<Resultaat 655 van 2040

>

p1
Mijn achtbare zeer geleerden Heer
Johan Winkler
N° 61 aen den Kleenen Houtweg
t' Haerlem
nordnederland.
 
p2
Mijn achtbare Heer en goeie friesche vriend,

Te lange, na mijnen dunk, hebbe ik u laten wachten achter mijne erkentenisse en dank wegens uw menigvuldige vriendelijkheid en goedheid. Des en zijn mij die gevoelens niet te minder, wilt mij gelooven. Eerst ende vooral laat mij u melden dat de jaarboeken[1] mij gansch en gave terug en ten hand gekomen zijn. Ik en al mijne vrienden verlangen om te lezen wat gij de noord-nederlanders zult bekend maken aangaande ons Vlanderen[2]

Wat Westvlaamsche schrijvers aangaat zoudt gij ze niet best A.B.C wijze opnoemen en zoo 't nog tijd geeft Van Coillie, Van Haecke, Callebert, Rommel, Gebroeders Verriest[3] De Carne, Boudeweel, Minnaert, Samyn, Van Hee, Loncke, Mervillie, Rodenbach, Demonie, Van de weghe[4] Vyncke[5] daarbij zetten? Die met 1 geteekend zijn verdienen 't best; met 2 iets min enz. maar aan allen zou het fel deugd doen.

Dank u voor de omstandigheden teekeninge etc die den overtoom betreffe[6] p3ik bereide een Loquela schriftjen over die stoffe[7] en 't gene gij zoo goed waart mij te zenden over kraanvogels kwam mij toch zoo wel te passe, zoo gij mogelijks alree bemerkt hebt.[8]

Ik hebbe met het grootste genoegen uw schrijven in Rond den Heerd gelezen[9] te meer omdat ik eerst, hier te Kortrijk, van eene vrouwe van 83 bij geval gehoord hebbe: Hij kijkt lik nen appetekers grünzere. Ten gevolge van dit hooren hebbe ik de vrage gezet in 't "Vraagveisterke" van de gazette van Kortrijk[10] welke vrage R.d.H.[11] overgenomen heeft en gij zoo uitvoerig beantwoordt.

Erlauben Sie: Niemand in vlanderen en zegt het herberg, en ieder Vlaming lezende achter strate ievers: Hier is het herberg en zou niet anders verstaan als: het is hier herberg = hier houdt men herberge = "hier verkop men dranc". En de Haarlemsche bollen! Ik heb ze gisteren te voedsteren besteed, bij eenen hovenier van mijne kennisse, die hun al zal geven dat gij voorenschrijft, uitp4genomen, zegt hij, Haarlemschen grond. dien zal hij vervangen door "mollegrond" dat is grond dien de mollen uitsteken uit zekere leege landen waar lagen lis, bladeren etc op verteerd en humus geworden zijn; terreau heet mijn hovenier het, op zijn frans, opdat ik het beter zou verstaan. Daar en is maar een plaatse op den ganschen aardbol, zegt hij verder, waar de oprechte hyacinthen-kliesters (vlaamsch voor bollen) willen groeien "en da-d' is Haarlem".

Zoo als ik u geschreven hebbe is het plantje dat mij een blomke leverde op, om u daarmee te besteken, ten mijnen huize gebracht en aldaar, tenden zijnen natuurlijken loop, gestorven, mij een talrijk kroost nalatende van prachtige zaadtjes. In het stuk papier, hiernevens zijn ze hovenierscher wijze zorgvuldig besloten en ten uwen gebruike den post toevertrouwd. Na veel zoeken heb ik den waren name ontdekt, meen ik, van het blomke, ten minsten genoeg daarvan, om u of uwe kruidkundige vrienden in state te stellen p5van mijn gissen nader te onderzoeken. Dodoens beschrijvinge van het kruid komt zeer naukeurig overeen met hetgene ik in uwe tegenwoordigheid en naderhand, eene tweede maal, in een "äärrappelstik" langs den weg van Kortrijk naar Brugge hebbe waargenomen. De vrouenspiegel en is hier geene hofplante en ze wordt zeldzaam tegengekomen in de koorenstikken. Wie weet of ze, den Kortrijkschen grond missende, niet en zal uitsterven zoo de Haarlemsche kliesters hier doen, bij gebrek aan eigenbômige äärde!

