<Resultaat 667 van 2052

>

p1
Hochwürdiger Herr Vikar![1]

Der heùtige Tag bietet mir Veranlassùng Ihnen, Hochwürdiger Herr Vikar, meinen aùfrichtigsten Glückwùnsch dar zù bringen. Der liebe Gott möge aùch in diesem Jahre wie bisher Ihr teùres Leben schützen, ùnd Sie stets mit Wohlergehen erfreùen.

Möge Er Sie noch viele Jahre in Ihren segensreichen Wirken erhalten ùnd Ihnen dereinst zùm Lohne die Krone des ewigen Lebens verleihen.

Sonntag vor acht Tagen hatten wir Reträt; diese wùrde abgehalten dùrch

p2den ehrwürdigen Pater Feldmann. Hoffentlich wird sie nicht vergeblich sein, denn ich habe mir vieles vorgenommen.

Aùf Weihnachten hatten wir das vierzigstùndige Gebet, zù dieser Gelegenheit war die Kapelle herrlich geziert ùnd das allerheiligste Sakrament aùsgestallt, aùch habe ich diese Zeit gùt benùtzt, ùm alles den lieben Gott zù fragen, und ich versichere Ihnen Sie hochwürdiger Herr nicht vergessen zù haben.

In aller Hochachtùng verbleibe ich
Ihr ergebenes Kind

Félicie..

Noten

[1] Félicité zat op het pensionaat Marienwerth in Limmel-Meerssen bij Maastricht, waar de voertaal Duits was. Vandaar de Duitse brief aan Guido Gezelle.

Vertaling door Johan Van Eenoo (Duits): Maastricht, 29 dec. 83

Zeereerwaarde Heer Onderpastoor,

Deze dag biedt mij een aanleiding om U, Zeereerwaarde Heer Onderpastoor, mijn oprechtste gelukwens aan te bieden. Moge de lieve God ook dit jaar, zoals tot nu toe, uw dierbaar leven beschermen en u steeds met welbevinden verblijden.

Moge Hij u nog vele jaren in uw zegenrijke werken behouden en u ooit de kroon van het eeuwige leven tot loon verlenen.

Zondag voor acht dagen hadden wij retraite; die werd georganiseerd door

p2

de eerwaarde pater Feldmann. Hopelijk zal zij niet tevergeefs zijn want ik heb mij veel voorgenomen.

Met Kerstmis hadden wij het veertigurengebed, voor die gelegenheid was de kapel heerlijk opgetooid en het allerheiligste sacrament uitgestald, ook heb ik die tijd goed benut om de lieve God alles te vragen, en ik verzeker u, dat ik u, zeereerwaarde heer, niet vergeten heb.

Met alle hoogachting verblijf ik

uw toegenegen kind

Félicie..

