<Resultaat 767 van 2157

>

p1Geloofd Zij Jezus Christus +
Eerw Heer ende Meester,

In zeven haasten vraag ik uw gedacht over de verdietsching van calotte sphérique.[1]

Ik hadde den eersten keer het woord anders verstaan dan Mr Tysmans[2] en misschien wel- of dat het dient verstaan te worden.

meetkundige tekening: snijding bol

Ziehier: Van den bol M snijde ik met een plat vlak een stuk af ABC, de grond AB is geteekend xxx[3] De ADBCE maakt natuurlijk een deel van de vlakte van den bol. Eerst had ik als calotte sphérique verstaan geheel het stuk ABC dat afgesneden is. Volgens Mr Tysmans en zou het alzoo niet zijn de calotte sphérique ware geen lijfgestalte, maar aleenlijk de bolronde vlakte ervan; en gelijk wij geheel de lijfgestalte ABHK = segment sphérique, "bolschijve" genoemd hebben maar de bolronde vlakte ervan gordel, alzoo zou geheel de lijfgestalte ABCDE nog wel mogen bolschijve of beter misschien "bolschibbe" heeten, maar xxxxp2

p3xxxx

De woorden bolbekken en bolschotel zouden ook gaan.

Daar is iets te weten dat wij ons gewoonlijk eene schale, schotel en bekken verbeelden op zijn gat staande:

deksel snede bol

daar wij ons een calotte sphérique inbeelden gelijk het bij priesters en anderen gedregen wordt

deksel snede bol

Mij dunkt toch dat het weinig maakt. Gelief in der haaste tussen die drie woorden te kiezen of nog een beter uit te peizen. Ik peize dat gij toch wel mijne misgrepe verstaan hebt:

p4 de maarten met tellooren en al wasschen? Gij schrijft daar eens is dat lam geschreven: t was in eene haaste en zonder overlezen ik zal ‘t nogmaals nazien; maar toch is ‘t nog al verdrietig van zijn eigen van al die verschillige schrijvers op te tellen.[4]

Noten

[1] Zie de reeks: J.D.L; E.V.R; G.G. e.a., Vervlaamschingen der Kunsteigene bewoordingen die Blanchet gebruikte in zijne meetkundige lessen. In: Rond den Heerd: 19 (1884) 26-49, p.207, 214, 227, 238, 246, 254, 262, 269, 285, 342, 359, 371, 383

In de jaren 1880 wilde Gezelle samen met een groep collegeleraars een Vlaamse wetenschappelijke vaktaal tot stand brengen. Startende vanuit de Franse termen in de handboeken was het een werk van taalschepping. Edward Van Robays was de grote bezieler. Gedurende een drietal jaren schreef en verzamelde hij bijdragen over het onderwerp in Rond den Heerd (1884-1887). De andere medewerkers waren: Julius De Lorge, leraar te Roeselare en Aloys De Visschere, leraar te Torhout. Ook L.L. De Bo was een medewerker.

[2] Reactie op brief Tysmans van 05/04/1885, samen gepubliceerd in Rond den Heerd 19/04/1885
[3] Verwijzing naar gekruisd gearceerd gedeelte van de tekening.
paan z.zie DeBo kusspaan kloter- klater-muizen muizekoten muizen muizekotenBluts = te mijde hij is zoo bluts als hy by de menschen is Rousselaere?
[4] Het in onzeker of dit fragment bij de brief hoort. De reconstructie is gemaakt op basis van de papiersoort. Er zijn geen inhoudelijke aanwijzingen. In de publicatie worden de twee laatste fragmenten ook samen genomen. (zie: P. Deboeve, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en enkele leden van de Dietsche Biehalle en Biekorf. Deel 2: Brieven. Gent: onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1984-1985), p.380)