Ik heb een hoopen aanteekeningen van hier en daar over de Friesen in vlanderen; ik zende ze u binnenkort. Ten gevolge van nieuwe wetten op 't onderwijs[12] zijn onze collegien eindelijk gedwongen de rekenkunde wiskunde, natuurkunde enz. in 't vlaamsch en in 't frans vooren te houden. Van den avond is mij een antivlaamsch Professor komen verzoeken hem eene vertalinge te maken van zijne fransche terminologie. Bestaan er geen boeken die den man zouden dienen? Kent gij “Janus Erasmus"? ik heb een wonderschoon opstelboek van hem.

Aanveerd, uit hand en hert, mijn beste vriendschap mijn fraaie fries en in 't kort meer van

ulieden toegenegen
Guido Gezelle

Noten

[2] Land, volk en taal in West-Vlaanderen. In: De Tijdspiegel (1884) 1 en 2. Overdruk in de handbibliotheek van Gezelle.
[3] Gustaaf Verriest en Hugo Verriest.
[4] Onzekerheid over de identiteit van deze West-Vlaamse schrijver. De thesis verwijst naar Victorien Vande Weghe omwille van zijn publicaties te Diksmuide. Zie: Dries Gevaert, De Briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler, deel 3, p.462 (Licentiaatsverhandeling RU Gent, 1984).
[5] Gezelle heeft volgende nummering aangebracht: Van Coillie (1), Van Haecke (3), Callebert (1), Rommel (1), Gebroeders Verriest (1), De Carne (4), Boudeweel (4), Minnaert (3), Samijn (1), Van Hee (2), Loncke (2), Mervillie (4), Rodenbach (1), Demonie (2), Van de Weghe (3) Vyncke (2).

Winkler nam op p.57 deze schrijvers op: Albrecht Rodenbach, Callebert, Alfons Van Hee, gebroeders Verriest, Van Coillie, Rommel Samijn en vele andere.

[7] Er verscheen geen artikel over "overtoom" in Loquela.
[8] Stukken van de brief van J. Winkler aan G. Gezelle i.v.m. de kraanvogel werden gepubliceerd in: Loquela: (Pietmaand 1883) 2, p.27, 38 en 40.
[9] J. Winkler, Van de apothekers-grijnzen, de drogisten-gapers en nog wat. In: Rond den Heerd: 18 (1883) 40-41 en 42-43, p.324-327 en p.336-339. Het opstel is een antwoord op een artikel van A. Duclos, Een apothekers grinzer. In: Rond den Heerd: 18 (1883) 36, p.286.
[10] In het Vraagveisterke van de Gazette Van Kortrijk (14/07/1883): Weet er niemand wat dat een Apothekers grinzer is? Men zegt immers: ”Hij kijkt lijk nen apothekers grinzere”.
[11] A. Duclos, Een apothekers grinzer. In: Rond den Heerd: 18 (1883) 36, p.286: start met de vraag uit de Gazette van Kortrijk.
[12] Gezelle bedoelt de wet De Vigne-Coremans van 15 juni 1883. Deze wet schreef niet alleen voor dat de leergangen in de voorbereidende afdelingen van de Vlaamse Rijksmiddelbare scholen in het Nederlands gegeven moesten worden, maar ook dat men het onderwijs in de Franse taal zo moest organiseren dat de leerlingen de Franse leergangen met vrucht zouden kunnen volgen. In de middelbare afdelingen en athenea werden het Nederlands, het Engels en het Duits uitsluitend in het Nederlands gegeven. Dit gold vanaf 1886 ook voor ten minste twee andere vakken. De terminologie van de andere vakken werd in het Frans en het Nederlands gegeven. De toepassing van de wet was zeer verschillend. Ze werd vooral in de kleine gemeenten nageleefd (Walter Debrock in E.V.B., dl. II, p.1628-1637). (Dries Gevaert, De Briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler, deel 3, p.462 (Licentiaatsverhandeling RU Gent, 1984).

