<Resultaat 1601 van 2155

>

p1

Het woord en hebbe ik nooit opgeteekend, wanneer ik het ievers gedrukt ontmoette, als zijnde, dacht ik, in de algemeene tale overbekend en nog overal gangbaar.

Hierbij eenige aanteekeninge die ik bij ’t volk opgeraapt hebbe.

Kent gij een werk van Jacop van Maerlant, dat heet Iacop Claraciën[1] Ik vinde ’t vermeld in een onuitgegeven gedicht[2] van Hennen van Merchtenen, 1414.

“Ghelijc dat Iacop van Merlant
Maecte, in een buecxken dat ic vant,
Ghedicht staen, scoen ende cleere;
Welc boec es van cleinder spasien,
Ende es geheten Iacop clarasien.”

Ben u edele zeer toegenegen
Guido Gezelle

Noten

[1] Dit Iacop Claraciën, elders ook Declaracyen van Jacop van Merlant genoemd, wordt door medioneerlandici beschouwd als een pseudo-Maerlanttekst. Zie F. van Oostrom, Maerlants Wereld, Amsterdam, 1996, p. 389 en vooral W. Keesman, De eindeloze stad. Troje en Trojaanse oorsprongsmythen in de (laat)middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden, Hilversum 2017, passim.
[2] Dit betreft Hennen van Merchtenens historiografische rijmtekst Die Cornicke van Brabant (4479 vs.), waarvan Gezelle in 1896 de teksteditie uitbracht.

Register

Correspondenten

NaamDe Vreese, Willem Lodewijk
Datums° Gent, 18/01/1869 - ✝ Voorschoten, 10/01/1938
GeslachtMannelijk
Beroeptaalgeleerde; hoogleraar; bibliothecaris; publicist
BioWillem Lodewijk De Vreese, taalgeleerde, hoogleraar, bibliothecaris en publicist, werd geboren in Gent op 18 januari 1869. Na de gemeentelijke school kwam hij in 1881 op het atheneum waar hij medestichter werd van het ‘Taalminnend leerlingengenootschap de Heremanszonen’. In 1887 ging hij naar de universiteit en promoveerde er in 1891 tot doctor Germaanse Filologie met een proefschrift over Boendale. Daarna verhuisde hij naar Leiden, waar hij benoemd was tot redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal van De Vries en Te Winkel. Eind 1895 keerde hij terug naar Gent als docent en bibliothecaris aan de universiteit. In 1911 volgde zijn benoeming tot gewoon hoogleraar en hoofdbibliothecaris. Ondertussen was hij in 1896 corresponderend en in 1902 gewoon lid geworden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Zijn levenswerk was de studie van het Middelnederlands met zijn internationaal gereputeerde Bibliotheca Neerlandica Manuscripta, een collectie van beschrijvingen van om en bij de 15.000 handschriften die verworven werd door de Leidse Universiteitsbibliotheek. Overigens ijverde hij voor taaleenheid tussen Noord en Zuid, ook in de spreektaal, en zette die grootnederlandse gedachte ook door op politiek vlak (lid en later voorzitter van de Raad van Vlaanderen). Eind 1918 moest hij uitwijken naar Nederland, waar hij in augustus 1919 directeur werd van de Gemeentebibliotheek te Rotterdam.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Vreese,_Willem_L.
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamDe Vreese, Willem Lodewijk
Datums° Gent, 18/01/1869 - ✝ Voorschoten, 10/01/1938
GeslachtMannelijk
Beroeptaalgeleerde; hoogleraar; bibliothecaris; publicist
BioWillem Lodewijk De Vreese, taalgeleerde, hoogleraar, bibliothecaris en publicist, werd geboren in Gent op 18 januari 1869. Na de gemeentelijke school kwam hij in 1881 op het atheneum waar hij medestichter werd van het ‘Taalminnend leerlingengenootschap de Heremanszonen’. In 1887 ging hij naar de universiteit en promoveerde er in 1891 tot doctor Germaanse Filologie met een proefschrift over Boendale. Daarna verhuisde hij naar Leiden, waar hij benoemd was tot redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal van De Vries en Te Winkel. Eind 1895 keerde hij terug naar Gent als docent en bibliothecaris aan de universiteit. In 1911 volgde zijn benoeming tot gewoon hoogleraar en hoofdbibliothecaris. Ondertussen was hij in 1896 corresponderend en in 1902 gewoon lid geworden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Zijn levenswerk was de studie van het Middelnederlands met zijn internationaal gereputeerde Bibliotheca Neerlandica Manuscripta, een collectie van beschrijvingen van om en bij de 15.000 handschriften die verworven werd door de Leidse Universiteitsbibliotheek. Overigens ijverde hij voor taaleenheid tussen Noord en Zuid, ook in de spreektaal, en zette die grootnederlandse gedachte ook door op politiek vlak (lid en later voorzitter van de Raad van Vlaanderen). Eind 1918 moest hij uitwijken naar Nederland, waar hij in augustus 1919 directeur werd van de Gemeentebibliotheek te Rotterdam.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Vreese,_Willem_L.

