschreven wordt, student aan het Engels seminarie te Brugge.

Register

Correspondenten

NaamBenoit, Pieter
Datums° Kuurne, 02/11/1820 - ✝ Salford, 05/09/1892
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor; vicaris-generaal; rector
VerblijfplaatsEngeland
BioPieter Benoit was van 1834 tot 1840 leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en tot 1842 student aan het grootseminarie te Brugge. Van oktober 1842 tot augustus 1846 was hij klasseleraar van de vijfde Latijnse aan het Duinencollege, annex van het grootseminarie langs de Potterierei, later Sint-Leocollege, waar hij Gezelle nog als leerling heeft gekend. Toen het Duinencollege in oktober 1845 onder de naam Sint-Lodewijkscollege naar de Noordzandstraat in Brugge verhuisde, bleef Benoit in het grootseminarie om zich voor te bereiden op zijn priesterschap. Hij werd op 29 mei 1847 tot priester gewijd en vertrok op 27 september 1847 naar Salford, Manchester. Hij was eerst onderpastoor en later pastoor van de St.-Augustinuskerk te Salford. In 1851 was hij kanunnik-penitencier en secretaris van Mgr. Turner, bisschop van Salford, in 1854 vicaris-generaal en in 1855 grootvicaris van het bisdom Salford. In 1872 volgde hij Herbert Vaughan op als rector van het missiehuis Holcombe House te Mill Hill bij Londen. Voor de Gezellestudie is hij vooral van belang, omdat hij er rond 1860 diverse keren bij Gezelle op aandrong, naar Engeland te komen. Gezelle aarzelde en Benoit schakelde monseigneur Turner in, een goede vriend van de Brugse bisschop Malou. Hij moest Malou ervan overtuigen, dat Gezelle een uitstekende missionaris voor Engeland zou zijn. Faict echter liet Gezelle niet vertrekken, maar stuurde hem samen met Algar naar het Engels College in Brugge (september 1860).
Links[odis]
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; adressenlijst Ons Oud Vlaemsch; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. De Muelenaere, Canon Pieter Benoit, In: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis Brugge: 105 (1968) 1
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamBenoit, Pieter
Datums° Kuurne, 02/11/1820 - ✝ Salford, 05/09/1892
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor; vicaris-generaal; rector
VerblijfplaatsEngeland
BioPieter Benoit was van 1834 tot 1840 leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en tot 1842 student aan het grootseminarie te Brugge. Van oktober 1842 tot augustus 1846 was hij klasseleraar van de vijfde Latijnse aan het Duinencollege, annex van het grootseminarie langs de Potterierei, later Sint-Leocollege, waar hij Gezelle nog als leerling heeft gekend. Toen het Duinencollege in oktober 1845 onder de naam Sint-Lodewijkscollege naar de Noordzandstraat in Brugge verhuisde, bleef Benoit in het grootseminarie om zich voor te bereiden op zijn priesterschap. Hij werd op 29 mei 1847 tot priester gewijd en vertrok op 27 september 1847 naar Salford, Manchester. Hij was eerst onderpastoor en later pastoor van de St.-Augustinuskerk te Salford. In 1851 was hij kanunnik-penitencier en secretaris van Mgr. Turner, bisschop van Salford, in 1854 vicaris-generaal en in 1855 grootvicaris van het bisdom Salford. In 1872 volgde hij Herbert Vaughan op als rector van het missiehuis Holcombe House te Mill Hill bij Londen. Voor de Gezellestudie is hij vooral van belang, omdat hij er rond 1860 diverse keren bij Gezelle op aandrong, naar Engeland te komen. Gezelle aarzelde en Benoit schakelde monseigneur Turner in, een goede vriend van de Brugse bisschop Malou. Hij moest Malou ervan overtuigen, dat Gezelle een uitstekende missionaris voor Engeland zou zijn. Faict echter liet Gezelle niet vertrekken, maar stuurde hem samen met Algar naar het Engels College in Brugge (september 1860).
Links[odis]
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; adressenlijst Ons Oud Vlaemsch; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. De Muelenaere, Canon Pieter Benoit, In: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis Brugge: 105 (1968) 1

