<Resultaat 1886 van 2074

>

p1

Respectable Vicaire

Dimanche dernier J’ai reçu une lettre de Monsieur De Neve par laquelle il m’a fait savoir qu’un bateau a vapeur partira d’Anvers le 7 Août, trois de ses prêtres accompagnent, il me demandait si je n’avais encore rien reçu pour mon voyage. Peut-être qu’il pourrait obtenir une diminution pour moi, a ma réponse négative il m’écrit aujourd’hui qu’il lui est impossible d’obtenir un passage pour les cent francs dont je puis disposer, qu’il faut que j’aie encore un peu de patience

p2que je dois faire ce que je peux et dès que j’ai quelque chose le faire savoir.

Comme je ne fais rien sans conseiller mon Confesseur Mr Leoijs Celui-ci m’a dit que ce que Mr De Neve exige de moi est impossible et qu’on n’a jamais rien demande a Julie Van De Pitte vous savez comment il va a Roulers on ne sait pas ou donner dabord et de plus je ne suis pas chez mes Parents[1] je ne peux pas toujours attendre.

Enfin Digne Vicaire Mr Loys m’a dit de vous écrire pour vous demander humblement si vous ne connaîssiez pas de couvent soit en Belgique soit en France qui ont des maisons en Amérique, qu il doit aller en voyap3ge lundi prochain et qu il ira alors ou vous le direz. Quant a moi Monsieur si cela était en Asie ou en Afrique c est aussi bien car plus on y est sauvage plus je l’aime or mon plus grand désir étant de mourir la mort des martyrs Peut-être j’y arriverai la-bas, J’ai bien de la famille en Amérique[2] mais je n’irais pas pour cela lorsque je ne vois jamais personne je n’aurais pas de distractions alors et en peu de temps c’est a dire au Ciel nous nous verrons et cela sera quelque chose de neuf lorsque nous feront connaissance

Espérant de recevoir une reponse au plus tôt possible J ose vous présenter mes salutations tres respectueuse,
Votre tres humble

Julie Vanrenterghem

Roulers, 23 juillet 186x
p4

Voici Monsieur mon adres J Van R. Chez Mr Joye-Deblaere Rue du Nord Roulers

Noten

Mare Met blauw potlood geschreven.MARE , de. = Gewag, geruchte, klap. — Dat is nu alzoo gebeurd, ja'et, ma 'k en zou ik daar, ware ik als gij, geen mare van maken. Geh. Kortrijk (Loquela 7 (januari 1888) 9, p.69) Met blauw potlood geschreven.MARE , de. = Gewag, geruchte, klap. — Dat is nu alzoo gebeurd, ja'et, ma 'k en zou ik daar, ware ik als gij, geen mare van maken. Geh. Kortrijk (Loquela 7 (januari 1888) 9, p.69)
[1] Haar ouders, Charles Van Renterghem en Barbara Coleta Van Gheluwe, waren al gestorven toen Julie zes jaar was. Mogelijk verwees ze dus naar haar adoptiefouders.
[2] Henri Vanrenterghem, neef van Julie's vader, was van 1846 tot 1869 pastoor in Mount Clemens, Michigan. Twee van zijn zussen reisden hem in september 1849 achterna. Virginie stierf kinderloos in 1866. De jongere zus Melanie huwde in 1850 met Bruno Van Landeghem in Clinton, 20 km buiten Detroit. Hij was vanuit Ingelmunster geëmigreerd, een succesvol ondernemer, en toeverlaat voor Belgische nieuwkomers in Amerika. Samen kregen ze 13 kinderen waarvan er slechts vier de huwbare leeftijd bereikten. Melanie stierf in 1874. (P. Vanlaere, 1840-1940, 100 jaar Migratie vanuit Wingene en Zwevezele naar de VS & Canada. In: Ons Wingene, jaarboek 25, Wingene, 2022, p.113-114)

