<Resultaat 1403 van 2074

>

p1
Dr. Guido Gezelle,
(Royal Flemish Academy,)
13 Hanboogstrate
Kortryk
Belgium
 
p2

The description of the Douce Manuscript 381 fol. 14 in the printed Catalogue is: -[1]

Volumen membranaceum et chartaceum, in 4to, plurimis constans fragmentis, ff. 155, diversis exaratus temporibus; scilicet[2]

1. La vision S. Pol en enfer; 2. Legend of S. Julienne; 3. History of the destruction of Troy. 4. Lucky or unlucky days of the month. 5. Romance of Guerin de Montglave (etc.) Between 4 & 5 is the fragment containing the Flemish poem, beginning thus[3] -

Ghod hi latene inz eeren leuen
Ende embs sulke dinc anegaen etc.

(lines 10 & 11)

M. CC. en̄ VI. ende. Lxxx. iaer
Te nâme in sínē cloests daer
â distinctly in Tenâme

The leaf has been cut in two, between lines 17 & 18 viz.

Na sijn leuen ewelike comen
Dese boec es nuttelec. Lese

There are four columns and 2 rubricated chapter headings

(G. Parker, for the Sub-Librarian)

Noten

[1] Deze briefkaart is een bijlage bij brief van G. Gezelle aan N. De Pauw van 17/03/1893.

Francis Douce schonk zijn collectie oude drukken en manuscripten aan de Bodleian Library, Oxford. In deze collectie zit een verzamelhandschrift (scrapbook, album) met o.m. een blad uit het “Oudenaards Rijmboek”. Vandaag zijn de fragmenten waarover sprake in de correspondentie N. De Pauw met Gezelle bekend als de “Enaamse codex” of “Oudenaards Rijmboek” en onderdeel van de Vlaamse Topstukkenlijst. Ze worden bewaard in het stadsarchief van Oudenaarde

[2] Vertaling (Latijn): Perkamenten en papieren volume, in 4to, bestaande uit verschillende fragmenten, 155 bladen, op verschillende momenten geschreven, namelijk:
[3] George Parker citeert hier uit het slot van het ’Leven van Sinte Agatha’, waarmee de rectozijde van het blad begint. Daarop aansluitend volgt de aanvang van het ’Leven van Sint Werner’.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamParker, George
Datums° 03/03/1838 - ✝ Oxford, 29/01/1906
GeslachtMannelijk
Beroepbibliotheekassistent
VerblijfplaatsEngeland
BioGeorge Parker startte zijn werk in de Bodleian Library te Oxford in 1854. Hij was er senior assistant, werkte er als catalograaf en was een handschriftenspecialist. Hij was betrokken bij het catalogiseren van de College Libraries in Oxford, diverse andere instellingen in de stad en bibliotheken van particulieren in het graafschap en elders. In zijn vrije tijd deed hij aan stamboomonderzoek naar belangrijke Engelse families en de laatste vijf jaar van zijn leven was hij bezig met het ordenen van het Stadsarchief van Oxford. In 1881 richtte hij een afdeling van de Anti-Vivisection Society op te Oxford en sedert 1884 was hij ook administratief betrokken bij de Oxford Historical Society. Hij beantwoorde ook op vrijwillige basis wereldwijd vragen omtrent handschriften. Vanaf de negentigerjaren werden de meeste vragen behandeld door zijn dochters Angelina (bijgenaamd: Anna) en Evelyn. In 1902 kreeg hij in kader van de driehonderdste verjaardag van Bodleian een "Honours degree Master of Arts" van de universiteit en in 1904 een zilver theeservies naar aanleiding van de 50ste verjaardag van zijn werk aan de Bodleian
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenObituary. In: The Library Assistant: (1907), p.80

Briefschrijver

NaamParker, George
Datums° 03/03/1838 - ✝ Oxford, 29/01/1906
GeslachtMannelijk
Beroepbibliotheekassistent
VerblijfplaatsEngeland
BioGeorge Parker startte zijn werk in de Bodleian Library te Oxford in 1854. Hij was er senior assistant, werkte er als catalograaf en was een handschriftenspecialist. Hij was betrokken bij het catalogiseren van de College Libraries in Oxford, diverse andere instellingen in de stad en bibliotheken van particulieren in het graafschap en elders. In zijn vrije tijd deed hij aan stamboomonderzoek naar belangrijke Engelse families en de laatste vijf jaar van zijn leven was hij bezig met het ordenen van het Stadsarchief van Oxford. In 1881 richtte hij een afdeling van de Anti-Vivisection Society op te Oxford en sedert 1884 was hij ook administratief betrokken bij de Oxford Historical Society. Hij beantwoorde ook op vrijwillige basis wereldwijd vragen omtrent handschriften. Vanaf de negentigerjaren werden de meeste vragen behandeld door zijn dochters Angelina (bijgenaamd: Anna) en Evelyn. In 1902 kreeg hij in kader van de driehonderdste verjaardag van Bodleian een "Honours degree Master of Arts" van de universiteit en in 1904 een zilver theeservies naar aanleiding van de 50ste verjaardag van zijn werk aan de Bodleian
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenObituary. In: The Library Assistant: (1907), p.80