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamBenoit, Pieter
Datums° Kuurne, 02/11/1820 - ✝ Salford, 05/09/1892
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor; vicaris-generaal; rector
VerblijfplaatsEngeland
BioPieter Benoit was van 1834 tot 1840 leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en tot 1842 student aan het grootseminarie te Brugge. Van oktober 1842 tot augustus 1846 was hij klasseleraar van de vijfde Latijnse aan het Duinencollege, annex van het grootseminarie langs de Potterierei, later Sint-Leocollege, waar hij Gezelle nog als leerling heeft gekend. Toen het Duinencollege in oktober 1845 onder de naam Sint-Lodewijkscollege naar de Noordzandstraat in Brugge verhuisde, bleef Benoit in het grootseminarie om zich voor te bereiden op zijn priesterschap. Hij werd op 29 mei 1847 tot priester gewijd en vertrok op 27 september 1847 naar Salford, Manchester. Hij was eerst onderpastoor en later pastoor van de St.-Augustinuskerk te Salford. In 1851 was hij kanunnik-penitencier en secretaris van Mgr. Turner, bisschop van Salford, in 1854 vicaris-generaal en in 1855 grootvicaris van het bisdom Salford. In 1872 volgde hij Herbert Vaughan op als rector van het missiehuis Holcombe House te Mill Hill bij Londen. Voor de Gezellestudie is hij vooral van belang, omdat hij er rond 1860 diverse keren bij Gezelle op aandrong, naar Engeland te komen. Gezelle aarzelde en Benoit schakelde monseigneur Turner in, een goede vriend van de Brugse bisschop Malou. Hij moest Malou ervan overtuigen, dat Gezelle een uitstekende missionaris voor Engeland zou zijn. Faict echter liet Gezelle niet vertrekken, maar stuurde hem samen met Algar naar het Engels College in Brugge (september 1860).
Links[odis]
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; adressenlijst Ons Oud Vlaemsch; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. De Muelenaere, Canon Pieter Benoit, In: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis Brugge: 105 (1968) 1
NaamDeclerc, August Joseph
Datums° Nieuwpoort, 19/09/1831 - ✝ Manchester, 30/12/1889
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; missionaris; kanselier; kamerheer van de paus; titulair kanunnik
VerblijfplaatsEngeland
BioAugust Declerc, zoon van Engelbertus Declerc en Dimphna Van Cuyck, was laureaat aan het kleinseminarie te Roeselare in 1851. Hij ging naar het grootseminarie van 1852 tot 1856 en werd tot priester gewijd op 17/05/1856. Hij vertrok op 20 of 29/01/1857 als missionaris naar Engeland en werd er onderpastoor in de hoofdkerk St. John's Cathedral te Salford. Hij stichtte er op 06 of 08/12/1862 het bisschoppelijk college. Hij werd kanselier van het bisdom (1872) en voorzitter van de Salford Catholic Grammar School. In 1880 werd hij kamerheer van paus Leo XIII en in 1887 kanunnik-theologaal van het bisdom Salford. Hij verbleef samen met Pieter Benoit en Bruno Desplenter in Salford.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamDe Splenter, Bruno; desplentere
Datums° Ooigem, 02/01/1835 - ✝ Kortrijk, 22/10/1899
GeslachtMannelijk
Beroepmissionaris; priester; leraar; doctor kerkelijke recht; kanunnik
VerblijfplaatsEngeland
BioBruno De Splenter, zoon van Joannes De Splenter, landman, en Amelia Coopman behaalde het diploma van onderwijzer aan de normaalschool te Torhout en hij werd leraar voor de Engelsen aan het kleinseminarie tot 1857. Ondertussen studeerde hij Latijn en volgde hij de retorica (1858) en de afdeling filosofie (1859). Hij ging naar het Engels Seminarie en werd tot priester gewijd op 18/12/1862. Hij promoveerde te Rome in 1863 en werd doctor in het kerkelijk recht. In 1863 werd hij leraar klassieke en moderne talen aan de Salford Catholic Grammar School. In 1877 werd hij pastoor-deken van St. Edmund's, Manchester. In 1891 werd hij lid van de Manchester School Board waarin hij een belangrijke rol vervulde ten voordele van het katholieke onderwijs. In datzelfde jaar werd hij deken en kanunnik van St. Patrick's Manchester. Hij was een voorstander van de rechten van het Ierse volk. Hij schreef o.a. in 't Jaer 30, de Gazette van Thielt en Biekorf.
Links[odis]
Relatie tot Gezellemedewerker Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.ensie.nl/katholieke-encyclopaedie/bruno-de-splenter
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamScherpereel, Jan
Datums° Oostnieuwkerke, 21/05/1806 - ✝ Brugge, 16/05/1869
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; vicaris-generaal
BioScherpereel werd op 06/03/1830 tot priester gewijd te Gent. Hij werd vervolgens in januari 1830 leraar aan het kleinseminarie van Roeselare. Op 18/05/1853 werd hij vicaris-generaal van Mgr. Malou en op 11/10/1864 vicaris-generaal van Mgr. Faict. Hij bleef dit tot zijn overlijden. Op 25/07/1866 was hij ook aartspriester van het kapittel en van de stad Brugge.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamCostenoble, Charles-Louis
Datums° Handzame, 30/01/1826 - ✝ Woumen, 06/08/1886
GeslachtMannelijk
Beroepmissionaris; pastoor; proost
VerblijfplaatsChili
BioCharles Costenoble was medestudent van Gezelle aan het kleinseminarie te Roeselare (een jaar hoger). Hij deed in 1846 zijn intrede in de congregatie van de picpussen. Hij vertrok in 1848 als missionaris naar Chili en werd er in mei 1853 tot priester gewijd in Santiago de Chile. In 1863 kwam hij terug naar België. Hij werd er eerst proost (1863) en op 19/07/1873 de eerste pastoor van de Sint-Jozefskerk te Jonkershove. Hij nam ontslag op 22/03/1884 en verbleef verder te Diksmuide. Gezelle schreef over hem naar Van Oye in 1861. Hij wordt ook vermeld in een brief van Victor Lanssens.
Links[odis]
Relatie tot Gezellemedestudent van Gezelle kleinseminarie

Titel25/08/[1857 t.p.q.] - 25/08/[1863 t.a.q.], [Brugge], Pieter Benoit aan [Guido Gezelle]
EditeurStefaan Maes; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderBenoit, Pieter
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum25/08/[1857 t.p.q.] - 25/08/[1863 t.a.q.]
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieBriefversie van datering: Feast of St Lewis ; brief is geschreven na 02/02/1857 want dan vertrok August Declerc naar Engeland; en de brief moet geschreven zijn voor 1863 wanneer Desplenter student is aan het Engels Seminarie in Brugge ; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef ; plaats gereconstrueerd op basis van de plaatsomschrijving: Chez Mgr Scherpereel V. G.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 211x134
wit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papiermerk: Bath
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7191
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13522
Inhoud
IncipitPlease send Mr Declerc's bag by bearer -
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.