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamBoudeweel, Franciscus
Datums° Houtem, 03/10/1838 - ✝ Kortrijk, 12/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; pastoor
BioBoudeweel werd op 17/12/1864 tot priester gewijd te Brugge. Hij werd leraar aan het college van Ieper (28/09/1865), pastoor te Beveren-aan-de-IJzer (29/08/1885) en pastoor te Bellegem (28/10/1891). Gezelle schreef voor hem het gedichtje: Boudeweel, Beveren, Belleghem
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
NaamCallebert, Karel Bernard
Datums° Roeselare, 20/05/1837 - ✝ Blankenberge, 07/10/1900
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor; auteur; toneelschrijver
BioKarel Callebert, zoon van Franciscus Callebert en Joanna Lefevere, winkelierster, was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1853-1860) en daarna aan het grootseminarie te Brugge. Hij werd op 25/09/1863 leraar aan het St.-Amandscollege te Kortrijk. Zijn priesterwijding was te Brugge op 19/12/1863. Achtereenvolgens was hij onderpastoor te Koekelare (03/12/1871) en te Torhout (17/12/1875) en pastoor te Houtem-bij-Veurne (24/03/1886) en te Blankenberge (04/07/1888). Callebert schreef bijdragen voor Rond den Heerd en publiceerde o.m. Jan Onraadt (Brugge 1867), Paul en Isabelle (Brugge 1873 en 1877) en Godefried en Roeland, drama in vijf bedrijven (Roeselare 1883).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezelleadressenlijst Ons Oud Vlaemsch; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; Rond den Heerd; correspondent; leerling kleinseminarie; toneelschrijver
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamDe Carne, Alexis
Datums° Stavele, 11/12/1848 - ✝ Roeselare, 16/12/1883
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; dichter; leraar
BioAlexis De Carne, zoon van Ivo De Carne, herbergier en landsman, en Marie-Thérèse Butaye, was achtereenvolgens leerling in het college van Veurne (1862-1868), volgde filosofie aan het kleinseminarie (1868-1869) en theologie aan het grootseminarie (1869-1872). Hij werd onderdiaken (23/12/1871), diaken (25/05/1872) en priester (21/12/1872). Op 27/09/1872 werd hij leraar aan het kleinseminarie van Roeselare. Hij gaf er les aan de Koophandelsschool van het kleinseminarie en was er leraar Duits in de hogere klassen. Hij werd op 12/04/1882 onderpastoor van de St.-Michielsparochie te Roeselare en bestuurder van de jongelingencongregatie. Hij schreef een verhandeling over de taal van de Heliand en werkte aan de vertaling ervan. Hij vertaalde opera's, schreef verschillende gedichten en liederen. Hij was medewerker aan De Vlaamsche Vlagge, aan De Bo's Idioticon en aan Gezelles Loquela en Rond den Heerd.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamDemonie, Emiel; skald; Wilfried; Logicus; De Monie
Datums° Roeselare, 28/07/1846 - ✝ Brugge, 03/01/1890
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; hoofdredacteur; auteur
BioEmiel Demonie, zoon van Desiderius Demonie, koopman, en Justina Verhaeghe, was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en hij werd er op 1 oktober 1869 zelf ook leraar. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Hij was de neef van Polydoor Demonie. Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 7 november 1869. In 1874-1875 was hij poësistitularis van Albrecht Rodenbach in de Groote Stooringe. De studenten van Demonie weigerden tijdens een feest van de superior een Frans lied te zingen. Mede hierdoor werd hij ontslagen. Rodenbach schreef voor hem het gedicht De Meester. In Brugge werd hij onderpastoor van de Sint-Gilliskerk (22/08/1879) en godsdienstleraar aan de rijksnormaalschool voor meisjes (29/12/1884). Hij schreef artikels voor Loquela en was één van de medestichters van het tijdschrift Biekorf. In opvolging van Amaat Vyncke was hij een tijdje hoofdredacteur van De Vlaamsche Vlagge en hij schreef er artikels onder de schuilnamen Skald, Logicus en Wilfried. Hij was ook medewerker van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen (1875-1876). Gezelle droeg het gedicht Ach, hoe dikmaals was 't mijn lot niet aan hem op. Bij zijn overlijden in 1890 schreef Gezelle het gedicht Wij bouwden op uw leven een getemmer.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie; zanter (WDT); medestichter van Biekorf; medewerker Loquela; correspondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen https://nevb.be/wiki/Demonie,_Emiel
