<Resultaat 726 van 2044

>

p1Geloofd Zij Jezus Christus
+
Mijn Eerw. Heer ende Meester,

'k Wensch u eerst en vooral veel geluk en een goed, zalig Nieuwjaar. 'k Hadde het al lange moeten doen, maar 'k moeste u nog over verschillige dingen spreken en 'k en had tot hiertoe den tijd niet u eenen langen brief te schrijven

1°) Eerst en vooral, Mr Muyldermans, bestierder van 't kollegie van Aarschot in plaats van EH Bols, vraagt ons of hij mag bij den Hr uitgever van de "Nieuwe school – en letterbode" de vrage doen van in zijn tijdschrift verdietschingen van Meetkunde te willen overnemen[1] Dat tijdschrift wordt gedrukt te Baarle-Hertog bij Turnhout en is nog al wel verspreid in Holland.

Weet gij dat het leuvensch tijdschrift “De Student” begonnen heeft onze verdietschingen te drukken? 't Is al gekomen tot aan 't woord complément[2]

2°) Z E H. Debo heeft doen schrijven dat hij het woord Brijkgestalte[3] niet en kan opkrijgen 1°) omdat brijk geen Vlaamsch en is en 2°) omdat het woord maar in eene kleene streke van Vlaanderen gekend en gebezigd en wordt. Hij stelde het woord K/Carreel vooren. Ik heb hem geantwoord voor 't woord brijke omtrent gelijk wij in R.d.H geschreven hebben, doch zijne 2°) is nog al

p2redelijk waar. Zijn karreel dunkt mij heeft ten minste hetzelfste bezwaar en bovendien en doet zijne gedaante al geen kanten op eenen parallélipède peizen.

Ik moet toch bekennen dat Brijkgestalte[4] mij niet en voldoet en dat ik nog gedurig op zoek ben achter een beter woord.

3°) Mijnh Rijk van Holland heeft eenen brief gezonden die gij hierbij zult vinden en dien ik u verzoek mij aanstonds weder te zenden ik moet hem nog antwoorden.

4°) Ik heb aan Mr Devisschere gevraagd te willen zijne woorden eerst naar mij zenden opdat ik, ten minste somwijlen, al de woorden kennende, de bespreking

kunne opstellen voor goed, en niet genoodzaakt en zij bijna altijd eenen nieuwen opstel te verveerdigen.

5°) Mag ik u vragen de woorden somtijds nog wat beter te onderzoeken? 't Dunkt mij dat gij al te meds wat licht over woorden gaat en dat onze zaken zoo wel niet meer en draaien gelijk in den beginne. Dat is hier rechtuit gezeid onder ons zonder erge, 't is klaar.

'k Zal ten anderen ook trachten wat meer de vertaling te bewerken. 'k moet het bekennen binst deze laatste weken en heb ik niet altijd tijd gehad om alles geheel nauwkeurig te doen en 'k ben de schuld dat de p3verdietschingen[5] zoo onregelmatig verschenen zijn. Toch, 't is zeker, k had bitter weinig tijd.

Wat zegt gij van Mr Devisschere? Hij kent het, nietwaar? Hij spreekt van in 't korte te beginnen met eene meetkunde stel- en rekenkunde in 't vlaamsch uit te geven voor zijne jongens. Ongelukkiglijk klapt hij van verschillige onzer gegevene verdietschingen in zijne meetkunde te veranderen. Mij dunkt dat zulks jammer is. Want hebben wij geene eenheid, wat gaat er van ons werk geworden?

6°) Wat peist gij, zouden wij nieuwe woorden uitvinden voor meter, liter, decameter — hecto-

enz, in een woord voor de van 't metriekstelsel. Mij dunkt dat het niet zijn en kan. Ten hoogste zou ik eenen anderen uitgang willen voor metriek.

7°) In de verdietschingen die ik u zende, en heb ik de bespreking niet willen geven over de woorden discussion en dimension[6] omdat ik geen goed woord en hebbe.

Wat zegt gij van ontbinding voor décomposition. 't woord en voldoet mij niet, nogthans 'k heb omtrent even weinig voor 't woord lossing.

'k heb in de laatste vertalingen het woord règle conjointe onverlet gelaten, omdat ik niet en wete wat gezeid. règle conjointe bestaat hier in. Bijv. gij weet de oude landmaten

p4en hunne onderverdeeling, gij weet ook de hectare met hare onderverdeeling. Gij kent hoeveel gemeten er in eene hectare gaan en gij hebt dan te zoeken in nieuwe mate de uitgestrektheid oppervlakte van een stuk land waar gij de oppervlakte van kent in oude mate C'est là un problème de règle conjointe. Dat geldt voor oude munte, lengtematen gewichten enz.