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVan Renterghem, Julie; sister Mary Mathilda; zuster Elias
GeslachtVrouwelijk
BioJulie Van Renterghem werd op 1 mei 1848 te Moorslede geboren als dochter van Charles (1816-1853) en Barbara Coleta Van Gheluwe (1818-1854). Ze was enig kind en werd op 6-jarige leeftijd wees. Uit haar correspondentie blijkt dat ze in de jaren 1860 op pensionaat studeerde. Vanaf 1859 konden religieuzen aan de normaalschool van de Dames van Sint-Andreas in Brugge zich voorbereiden op een taak als onderwijzeres dankzij gedegen godsdienstlessen en een cursus moderne pedagogiek. De vakken Frans en occasionele lessen Engels door Guido Gezelle lieten hen toe later in het buitenland te communiceren met de plaatselijke bevolking. Julie komt niet voor in de oud-leerlinglijsten van deze school, al blijkt uit haar briefwisseling dat ze bekend was met enkele zusters (Julie Van De Pitte en Theresia Persyn) en met de overste van de Dames van Sint-Andreas (Sylvia Dullaert). Omdat ze missiezuster wilde worden, vroeg ze daarbij aan Gezelle om een geschikte missiepost. Verder deelde ze enkele gemeenschappelijke kennissen met hem, waaronder Jan De Neve, rector van het Amerikaans college te Leuven, Camillus Maes, pastoor in Mount Clemens, en Edmond Wallays, oud-leerling van het Klein Seminarie Roeselare en missionaris in Maleisië. Uiteindelijk belandde Julie in 1870 in Amerika, in het ‘Couvent du coeur Immaculé de Marie’ in Monroe. Ze deed er haar noviciaat en ‘nam het habijt aan’ als sister Mary Mathilda. Vermoedelijk is haar passage daar van korte duur geweest. Er zijn in ieder geval geen sporen van haar teruggevonden in de archieven van het IHM klooster in Monroe. Bovendien is terug te vinden dat ze in 1872 intrad bij de Maricolen te Brugge, waar ze in 1874 haar geloften aflegde en de kloosternaam ‘Elias’ aannam. Ze verbleef in het klooster van Sijsele. Aangezien de zusters onderwijs verstrekten voor meisjes uit de burgerij en de armere bevolking, kan verondersteld worden dat ze les gaf. Ze stierf uiteindelijk op 4 maart 1891, op vrij jonge leeftijd, in het moederklooster te Brugge.
Links[odis]
Bronnen https://www.archiefbankbrugge.be/archiefbank; https://nl.geneanet.org/; https://www.familysearch.org/ark:/61903/1:1:QJ1S-C95G

Briefschrijver

NaamVan Renterghem, Julie; sister Mary Mathilda; zuster Elias
GeslachtVrouwelijk
BioJulie Van Renterghem werd op 1 mei 1848 te Moorslede geboren als dochter van Charles (1816-1853) en Barbara Coleta Van Gheluwe (1818-1854). Ze was enig kind en werd op 6-jarige leeftijd wees. Uit haar correspondentie blijkt dat ze in de jaren 1860 op pensionaat studeerde. Vanaf 1859 konden religieuzen aan de normaalschool van de Dames van Sint-Andreas in Brugge zich voorbereiden op een taak als onderwijzeres dankzij gedegen godsdienstlessen en een cursus moderne pedagogiek. De vakken Frans en occasionele lessen Engels door Guido Gezelle lieten hen toe later in het buitenland te communiceren met de plaatselijke bevolking. Julie komt niet voor in de oud-leerlinglijsten van deze school, al blijkt uit haar briefwisseling dat ze bekend was met enkele zusters (Julie Van De Pitte en Theresia Persyn) en met de overste van de Dames van Sint-Andreas (Sylvia Dullaert). Omdat ze missiezuster wilde worden, vroeg ze daarbij aan Gezelle om een geschikte missiepost. Verder deelde ze enkele gemeenschappelijke kennissen met hem, waaronder Jan De Neve, rector van het Amerikaans college te Leuven, Camillus Maes, pastoor in Mount Clemens, en Edmond Wallays, oud-leerling van het Klein Seminarie Roeselare en missionaris in Maleisië. Uiteindelijk belandde Julie in 1870 in Amerika, in het ‘Couvent du coeur Immaculé de Marie’ in Monroe. Ze deed er haar noviciaat en ‘nam het habijt aan’ als sister Mary Mathilda. Vermoedelijk is haar passage daar van korte duur geweest. Er zijn in ieder geval geen sporen van haar teruggevonden in de archieven van het IHM klooster in Monroe. Bovendien is terug te vinden dat ze in 1872 intrad bij de Maricolen te Brugge, waar ze in 1874 haar geloften aflegde en de kloosternaam ‘Elias’ aannam. Ze verbleef in het klooster van Sijsele. Aangezien de zusters onderwijs verstrekten voor meisjes uit de burgerij en de armere bevolking, kan verondersteld worden dat ze les gaf. Ze stierf uiteindelijk op 4 maart 1891, op vrij jonge leeftijd, in het moederklooster te Brugge.
Links[odis]
Bronnen https://www.archiefbankbrugge.be/archiefbank; https://nl.geneanet.org/; https://www.familysearch.org/ark:/61903/1:1:QJ1S-C95G

