<Resultaat 1819 van 2182

>

p1+Alles voor Vlaanderen Vlaanderen voor Christus
Eerweerde Heer,[1]

Onze studentengilde van Kortrijk heeft besloten eenen vaandel aan te koopen. Wij schikken lustig feest te vieren bij de wijding maar daartoe hebben wij een lied vandoen: een lied immers kan best de jeugd opruimen, en daarbij een vaandel zonder vaandellied, ‘t waren toch halfafgedane zaken. Ik heb dus maar vrij tot u geschreven en hoopvol wil ik u een liedje vragen, wel wetende dat het voor u en-p2kel eenige stonden werk is, en daarbij dat gij de Vlaamsche jeugd niet ongenegen zijt. Onze leuze is “Met God en goedendag”.-. De Heer Vallaeys die de schets geteekend heeft, heeft rechts den Leeuw eenen palmtak geschilderd, heenkronkelende tusschen twee wapenborden (dat van Kortrijk en dat van het gesticht), en in den hoek eene sterre, zinspelende op den zegepraal van Groeninghe en op de leuze van den West-Vlaamsche bond “de toekomst hoort der jeugd”. De woorden moeten dan op deun gezet worden, ‘t lied moet geleerd worden, daarom bid ik u zoohaast mogelijk antwoord te geven.

Zijt gij zoo goed naar Advocaat Lambrecht, Wapenplaats,[2] te schrijven.

Mijnen warmsten en hertelijksten dank op voorhand.
M. Lootens
Kortrijk, 18 van Kortemaand 99.

Noten

[1] De brief is een bijlage bij de brief van J. Craeynest aan G. Gezelle van xx.02.1899
[2] Deze Wapenplaats veranderde van naam en werd President Roosevelt-plein. Tot op vandaag zijn er tal van advocatenkantoren, zelfs van ene Lambrecht nog altijd.

Register

Correspondenten

NaamCraeynest, Jan; Craeye
Datums° Oostrozebeke, 01/03/1858 - ✝ Sint-Michiels, 23/04/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor; auteur
BioJan Craeynest liep lagere school in Oostrozebeke, waarna hij naar het Sint-Jozefscollege in Tielt trok. Hij werd er beïnvloed door de Blauwvoeterie die vanuit Roeselare was overgeslagen. Als poësis-leerling werd Craeynest lid van de in 1875 opgerichte afdeling van het Davidsfonds in Tielt. Vervolgens trok hij naar het kleinseminarie voor één jaar, en in oktober 1878 begon hij aan het grootseminarie in Brugge. In 1881 startte hij aan de universiteit van Leuven, waar hij in twee academiejaren het diploma in de filologische en taalkundige wetenschappen behaalde. In augustus 1882 ontving hij zijn priesterwijding. In september 1883 werd hij retoricaleraar in het Sint-Lodewijkscollege van Brugge. Hij bleef er leraar tot 12 augustus 1892. Ondertussen publiceerde hij in De Vlaamsche Vlagge (onder de schuilnaam ‘Craye’) en in Rond den Heerd. Hij was betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Het Belfort (1886) waarin hij taalkundige bijdragen leverde. Ook voor Loquela bezorgde hij uitdrukkingen en woorden. In 1887 was Craeynest medestichter van de Biehalle. Craeynest nam deel aan de eerste literaire prijsvraag van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De wedstrijd kwam er op 18 februari 1887 en betrof het opstellen van een alfabetische lijst van bastaardwoorden. In de redactie van Biekorf zette hij zich in vanaf het eerste nummer in 1890. Hij bleef een ijverige medewerker en publiceerde er heel wat artikels. Vanaf 1898 hielp Craeynest Gezelle bij de vertaling van Goddelijke Beschouwingen. Eén jaar na de dood van Gezelle werd hij benoemd tot aalmoezenier van de gevangenis in Brugge. Hij werd aangepord om de vertaling van die Meditationes Theologicae af te werken. Hij zette dit werk verder waar Gezelle gestopt was. De vertaling bleef echter onvoltooid. In 1904 werd Craeynest benoemd tot pastoor van de Sint-Michielsparochie in Brugge. Dat jaar publiceerde hij ook Woordkunst van Guido Gezelle. In 1907 verscheen het woordenboek Loquela, alfabetisch geordend door de karmeliet Hyacinthus. Caesar Gezelle hielp hem daarbij. Jan Craeynest werd gevraagd om het ‘voorbericht’ te schrijven waardoor hij ook verder het woordenboek ging samenstellen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; medewerker Rond den Heerd en Loquela; medestichter van Biekorf
NaamLootens, Maurits Jules Emiel
Datums° Oostrozebeke, 04/07/1880 - ✝ ?, 27/03/1905
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioMaurits Lootens was de zoon van dokter Jules Lootens en Judith Marie Sophie Tack. Hij studeerde geneeskunde in Leuven en werd dokter bij het leger. Zijn broer was de brouwer Jozef Lootens, zijn zussen waren Maria en Magdalena Lootens. Gezelle schreef verschillende gelegenheidsgedichten voor de familie, waaronder een communiegedicht Maurits, moedig op, dóór 't leven (05/04/1892).
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht

Briefschrijver

NaamLootens, Maurits Jules Emiel
Datums° Oostrozebeke, 04/07/1880 - ✝ ?, 27/03/1905
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioMaurits Lootens was de zoon van dokter Jules Lootens en Judith Marie Sophie Tack. Hij studeerde geneeskunde in Leuven en werd dokter bij het leger. Zijn broer was de brouwer Jozef Lootens, zijn zussen waren Maria en Magdalena Lootens. Gezelle schreef verschillende gelegenheidsgedichten voor de familie, waaronder een communiegedicht Maurits, moedig op, dóór 't leven (05/04/1892).
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht

Briefontvanger

NaamCraeynest, Jan; Craeye
Datums° Oostrozebeke, 01/03/1858 - ✝ Sint-Michiels, 23/04/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor; auteur
BioJan Craeynest liep lagere school in Oostrozebeke, waarna hij naar het Sint-Jozefscollege in Tielt trok. Hij werd er beïnvloed door de Blauwvoeterie die vanuit Roeselare was overgeslagen. Als poësis-leerling werd Craeynest lid van de in 1875 opgerichte afdeling van het Davidsfonds in Tielt. Vervolgens trok hij naar het kleinseminarie voor één jaar, en in oktober 1878 begon hij aan het grootseminarie in Brugge. In 1881 startte hij aan de universiteit van Leuven, waar hij in twee academiejaren het diploma in de filologische en taalkundige wetenschappen behaalde. In augustus 1882 ontving hij zijn priesterwijding. In september 1883 werd hij retoricaleraar in het Sint-Lodewijkscollege van Brugge. Hij bleef er leraar tot 12 augustus 1892. Ondertussen publiceerde hij in De Vlaamsche Vlagge (onder de schuilnaam ‘Craye’) en in Rond den Heerd. Hij was betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Het Belfort (1886) waarin hij taalkundige bijdragen leverde. Ook voor Loquela bezorgde hij uitdrukkingen en woorden. In 1887 was Craeynest medestichter van de Biehalle. Craeynest nam deel aan de eerste literaire prijsvraag van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De wedstrijd kwam er op 18 februari 1887 en betrof het opstellen van een alfabetische lijst van bastaardwoorden. In de redactie van Biekorf zette hij zich in vanaf het eerste nummer in 1890. Hij bleef een ijverige medewerker en publiceerde er heel wat artikels. Vanaf 1898 hielp Craeynest Gezelle bij de vertaling van Goddelijke Beschouwingen. Eén jaar na de dood van Gezelle werd hij benoemd tot aalmoezenier van de gevangenis in Brugge. Hij werd aangepord om de vertaling van die Meditationes Theologicae af te werken. Hij zette dit werk verder waar Gezelle gestopt was. De vertaling bleef echter onvoltooid. In 1904 werd Craeynest benoemd tot pastoor van de Sint-Michielsparochie in Brugge. Dat jaar publiceerde hij ook Woordkunst van Guido Gezelle. In 1907 verscheen het woordenboek Loquela, alfabetisch geordend door de karmeliet Hyacinthus. Caesar Gezelle hielp hem daarbij. Jan Craeynest werd gevraagd om het ‘voorbericht’ te schrijven waardoor hij ook verder het woordenboek ging samenstellen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; medewerker Rond den Heerd en Loquela; medestichter van Biekorf