De Hollanders zeggen kettingsregel en inderdaad er is hier eene zekere schakeling. Regel van vijven zeggen andere. Omdat er dikwijls vijf dingen in de opgave gekend zijn en dat men het 6e onbekend moet zoeken. Doch dat is 't algemeen en er vele andere vraagstukken, waarin men het

'k Hebbe nog al dingen te vragen bezonderlijk van woorden voor ge/azetten en enz, maar 'k verschuive tot later en zal ondertusschen alles bijeenverzamelen.

Hand en groet met achting
Uw toegenegen in Christo
E VRobays
Brugge 13/1/85

Gelief nog Hendrik Axters, Eeckhoutte Brugge op te schrijven voor Ons Oud Vlaamsch.

Noten

[1] Zie de reeks: J.D.L; E.V.R; G.G. e.a., Vervlaamschingen der Kunsteigene bewoordingen die Blanchet gebruikte in zijne meetkundige lessen. In: Rond den Heerd: 19 (1884) 26-49, p.207, 214, 227, 238, 246, 254, 262, 269, 285, 342, 359, 371, 383. In de jaren 1880 wilde Gezelle samen met een groep collegeleraars een Vlaamse wetenschappelijke vaktaal tot stand brengen. Startende vanuit de Franse termen in de handboeken was het een werk van taalschepping. Edward Van Robays was de grote bezieler. Gedurende een drietal jaren schreef en verzamelde hij bijdragen over het onderwerp in Rond den Heerd (1884-1887). De andere medewerkers waren: Julius De Lorge, leraar te Roeselare en Aloys De Visschere, leraar te Torhout. Ook L.L. De Bo was een medewerker.
[2] Zie: J.D.L; E.V.R; G.G. e.a., Vervlaamschingen der Kunsteigene bewoordingen die Blanchet gebruikte in zijne meetkundige lessen. In: Rond den Heerd: 19 (1884) 27, p.215
[3] Zie: J.D.L; E.V.R; G.G. e.a., Vervlaamschingen der Kunsteigene bewoordingen die Blanchet gebruikte in zijne meetkundige lessen. In: Rond den Heerd: 19 (1884) 34, p.270
Schachten kachel dat nog niet geschacht en is; pisse zimpert, moeten ’t wasschen. caret virga apparente trap/koorde om de merrie te binden binst den dienst van den hengst
[4] Zie: J.D.L; E.V.R; G.G. e.a., Vervlaamschingen der Kunsteigene bewoordingen die Blanchet gebruikte in zijne meetkundige lessen. In: Rond den Heerd: 19 (1884) 34, p.270
[5] Zie de reeks: J.D.L; E.V.R; G.G. e.a., Vervlaamschingen der Kunsteigene bewoordingen die Blanchet gebruikte in zijne meetkundige lessen In: Rond den Heerd: 19 (1884) 26-49 , p.207, p.214, p.227, p.238, 246, p.254, p.262, p.269, p.285, p.342, p.359, p.371, p.383
[6] Dimension zie: J.D.L; E.V.R; G.G. e.a., Vervlaamschingen der Kunsteigene bewoordingen die Blanchet gebruikte in zijne meetkundige lessen. In: Rond den Heerd: 19 (1884) 30, p.246-247
water/brood, het koeke corenten etc. om op aschenw.aschenwoensdag & goevrydag Onderstreping van Guido Gezelle Kniefele, den ’t gewere ’t jachtgew.jachtgewere Clercken Onderstreping van Guido Gezelle

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVan Robays, Edward; Van Roobeke, Edward
Datums° Egem, 2 of 3/02/1855 - ✝ Barhamur, 30/05/1906
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; priester; missionaris; pater jezuïet
VerblijfplaatsIndië
BioEdward Van Robays, zoon van Leonardus, timmerman, en Rosalia Fraeye, werd tot priester gewijd te Brugge op 22/05/1880. Hij studeerde pedagogie te Leuven. Hij werd leraar wiskunde aan het Sint-Lodewijkscollege op 04/10/1881. Hij zette zich in voor de vernederlandsing van wiskundige termen en schreef diverse bijdragen hierover in Rond den Heerd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf. Op 24/09/1892 trad hij toe tot de jezuïeten en hij vertrok op 31/10/1894 naar West-Bengalen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrrespondent; medewerker Rond den heerd; medestichter van Biekorf
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefschrijver

