<Resultaat 1110 van 2182

>

p1
Achtbare Heer & vriend,

Na den wensch van een gelukzalig nieuw Jaar voor u, uwe vrouw en allen die gy lief hebt, antwoorde ik op uwen laatsten[1] dat ik dien doodendans[2] niet en kenne noch dat Mollengys[3] dat heel zeker zal ontworden zyn uit[4] Malegys. Gy kent zeker ook den geboortename Maelegheys, Maeleveys, Gheysens, Veys enz. Men schreef my gisteren uit Eecloo dat men in die streken zegt: “Droom-je van de Mazels de’?”

Myn Noordsch boeksken is sedert lange geheel uitverkocht. Ik zal u mynen afdruk zenden, is ’t dat ik hem vinden kan. De eerw. Heer Ghekiere, eertyds op Ysland, zit nu ievers, ’k en weet waar, in Noord America! Ware ik in uwe plaatse ik trachtte ievers een Deensch boekske te krygen b.v. van Andersen, en dat te lezen als eenen eersten stap in de Noordsche talen. Deensch is ’t gemakkelykste. p2Met eene spraakkunst enz beginnen is averechts, zoo voor deze als voor andere talen, b.v. ’t Gotisch. Tracht een stuk Gotisch te krygen en (met den bibel erby) ziet eruit te geraken; vele zult gy vernemen en onthouden dat gy, eerst met de spraakkunst beginnende, tienmaal leeren en even zooveel maal vergeten zoudt. Als ge wat gelezen hebt, en moeielykheden tegengekomen, dan komt de spraakleer best te passe om die moeielykheden te overwinnen. Dat heet ik van binnen leeren in steê van[5] van buiten.

Ik zou ’t Yslandsch om laatst laten, de boeken zyn kwa krygs[6] Wat het Gotisch betreft, ’t is gemakkelyker b.v. by Ferd. Schöning Paderborn hebt gy voor 5 Mark Ulfilas van Fr. L. Stamm, text, Grammatik en Wörterbuch, 7e uitgave; dan: Kurze Laut- und Flexionslehre der altgerm. Dialecte van Dr Moritz Heyne, eerelid der Vlaamsche Taalkamer. 6 Mark

Niet wetende waarheen gy verhuisd zyt[7] zende ik op goed geschie[8] alsp3vooren, u biddende de haastige kortheid dezer letteren niet kwalyk te nemen van

ulieden toegenegen
Guido Gezelle.

P. S. Onder Tauchnitz (Leipzig) zyne goekoope woordenboeken is ook een Yslandsch te vinden, maar ge zult u veel moeite sparen met al de voordeure van ‘t deensch liever als door de kave[9] van t Yslandsch by onze Noordsche taalbroeders binnen te gaan. De Engelschen zyn goede leidslieden in ’t Yslandsch, Dr Skeat onder andere, van Cambridge, maar daartoe moet ge het Engelsch wel machtig zyn.

Noten

[2] Van der Mollen feeste is een vanitasgedicht in balladevorm van Anthonis De Roovere (Brugge, ca. 1430 - Brugge, 16.5.1482), een ‘dodendans’ uit ca. 1450. Het is een zgn. standenspiegel, waarin alle rangen en standen worden opgeroepen voor het feest van Mollengijs. Hoe het eraan toegaat, vertelt De Roovere echter niet.
[3] In Van der mollen feeste: het rijk van de Dood, die - net als de mol - blind is en geen onderscheid ziet tussen personen en standen.
[4] Voortgekomen zijn uit, afgeleid zijn van.
[5] In de plaats van.
[6] Moeilijk te verkrijgen.
[7] Deflou verhuisde omstreeks het najaar van 1887 van de Garenmarkt 1 te Brugge (zie brief van 16/01/1882) naar de Oude Gentweg 26 of 28 (zie brieven van 08/01/1888, 16/05/1888 en ongedateerd naamkaartje).
[8] Op goed geluk.
[9] Schoorsteen.