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamLambrecht, Victor Zeger; Lambrecht, Victor Ludovicus
Datums° Oostrozebeke, 28/10/1864 - ✝ Oostrozebeke, 22/11/1948
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat
BioVictor Lambrecht studeerde aan de universiteit van Leuven en promoveerde er tot doctor in de rechten. Hij was Vlaamsgezind en lid van de vereniging Met Tijd en Vlijt en van de Vlaamsche Strijdersbond. Hij was medestichter van het studententijdschrift Ons Leven. Hij vestigde zich als advocaat in Kortrijk, en woonde er op de Wapenplaats. Hij was betrokken bij het West-Vlaamse Oud-Hoogstudentenverbond en bij de daensisten. Zo was hij in 1894 medestichter van de Kortrijkse afdeling van de Christene Volkspartij en medewerker van het daensistisch weekblad De Waarheid.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen http://theater.ua.ac.be/nevb/html/Lambrecht,%20Victor%20Z..html
NaamLootens, Maurits Jules Emiel
Datums° Oostrozebeke, 04/07/1880 - ✝ ?, 27/03/1905
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioMaurits Lootens was de zoon van dokter Jules Lootens en Judith Marie Sophie Tack. Hij studeerde geneeskunde in Leuven en werd dokter bij het leger. Zijn broer was de brouwer Jozef Lootens, zijn zussen waren Maria en Magdalena Lootens. Gezelle schreef verschillende gelegenheidsgedichten voor de familie, waaronder een communiegedicht Maurits, moedig op, dóór 't leven (05/04/1892).
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht
NaamVallaeys, Gaston
Datums° Gits, 11/08/1862 - ✝ Roeselare, 23/03/1944
GeslachtMannelijk
Beroepkunstschilder; leraar; directeur
BioGaston Vallaeys volgde een schildersopleiding aan de Academie van Roeselare. Hij verwierf bekendheid als portretschilder. Hij schilderde o.m. het portret van bisschop Gustaaf Waffelaert en Edmond Denys. Hij ontwierp ook affiches en hij was de ontwerper van het vaandel van de Groeninghergilde in Kortrijk in 1899. Hij was de eerste voorzitter van de Roeselaarse Kunstkring (1898 tot 1929 ). Hij werd eerst leraar (1903) en later directeur van de stedelijke academie van Roeselare (1908-1941).
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - instituut/vereniging

NaamKortrijksche Groeninghergilde
BeschrijvingIn 1884 werd de Groenighergilde opgericht door Kortrijkse studenten. In 1886 aanvaardde Gezelle het erevoorzitterschap. Later zou ze evolueren naar "Moeder Kortrijkse".
Datering1884

Titel18/02/1899, Kortrijk, Maurits Jules Emiel Lootens aan [Jan Craeynest]
EditeurKarel Platteau
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderLootens, Maurits Jules Emiel
Ontvanger[Craeynest, Jan]
Verzendingsdatum18/02/1899
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieBriefversie van datering: 18 van Kortemaand 99; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 210x131
wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden de brief is een bijlage bij een ongedateerde brief van Jan Craeynest aan Guido Gezelle
het dubbel vel is aan de brief van Craeynest gekleefd
Toevoegingen op zijde 1 rechts in de bovenrand: 18 Febr. (potlood); idem rechts: 99 (potlood)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7092 K
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|25889
Inhoud
IncipitOnze studentengilde
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.