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamMervillie, Alfons; Bach-Mervillie
Datums° Wontergem, 17/05/1856 - ✝ Kortrijk, 04/04/1942
GeslachtMannelijk
Beroepcomponist; vertaler; auteur; dichter; priester; leraar; pastoor
BioAlfons Mervillie , zoon van Pieter Mervillie, landsman, en Regina Quintyn, was een componist, vertaler, prozaschrijver (in didactisch-volkse trant) en gelegenheidsdichter. Hij was een taalparticularist en "buitensporig taalpurist" (De Vleeschouwer). Aan het kleinseminarie te Roeselare was hij leerling van H. Verriest. Hij was een geestdriftig muziekliefhebber en bewonderaar van Bach. Hij werd priester op 27/08/1882 en op 03/10/1880 leraar orgelspel en kerkzang aan de nomaalschool en kosterschool te Torhout. Vanaf 1891 was hij onderpastoor te Dudzele (27/11/1891), Nieuwpoort (15/05/1896), en Aartrijke (23/11/1898), en pastoor te Nieuwkapelle (22/08/1913). Hij schreef verschillende bijdragen in Biekorf, en was de auteur van 12 liederen uit de gedichten van Guido Gezelle, op muziek gezet en hem opgedragen. Leipzig, 1884 (1886, uitgebreid, met een inleiding op schoonheidsleer), Gusten, verhaal uit den ouden tijd. Brugge,1891 en Evangeline, Roeselare, 1901 (metrische vertaling uit Longfellow).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; componist Gezelleliederen
BronnenF. De Vleeschouwer, Mervillie, Alfons. In: NBW 4, kol. 560- 564
NaamMinnaert, Johannes-Désiré
Datums° Ursel, 10/03/1847 - ✝ Tielt, 25/04/1924
GeslachtMannelijk
Beroepuitgever; hoofdredacteur
BioDésiré Minnaert was de uitgever en (vanaf 1867) hoofdredacteur van de Gazette van Thielt (1850-). Hij was medestichter en lid van de Tieltse afdeling van het Davidsfonds. In 1875 en 1878 was hij samen met K. Rogiers (Menen) vertegenwoordiger voor West-Vlaanderen in het centrale bestuur van het Davidsfonds. Hij was lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde.
Relatie tot Gezellelid van de Gilde van Sinte Luitgaarde; correspondent
BronnenR. Vanlandschoot, Het eerste lustrum van de Davidsfondsafdeling in de streek van Tielt 1875-1880, in. In: De Roede van Tielt, 6 (1975), p. 2-96
NaamRodenbach, Albrecht
Datums° Roeselare, 27/10/1856 - ✝ Roeselare, 23/06/1880
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; dichter
BioAlbrecht Rodenbach was in 1867 leerling aan de section préparatoire van het kleinseminarie waar hij Gustaaf Flamen als priester-leraar had. Hij was van 1870 tot 1878 leerling van de humaniora. Hij was er de leider van de Blauwvoetbeweging waarbij de Vlaamsgezinde studenten in 1875 in verzet kwamen tegen een verstard opvoedingssysteem en het verbod hun moedertaal te spreken.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamRommel, Hendrik
Datums° Rumbeke, 08/06/1847 - ✝ Brugge, 16/07/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; schooldirecteur; inspecteur
BioHendrik Rommel, zoon van Ivo Rommel, uurwerkmaker en schepen,te Rumbeke en Carolina Bossaert, studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare (studeerde af in 1867). Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 23/12/1871. Hij studeerde verder aan de universiteit van Leuven. In oktober 1873 werd hij huisleraar bij de familie van Caloen en in september 1874 leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In september 1883 werd hij principaal van het Sint-Lodewijkscollege tot 26/09/1896. Hij was betrokken bij de inrichting van de collegekapel. Hij liet ook een nieuwe studiezaal bouwen. Hij vroeg Gezelle geregeld om gelegenheidsgedichten voor festiviteiten in het Sint-Lodewijkscollege. Hij werkte mee aan Rond den Heerd en Biekorf. Op 14/03/1892 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. Hij was lid (1895-1915) en voorzitter van de Bibliotheekcommissie van de Stad Brugge. Op 26/09/1896 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges en hij stichtte de “revue pratique de l’enseignement” voor de scholen in het bisdom Brugge (1896). Hij kreeg de titel doctor honoris causa aan de universiteit Leuven en hij werd titulair kanunnik van de Brugse kathedraal (26/03/1908).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; aanvrager gelegenheidsgedichten