Register

Correspondenten

NaamDeflou, Karel
Datums° Brugge, 09/07/1853 - ✝ Brugge, 27/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroephistoricus; filoloog; letterkundige
BioKarel Deflou was de zoon van een antiquaar-prentenhandelaar in de Gruuthusestraat, naast de drukkerij waar Guido Gezelles ‘Jaer 30’ verscheen. Door het overlijden van zijn vader in 1866 kwam er een einde aan het antiquariaat en kon de jonge Karel niet verder studeren. Na zijn basisonderwijs werd hij bediende, en vervolgens beambte bij de provincie West-Vlaanderen. Hij bekwaamde zich op eigen houtje in de Germaanse en oude talen en legde zich toe op taalstudie en geschiedenis. Vooral de toponymie boeide hem. Hij was een schrijver en historicus met een grote werkkracht en een goed geheugen. De eerste bijdrage die van hem in druk kwam, behandelde de Brugse straatnamen. Vanaf 1879 begon hij de toponiemen te verzamelen, een decennialange bezigheid die in zijn monumentale woordenboek zou uitmonden. Vanaf 1887 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, en vanaf 1926 ook van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie. Verder was hij ook bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge sinds 1911, en was hij de eerste bibliothecaris van het Willemsfonds te Brugge. Zijn meesterwerk is het 'Woordenboek der Toponymie in Westelijk Vlaanderen', dat in 18 delen verscheen tussen 1914 en 1938. Nog vooraleer het af was, werd hem hiervoor in 1928 een grootse hulde gebracht en verkreeg hij een eredoctoraat van de KUL. Aanvankelijk sloot Deflou aan bij de kring rond Julius Sabbe. Dankzij de taalkundige belangstelling hebben Deflou en Gezelle elkaar pas echt gevonden in de Loquela-periode. De Flou was in 1882 getrouwd met Eulalie Sylvie Verbrugghe, die ooit nog een buurmeisje van Gezelle was geweest aan de Lange Rei/Potterierei.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamDeflou, Karel
Datums° Brugge, 09/07/1853 - ✝ Brugge, 27/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroephistoricus; filoloog; letterkundige
BioKarel Deflou was de zoon van een antiquaar-prentenhandelaar in de Gruuthusestraat, naast de drukkerij waar Guido Gezelles ‘Jaer 30’ verscheen. Door het overlijden van zijn vader in 1866 kwam er een einde aan het antiquariaat en kon de jonge Karel niet verder studeren. Na zijn basisonderwijs werd hij bediende, en vervolgens beambte bij de provincie West-Vlaanderen. Hij bekwaamde zich op eigen houtje in de Germaanse en oude talen en legde zich toe op taalstudie en geschiedenis. Vooral de toponymie boeide hem. Hij was een schrijver en historicus met een grote werkkracht en een goed geheugen. De eerste bijdrage die van hem in druk kwam, behandelde de Brugse straatnamen. Vanaf 1879 begon hij de toponiemen te verzamelen, een decennialange bezigheid die in zijn monumentale woordenboek zou uitmonden. Vanaf 1887 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, en vanaf 1926 ook van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie. Verder was hij ook bestuurslid van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge sinds 1911, en was hij de eerste bibliothecaris van het Willemsfonds te Brugge. Zijn meesterwerk is het 'Woordenboek der Toponymie in Westelijk Vlaanderen', dat in 18 delen verscheen tussen 1914 en 1938. Nog vooraleer het af was, werd hem hiervoor in 1928 een grootse hulde gebracht en verkreeg hij een eredoctoraat van de KUL. Aanvankelijk sloot Deflou aan bij de kring rond Julius Sabbe. Dankzij de taalkundige belangstelling hebben Deflou en Gezelle elkaar pas echt gevonden in de Loquela-periode. De Flou was in 1882 getrouwd met Eulalie Sylvie Verbrugghe, die ooit nog een buurmeisje van Gezelle was geweest aan de Lange Rei/Potterierei.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamDekiere, Emiel Maria
Datums° Roeselare, 11/06/1840 - ✝ Noord-Amerika (Virginia),
GeslachtMannelijk
Beroepmissionaris
