<Resultaat 2102 van 2159

>

p1
Dear Father Gazelle,

I wish very much indeed to speak with you in the confessional, may I ask you then, as a great favor, to arrange a time either tomorrow morning or Friday morning, I feel very sorry to give you so much trouble, but at present I am able to go out so little, & neither early in the morning, or in the evening, if most perfectly convenient to you, say any time after 10 - oclock, either morning, if quite fine.

I intended seeing you last Saturday but the weather was so damp.

Accept everything most kind, & asking you kindly to pray for me
beleive me your sincere Friend
Mary Johnson
Wednesday morning.
56 Quai Spinola.

Don’t trouble to write a note, just send me a slip of paper with the hour & I shall understand.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamJohnson, Mary Elizabeth
Datums° Newcastle upon Tyne, 1853
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Elizabeth Johnson werd geboren in Newcastle upon Tyne op 25 november 1853 als dochter van grondeigenaar en rentenier Robert Johnson (°Newcastle upon Tyne, 1814) en Mary Machell (MacHell) (Preston, 28/11/1820 - Brugge, 20/07/1867). Behalve Mary telde het gezin nog vijf kinderen: Robert James (°Newcastle, 1851), Francis Joseph (°Newcastle, 1852), Edward Nicholas (°Newcastle, 1855), Charles George (°Newcastle, 27/02/1859) en Frances (°Newcastle, 10/10/1861). In 1851 woonde het toen nog kinderloze echtpaar in Westgate, Northumberland. Met de census van 1861 woonde het gezin in North Meols, Southport, Lancashire met vier kinderen (Francis, Mary, Edward en Charles), de 75-jarige schoonvader James Machell en vier bedienden. Kort daarna moet het gezin uitgeweken zijn naar Brugge. Ze vestigden zich op 13 mei 1861 in de Steenstraat te Brugge. Op 10 januari 1862 verhuisden ze naar de Spinolarei 56. Mary Johnson was toen biechtelinge van Guido Gezelle en kende gezondheidsproblemen. In 1867, bij het overlijden van Mary Machell, was het gezin gedomicilieerd in Newcastle upon Tyne. Mary Johnson bleef in Brugge en vanaf 8 augustus 1875 woonde ze in bij het echtpaar Gilbert-D'hondt, Lange Rei 11 en vanaf 22 juni 1876 in de Barrierstraat 3. In de census van 1911 is een Mary Elizabeth Johnson geregistreerd, 57 jaar, geboren in Newcastle upon Tyne ca. 1853, ongehuwd en woonachtig in St. Andrew, Northumberland. Ze leefde van haar eigen middelen. Waarschijnlijk gaat het om dezelfde persoon.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Ancestry; https://www.archiefbankbrugge.be/

Briefschrijver

NaamJohnson, Mary Elizabeth
Datums° Newcastle upon Tyne, 1853
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Elizabeth Johnson werd geboren in Newcastle upon Tyne op 25 november 1853 als dochter van grondeigenaar en rentenier Robert Johnson (°Newcastle upon Tyne, 1814) en Mary Machell (MacHell) (Preston, 28/11/1820 - Brugge, 20/07/1867). Behalve Mary telde het gezin nog vijf kinderen: Robert James (°Newcastle, 1851), Francis Joseph (°Newcastle, 1852), Edward Nicholas (°Newcastle, 1855), Charles George (°Newcastle, 27/02/1859) en Frances (°Newcastle, 10/10/1861). In 1851 woonde het toen nog kinderloze echtpaar in Westgate, Northumberland. Met de census van 1861 woonde het gezin in North Meols, Southport, Lancashire met vier kinderen (Francis, Mary, Edward en Charles), de 75-jarige schoonvader James Machell en vier bedienden. Kort daarna moet het gezin uitgeweken zijn naar Brugge. Ze vestigden zich op 13 mei 1861 in de Steenstraat te Brugge. Op 10 januari 1862 verhuisden ze naar de Spinolarei 56. Mary Johnson was toen biechtelinge van Guido Gezelle en kende gezondheidsproblemen. In 1867, bij het overlijden van Mary Machell, was het gezin gedomicilieerd in Newcastle upon Tyne. Mary Johnson bleef in Brugge en vanaf 8 augustus 1875 woonde ze in bij het echtpaar Gilbert-D'hondt, Lange Rei 11 en vanaf 22 juni 1876 in de Barrierstraat 3. In de census van 1911 is een Mary Elizabeth Johnson geregistreerd, 57 jaar, geboren in Newcastle upon Tyne ca. 1853, ongehuwd en woonachtig in St. Andrew, Northumberland. Ze leefde van haar eigen middelen. Waarschijnlijk gaat het om dezelfde persoon.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Ancestry; https://www.archiefbankbrugge.be/

