<Resultaat 233 van 2182

>

p1

explicatie[1]

als het mogelyk is heer cozyn[2] zet toch dien brief[3] in uw gazette zondag, uwe lezers en lezeressen van ontrent St Catharine zullen niet weten van waer het komt het geen ik u schryf is al de waerheid die missionarissen gy moogt gy wel weten het is Mr de hane onderpastoor van St Maertens te Yper en Mr van den Berghe onderpastoor van Meulebeke

zet toch ten minsten dat eerste raedsel in uwe gazette geheel de antwoord bestaet in het woordeken niet die gy in de vraeg vind. van het 2de raedsel den haen van Petrus. het 3de de molenzeilen

veel complementen van uwe tanten[4] van Heule zy hebben my van uwetwege gezeid als ik schryf dat gy zultp2komen ik heb wonder als het zal waer zyn

Ik twyfel niet aen uwen Broeder Joseph dezen zal komen ik heb wonder als gy zoud durven

Gy moogt naer geene fouten zien als ik schryf ik schryf ‘s avonds en met haest en als het u algelyk aenstaet gy moet het maer zeggen. als gy my spreekt in het kamerke[5] ik zal het altyd weten want ik lees uwe gazette als zy vers en nieuw is

hier is een franc voor onze H Vader van de Meesteressen van H Cath om de gratie van den Jubilé[6] wel te bewaren[7]

het raedsel[8] die gy geeft is my gemakkelyk want wy zyn met dry gezusters en hebben elk eenen Broeder en ‘t is presies elk een gelyken

schryf ik leelyk gy kunt ook leelyk schryven

Uwe toegenegen
Nichte van St Catharine
Catharine de Kyvere
Heule 27 Augusty - 65
p3
Mynheer van 't Jaer 30,[9]

Men spreekt dikwyls, in de gazetten, van groote steden en provincien, maer ik ga u van het nederig dorp van Sinte Catharine spreken, gelegen tusschen Cuerne, Heule en Lendelede; 't is u misschien onbekend gebleven, maer 't mag gekend zyn om zyne schoone ligginge, en het geloove van zyne inwoonders. Wy hebben daer een zeker bewys van in den jubilé[10] die, begonnen op den 20sten dezer maend, nu gesloten is. Het schynt dat zyne hoogweerdigheid een byzonder ooge gehad heeft op Sinte Catharine, want hy heeft daer twee missionarissen, gezonden, 't en waren geene kleene! 't zyn veel jubelen gepredikt in groote steden, maer weinig door zulke mannen, zy hebben hunne pligt gekweten met eenen onvermoeibaren yver en hebben het volk van alle kanten doen komen gestroomd, zoodanig dat de kerke opgepropt en zoo vol was als een ei. De missionarissen zyn vertrokken vol troost, om den yver der inwoonders, en in de hope dat een zoo schoone jubilé groote vruchten zal dragen. Ja 't is te verhopen dat deze inwoonders, versterkt door de gratie en geleid door die zoo schoone onderwyzingen, zullen beantwoorden door een nieuw stichtend leven, en nu bezonderlyk hebben ze daertoe de gelegentheid, immers de kermesse valt op dezen eersten zondag van September. Zy zullen zeker wel de dagen van den jubilé onthouden en men zal van geene wanorders of misbruiken te klagen hebben, die maer al te veel op zulke dagen plaetse en grypen. Maer, God Zy geloofd en gedankt! het gemeente waervan ik spreke is van over ouds eendragtig en blygeestig volk, de dagen van verzet brengen zy in eenvoudig vermaek over; tot voorbeeld, het verleden jaer, in eene companie waer ze met vier-end-zestigen waren en heeft er geen stoornesse hoegenaemd plaetse gehad, maer waren al te samen geestig en eendragtig. Nu, heeft er nog op verleden jaren iets onvolmaekt geweest, de jubilé zal het van de jare beletten.

Men zegt dat een van de predikanten eerst van al geprobeerd heeft, of het klankberd van den predikstoel, van boven hooge genoeg was, om daer onder te kunnen staen, zonder te genaken.

