<Resultaat 464 van 2040

>

p1Geloofd Zy Jezus Christus
Eerweerde Heer en oude leermeester[1]

Ik bezoek hier ondertusschen een zieken die geweldig door de maagpyn gekwollen en ten ondergebracht wordt. Hy heeft hooren zeggen dat, in O.L.V. Kerk te Kortryk, eene heilige byzonderlyk gediend wordt tegen de maagpyn. Is dat waar? Welk is die heilige en hoe word hy gediend? Zoudt gy zoo goed willen zyn my daarover te bescheiden

Ontvang op voorhand myne hertelyke dankbaarheid
A. De Geetere
p2

Noten

[1] August De Geeter was filosofiestudent aan het kleinseminarie in 1858-1859
truwele De Bo Westvlaamsch idioticon: verwarde streng twijn den. slecht gemaakte babyn Onderstreping van Guido Gezelle; De Bo Westvlaamsch idioticon: babyn (klos gebruikt in de weverij) z.zie DeBo s.v.sub voce Sub voce = onder het (volgende) woord De Bo Westvlaamsch idioticon: verwarde streng twijn Onderstreping van Guido Gezelle; De Bo Westvlaamsch idioticon: babyn (klos gebruikt in de weverij) Sub voce = onder het (volgende) woord

Register

Correspondenten

NaamDe Geetere, August
Datums° Brugge, 21/09/1839 - ✝ Brugge, 30/04/1911
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar onderpastoor; pastoor; subregent
BioAugust De Geetere werd in 1839 geboren als zoon van Theresia De Geeter, kantwerkster te Brugge. Hij studeerde o.a. filosofie aan het kleinseminarie in Roeselare (1858-1859) en kreeg bijgevolg les van Guido Gezelle. Op 04/01/1863 werd hij tot priester gewijd te Brugge en werd hij leraar aan de colleges van Diksmuide (26/09/1863) en Oostende (26/09/1864). Van 27/09/1870 tot 26/09/1874 was hij subregent in het Sint-Lodewijkscollege in Brugge. Hij werd eerst onderpastoor te Tielt (26/09/1874) en later pastoor te Brielen (20/05/1885) en Oostrozebeke (12/11/1890). In 1908 nam hij ontslag en in 1911 stierf hij te Brugge na een langdurige en pijnlijke ziekte.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; correspondent
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDe Geetere, August
Datums° Brugge, 21/09/1839 - ✝ Brugge, 30/04/1911
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar onderpastoor; pastoor; subregent
BioAugust De Geetere werd in 1839 geboren als zoon van Theresia De Geeter, kantwerkster te Brugge. Hij studeerde o.a. filosofie aan het kleinseminarie in Roeselare (1858-1859) en kreeg bijgevolg les van Guido Gezelle. Op 04/01/1863 werd hij tot priester gewijd te Brugge en werd hij leraar aan de colleges van Diksmuide (26/09/1863) en Oostende (26/09/1864). Van 27/09/1870 tot 26/09/1874 was hij subregent in het Sint-Lodewijkscollege in Brugge. Hij werd eerst onderpastoor te Tielt (26/09/1874) en later pastoor te Brielen (20/05/1885) en Oostrozebeke (12/11/1890). In 1908 nam hij ontslag en in 1911 stierf hij te Brugge na een langdurige en pijnlijke ziekte.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; correspondent

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamTielt
GemeenteTielt

Naam - persoon

NaamDe Bo, Leonard Lodewijk
Datums° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
GeslachtMannelijk
Beroephulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/071873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamDe Geetere, August
Datums° Brugge, 21/09/1839 - ✝ Brugge, 30/04/1911
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar onderpastoor; pastoor; subregent
BioAugust De Geetere werd in 1839 geboren als zoon van Theresia De Geeter, kantwerkster te Brugge. Hij studeerde o.a. filosofie aan het kleinseminarie in Roeselare (1858-1859) en kreeg bijgevolg les van Guido Gezelle. Op 04/01/1863 werd hij tot priester gewijd te Brugge en werd hij leraar aan de colleges van Diksmuide (26/09/1863) en Oostende (26/09/1864). Van 27/09/1870 tot 26/09/1874 was hij subregent in het Sint-Lodewijkscollege in Brugge. Hij werd eerst onderpastoor te Tielt (26/09/1874) en later pastoor te Brielen (20/05/1885) en Oostrozebeke (12/11/1890). In 1908 nam hij ontslag en in 1911 stierf hij te Brugge na een langdurige en pijnlijke ziekte.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; correspondent

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamTielt
GemeenteTielt

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

De Geetere, August

Correspondenten

De Geetere, August
Gezelle, Guido

Naam - persoon

De Bo, Leonard Lodewijk
De Geetere, August

Naam - plaats

Kortrijk
Tielt

Plaats van verzending

Tielt

Titel04/05/1880, Tielt, August De Geetere aan [Guido Gezelle]
EditeurInge Geysen; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderDe Geetere, August
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum04/05/1880
VerzendingsplaatsTielt (Tielt)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 131x100
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig ; licht tekstverlies bovenaan door verknippen tot taalkundige fiche
Toevoegingen op zijde 2 onderaan: taalkundige notities: truwele, den. slecht gemaakte babyn z. DeBo s.v. (purperen inkt en blauw potlood, omgekeerd, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3586, truwele
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|14271
Inhoud
Incipit'K bezoek hier ondertusschen een zieken
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.