NaamVan Robays, Edward; Van Roobeke, Edward
Datums° Egem, 2 of 3/02/1855 - ✝ Barhamur, 30/05/1906
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; priester; missionaris; pater jezuïet
VerblijfplaatsIndië
BioEdward Van Robays, zoon van Leonardus, timmerman, en Rosalia Fraeye, werd tot priester gewijd te Brugge op 22/05/1880. Hij studeerde pedagogie te Leuven. Hij werd leraar wiskunde aan het Sint-Lodewijkscollege op 04/10/1881. Hij zette zich in voor de vernederlandsing van wiskundige termen en schreef diverse bijdragen hierover in Rond den Heerd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf. Op 24/09/1892 trad hij toe tot de jezuïeten en hij vertrok op 31/10/1894 naar West-Bengalen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrrespondent; medewerker Rond den heerd; medestichter van Biekorf
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamBols, Jan
Datums° Werchter, 09/02/1842 - ✝ Aarschot, 15/01/1921
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; folklorist; taalkundige; pedagoog; leraar; pastoor; directeur; auteur
BioJan Bols werd tot priester gewijd op 22/12/1866 te Mechelen. Op 01/10/1866 werd hij leraar aan het Sint-Romboutscollege in Mechelen. Hij was de stichter van het Sint-Jozefscollege in Aarschot, waarvan hij ook de eerste directeur werd op 12/08/1876. Op 24/12/1884 werd hij pastoor te Mechelen en op 25/06/1887 pastoor te Alsemberg. Hij was lid van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal-, Letterkunde en Geschiedenis (vanaf 1876), de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (vanaf 1886) en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden (1912). In 1886 was hij betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Het Belfort. Hij was een belangrijk figuur in de Vlaamse beweging en hij was ook actief als schrijver. Hij publiceerde ook een Nederduitsche bloemlezing voor het middelbare onderwijs. Daarnaast was hij ook een ijverig folklorist en zanter van volksliederen. In 1897 verscheen in Namen zijn bundel “Honderd oude vlaamsche Liederen met woorden en zangwijzen verzameld en voor het eerst aan het licht gebracht”. Uit zijn nagelaten werk publiceerde de Commissie van het Oude Volkslied van het Ministerie van Openbaar Onderwijs postuum de bundel "Godsdienstige kalenderliederen" (1939) en twee bundels "Wereldlijke volksliederen" (1949).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamDe Bo, Leonard Lodewijk
Datums° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
GeslachtMannelijk
Beroephulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/071873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamDe Visschere, Aloys
Datums° Ruddervoorde, 18/07/1853 - ✝ Emelgem, 29/06/1921
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; onderpastoor; pastoor
BioAloys De Visschere, zoon van Ludovicus De Visschere, koopman, en Isabella De Waele, winkelierster, werd op 18/04/1880 leraar aan de normaalschool van Torhout. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 22/05/1880. Vervolgens was hij onderpastoor te Ruiselede (26/03/1897), pastoor in De Panne (20/01/1901), pastoor te Emelgem (17/01/1906). In de jaren 1880 werkte De Visschere samen met andere leraars om een Vlaamse wetenschappelijke vaktaal tot stand te brengen. Hij was ook medewerker van Biekorf.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Biekorf
NaamMuyldermans, Jakob; Jaak
Datums° Oksdonk (Kapelle-Op-Den-Bos), 08/09/1855 - ✝ Mechelen, 11/09/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; erekanunnik; titulair kanunnik; directeur; inspecteur
BioJacob Muyldermans werd in 1879 tot priester gewijd. Hij werd leraar en later directeur van het college te Aarschot. Van 1887 tot 1910 was hij ook inspecteur godsdienst voor het lagere onderwijs en bischoppelijke colleges. Verder was hij actief in het Davidsfonds, in de Zuidnederlandse Maatschappij voor Taalkunde en de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij was ook medestichter van Dietsche Warande en Belfort.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamDe Rijk, Jacobus Augustinus
Datums° Hilversum, 23/09/1831 - ✝ Voorhout, 10/03/1897
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kanunnik; landschapsschilder; (hoog)leraar; dichter; redacteur
VerblijfplaatsNederland
BioDe Rijk was een oud-leerling van Alberdingk Thijm. Hij werd zelf leraar in 't Kleenseminarie van Hageveld (Noordwijk) en gaf er diverse vakken. Later werd hij ook hoogleraar wijsbegeerte aan hetzelfde instituut. Hij leverde bijdragen voor de tijdschriften "De katholiek" en "Bijdragen voor geschiedenis van het Bisdom Haarlem". Hij werd later redacteur van beide tijdschriften.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=10&page=437&view=imagePane
NaamVan Robays, Edward; Van Roobeke, Edward
Datums° Egem, 2 of 3/02/1855 - ✝ Barhamur, 30/05/1906
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; priester; missionaris; pater jezuïet
VerblijfplaatsIndië
BioEdward Van Robays, zoon van Leonardus, timmerman, en Rosalia Fraeye, werd tot priester gewijd te Brugge op 22/05/1880. Hij studeerde pedagogie te Leuven. Hij werd leraar wiskunde aan het Sint-Lodewijkscollege op 04/10/1881. Hij zette zich in voor de vernederlandsing van wiskundige termen en schreef diverse bijdragen hierover in Rond den Heerd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf. Op 24/09/1892 trad hij toe tot de jezuïeten en hij vertrok op 31/10/1894 naar West-Bengalen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrrespondent; medewerker Rond den heerd; medestichter van Biekorf
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamAxters, Hendrik; Henri
Datums° Brugge, 15/04/1865 - ✝ Sint-Pieters-Jette, 16/09/1945
GeslachtMannelijk
Beroepambtenaar
BioHendrik Axters was ambtenaar bij het West-Vlaamse provinciebestuur en was gehuwd met Maria Wauters.
Relatie tot Gezelleabonnee op Ons Oud Vlaemsch
BronnenBeeldbank Brugge; Rijksregister
Naamde Pauw, Frans Karel Benoit
Datums° Roosendaal, 12/06/1808 - ✝ Baarle-Hertog, 29/04/1883
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; auteur
BioFrans de Pauw was hoofdonderwijzer in Baarle-Hertog. Hij was auteur van diverse schoolboeken onder meer i.v.m. wiskunde en rekenkunst. Hij was ook uitgever van het tijdschrift De Nieuwe School- en Letterbode.
Links[dbnl]