NaamSamyn, Joseph
Datums° Tielt, 11/01/1854 - ✝ Westouter, 09/08/1909
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; directeur, pastoor; auteur
BioJoseph Samyn, zoon van Frederic-Eugeen Samyn, apotheker, en Stephanie Geeraert, werd tot priester gewijd op 26 mei 1877 en onmiddellijk erna werd hij leraar aan het college in Oostende. Hij was verder leraar aan het college van Moeskroen (1881-1886) en Menen (tot 24 mei 1893). Vervolgens werd hij op 24 mei 1893 onderpastoor in Otegem, dit tot 1897. Hij kreeg nog een functie als directeur van Engelendale te Brugge en van het gesticht Sint-Dominicus. Later was hij pastoor te Sint-Eloois-Vijve (12/01/1901) en te Westouter (12/10/1906). Vanaf 1883 was hij al lid van het Comité Flamand de France. Als auteur publiceerde hij vooral over plaatselijke geschiedenis, maar hij was ook een groot taal- en kruidenkenner. In 1888 gaf hij Deken De Bo's Kruidwoordenboek uit en in 1892 de tweede druk van het Westvlaamsch Idioticon van L.L. De Bo. Gezelle droeg het gedicht Chrysanthemen aan hem op.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Rond den Heerd; lid Comité flamand de France; (aanvrager) gelegenheidsgedichten
NaamVan Coillie, Victor
Datums° Beveren bij Roeselare, 13/10/1838 - ✝ Ingelmunster, 20/07/1888
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; auteur
BioVictor Van Coillie was de zoon van bakker Jan Van Coillie (Beveren bij Roeselare 1797-1862) en Juliana De Clercq (Roeselare 1800 - Beveren bij Roeselare 1845). Hij was een poësisleerling van Guido Gezelle aan het kleinseminarie te Roeselare (1858-1859), retorica (1859-1860) en filosofie (1860-1861). Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 10 juni 1865. In 1865 werd hij leraar Nederlands en Frans aan het college te Kortrijk. In 1867 ging hij les geven aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. Vervolgens werd hij onderpastoor op Sint-Michiels te Roeselare (21/08/1875) en op Sint-Amands te Ingelmunster (19/09/1877). Hij was een letterkundige en in 1877 publiceerde hij Drij verhalen: Geeraard de Broedermoord, De ring van Aartsbisschop Boonen en 't Verzonken kasteel. Hij werkte mee aan het tijdschrift Rond den Heerd met bijdragen als Helfried de schelm en De Kruisvaart der kinderen. Van Coillie was een vriend van Gezelle, die voor hem gelegenheidsgedichten schreef zoals Van de wilgen in de bundel Gedichten, gezangen en gebeden en het zielsgedichtje Hij, dichterlijk begaafd bij zijn overlijden in 1888.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; correspondent; medewerker Rond den Heerd; gelegenheidsgedichten
Bronnen https://docplayer.nl/22053553-Roeselaarse-auteurs-openbare-bibliotheek-brugge-guido-gezellearchief-fotocollectie-victor-van-coillie.html
NaamVanhaecke, Louis
Datums° Brugge, 18/01/1829 - ✝ Brugge, 24/10/1912
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; priester; kapelaan; auteur
BioLouis Vanhaecke deed zijn humaniorastudies aan het Duinencollege in Brugge. In oktober 1846 ging hij naar het grootseminarie te Brugge waar hij Guido Gezelle als medeseminarist had. In 1851 werd Louis Vanhaecke leraar Frans aan het college te Poperinge. Hij werd tot priester gewijd in Brugge op 21/05/1853. Hij was achtereenvolgens leraar in het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (september 1852), kapelaan te Roeselare (juli 1855), leraar in het college te Oostende (september 1856) en te Poperinge (september 1862), habituant van Sint-Jacobs te Brugge (augustus 1864) en kapelaan van de Heilig-Bloedkapel (februari 1865). In 1872 werd hij erekanunnik van Antiochië. Louis Vanhaecke was een controversiële figuur die bekend was om zijn grappen en door Huysmans in verband werd gebracht met satanisme. Zelf publiceerde hij diverse religieuze werken.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medeseminarist Gezelle
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVan Hee, Alfons
Datums° Lo, 03/04/1846 - ✝ Moere, 28/05/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar, coadjutor; onderpastoor; pastoor; redacteur, auteur