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Naam(van) Maerlant, Jacob; Vader Maerlant
Datums° Brugse Vrije, ca. 1230-1235 - ✝ Damme, ca. 1288-1300
GeslachtMannelijk
Beroepdichter
BioJacob van Maerlant was een Vlaams dichter uit de 13de eeuw en een van de belangrijkste Middelnederlandse auteurs; vandaar zijn erenaam ‘vader der Dietsche dichteren algader’. Hij werd geboren in het Brugse Vrije rond 1230-1235 en genoot zijn opleiding waarschijnlijk aan de kapittelschool van St.-Donaas in Brugge of in de cisterciënzerkloosters van Ter Doest en Ter Duinen. Ca. 1260 werd hij koster in Maerlant op Voorne (Zeeland). Hij overleed in Damme ca. 1288-1300. Zijn belangrijkste werken zijn, naast de Strofische Gedichten, adaptaties uit historiserende en encyclopedische werken uit het Frans en het Latijn, o.m. Alexanders Geesten (ca. 1260), Der Naturen Bloeme (ca. 1270), Rijmbijbel (1271) en Spiegel Historiael (1285-1288).
Links[wikipedia], [dbnl]
BronnenTer Laan, MEW
NaamHennen van Merchtenen
Datums° 1360 - ✝ na 1415
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver
BioHennen van Merchtenen (1360- na 1415) is de schrijver van de Cornicke van Brabant (Kroniek van Brabant), 1414, een rijmkroniek van 4.479 verzen. Hij was ambtenaar aan het hof van Anton van Bourgondië, hertog van Brabant en Limburg (1384-1415) en schreef de kroniek op eigen initiatief. Na de zege bij Azincourt in 1415, waarbij Anton sneuvelde, werkte Hennen zijn tekst nog bij. Gezelle bezorgde in 1896 een teksteditie van de Cornicke. Verondersteld wordt dat Hennen van Merchtenen ook medewerker is geweest aan de laatste twee boeken van een andere rijmkroniek, de Brabantsche yeesten, waarvan de eerste vijf boeken geschreven zijn door Jan van Boendale.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezelleuitgegeven door Gezelle

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Titel - ander werk

TitelIacop Claraciën, De declaratiën van Jacob van maerlant
Auteuronbekend
TitelCornicke van Brabant [handschrift]
AuteurHennen van Merchtenen
Datumeerste helft 15de eeuw

Titel11/10/1894, Kortrijk, Guido Gezelle aan [Willem Lodewijk De Vreese]
EditeurDirk Geirnaert
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[De Vreese, Willem Lodewijk]
Verzendingsdatum11/10/1894
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieAdressant gereconstrueerd op basis van publicatie; Locatie origineel: brief is aanwezig in de Universiteitsbibliotheek Leiden, BPL 2998 G; Afbeeldingen UBL.
Gepubliceerd inNegentien Leidse Gezellebrieven / door D. Geirnaert; R. Tempelaars. -In: Opstellen omtrent Guido Gezelle 1899-1999. Speciaal nr. van Biekorf. 99 (1999) extra nummer december, p. 346-388
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 130x105
wit [?]
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandNederland
PlaatsLeiden
BewaarplaatsUniversiteitsbibliotheek Leiden
ID GezellearchiefUniversiteitsbibliotheek Leiden, BPL 2998 G
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|26024
Inhoud
IncipitHet w. en hebbe ik nooit opgeteekend,
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.