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamOxford

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamDouce, Francis
Datums° Londen, 1757 - ✝ Londen, 30/03/1834
GeslachtMannelijk
Beroepoudheidkundige; museumconservator
VerblijfplaatsEngeland
BioFrancis Douce genoot een opleiding als advocaat maar ging zich al snel aan de oudheidkunde wijden. In 1779 werd hij een prominent lid van de Society of Antiquaries. Van 1807 tot 1811 was hij verantwoordelijk voor het handschriftendepartement van het British Museum, maar hij werd gedwongen af te treden vanwege een ruzie met een van de beheerders. In 1807 publiceerde hij “Illustrations of Shakespeare and Ancient Manners”, een werk dat niet altijd even gunstig werd ontvangen. Dit maakte hem onwillig om nog te publiceren. Hij schreef wel een groot aantal artikels in de “Archaeologia en “The Gentleman’s Magazine”. In 1833 publiceerde hij zijn proefschrift “Dissertation on the various Designs of the Dance of Death”. In 1823 ontving hij een grote som geld uit de nalatenschap van de beeldhouwer Joseph Nollekens, waarmee waardevolle oude drukken en manuscripten kocht. In zijn testament liet hij zijn gedrukte boeken, verluchte manuscripten en munten na aan de Bodleian Library, Oxford. Zijn eigen manuscripten schonk hij aan het British Museum, met aanwijzingen dat de kist niet voor 1 januari 1900 mocht geopend worden. Zijn schilderijen, houtsnijwerk en diverse oudheden gingen naar Sir Samuel Meyrick.
Links[wikipedia]
NaamParker, George
Datums° 03/03/1838 - ✝ Oxford, 29/01/1906
GeslachtMannelijk
Beroepbibliotheekassistent
VerblijfplaatsEngeland
BioGeorge Parker startte zijn werk in de Bodleian Library te Oxford in 1854. Hij was er senior assistant, werkte er als catalograaf en was een handschriftenspecialist. Hij was betrokken bij het catalogiseren van de College Libraries in Oxford, diverse andere instellingen in de stad en bibliotheken van particulieren in het graafschap en elders. In zijn vrije tijd deed hij aan stamboomonderzoek naar belangrijke Engelse families en de laatste vijf jaar van zijn leven was hij bezig met het ordenen van het Stadsarchief van Oxford. In 1881 richtte hij een afdeling van de Anti-Vivisection Society op te Oxford en sedert 1884 was hij ook administratief betrokken bij de Oxford Historical Society. Hij beantwoorde ook op vrijwillige basis wereldwijd vragen omtrent handschriften. Vanaf de negentigerjaren werden de meeste vragen behandeld door zijn dochters Angelina (bijgenaamd: Anna) en Evelyn. In 1902 kreeg hij in kader van de driehonderdste verjaardag van Bodleian een "Honours degree Master of Arts" van de universiteit en in 1904 een zilver theeservies naar aanleiding van de 50ste verjaardag van zijn werk aan de Bodleian
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenObituary. In: The Library Assistant: (1907), p.80

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamOxford

Naam - instituut/vereniging

NaamDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
BeschrijvingDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Datering1886-heden
Links[wikipedia]
NaamBodleian Library
BeschrijvingDe Bodleian Library is de belangrijkste wetenschappelijke bibliotheek van de universiteit van Oxford en één van de oudste Europese bibliotheken. Ze is genoemd naar de oud-student, hoogleraar en diplomaat Thomas Bodley (1545-1613) die dankzij zijn vermogen de in verval geraakte oude universiteitsbibliotheek in 1602 een nieuwe start bezorgde.
Datering14de eeuw-heden
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelOudenaards Rijmboek of de Oudenaarde Enaamse Codex [handschrift]
Auteuro.a. Martijn van Torout

Titel[26/08/1891], Oxford, George Parker aan Guido Gezelle
EditeurPaul Thoen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderParker, George
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum[26/08/1891]
VerzendingsplaatsOxford
AnnotatieDatum gereconstrueerd op basis van de poststempel; originele briefkaart is aanwezig in het Archief Gent PA_NPD_1982 Briefwisseling (1882-93) tussen Guido Gezelle en Napoleon De Pauw; Abeelding: Archief Gent.
Gepubliceerd inPaul De Keyser, De legende van S. Werner De uitgave van 'Van Sente Waerneer' in het licht van de briefwisseling Nap. De Pauw-Guido Gezelle. - In: Verslagen en mededelingen vande Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. - (1963), p.246
Fysieke bijzonderheden
Drager 87x123 ?
wit
papiersoort: recto met adres; verso horizontaal beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op adreszijde gedrukte postzegel, afgestempeld
briefkaart is een bijlage bij brief van G. Gezelle aan N. De Pauw van 17/03/1893
Bewaargegevens
BewaarplaatsArchief Gent
ID GezellearchiefArchief Gent, PA_NPD_1982
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|26305
Inhoud
IncipitThe description of
Tekstsoortbriefkaart
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.