BioAlfons Vanhee was oud-leerling van het kleinseminarie van Roeselare. Hij was er voorzitter van de Lettergilde. Hij ontving zijn priesterwijding op 07/06/1873. Hij werd op 26/09/1873 zelf leraar aan het kleinseminarie. Wegens zijn Vlaamsgezinde houding werd hij door Superior Delbaere ontslagen. Vervolgens was hij coadjutor van pastoor Ghyselen te Alveringem (17/03/1876); onderpastoor te Wijtschate (07/08/1876) en te Langemark (23/09/1885) en pastoor te Moere (24/02/1900). Hij was lid van de Swighende Eede, een geheim genootschap van Vlaamsgezinde vrienden opgericht door Hugo Verriest. Hij was schrijver van blijspelen o.a. Het Testament, Boerenkrakeel. Hij schreef talrijke bijdragen in het West-Vlaamsch Idioticon van De Bo, Loquela, De Vlaamsche Vlagge, en Nieuwe Tijd, maar werd vooral bekend door de oprichting van 't Manneke uit de Mane, een West-Vlaamse Volksalmanak. Gezelle stuurde hem het gedichtje Uw mes hebt gij naar aanleiding van een maaltijd die Van Hee bij Gezelle genoot.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker Loquela; medewerker Biekorf; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; gelegenheidsgedicht
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVerriest, Gustaaf
Datums° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVerriest, Hugo
Datums° Deerlijk, 25/11/1840 - ✝ Ingooigem, 27/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; leraar; directeur kloostergemeenschap; schooldirecteur; pastoor
BioHugo Verriest was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1854-1859). Hij kreeg er gedurende negen maanden les van Gezelle. Hij volgde filosofie in 1860 en zijn priesterwijding volgde op 17/12/1864. Hij werd leraar aan het Sint-Lodewijkscollege (09/06/1864) en aan het kleinseminarie te Roeselare (19/09/1867). Hij onderwees zijn leerlingen in de geest van Gezelle. Hij figureerde als spilfiguur binnen de Blauwvoeterij, dit ook als redacteur van het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge, het medium van de Blauwvoeterij. Vervolgens was hij directeur van de Zusters van Liefde in Heule (25/08/1877) en superior van het college te leper (13/06/1878). Hij was pastoor te Wakken (19/09/1888) en Ingooigem (19/06/1895). In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal-en Letterkunde. Hij was een spilfiguur in de Vlaamse Beweging en een zeer vurig spreker. Als auteur schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, talrijke artikels en biografieën o.m. van Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; medestichter van Biekorf; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVyncke, Amaat; Ratte Vyncke; Vyncke, Ameet
Datums° Zedelgem, 12/02/1850 - ✝ Kibanga, 17/10/1888
GeslachtMannelijk
Beroepzoeaaf; priester; leraar; onderpastoor; missionaris
VerblijfplaatsAfrika
BioAmaat Vyncke studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare en het college te Menen. Hij onderbrak zijn studies om als 17-jarige pauselijk zoeaaf te worden en verbleef twee jaar in Italië, maar raakte er niet betrokken in gevechten. Bij zijn terugkomst in Roeselare bleef hij zich in de jaren 1870-1871 actief inzetten voor de zoeaven en werd de leider van het plaatselijke studenten-zoeavenkorps. Hij was een van de leidende figuren van de West-Vlaamse studentenbeweging, onder invloed van zijn leraar Hugo Verriest. Zo richtte hij in 1873 mee de Westvlaamsche Gilde op en was hij medestichter van het studentenblad "De Vlaamse Vlagge". Hij werd seminarist in 1875 en gaf korte tijd les aan het kleinseminarie. Op 11/06/1876 werd hij tot priester gewijd en werd hij drie maanden onderpastoor te Adinkerke en op 11 oktober onderpastoor te Dudzele. Hij was er belangrijk voor het sociale en culturele leven en ontving er bezoekers als Albrecht Rodenbach, Hugo Verriest, Pol De Mont en zijn goede vriend Gezelle. In 1881 was Vyncke een van de oprichters van "'t Manneke uit de Mane". Na een aanvankelijke weigering van bisschop Faict kon hij door tussenkomst van kardinaal Lavigerie naar Afrika vertrekken om er de vierde karavaan Witte Paters te begeleiden. Op 16/07/1881 kwam hij te Algiers aan om er zijn noviciaat aan het Maison Carrée te beginnen. Na zijn proefjaar keerde Vyncke terug en stichtte hij