<Hit 1136 of 3122

>

p1
Eerweerde Vriend

By dezen kome ik Uedele uwe belofte in 't geheugen brengen waarby gy my verzekerd hebt - over een paar jaar reeds -[1] dat gy eenen trouwdicht zoudet gemaakt hebben ter gelegendheid van myn huwelyk met Louisa Deconinck van Wytsgate.[2]

…p2…

bied ik Uedele met allen eerbied, den vlaamschen vriendengroet.
Zegermaelfait
‘s stads hulpschryver
8 Groenestraat

Annotations

[1] Uit een eerdere brief aan G. Gezelle weten we dat hij het gedicht aanvroeg in “oogst 1882”. Hij vraagt in deze brief ook al om het huwelijksgedicht op te sturen.
[2] Zeger Maelfait trouwde op 27 september 1882 te Roeselare met Ludovica Maria De Coninck. Er is geen huwelijksgedicht gekend, ook niet in het familiearchief.
koeke/deeg z. Zie. dat en gaat Zie.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameMaelfait, Zeger; Victor
Dates° Roeselare, 19/02/1850 - ✝ Roeselare, 30/08/1913
SexMannelijk
Occupationsecretaris; redacteur; auteur
BioZeger (Victor) Maelfait werd geboren te Roeselare op 19 februari 1850. Daar studeerde hij aan het kleinseminarie, waar hij les kreeg van Hugo Verriest. Samen met zijn klasgenoot Amaat Vyncke stichtte hij in 1873 de Gilde der Westvlaamsche Gebroeders. De eerste artikelen van de gilde verschenen in de politieke krant 't Jaer 70. Deze Gilde publiceerde onder initiatief van de twee oprichters een Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen en het blad De Vlaamsche Vlagge, waarvan Maelfait redacteur werd. Ondertussen moest hij het grootseminarie verlaten wegens wegens onvoldoende inzet voor zijn studies. In oktober 1874 startte hij zij studies notariaat te Leuven. Tijdens zijn studententijd werd hij vervolgens ook secretaris van het Vlaamsgezinde blad Met Tijd en Vlijt en stichtte hij samen met Rodenbach de studentenafdeling van het Davidfonds. Hij droeg ook bij aan de oprichting en uitbouw van een Algemene Vlaamse Studentenbond. Ook tijdens zijn notariële studies in Leuven stond Maelfait eerder bekend als een “aanstoker”, zoals de Brugse bisschop het uitdrukte, dan als een toegewijd student. Hij slaagde er niet in zijn diploma te behalen en ondernam later nog een poging in Gent, maar ook die bleef zonder succes. Terug in Roeselare nam hij de functie van secretaris van het armenbestuur en de burgerlijke godshuizen op zich. Daarnaast bleef hij lid van verschillende culturele verenigingen, zoals de toneelgroep 'De Clauwaertsgilde', waarvan hij ook medeoprichter was. Hij was gehuwd met Louisa de Coninck met wie hij verschillende kinderen had. Maelfait overleed in zijn geboortestad Roeselare op 30 augustus 1913. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Gods woonsteê nu, zoo wonderbaar' voor zijn communieprentje.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellegelegenheidsgedicht; studentenbeweging
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/maelfait-zeger

Sender

NameMaelfait, Zeger; Victor
Dates° Roeselare, 19/02/1850 - ✝ Roeselare, 30/08/1913
SexMannelijk
Occupationsecretaris; redacteur; auteur
BioZeger (Victor) Maelfait werd geboren te Roeselare op 19 februari 1850. Daar studeerde hij aan het kleinseminarie, waar hij les kreeg van Hugo Verriest. Samen met zijn klasgenoot Amaat Vyncke stichtte hij in 1873 de Gilde der Westvlaamsche Gebroeders. De eerste artikelen van de gilde verschenen in de politieke krant 't Jaer 70. Deze Gilde publiceerde onder initiatief van de twee oprichters een Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen en het blad De Vlaamsche Vlagge, waarvan Maelfait redacteur werd. Ondertussen moest hij het grootseminarie verlaten wegens wegens onvoldoende inzet voor zijn studies. In oktober 1874 startte hij zij studies notariaat te Leuven. Tijdens zijn studententijd werd hij vervolgens ook secretaris van het Vlaamsgezinde blad Met Tijd en Vlijt en stichtte hij samen met Rodenbach de studentenafdeling van het Davidfonds. Hij droeg ook bij aan de oprichting en uitbouw van een Algemene Vlaamse Studentenbond. Ook tijdens zijn notariële studies in Leuven stond Maelfait eerder bekend als een “aanstoker”, zoals de Brugse bisschop het uitdrukte, dan als een toegewijd student. Hij slaagde er niet in zijn diploma te behalen en ondernam later nog een poging in Gent, maar ook die bleef zonder succes. Terug in Roeselare nam hij de functie van secretaris van het armenbestuur en de burgerlijke godshuizen op zich. Daarnaast bleef hij lid van verschillende culturele verenigingen, zoals de toneelgroep 'De Clauwaertsgilde', waarvan hij ook medeoprichter was. Hij was gehuwd met Louisa de Coninck met wie hij verschillende kinderen had. Maelfait overleed in zijn geboortestad Roeselare op 30 augustus 1913. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Gods woonsteê nu, zoo wonderbaar' voor zijn communieprentje.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellegelegenheidsgedicht; studentenbeweging
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/maelfait-zeger