Ik heb de eer u te groeten,
uwe N. V. S. C.[11]

Noten

[1] Gezelle reageert op de bijvoegde raadsels in ‘Myn Spreekkamerke’ van ‘t Jaer 30: 2 (02/09/1865), p.4: “N. v. St. C. Ik dank God dat ik zulke n. hebbe; uit het v. n° 1 en worde ik niet wys, 'k zal komen gelyk dien dief daer, ge w. wel?”.
[2] Guido Gezelle was een achterneef van Catherine De Kyvere. Haar grootmoeder Ludovica Meurisse was de zuster van Anna-Theresia Meurisse, grootmoeder van Guido Gezelle langs vaderskant. Er was een nauw contact tussen beide families. Volgens een mondelinge overlevering in de familie zou Gezelles vader Pier-Jan in zijn jeugd enkele maanden ondergedoken zijn bij “Kyvers” om dienst in het Napeolontische leger te vermijden.
[3] Lezersbrief ter publicatie in bijlage gevoegd (zie verder). Die werd door Guido Gezelle aan de drukker doorgegeven en is enkel in publicatievorm beschikbaar.
[4] Gezelles vader Pieter-Jan was afkomstig van Heule. Verschillende familieleden waren er blijven wonen, zoals zijn zusters Maria Josepha en Maria Constantia. Catherine Dekyveres vader Pieter was een neef van hen.
[5] Verwijzing naar de rubriek ‘Myn Spreekkamerke’ achterin ‘t Jaer 30, waarin Gezelle zijn correspondenten korte persoonlijke berichten stuurde.
[6] Heilig Jaar ingesteld door paus Paus Pius IX, naar aanleiding van het afsluiten van het Eerste Vaticaans Concilie Quanta Cura (08/12/1864). Hierbij werd een jubileumaflaat verleend bij door het bisdom goedgekeurde vieringen.
[7] De rubriek ‘God zal ‘t u loonen!’ in 't Jaer 30:2 (02/09/1865) vermeldt deze gift: “Voor onzen Heiligen Vader den Paus Pius IX. Van de meesteressen van Sinte Catherine, om de gratie van den jubilé wel te bewaren, 1 fr “.
[8] Reactie op het raadsel in ‘t Jaer 30: 2 (26/08/1865), p.4 “Vader Jacob ha' 12 zonen, ieder zoon had 1 zuster, met hoevelen waren ze?” Gezelle reageert in ‘t Jaer 30:2 (02/09/1865), p.4: “Ze waren met 13 zonder vader en moeder. Wel geraèn (…); N. v. St. C; (…)”.
[9] De locatie van dit stuk van de originele brief is onbekend. De brief is enkel in gepubliceerde versie beschikbaar. Het ontbrekende stuk van de brief verscheen als: Brievenpost van 't Jaer 30. In: 't Jaer 30: 2 (02/09/1865), p.3. In hetzelfde nummer ook een bericht in het spreekkamerke: "N. v. St. C. Ik dank God dat ik zulke n. hebbe; uit het r. n° 1 en worde ik niet wys, 'k zal komen gelyk dien dief daer, ge w. wel?” De rubriek God zal ‘t u loonen! vermeldt een gift: “Voor onzen Heiligen Vader den Paus Pius IX. Van de meesteressen van Sinte Catherine, om de gratie van den jubilé wel te bewaren, 1 fr.”
[10] Waarschijnlijk een lokale activiteit in het kader van Heilig Jaar ingesteld door paus Paus Pius IX, naar aanleiding van het afsluiten van het Eerste Vaticaans Concilie Quanta Cura (08/12/1864). Hierbij werd een jubileumaflaat verleend bij door het bisdom goedgekeurde vieringen.
[11] Afkorting voor ’Nichte Van Sinte Catharine’. De briefschrijfster was een achternicht van Guido Gezelle.

Register

Correspondenten

Naamde Kyvere, Catherine
Datums° Sint-Catherine (Heule), 10/09/1833 - ✝ Sint-Catherine (Heule), 15/08/1914
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosteroverste; prefect
BioCatherine De Kyvere was de achternicht van Guido Gezelle. Ze was de dochter van Maria Callens (Kuurne, 25/12/1805 - Lendelede, 12/12/1880) en Petrus Ludovicus De Kyvere (Heule, 1788 - Heule, 12/01/1865). Petrus was de neef van Pieter Jan Gezelle, de vader van Guido. Catherine werd de overste van de derde orde van Sint- Franciscus en prefecte van de congregatie van O.-L.-V. Onbevlekt Ontvangen. Haar brieven werden in bewerkte vorm door Guido Gezelle gepubliceerd in 't Jaer 30.
Relatie tot Gezelleabonnee Rond den Heerd; correspondent; familie van Gezelle
Bronnen https://search.arch.be/nl/ ; bidprentje
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