een apostolische school te Rijsel. Hij volgde medische cursussen aan de universiteit om opnieuw naar Algerije te vertrekken op 18/03/1883. Hij vervolmaakte zich in het Swahili en correspondeerde met Gezelle over taalkundige onderwerpen. Op 23/04/1883 vertrok hij aan boord van de Britse driemaster de Patna naar Zanzibar. Na een maand reizen kwam Vyncke aan op Zanzibar waarna hij samen met de karavaan vertrok met eindbestemming Kibanga in Opper-Kongo. Hij begon er aan de opbouw van zijn missie en was er geestelijk leider en ook landbouwer, dokter, fotograaf, leraar, uurwerkmaker en strijder tegen de slavenhandel. Hij stuurde stapels kleurrijke brieven naar het thuisland, waarin hij zijn avontuurlijke leven met een vleugje humor beschrijft. De brieven werden gepubliceerd in 3 delen. Vyncke overleed op 17/10/1888 in Afrika aan leverziekten en moeraskoortsen. Naar aanleiding van zijn plechtige herdenking te Kortrijk op 25/07/1889 schreef Gezelle de verzen "Gij zijt de vriend van God". Ze werden gedrukt op het gedachtenisprentje van zijn goede vriend. Vroeger had Gezelle ook het gedicht geschreven voor zijn priesterwijding en de verzen "Vyncke, Vyncke, Vyncke".
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; gelegenheidsgedichten
BronnenReizen in den geest; https://nevb.be/wiki/Vyncke,_Amaat
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NaamLoncke, Eduardus
Datums° Roesbrugge, 25/03/1831 - ✝ Waregem, 23/02/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; coadjutor; geestelijk directeur; onderpastoor; pastoor; pastoor-deken
BioEdward Loncke, zoon van Jacobus-Franciscus, winkelier, en Josephina Coopman,was medeseminarist van Gezelle. Na zijn priesterwijding op 20/12/1856 werd hij coadjutor in de O.L.Vrouwekerk van Kortrijk (1857) en onderpastoor te Ieper (1861). Op 22/02/1875 werd hij pastoor te Houtem, daarna pastoor te Waregem (1880) en pastoor-deken te Avelgem (1890). Op 18/08/1898: werd hij geestelijk directeur van de zusters van Maria te Waregem, een functie die hij tot kort voor zijn dood zou uitoefenen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellemedeseminarist
NaamDodoens, Rembert; Rembertus Dodonaeus
Datums° Mechelen, 29/06/1517 - ✝ Leiden, 10/03/1585
GeslachtMannelijk
Beroeparts; plantkundige; hoogleraar
VerblijfplaatsOostenrijk; Nederland
BioRembert Dodoens was een arts en plantkundige uit de Zuidelijke Nederlanden. Hij werd in 1541 stadsgeneesheer van Mechelen en bekleedde vervolgens het ambt van keizerlijke lijfarts te Wenen van 1575 tot 1578. In 1582 verhuisde hij naar Holland en werd hij hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Als Botanicus ging hij zelf planten zoeken en beschrijven. Zo beschreef hij een 600-tal nieuwe soorten. in 1554 verscheen zijn "Cruydeboeck" in het Nederlands.
Links[wikipedia], [dbnl]
NaamErasmius, Janus
Datums° Utrecht, 1604 - ✝ Alkmaar, 12/04/1658
GeslachtMannelijk
Beroepclassicus; humanist; hoogleraar; rector; dichter
VerblijfplaatsNederland
BioReeds in 1634, op dertigjarige leeftijd, werd hij er hoogleraar aan de Illustere School en twee jaar later hoogleraar Geschiedenis aan de universiteit. Hij was ook tot Rector benoemd in Tiel en vanaf 1641 in Harderwijk, waar hij tevens hoogleraar Grieks werd aan de Hogeschool. Daarna werd hij nog Prorector in Alkmaar. Zijn nagelaten werken bestaan uit talrijke artikelen, toespraken en Latijnse gelegenheidsgedichten.
Links[wikipedia]
Naamvande Weghe, Victorien
Datums° Haaltert, 09/01/1834 - ✝ Laken, 13/04/1900
GeslachtMannelijk
Beroepmilitair; dichter
BioHij werd geboren te Haaltert bij Aalst op 9 januari 1834 en kende een loopbaan als kapitein der infanterie te Antwerpen tot en met zijn pensioen in 1880. Nadien verbleef hij in Laken bij Brussel tot aan zijn overlijden in 1900. Hij vertaalde heel wat militaire reglementen in het Nederlands, maar was ook als dichter bedrijvig. Naast 5 bundels (Eerstelingen (Diksmuide 1871), Denderloover (Diksmuide 1873), Gedichten (Dendermonde 1875), Het Leven door (Dendermonde 1886) en Winterloover (Dendermonde 1901), schreef hij nog heel wat gedichten en romances in De Vlaamsche School en De Vlaamsche Kunstbode.
Links[dbnl]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamHaarlem