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVan Robays, Edward; Van Roobeke, Edward
Datums° Egem, 2 of 3/02/1855 - ✝ Barhamur, 30/05/1906
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; priester; missionaris; pater jezuïet
VerblijfplaatsIndië
BioEdward Van Robays, zoon van Leonardus, timmerman, en Rosalia Fraeye, werd tot priester gewijd te Brugge op 22/05/1880. Hij studeerde pedagogie te Leuven. Hij werd leraar wiskunde aan het Sint-Lodewijkscollege op 04/10/1881. Hij zette zich in voor de vernederlandsing van wiskundige termen en schreef diverse bijdragen hierover in Rond den Heerd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf. Op 24/09/1892 trad hij toe tot de jezuïeten en hij vertrok op 31/10/1894 naar West-Bengalen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrrespondent; medewerker Rond den heerd; medestichter van Biekorf
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefschrijver

NaamVan Robays, Edward; Van Roobeke, Edward
Datums° Egem, 2 of 3/02/1855 - ✝ Barhamur, 30/05/1906
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; priester; missionaris; pater jezuïet
VerblijfplaatsIndië
BioEdward Van Robays, zoon van Leonardus, timmerman, en Rosalia Fraeye, werd tot priester gewijd te Brugge op 22/05/1880. Hij studeerde pedagogie te Leuven. Hij werd leraar wiskunde aan het Sint-Lodewijkscollege op 04/10/1881. Hij zette zich in voor de vernederlandsing van wiskundige termen en schreef diverse bijdragen hierover in Rond den Heerd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf. Op 24/09/1892 trad hij toe tot de jezuïeten en hij vertrok op 31/10/1894 naar West-Bengalen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrrespondent; medewerker Rond den heerd; medestichter van Biekorf
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamTysmans, Pieter J.
Datums° Ekeren, 02/01/1843 - ✝ Mechelen, 22/05/1926
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; auteur
BioPieter Tysmans was aanvankelijk gemeenteonderwijzer te Wommelgem. Hij werd in 1879 leraar wiskunde, aardrijkskunde, geschiedenis en muziek aan de Katholieke Normaalschool te Mechelen. Hij was auteur van de eerste schoolboeken in het Nederlands over meetkunde en algebra: Beginselen der Meetkunde (1884) en Beginselen der Stelkunde (1886). Hij poogde net als Van Robays Nederlandse termen te vinden voor wiskundige begrippen. Van Robays en Gezelle waren veel radicaler in de Vervlaamsing van wiskundige termen in de publicaties in Rond den Heerd. Aanvankelijk was Tysmans weigerachtig en verwees hij naar de Noord-Nederlandse schrijvers, maar uiteindelijk volgde hij de terminologie van Rond den Heerd in de tweede uitgave van Beginselen der Meetkunde (1886).
Bronnen https://nevb.be/wiki/Tysmans,_Pieter_J.

Naam - plaats

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Van Robays, Edward

Correspondenten

Gezelle, Guido
Van Robays, Edward

Naam - persoon

Tysmans, Pieter J.

Naam - plaats

Roeselare

Plaats van verzending

Brugge

Titelxx/[04/1885], [Brugge], [Edward Van Robays] aan [Guido Gezelle]
EditeurEls Depuydt; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Van Robays, Edward]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[04/1885]
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressant gereconstrueerd op basis van het handschrift ; adressaat en datum gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; plaats gereconstrueerd op basis van biografische gegevens.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en enkele leden van de Dietsche Biehalle en Biekorf. Deel 2: Brieven / door Ina Galle. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1984-1985), p.374, p.380
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 enkele vellen, enkel vel 1: 213x134 ; enkel vel 2: 104x133
wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat onvolledig: brief verknipt tot meerdere fiches waarvan twee gereconstrueerd; bovenkant van enkel vel 2 ontbreekt; enkel vel 1 doorgesneden en opnieuw aan elkaar gekleefd
Vormelijke bijzonderheden op zijde 1 en 3 in het midden: schetsen van de hand van Edw. Robays
Toevoegingen op blanco zijde 2 links: taalkundige notities: paan z. DeBo kusspaan kloter- klater- muizen muizekoten muizen muizekoten; op zijde 3 in de linkermarge: taalkundige notities: Bluts = te mijde hij is zoo bluts als hy by de menschen is Rousselaere? (inkt, verticaal, beide hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8389 + 3322, B fiche 119
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|14826
Inhoud
IncipitIn zeven haasten vraag ik uw gedacht
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.