Naamde Kyvere, Catherine
Datums° Sint-Catherine (Heule), 10/09/1833 - ✝ Sint-Catherine (Heule), 15/08/1914
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosteroverste; prefect
BioCatherine De Kyvere was de achternicht van Guido Gezelle. Ze was de dochter van Maria Callens (Kuurne, 25/12/1805 - Lendelede, 12/12/1880) en Petrus Ludovicus De Kyvere (Heule, 1788 - Heule, 12/01/1865). Petrus was de neef van Pieter Jan Gezelle, de vader van Guido. Catherine werd de overste van de derde orde van Sint- Franciscus en prefecte van de congregatie van O.-L.-V. Onbevlekt Ontvangen. Haar brieven werden in bewerkte vorm door Guido Gezelle gepubliceerd in 't Jaer 30.
Relatie tot Gezelleabonnee Rond den Heerd; correspondent; familie van Gezelle
Bronnen https://search.arch.be/nl/ ; bidprentje

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamHeule
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

Naamde Kyvere, Catherine
Datums° Sint-Catherine (Heule), 10/09/1833 - ✝ Sint-Catherine (Heule), 15/08/1914
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosteroverste; prefect
BioCatherine De Kyvere was de achternicht van Guido Gezelle. Ze was de dochter van Maria Callens (Kuurne, 25/12/1805 - Lendelede, 12/12/1880) en Petrus Ludovicus De Kyvere (Heule, 1788 - Heule, 12/01/1865). Petrus was de neef van Pieter Jan Gezelle, de vader van Guido. Catherine werd de overste van de derde orde van Sint- Franciscus en prefecte van de congregatie van O.-L.-V. Onbevlekt Ontvangen. Haar brieven werden in bewerkte vorm door Guido Gezelle gepubliceerd in 't Jaer 30.
Relatie tot Gezelleabonnee Rond den Heerd; correspondent; familie van Gezelle
Bronnen https://search.arch.be/nl/ ; bidprentje
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamGezelle, Jozef Aloysius Hyacinthus
Datums° Brugge, 12/02/1840 - ✝ Stene, 18/06/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kloosterdirecteur; onderpastoor; pastoor
BioJozef, de jongste broer van Guido Gezelle, studeerde aanvankelijk te Brugge en later te Roeselare en te Turnhout. In Leuven volgde hij een opleiding aan het Amerikaans Seminarie. Net zoals zijn broer wilde Jozef immers naar Engeland trekken om er het katholieke geloof te verkondigen. In 1863 reisden de broers tevergeefs naar Engeland om daar een geschikt seminarie te vinden. In 1863-1864 was Jozef ingeschreven in het Engels Seminarie te Brugge. Op 22 december 1866 werd hij tot priester gewijd en na een kort intermezzo als onderpastoor in Passendale werd hij in augustus 1867 directeur van Saint-George’s Retreat, een klooster en een instelling voor geesteszieken in Burgess Hill te Southwark. Faict riep hem echter eind december terug. Hij werd vervolgens onderpastoor in Lendelede (1868-1878), Klerken (1878-1887) en Zillebeke (1887-1898). Mede dankzij zijn broer kon hij ten slotte pastoor worden in Stene bij Oostende (hij werd er op 21 september 1898 benoemd), waar hij uiteindelijk overleed op 18 juni 1903.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); familie: broer van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Maria Constantia; Stanse; Gezelle Marie Constantia
Datums° Heule, 16/08/1801 - ✝ Heule, 30/01/1884
GeslachtVrouwelijk
Beroeplerares
BioMaria Constance Gezelle was de jongste zus van Pieter-Jan Gezelle en dus een tante van Guido. Ze huwde op 28 mei 1823 met Charles Louis De Deurwaerder (Sint-Eloois-Winkel, 27/12/1798-Heule, 15/09/1857), kostschoolhouder, onderwijzer en later gemeenteontvanger. Maria Constance Gezelle was onderwijzeres in de kostschool van haar man. Zijn kostschool was gevestigd in de Krakeelhoek te Heule. Deze kostschool is overgenomen door de Zusters van Liefde waartoe Florence Gezelle (Florentina Constantia Gezelle) toetrad op 15/10/1873 en waar ze als Zuster Colomba begon les te geven.
Relatie tot Gezellecorrespondent; familie: tante van Guido Gezellle
Bronnen https://gw.geneanet.org/mivan?lang=en&pz=pierre&nz=vandekerckhove&ocz=0&p=maria+constantia&n=gheselle; Rijksarchief: https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-personen/zoekresultaat/weergave/akte/id/ROESELARESUCC1_00070574/q/zoekwijze/s?text=gezelle%20constan*&M=0&V=0&O=0&persoon_0_periode_geen=0&plaatsnaam=heule&sort=akte_datum&direction=asc&tmpl=component
NaamGezelle, Pieter-Jan
Datums° Heule, 29/09/1791 - ✝ Heule, 27/05/1871
GeslachtMannelijk
Beroephovenier
BioDe vader van Guido Gezelle was afkomstig van Heule en werkte aanvankelijk als tuinman in het kleinseminarie te Roeselare. Na de sluiting ervan door het Nederlandse bewind was hij werkzaam in de Bijloke te Gent. Op zevenendertigjarige leeftijd ging hij wonen in de Rolweg te Brugge waar hij hovenier werd van de familie Th. Van de Walle-Van Zuylen. Op 2 juni 1829 trouwde hij met Monica De Vriese. Om bij te verdienen was hij ook tuinman in het Brugse grootseminarie van Brugge, had hij een eigen boomkwekerij en werd hij ook opzichter bij een bebossingexperiment langs de kust. Na de dood van Theodoor Van de Walle in 1848 stelde de barones een andere tuinman aan. Zo verhuisde Pieter-Jan op 24 januari 1849 naar de overkant van de Rolweg. In 1871 verbleef hij met zijn vrouw bij zijn dochter Louise in Heule waar hij in mei overleed
Relatie tot Gezellefamilie: vader van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; http://www.gezelle.be
NaamGezelle, Maria Josepha; Gezelle, Maria Josephina
Datums° Heule, 15/05/1790 - ✝ Heule, 28/05/1876
GeslachtVrouwelijk
BioMaria-Josepha was de oudere zus van Pieter-Jan Gezelle, de vader van Gezelle. Ze was dus een tante van Gezelle. Zij bleef ongehuwd en woonde bij het gezin van haar jongere zus Maria-Constantia.
Relatie tot Gezellefamilie: tante van Guido Gezelle; correspondent
NaamDe Haene, Eugenius
Datums° Brugge, 08/07/1823 - ✝ Wevelgem, 18/08/1893
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; priester; onderpastoor; pastoor
BioEugenius De Haene werd op 3 maart 1849 tot priester gewijd te Brugge. Hij was op dat ogenblik al drie jaar leraar aan het college van Kortrijk. Op 27 september 1861 werd hij aangesteld als onderpastoor bij de Sint-Maartenskerk te Ieper, om in 1868 pastoor te worden van de Sint-Hilaarskerk te Wevelgem. Hij bleef er tot zijn dood in 1893.
Links[odis]
NaamVandenberghe, Aloysius
Datums° Poperinge, 12/02/1830 - ✝ Moorslede, 23/07/1877
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; coadjutor; pastoor
BioAloysius Vandenberghe was medeseminarist van Gezelle aan het Grootseminarie en werd op 3 februari 1855 tot priester gewijd in Brugge. Hij was actief als coadjutor te Nieuwmunster, onderpastoor te Wingene (1855), coadjutor te Zwevegem en opnieuw onderpastoor te Meulebeke (1862) en Moorslede (1872). Hij stierf er in 1877.
Links[odis]