fermentum z. Zie. heef In: Loquela: 7 (Jaarmesse 1888) 9, p.68: “Heefde is uitbouw -de van heef-, heve, (heffe, heffel, heffing, hevesel, hefsel, hijsel), en dat is zuurdeeg, Latijn fermentum, gist te zeggen. Heefde land gelijkt aan brood dat wel verdeesemd, wel verhijseld, wel geheven is : dat wel gegaan heeft, eer men 't biek.” Zie. In: Loquela: 7 (Jaarmesse 1888) 9, p.68: “Heefde is uitbouw -de van heef-, heve, (heffe, heffel, heffing, hevesel, hefsel, hijsel), en dat is zuurdeeg, Latijn fermentum, gist te zeggen. Heefde land gelijkt aan brood dat wel verdeesemd, wel verhijseld, wel geheven is : dat wel gegaan heeft, eer men 't biek.”machine getouwz. Zie. De Bo argetouw In het Westvlaamsch Idioticon van De Bo onder het lemma ‘arre, harre’: v. Kleen aanbeeldje, ook Kruine geheeten, waarop men de pikke en de zeisen met den arhamer dun en scherp klopt (….). Ook in Brab., (…) gebruikt men arren, arhamer, doch argetouw voor ons arre. Zie. In het Westvlaamsch Idioticon van De Bo onder het lemma ‘arre, harre’: v. Kleen aanbeeldje, ook Kruine geheeten, waarop men de pikke en de zeisen met den arhamer dun en scherp klopt (….). Ook in Brab., (…) gebruikt men arren, arhamer, doch argetouw voor ons arre.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHeldenbergh, Félicité; Heldenbergh, Félicie
Datums° Kortrijk, 21/10/1864 - ✝ Kortrijk, 26/03/1933
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsNederland
BioFélicie Marie Heldenbergh werd geboren te Kortrijk op 21 oktober 1864 en groeide op in het centrum van Kortrijk: haar ouders Adolphe Théodore Heldenbergh (Kortrijk, 1810-1877) en Marie Joséphine Timmerman (geboren te Aalst in 1824) baatten een wijnhandel uit in de Begijnhofstraat, 9. Het gezin telde zeven kinderen en deed een beroep op wisselende diensters die eveneens in huis woonden. De oudste zonen: Julius Léon (°1856) en Joseph Emmanuel (°1858) zetten de wijnhandel verder in de Handboogstraat waar het pand van de Franse Zusters aangekocht werd. In 1911 huurde Joseph tevens de lokalen van het leegstaande weeshuis, de zgn. Ecole du Saint-Esprit (eveneens in de Handboogstraat). De derde zoon, Cyrille Emmanuel (1859-1914) studeerde geneeskunde en werd arts in Kortrijk. De vier dochters waren respectievelijk de jonggestorven Marie Josèphe (1861-1887), Louise Marie (1862-1920), Félicie Marie (1864-1933) en Jeanne Madeleine (1868-1926). Félicie was dus amper 13 jaar oud toen haar vader overleed. In 1882 werd de achttienjarige Félicie leerlinge in het pensionaat 'Marienwerth' in Maastricht. Op oudere leeftijd verbleef hun moeder, (Marie) Joséphine Timmerman, enkele jaren in het pension van de zgn. Franse Zusters, waar Gezelle hun buurman en religieuze directeur was. De vier dochters bleven ongehuwd, hun Franstalige bidprentjes loven hun godsvrucht en caritatieve instelling.
Relatie tot Gezellecorrrespondent

Briefschrijver

NaamHeldenbergh, Félicité; Heldenbergh, Félicie
Datums° Kortrijk, 21/10/1864 - ✝ Kortrijk, 26/03/1933
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsNederland
BioFélicie Marie Heldenbergh werd geboren te Kortrijk op 21 oktober 1864 en groeide op in het centrum van Kortrijk: haar ouders Adolphe Théodore Heldenbergh (Kortrijk, 1810-1877) en Marie Joséphine Timmerman (geboren te Aalst in 1824) baatten een wijnhandel uit in de Begijnhofstraat, 9. Het gezin telde zeven kinderen en deed een beroep op wisselende diensters die eveneens in huis woonden. De oudste zonen: Julius Léon (°1856) en Joseph Emmanuel (°1858) zetten de wijnhandel verder in de Handboogstraat waar het pand van de Franse Zusters aangekocht werd. In 1911 huurde Joseph tevens de lokalen van het leegstaande weeshuis, de zgn. Ecole du Saint-Esprit (eveneens in de Handboogstraat). De derde zoon, Cyrille Emmanuel (1859-1914) studeerde geneeskunde en werd arts in Kortrijk. De vier dochters waren respectievelijk de jonggestorven Marie Josèphe (1861-1887), Louise Marie (1862-1920), Félicie Marie (1864-1933) en Jeanne Madeleine (1868-1926). Félicie was dus amper 13 jaar oud toen haar vader overleed. In 1882 werd de achttienjarige Félicie leerlinge in het pensionaat 'Marienwerth' in Maastricht. Op oudere leeftijd verbleef hun moeder, (Marie) Joséphine Timmerman, enkele jaren in het pension van de zgn. Franse Zusters, waar Gezelle hun buurman en religieuze directeur was. De vier dochters bleven ongehuwd, hun Franstalige bidprentjes loven hun godsvrucht en caritatieve instelling.
Relatie tot Gezellecorrrespondent