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameRoeselare
SettlementRoeselare

Name - person

NameMaelfait, Zeger; Victor
Dates° Roeselare, 19/02/1850 - ✝ Roeselare, 30/08/1913
SexMannelijk
Occupationsecretaris; redacteur; auteur
BioZeger (Victor) Maelfait werd geboren te Roeselare op 19 februari 1850. Daar studeerde hij aan het kleinseminarie, waar hij les kreeg van Hugo Verriest. Samen met zijn klasgenoot Amaat Vyncke stichtte hij in 1873 de Gilde der Westvlaamsche Gebroeders. De eerste artikelen van de gilde verschenen in de politieke krant 't Jaer 70. Deze Gilde publiceerde onder initiatief van de twee oprichters een Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen en het blad De Vlaamsche Vlagge, waarvan Maelfait redacteur werd. Ondertussen moest hij het grootseminarie verlaten wegens wegens onvoldoende inzet voor zijn studies. In oktober 1874 startte hij zij studies notariaat te Leuven. Tijdens zijn studententijd werd hij vervolgens ook secretaris van het Vlaamsgezinde blad Met Tijd en Vlijt en stichtte hij samen met Rodenbach de studentenafdeling van het Davidfonds. Hij droeg ook bij aan de oprichting en uitbouw van een Algemene Vlaamse Studentenbond. Ook tijdens zijn notariële studies in Leuven stond Maelfait eerder bekend als een “aanstoker”, zoals de Brugse bisschop het uitdrukte, dan als een toegewijd student. Hij slaagde er niet in zijn diploma te behalen en ondernam later nog een poging in Gent, maar ook die bleef zonder succes. Terug in Roeselare nam hij de functie van secretaris van het armenbestuur en de burgerlijke godshuizen op zich. Daarnaast bleef hij lid van verschillende culturele verenigingen, zoals de toneelgroep 'De Clauwaertsgilde', waarvan hij ook medeoprichter was. Hij was gehuwd met Louisa de Coninck met wie hij verschillende kinderen had. Maelfait overleed in zijn geboortestad Roeselare op 30 augustus 1913. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Gods woonsteê nu, zoo wonderbaar' voor zijn communieprentje.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellegelegenheidsgedicht; studentenbeweging
Sources https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/maelfait-zeger
NameDe Coninck, Ludovica Maria; Louisa
Dates° Wijtschate, 24/05/1862 - ✝ Roeselare, 18/07/1925
SexVrouwelijk
Occupationwinkelierster
BioLudovica Maria De Coninck werd geboren op 24 mei 1862 in Wijtschate als dochter van Hendrik Karel De Coninck en Melania Sophia Accou. Op 27 september 1882 trad zij in het huwelijk met Victor (Zeger) Maelfait. Zij was winkelierster van beroep. Het echtpaar kreeg negen kinderen, van wie er vijf op jonge leeftijd overleden. Ze overleed op 18 juli 1925 in Roeselare. De familie onderhield contacten met Guido Gezelle, die voor hen verschillende gelegenheidsgedichten schreef, waaronder mogelijk een huwelijksgedicht voor het echtpaar De Coninck-Maelfait.
Relation to Gezellegelegenheidsgedicht (?)
SourcesGeneanet

Name - place

NameRoeselare
SettlementRoeselare
NameWijtschate
SettlementHeuvelland

Title - poem by Guido Gezelle

Titleonbekend

Index terms

Correspondents - persons

Gezelle, Guido
Maelfait, Zeger

Name - person

Maelfait, Zeger
De Coninck, Ludovica Maria

Name - place

Roeselare
Wijtschate

Place

Roeselare

Recipient

Gezelle, Guido

Sender

Maelfait, Zeger

Title - poem by Guido Gezelle

onbekend

Title20/01/1885, Roeselare, Victor (= Zeger) Maelfait aan [Guido Gezelle]
EditorKoen Calis; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Maelfait Zeger aan Gezelle Guido, Roeselare (Roeselare), 20/01/1885. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderMaelfait, Zeger
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent20/01/1885
Place SentRoeselare (Roeselare)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; Victor Maelfait = Zeger Maelfait.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 103 mm x 134 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition fragment: onderkant van vel ontbreekt
Additions op zijde 2 in de linkermarge: taalkundige notities: koeke/deeg z. dat en gaat (inkt, verticaal, hand G.G.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive3587, koekedeeg
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14920
IIIF manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/f131a7a18146e35d202b6c879ae132341fde059e/manifest
Content Description
IncipitBy dezen kome ik Ued.
Summary over toesturen van het handschrift van het huwelijksgedicht voor Victor Maelfait en zijn vrouw Ludovica Maria De Coninck als herinnering (aangevraagd xx/08/1882 voor huwelijk 27/09/1882)
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.