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Naam - persoon

NaamDe Neve, Jan; John
Datums° Evergem, 05/07/1821 - ✝ Lier, 11/04/1898
GeslachtMannelijk
Beroeppastoor; rector Amerikaans College (Rome)
VerblijfplaatsAmerika
BioJan De Neve werd in 1821 geboren te Evergem, in 1847 tot priester gewijd van het bisdom Gent en daarna benoemd tot onderpastoor van achtereenvolgens Ronse en Waarschoot. In oktober 1856 verliet hij België om missionariswerk te doen in Amerika, in het aartsbisdom Detroit (Michigan). Bijna meteen werd hij aangesteld als parochiepriester van de stad Niles, waar hij zich de taal, de plaatselijke cultuur en het katholieke pastorale leven eigen maakte. In 1860 werd hij benoemd tot rector van het American College in Leuven, waardoor hij naar België terugkeerde. De verwachtingen waren hooggespannen. Hij moest het vertrouwen winnen van mogelijke sponsors, de begroting op orde stellen, erkenning afdwingen van de Vaticaanse Congregatie voor het verspreiden van het geloof en de Belgische bisschoppen overtuigen om hun seminaristen naar gevaarlijke missieposten in Noord-Amerika te laten vertrekken. Ook nadat ze naar Amerika waren getrokken, bleef Jan De Neve een intense briefwisseling met hen onderhouden. De intensiteit van deze taak bracht hem echter tot op de rand van een zenuwinzinking. Een zelfmoordpoging leidde tot zijn ontslag en hij verbleef gedurende zeven jaar ‘gedwongen’ in een sanatorium te Diest. Vanaf 1881 bezocht De Neve de Amerikaanse en Belgische bisschoppen en priesters om ‘restitutio in integrum’ te bekomen en opnieuw rector te worden. Ondanks de tegenstand vanuit Amerika, waar men het gebrek aan externe controle vreesde, ging hij toch terug aan de slag en vrijwaarde hij het bestaan van het college voor de toekomst. Moegestreden en een zenuwinzinking nabij nam hij in 1891 ontslag. Hij ging op rust in een home voor priesters te Lier, waar hij op 11 april 1898 stierf.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenK.A. Codd, A Favored Portion of the Vineyard. A Study of the American College Missionaries on the North Pacific Coast 1857-1907. Dr. thesis KULeuven, 2007 ( https://docplayer.net/48380550-A-favored-portion-of-the-vineyard.html ); https://www.encyclopedia.com/religion/encyclopedias-almanacs-transcripts-and-maps/de-neve-john; https://nl.wikipedia.org/wiki/Amerikaans_College;
NaamLoys, Alphonsus Eugenius
Datums° Gent, 28/09/1832 - ✝ Roeselare, 28/12/1912
GeslachtMannelijk
BioAlfons Loys werd geboren te Gent op 28 september 1832 als zoon van Desiderius, majoor bij de Franse rijkswacht, en Juliana Waignien. Hij studeerde Latijn aan het bisschoppelijk college van Menen, en kwam er terug als leraar in september 1855. Op 22 december van dat jaar werd hij tot priester gewijd in Brugge. Hij werd achtereenvolgens onderpastoor in de Sint-Blaaskerk te Jabbeke (1859), in de Sint-Maartenskerk te Ardooie (1861), in de Sint-Michielskerk te Roeselare (1865), legeraalmoezenier van het garnizoen in Brugge (1872), pastoor in de Sint-Medaarskerk van Eernegem (1874), en ten slotte pastoor-deken van de Sint-Michielskerk te Roeselare (1877). Een uitgebreid in memoriam in ‘Het Iseghemsche Volk’ omschreef hem als vriendelijk en goedhartig van aard, terwijl hij door zijn fiere houding en scherpe blik gezag uitstraalde. Na de afkondiging van de wet Humbert door de liberale regering Frère-Oban in 1879 ijverde hij strijdvaardig voor het katholiek onderwijs en de vrijheid van godsdienst in Roeselare. De herstellingswerken van de Sint-Michielskerk werden door hem geconcipieerd en georganiseerd, maar door zijn dood heeft hij de voltooiing ervan niet meer kunnen aanschouwen. Gotische kerkgewaden en plechtige gezangen gaven zijn misvieringen de nodige luister. Rijk en arm stond hij bij met raad en daad. Na een slepende ziekte overleed hij op zaterdag 28 december 1912.
Links[odis]
