<Resultaat 692 van 2182

>

p1
Monsieur le Vicaire,

Mon mari qui a eu l’honneur et le plaisir de dîner avec vous hier chez Monsieur Verriest, m’a dit que vous connaissiez une bonne servante, hors de service pour le moment. Vous savez, Monsieur le Vicaire, qu’un

et qu’il faut une fille sachant bien travailler et qui soit habilee. Maintenant celle dont vous parlez, sort-elle d’une maison à peu près comme la nôtre? connaît-elle une cuisine bourgeoise. Sait-elle laver et repasser? et une des plus graves questions est-elle probe et à-t-elle de l’ordres? Je sais que pour un ecclésiastique

p2il est difficile de répondre à toutes ces questions et à bien d’autres que les ménagères posent à une nouvelle servante. Veuillez simplement lui demander si elle ne craint pas le travail et si vous croyez qu’elle puisse me convenir, soyez aussi bon, Monsieur le Vicaire, que de me l’envoyer l’un ou l’autre jour de la semaine prochaine. Elle peut se trouver à la gare de Thielt à 91/2 h. et repartir à 11 heures pour être à Courtrai vers 121/2 h. Il est entendu que je me trouverai à la gare si je connais le jour et l’heure de son arrivée, et que je paierai son coupon de troisème aller et retour.p3Je vous suis bien reconnaissante, Monsieur le Vicaire, pour toutes vos bontés et je suis toujours heureuse de vous être utile à l’occasion.

En attendant de vos bonnes nouvelles, je vous prie d’agréer l’assurance de ma parfaite considération.

Epouse VanHove-Landtsheer
Thielt 20 8bre 1883.

Noten

besloten / maand z. Zie. belokenspel z. Zie levende bie Zie. Zie-er z. Zie. binder Zie.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLandtsheere, Virginia
Datums° Werken, 25/09/1842 - ✝ Tielt, 18/05/1900
GeslachtVrouwelijk
BioVirginia Landtsheere werd als dochter van Joannes Baptista Landtsheere en Maria Theresia Proot geboren in Werken op 25 september 1842. Zij huwde op 8 april 1861 met geneesheer Petrus Henricus Vanhove en overleed in Tielt op 18 mei 1900. Zij was de moeder van Alfons Vanhove, professor te Leuven.
Relatie tot Gezellecorrespondent

Briefschrijver

NaamLandtsheere, Virginia
Datums° Werken, 25/09/1842 - ✝ Tielt, 18/05/1900
GeslachtVrouwelijk
BioVirginia Landtsheere werd als dochter van Joannes Baptista Landtsheere en Maria Theresia Proot geboren in Werken op 25 september 1842. Zij huwde op 8 april 1861 met geneesheer Petrus Henricus Vanhove en overleed in Tielt op 18 mei 1900. Zij was de moeder van Alfons Vanhove, professor te Leuven.
Relatie tot Gezellecorrespondent

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamTielt
GemeenteTielt

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamVerriest, Adolf
Datums° Deerlijk, 15/08/1830 - ✝ Kortrijk, 21/06/1891
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus; dichter; componist
BioAdolf Verriest werd geboren te Deerlijk op 15 augustus 1830 als zoon van Petrus-Johannes Verriest (1796-1871), koopman en armenmeester in Deerlijk. Hij was de oudere broer van Hugo Verriest en Gustaaf Verriest. Na de lagere school in Deerlijk liep hij college aan het kleinseminarie te Roeselare, waar hij een studiegenoot was van Guido Gezelle. Hij werd er de eerste voorzitter van de door Gezelle gestichte Lettergilde en zou voor het leven bevriend blijven met hem. Na zijn collegetijd volgde hij studies in de Letteren en de Rechten aan de Leuvense universiteit. In 1858 werd hij advocaat in Kortrijk en manifesteerde er zich als voorvechter van de volkstaal. Hij had er ook politieke ambities en werd er gemeenteraadslid van 1870 tot 1886 en schepen van 1886 tot aan zijn dood op 21 juni 1891. Hij was zeer actief in het Kortrijkse culturele leven in de jaren 1870 en 1880 (o.a. als voorzitter van het Davidsfonds en bestuurslid van de muziekschool). Hij was dichter en publicist (Gedichten en aanspraken. Kortrijk, 1893). Hij componeerde zelf liederen en vroeg Gezelle vaak om vertalingen van liederen. Gezelle schreef voor hem heel wat gelegenheidsgedichten waaronder: Adolf, mijn vriend, mijn advocaat. Gezelle was vriend aan huis en steunde Adolf met zijn politieke activiteiten.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
NaamVanhove, Petrus Henricus; Vanhover, Henri
Datums° Izegem, 07/05/1833 - ✝ Tielt, 24/12/1893
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioPetrus Henricus (Henri) Vanhove werd als zoon van Livinus Vanhove en Marie Agnes Verfaillie geboren te Izegem op 7 mei 1833. Hij was de broer van Karel Vanhove (1822-1881), pastoor te Schuiferskapelle en Lichtervelde en van Bruno Vanhove 1819-1891), vicaris-generaal van bisschop Faict. Hij deed geneeskundestudies en trouwde op 8 april 1861 met Virginia Landtsheere (Werken 25/09/ 1842 – Tielt 18/05/1900). Hun zoon Alfons Vanhove (1872-1947) werd professor te Leuven. Henri vestigde zich als geneesheer in Tielt. Hij was er ook schepen en bestuurslid van het Davidsfonds Tielt. De contacten met Guido Gezelle situeren zich binnen het kader van het Davidsfonds. Henri overleed in Tielt op 24 december 1893.
Relatie tot GezelleDavidsfonds
BronnenR, Vanlandschoot, Hugo Verriest. Tielt: Lannoo, 2014
NaamLandtsheere, Virginia
Datums° Werken, 25/09/1842 - ✝ Tielt, 18/05/1900
GeslachtVrouwelijk
BioVirginia Landtsheere werd als dochter van Joannes Baptista Landtsheere en Maria Theresia Proot geboren in Werken op 25 september 1842. Zij huwde op 8 april 1861 met geneesheer Petrus Henricus Vanhove en overleed in Tielt op 18 mei 1900. Zij was de moeder van Alfons Vanhove, professor te Leuven.
Relatie tot Gezellecorrespondent

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamTielt
GemeenteTielt

Titel20/10/1883, Tielt, Virginia Landtsheere (=mevrouw Virginia Van Hove) aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Pete Debaets (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderLandtsheere, Virginia
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum20/10/1883
VerzendingsplaatsTielt (Tielt)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 4 enkele vellen, enkel vel 1: 102x134 ; enkel vel 2: 102x132 ; enkel vel 3: 101x132 ; enkel vel 4: 102x133
wit, vierkant geruit
papiersoort: 6 zijde beschreven, purperen inkt
Staat volledig: brief verknipt tot vier taalkundige fiches en gereconstrueerd met licht tekstverlies
Toevoegingen op zijde 1 en blanco zijde 6 rechts en op zijden 3 en 7 links: taalkundige notities:besloten / maand // z. beloken; spel z. levende bie ; -er z. binder (inkt, verticaal, alles hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3322, B fiche 79 + 3586, gedieschen + 3586, spel z. levende bie + 3322, E fiche 74
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|15237
Inhoud
IncipitMon mari qui a eu
Samenvatting over aanwerven van een dienstmeid via Guido Gezelle om te gaan werken bij Virginia Landtsheere
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.