BioEmil Dekiere trok na zijn lagere school in 1853 naar het kleinseminarie van Roeselare. Tijdens het schooljaar 1857-58 had hij er Gezelle als leraar. De missionaris in spe was er lid van Gezelles Confraternity, een eucharistisch broederschap opgericht door Gezelle. In 1860 ging Dekiere filosofie studeren aan het grootseminarie te Brugge. Drie jaar later werd hij op 4 juni diaken. Zijn priesterwijding kreeg hij op 19 december 1863. Dekiere voelde zich geroepen tot een missionariscarrière in de Noordpoolgebieden. Van zijn oversten kreeg hij de toestemming om een opleiding te volgen in Engeland. Mgr. Faict stuurde een aanvraag op 22 april 1864 naar Rome, zodat Emil nog hetzelfde jaar naar de Noordpoolmissie kon vertrekken. In 1866 kwam hij voor een eerste bezoek naar België. Zijn tweede verblijf in 1869 was om gezondheidsredenen. Een jaar later bevond hij zich nog steeds in België. Van zijn verdere leven vinden we alleen terug dat hij in 1873 nog in Tromsö verbleef en dat hij daarna waarschijnlijk op de dool geraakte in Amerika. Hij overleed, volgens een missionaris, in de bergen van Virginia. Dekieres brieven dateren uit de periode 1864-1867. Gezelle bewerkte ze ter publicatie in '"t Jaer 30".
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; 't Jaer 30
BronnenE. Depuydt, Gezelles correspondentie uit de Noordpoolmissie aanwezig in het Provinciaal Cultuurarchief te Brugge. In: Gezelliana: (1996) 2, p.9
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSkeat, Walter William
Datums° Londen, 21/11/1835 - ✝ Cambridge, 06/10/1912
GeslachtMannelijk
Beroeptaalkundige; hoogleraar
VerblijfplaatsEngeland
BioWalter Skeat genoot onderwijs op King's College School (Wimbledon), Highgate School, en Christ's College. Hij studeerde theologie en wiskunde te Cambridge. In 1860 huwde hij met Bertha Clara en werd hij hulppredikant. In 1864 doceerde hij wiskunde te Cambridge. Hij begon Angelsaksisch en Gotisch te studeren en werd hoogleraar in Angelsaksische talen te Cambridge van 1878 tot 1912. Hij gaf veertien jaar lang werken uit voor de Early English Text Society. In 1873 stichtte hij de English Dialect Society en bleef er voorzitter van tot 1896. Deze vereniging steunde o.a. de "English Dialect Dictionary". Hij hielp mee aan de oprichting van de Chaucer Society en de New Shakespeare Society. Hij werd de eerste voorzitter van de Simplified Spelling Society. Zijn bekendste werk was zijn "Etymological Dictionary" (1879-1882). Hij werd lid van de British Academy en werd onderscheiden met verschillende eredoctoraten.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVerbrugghe, Eulalie Sylvie
Datums° Brugge, 15/07/1848 - ✝ Brugge, 09/01/1943
GeslachtVrouwelijk
BioEulalie Sylvie Verbrugghe was de dochter van Pieter Verbrugghe en Mathilde Fockenier. Guido Gezelle kende haar goed en beschrijft haar in zijn brieven als zijn buurvrouw. Ze woonde aan de 'lange reye F4/17' (nu Potterierei 13), op 04/02/1857 verhuisde ze naar de Bouveriestraat en op 30/07/1861 naar 'F4/9' (nu Potterierei 7). Ze huwde met Karel Deflou op 22 augustus 1882.
NaamAndersen, Hans Christian
Datums° Odense, 02/04/1805 - ✝ Kopenhagen, 04/08/1875
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsDenemarken
BioH.C. Andersen was een bekend Deens schrijver van gedichten, sprookjes, toneelstukken en volksverhalen, waarmee hij internationale bekendheid verwierf. De eenvoud van zijn werk maakt het heel geschikt voor weinig geletterde lezerspublieken. In de entourage van Gezelle werd zijn werk in de oorspronkelijke taal ook gebruikt om Deens te leren.
Links[wikipedia]
NaamTauchnitz, Christian Bernhard
Datums° Schleinitz, 25/08/1816 - ✝ Leipzig, 13/08/1895
GeslachtMannelijk
Beroepuitgever
VerblijfplaatsDuitsland
BioHij was een Duitse uitgever die zich specialiseerde in het drukken van goedkope paperbackuitgaven voor de internationale markt, o.a. populaire auteurs en woordenboeken. De uitgeverij werd opgestart in 1796 onder zijn vader en verdergezet door zijn zoon tot 1943.