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamMaastricht

Naam - persoon

NaamHeldenbergh, Félicité; Heldenbergh, Félicie
Datums° Kortrijk, 21/10/1864 - ✝ Kortrijk, 26/03/1933
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsNederland
BioFélicie Marie Heldenbergh werd geboren te Kortrijk op 21 oktober 1864 en groeide op in het centrum van Kortrijk: haar ouders Adolphe Théodore Heldenbergh (Kortrijk, 1810-1877) en Marie Joséphine Timmerman (geboren te Aalst in 1824) baatten een wijnhandel uit in de Begijnhofstraat, 9. Het gezin telde zeven kinderen en deed een beroep op wisselende diensters die eveneens in huis woonden. De oudste zonen: Julius Léon (°1856) en Joseph Emmanuel (°1858) zetten de wijnhandel verder in de Handboogstraat waar het pand van de Franse Zusters aangekocht werd. In 1911 huurde Joseph tevens de lokalen van het leegstaande weeshuis, de zgn. Ecole du Saint-Esprit (eveneens in de Handboogstraat). De derde zoon, Cyrille Emmanuel (1859-1914) studeerde geneeskunde en werd arts in Kortrijk. De vier dochters waren respectievelijk de jonggestorven Marie Josèphe (1861-1887), Louise Marie (1862-1920), Félicie Marie (1864-1933) en Jeanne Madeleine (1868-1926). Félicie was dus amper 13 jaar oud toen haar vader overleed. In 1882 werd de achttienjarige Félicie leerlinge in het pensionaat 'Marienwerth' in Maastricht. Op oudere leeftijd verbleef hun moeder, (Marie) Joséphine Timmerman, enkele jaren in het pension van de zgn. Franse Zusters, waar Gezelle hun buurman en religieuze directeur was. De vier dochters bleven ongehuwd, hun Franstalige bidprentjes loven hun godsvrucht en caritatieve instelling.
Relatie tot Gezellecorrrespondent
NaamFeldmann
Beroeppater
BioPater Feldmann was betrokken bij de organisatie van retraites in het pensionaat Marienwerth in Limmel-Meerssen bij Maastricht. Vermoedelijk was het een franciscaan.

Naam - plaats

NaamMaastricht

Naam - instituut/vereniging

NaamMarienwerth
BeschrijvingDe meisjesschool met pensionaat Marienwerth in Limmel-Meerssen bij Maastricht werd geleid door de zusters franciscanessen van Nonnenwerth (Rijnland), de Duitse tak van de Franciscanessen van Heythuysen die vanwege de Kulturkamf (1872-1879) uit Duitsland gevlucht waren. Op 1 juni 1879 hadden ze hun klooster in Nonnenwerth moeten verlaten en waren ze naar hun nieuwe klooster Marienwerth bij Maastricht getrokken. De voertaal in de school en het pensionaat was Duits. Marienwerth verleende onderwijs aan meisjes van de betere stand. Veel aandacht ging naar het taalonderricht, onder meer Duits, Engels, Frans en Nederlands. Na 1889, toen de zusters naar Nonnenwerth konden terugkeren, werd Marienwerth een huishoudschool met pensionaat, het zogenaamde "Deutsches Haushaltungspensionat Marienwerth". Het werd geleidelijk vernederlandst naar "Pensionaat Mariënwaard". In 1954 nam de Mgr. J.G. van Rijt-stichting het complex over.
Datering1879-1954
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelWestvlaamsch idioticon
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk
Datum1873
PlaatsBrugge
UitgeverGailliard

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Heldenbergh, Félicité

Correspondenten

Gezelle, Guido
Heldenbergh, Félicité

Naam - instituut/vereniging

Marienwerth

Naam - persoon

Heldenbergh, Félicité
Feldmann

Naam - plaats

Maastricht

Plaats van verzending

Maastricht

Titel - ander werk

Westvlaamsch idioticon

Titel29/12[?]/1883, Maastricht, [(Félicie) Félicité Heldenbergh] aan [Guido Gezelle]
EditeurJulien Vermeulen; Johan Van Eenoo; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Heldenbergh, Félicité]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum29/12[?]/1883
VerzendingsplaatsMaastricht
AnnotatieAdressant en adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens;( Félicité is de officiële naam)
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 enkele vellen, enkel vel 1: 109x142 ; enkel vel 2: 109x142
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig: brief verknipt tot twee taalkundige fiches en gereconstrueerd
Toevoegingen op zijde 2 rechts en op zijde 3 links in de zijrand: taalkundige notities: fermentum z. heef ; machine getouw z. De Bo argetouw (inkt, verticaal, beide hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3322, M fiche 6 + 8091
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|14432
Inhoud
IncipitDer heutigen Tag bietet mir Ver[xx]-
Tekstsoortbrief
TalenDuits
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.