Naam - instituut/vereniging

NaamComité Flamand de France
BeschrijvingHet Comité Flamand de France werd opgericht op 10 april 1853 door de jurist Edmond de Coussemaker, eerste voorzitter, en vijf andere leden van de "Société dunkerquoise pour l'encouragement des sciences, des lettres et des arts". Het is een academische vereniging met als doel de studie en de verspreiding van de Vlaamse cultuur in Frans-Vlaanderen. De vereniging is nog altijd actief. Zij geeft een jaarboek, "Annales du Comité Flamand de France", voor het brede publiek uit, en een "Bulletin du Comité Flamand de France" voor de leden. Het Comité is gevestigd in Hazebrouck. Het kende een grote bloei, en kreeg ook buitenlandse aandacht van figuren zoals Jakob Grimm, Hendrik Conscience, Prudens Vanduyse, enz. Ook Guido Gezelle werd lid in 1886 en erelid in 1891. Hoewel het Comité het Vlaamse culturele erfgoed bestudeert en verzamelt kent het geen afkeer tegenover de Franse Republiek en hield het zich anderzijds afzijdig van het Vlaamse nationalisme.
Datering10/04/1853-

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelLand, volk en taal in West-Vlaanderen
AuteurWinkler, Johan
Datum[1884]
Plaats[S.l.]
Uitgever[s.n.]
TitelGazette van Kortrijk (periodiek)
AuteurGezelle, G; Soenen, E.
Datum1876-1918
PlaatsKortrijk
UitgeverBeyaert
Links[odis]
TitelOpera posthuma eruditi ac jucundi argumenti ad usum Scholarum
AuteurErasmius, Janus
Datum1663-1665
PlaatsHarderwijk
UitgeverArnoldus Gualtherus Parck

Titel[30/09/1883], [Kortrijk], Guido Gezelle aan Johan Winkler
EditeurRik Van Gorp
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderGezelle, Guido
OntvangerWinkler, Johan
Verzendingsdatum[30/09/1883]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieDatum en plaats gereconstrueerd op basis van poststempel.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 1: Inleiding en brieven (1881-1883) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.175-177
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 211x137 ; omslag: 73x112
wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven; zijde 4 horizontaal en verticaal beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op de vouw van zijden 3 en 4: stempel: afbeelding, Guido Gezelle Museum
briefomslag bewaard, met adres en postzegel, afgestempeld
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8841
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|17092
Inhoud
IncipitTe lange, na mynen dunk, hebbe ik u laten wachten
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.