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamJohnson, Mary Elizabeth
Datums° Newcastle upon Tyne, 1853
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Elizabeth Johnson werd geboren in Newcastle upon Tyne op 25 november 1853 als dochter van grondeigenaar en rentenier Robert Johnson (°Newcastle upon Tyne, 1814) en Mary Machell (MacHell) (Preston, 28/11/1820 - Brugge, 20/07/1867). Behalve Mary telde het gezin nog vijf kinderen: Robert James (°Newcastle, 1851), Francis Joseph (°Newcastle, 1852), Edward Nicholas (°Newcastle, 1855), Charles George (°Newcastle, 27/02/1859) en Frances (°Newcastle, 10/10/1861). In 1851 woonde het toen nog kinderloze echtpaar in Westgate, Northumberland. Met de census van 1861 woonde het gezin in North Meols, Southport, Lancashire met vier kinderen (Francis, Mary, Edward en Charles), de 75-jarige schoonvader James Machell en vier bedienden. Kort daarna moet het gezin uitgeweken zijn naar Brugge. Ze vestigden zich op 13 mei 1861 in de Steenstraat te Brugge. Op 10 januari 1862 verhuisden ze naar de Spinolarei 56. Mary Johnson was toen biechtelinge van Guido Gezelle en kende gezondheidsproblemen. In 1867, bij het overlijden van Mary Machell, was het gezin gedomicilieerd in Newcastle upon Tyne. Mary Johnson bleef in Brugge en vanaf 8 augustus 1875 woonde ze in bij het echtpaar Gilbert-D'hondt, Lange Rei 11 en vanaf 22 juni 1876 in de Barrierstraat 3. In de census van 1911 is een Mary Elizabeth Johnson geregistreerd, 57 jaar, geboren in Newcastle upon Tyne ca. 1853, ongehuwd en woonachtig in St. Andrew, Northumberland. Ze leefde van haar eigen middelen. Waarschijnlijk gaat het om dezelfde persoon.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Ancestry; https://www.archiefbankbrugge.be/

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Johnson, Mary Elizabeth

Correspondenten

Gezelle, Guido
Johnson, Mary Elizabeth

Naam - persoon

Gezelle, Guido
Johnson, Mary Elizabeth

Naam - plaats

Brugge

Plaats van verzending

Brugge

Titel[10/01/1862 t.a.q. - 20.09.1872 t.p.q.], [Brugge], Mary Elizabeth Johnson aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderJohnson, Mary Elizabeth
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[10/01/1862 t.a.q. - 20.09.1872 t.p.q.]
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieT.p.q. en t.a.q. gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens: t.p.q.: Mary woonde vanaf 10/01/1862 in de Spinolarei 56. te Brugge ; t.a.q. overplaatsing Gezelle naar kortrijk; adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef ; plaats gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.291
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 210x135
wit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden rouwpapier
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); idem linksboven: Confessional (rode inkt, schuin); idem rechtsboven: Bruges // S. Walb. (potlood, hand C. G.[?])
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7313
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13687
Inhoud
IncipitI wish very much
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.