Bronnen https://www.yumpu.com/nl/document/read/19847134/03-01-1913-ten-mandere-izegem (Dood van Zeer Eerw. Heer Loys, in: 'Het Iseghemsche Volk' (03/01/1913)); https://www.delcampe.net/en_GB/collectables/devotion-images/eerwaarde-alfons-loys-gent-1832-roeselare-1912-leraar-college-menen-aalmoezenier-leger-brugge-jabbeke-ardooie-eernegem-1833751392.html?refresh=bids#tab-bids;
NaamVan Renterghem, Julie; sister Mary Mathilda; zuster Elias
GeslachtVrouwelijk
BioJulie Van Renterghem werd op 1 mei 1848 te Moorslede geboren als dochter van Charles (1816-1853) en Barbara Coleta Van Gheluwe (1818-1854). Ze was enig kind en werd op 6-jarige leeftijd wees. Uit haar correspondentie blijkt dat ze in de jaren 1860 op pensionaat studeerde. Vanaf 1859 konden religieuzen aan de normaalschool van de Dames van Sint-Andreas in Brugge zich voorbereiden op een taak als onderwijzeres dankzij gedegen godsdienstlessen en een cursus moderne pedagogiek. De vakken Frans en occasionele lessen Engels door Guido Gezelle lieten hen toe later in het buitenland te communiceren met de plaatselijke bevolking. Julie komt niet voor in de oud-leerlinglijsten van deze school, al blijkt uit haar briefwisseling dat ze bekend was met enkele zusters (Julie Van De Pitte en Theresia Persyn) en met de overste van de Dames van Sint-Andreas (Sylvia Dullaert). Omdat ze missiezuster wilde worden, vroeg ze daarbij aan Gezelle om een geschikte missiepost. Verder deelde ze enkele gemeenschappelijke kennissen met hem, waaronder Jan De Neve, rector van het Amerikaans college te Leuven, Camillus Maes, pastoor in Mount Clemens, en Edmond Wallays, oud-leerling van het Klein Seminarie Roeselare en missionaris in Maleisië. Uiteindelijk belandde Julie in 1870 in Amerika, in het ‘Couvent du coeur Immaculé de Marie’ in Monroe. Ze deed er haar noviciaat en ‘nam het habijt aan’ als sister Mary Mathilda. Vermoedelijk is haar passage daar van korte duur geweest. Er zijn in ieder geval geen sporen van haar teruggevonden in de archieven van het IHM klooster in Monroe. Bovendien is terug te vinden dat ze in 1872 intrad bij de Maricolen te Brugge, waar ze in 1874 haar geloften aflegde en de kloosternaam ‘Elias’ aannam. Ze verbleef in het klooster van Sijsele. Aangezien de zusters onderwijs verstrekten voor meisjes uit de burgerij en de armere bevolking, kan verondersteld worden dat ze les gaf. Ze stierf uiteindelijk op 4 maart 1891, op vrij jonge leeftijd, in het moederklooster te Brugge.
Links[odis]
Bronnen https://www.archiefbankbrugge.be/archiefbank; https://nl.geneanet.org/; https://www.familysearch.org/ark:/61903/1:1:QJ1S-C95G
NaamVanrenterghem, Henry
Datums° Zwevezele, 14/02/1816 - ✝ Mount Clemens, 20/11/1869
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; missionaris
VerblijfplaatsAmerika
BioHenry Vanrenterghem werd geboren op 14 februari 1816 in Zwevezele als zoon van Amand Vanrenterghem (1783-1831) en Therese Hoet (1781-1827). Op 22 maart 1845 werd deze missionaris tot priester gewijd door Pieter-Paul Lefevere, bisschop van Detroit. Lefevere was oud-leerling van het Klein Seminarie in Roeselare en verwant met de familie Gezelle. Vanrenterghems eerste missiepost bevond zich op Mackinac Island (Michigan). Maar doordat het gure winterklimaat van dit noordelijk eiland te veel van zijn zwakke gezondheid en krachten had gevergd, werd hij in 1846 door Lefevere overgeplaatst naar de meer zuidelijk gelegen Mount Clemens, nabij Detroit. Daar werd hij pastoor van de Sint-Pieterskerk en moest hij een parochie bedienen die zich over een gebied van 60 mijl uitstrekte. Deze jonge herder reisde uren, dagen te voet, te paard of per boot langs dichte wouden en zompige moerassen om de erediensten en sacramenten te verzorgen en ‘verloren schapen’ terug bij de kudde te brengen. In 1858 ging hij op bedelronde in België en investeerde deze gelden in de Sint-Pieterskerk met aangrenzend klasgebouw. Zijn niet aflatend doorzettingsvermogen dwong respect af van de plaatselijke bevolking. Men noemde Father Vanrenterghem ‘le petit bon père’. Moegestreden en ziek stierf hij op 20 november 1869.