Naam - plaats

NaamHeule
GemeenteKortrijk
NaamIeper
GemeenteIeper
NaamKuurne
GemeenteKuurne
NaamLendelede
GemeenteLendelede
NaamMeulebeke
GemeenteMeulebeke

Titel - werk van Guido Gezelle

Titelt Jaer 30 of politieke wegwyzer voor treffelyke lieden.
Links[gezelle.be]

Titel27/08/1865, Heule, Catherine de Kyvere aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Publicatie
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzenderde Kyvere, Catherine
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum27/08/1865
VerzendingsplaatsHeule (Kortrijk)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; Catherine De Kyvere is de achternicht van Guido Gezelle: signering in 't Jaer 30: uwe N.V.S.C. = uwe Nicht Van Sint Catherine (=Heule)
Gepubliceerd inontbrekende stuk van de brief verscheen in : Brievenpost van 't Jaer 30. - uit : 't Jaer 30, 02/09/1865
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 211x135
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat onvolledig : vorige vel ontbreekt
Vormelijke bijzonderheden papiermerk: Bath
Toevoegingen op zijde 1 bovenaan: 65 ?// zie Jaer 30 (potlood, schuin, hand P.A.); idem: 68 (inkt, schuin)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7537
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13898
Inhoud
Incipitals het mogelyk is heer cozyn zet toch
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.