Naam - plaats

NaamEeklo
GemeenteEeklo
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamLeipzig
NaamCambridge

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelEen Noordsch en Vlaemsch messeboekske

Titel - ander werk

TitelUlfilas; oder, Die uns erhaltenen Denkmäler der gothischen Sprache. Text, Grammatik und Wörterbuch. (7 Aufl.)
AuteurStamm, Friedrich Ludwig; Heyne, Moriz ; Wilfila, Bp. of the Goths
Datum1878
PlaatsPaderborn
UitgeverF. Schöningh
TitelKurze Laut- und Flexionslehre der altgermanischen Dialecte (3 Verb. Aufl.) (Reeks: Kurze Grammatik der altgermanischen Dialecte)
AuteurHeyne, Moritz
Datum1872
PlaatsPaderborn
UitgeverF. Schöningh

Titel02/01/1888, Kortrijk, Guido Gezelle aan [Karel Deflou]
EditeurJohan Van Eenoo
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[Deflou, Karel]
Verzendingsdatum02/01/1888
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van artikel; bij aankoop zat het pakket brieven van Deflou gewikkeld in een handschrift van Karel Deflou i.v.m. zijn vertaalwerk voor de Brugse rechtbank uit 1876 (nr. Aanw. 258 G) en in een oud sigarenkistje "El Merito Fabrica de Tabacos Y Cigaros Puros Colorado" (nr. Aanw. 258 M)
Gepubliceerd inJos. De Smet / Brieven van Guido Gezelle aan Karel De Flou. - uit : Biekorf (1935), p.71-72
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 210x135
wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID GezellearchiefAanw. 261
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|25528
Geschiedenis 04/10/2014, Brugge: Veiling Van De Wiele
Inhoud
IncipitNa den wensch van een gelukkig nieuwjaar
Samenvatting nieuwjaarswensen; taalkunde: "Mollengys"; Over het leren van Scandinavische talen en het Gotisch: "Noordsch en Vlaemsch messeboekske" is allang uitverkocht, Gezelle zal zijn "afdruk" opsturen, Ghekiere (= Emiel Dekiere) zat in IJsland en nu in Noord-Amerika, Gezelle raadt aan om met het Deens te beginnen en werken van vb. Andersen te lezen en dan pas de grammatica van de taal te leren; Gezelle zou het IJslands pas als laatste taal leren omdat de boeken moeilijk verkrijgbaar zijn; Bij Tauchnitz zijn er goedkope woordenboeken verkrijgbaar ook een IJslandse, de Engelse werken zijn ook goed om IJslands te leren zoals Skeat; werken om het Gotisch aan te leren zijn: Ulfilas. / door F.L. Stamm. - Paderborn: F. Schöning. en Kurze Laut- und Flexionslehre der altgermanischen Dialecte / door Moritz Heyne. - Paderborn: F. Schöning, 1874.
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.