Relatie tot Gezellecollega
Bronnen https://detroitchurchblog.blogspot.com/2017/11/; https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nbwv/#page=252&accessor=accessor_index&source=4; https://nl.geneanet.org/archives/ouvrages?action=detail&book_type=livre&livre_id=75674&page=188&name=VAN+RENTERGHEM&with_variantes=0; J. Bittremieux & J. Van der Heyden, The right reverend Camillus P. Maes, bishop of Covington. In: Records of the American Catholic Historical Society of Philadelphia, Vol. 33 (1922), No. 2, p. 97-143 (https://www.jstor.org/stable/44208573); Rond den Heerd 5 (1870) 18, p. 143-144; Rond den Heerd 5 (1870) 36, p. 286-287.; https://nl.geneanet.org/;
NaamJoye, Pierre
Datums° Roeselare, 10/03/1792 - ✝ Roeselare, 01/09/1873
GeslachtMannelijk
Beroepketelmaker
BioPierre Joye werd geboren op 10 maart 1792 in Roeselare als zoon van Joannes Joye en Isabella Clara Wydooghe. Hij was ketelmaker en gehuwd met Eugenia Deblaere. Het echtpaar kreeg vier dochters en een zoon. Pierre overleed in Roeselare op 1 september 1873.
Bronnen https://nl.geneanet.org/
NaamDeblaere, Eugenia
Datums° Lichtervelde, 17/12/1787 - ✝ Roeselare, 27/02/1875
GeslachtVrouwelijk
BioEugenia Deblaere werd geboren op 17 december 1787 in Lichtervelde als dochter van Anselmus Deblaere en Anna Catharina Declercq. Ze was gehuwd met Pierre Joye, waarmee ze vier dochters en een zoon kreeg. Ze overleed op 27 februari 1875 in Roeselare.
Bronnen https://nl.geneanet.org/
NaamVan De Pitte, Julie
Datums° Oostnieuwkerke, 06/03/1842 - ✝ Thompsonville, 17/08/1874
GeslachtVrouwelijk
Beroepmissiezuster
VerblijfplaatsNoord-Amerika
BioJulie Van De Pitte werd op 6 maart 1842 geboren in Oostnieuwkerke. Ze studeerde aan de normaalschool van Sint-André te Brugge tijdens het schooljaar 1864-1865 om zich voor te bereiden als missiezuster. Ze kreeg er vakken zoals Frans, pedagogiek en bij gelegenheid een les Engels van Guido Gezelle. Ze verbleef er in het internaat. Als missiezuster vertrok ze in 1865 naar Amerika waar ze zich in het St. Catherine's Convent, te Hartford (Connecticut) onder de hoede stelde van de congregatie van de Sisters of Mercy. Naast het bezoeken van zieken en noodlijdenden, zorgde de kloosterorde voor wezen en meisjes in de parochiescholen. In 1872 openden de zusters een parochieschool, St.Patrick’s, in Thompsonville waar ze op 17 augustus 1874 stierf.
BronnenA. Vervenne, Missiealbum tot vroom aandenken aan de overleden priesters-Missionarissen, Missiebroeders en Missiezusters : tot roemrijke hulde aan de nog levende geloofsgezanten in alle werelddelen, uit de drie en twintig parochies der dekenij Roeselare. Roeselare: St. Amandusmissiebond, 1950, p.53; Diocese of Hartford, 1872-1921, in: Records of the American Catholic Historical Society of Philadelphia 33 (1922) no. 2, p.183–92 (http://www.jstor.org/stable/44208575); oud-leerlingenlijsten van de normaalschool Sint-André

Naam - plaats

NaamAntwerpen
GemeenteAntwerpen
NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Titel23/07/186[x], Roeselare, Julie Vanrenterghem (= Zuster Mary Mathilda) aan [Guido Gezelle]
EditeurMiet Hubrechts; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderVan Renterghem, Julie
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum23/07/186[x]
VerzendingsplaatsRoeselare (Roeselare)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens en onzeker.
Fysieke bijzonderheden
Drager papiersoort: 4p., inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1: Mare (potlood, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief11040 (162)
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|20453
Inhoud
IncipitDimanche dernier
Samenvatting Jan De Neve; missies
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.