Naam - plaats

NaamBaarle-Hertog
GemeenteBaarle-Hertog
NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamKlerken
GemeenteHouthulst
NaamTurnhout
GemeenteTurnhout

Naam - instituut/vereniging

NaamSint-Josephscollege Aarschot
BeschrijvingHet Sint-Jozefscollege te Aarschot werd gesticht in 1876 door Jan Bols, een belangrijke correspondent van Gezelle. Een andere bekende was Jacob Muyldermans, die er les gaf en Bols opvolgde als directeur.
Datering1876
Links[odis]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitelOns Oud Vlaemsch

Titel - ander werk

TitelDe Student: tijdschrift voor het Vlaamsch Studentenvolk (periodiek)
AuteurJanssen, Gustaaf; Laporta, August (red.) e.a
Datum1881-1930
PlaatsLeuven; Lier; Brussel; Laken
Uitgever[s.n.]
Links[odis]
TitelDe nieuwe school- en letterbode: tijdschrift aan opvoeding en onderwijs gewijd (periodiek)
Datum1872-[1892]
PlaatsBaarle-Hertog
UitgeverCharles De Paeuw
Links[odis]

Titel13/01/1885, Brugge, Edward Van Robays aan [Guido Gezelle]
EditeurEls Depuydt; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderVan Robays, Edward
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum13/01/1885
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en enkele leden van de Dietsche Biehalle en Biekorf. Deel 2: Brieven / door Ina Galle. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1984-1985), p.124-126
Fysieke bijzonderheden
Drager 4 enkele vellen, enkel vel 1: 105x134 ; enkel vel 2: 101x133 ; enkel vel 3: 102x132 ; enkel vel 4: 103x133
wit
papiersoort: 8 zijden beschreven, inkt
Staat volledig: brief verknipt tot vier taalkundige fiches en gereconstrueerd met licht tekstverlies
Toevoegingen op zijden 1, 3 en 5 in de linkermarge: taalkundige notities: Schachten kachel dat nog niet geschacht en is; pisse zimpert, moeten 't wasschen. caret virga apparente; trap/koorde om de merrie te binden binst den dienst van den hengst; Kniefele, den 't gewere 't jachtgew. Clercken (inkt, verticaal, alles hand G.G.); op zijde 6 in de linkermarge; v. Robays (potlood, verticaal); op zijde 7 in de linkermarge: taalkundige notities: water/brood, het koeke corenten etc. om op aschenw. & goevrydag (inkt en blauw potlood, verticaal, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8386
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|14823
Inhoud
Incipit'k Wensch u eerst en vooral veel geluk en een
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.