<Resultaat 259 van 2126

>

p1
Monsieur l’Abbé -

Je ne peux pas vous dire quel coup de foudre c’a[1] été pour moi – et combien je suis affligée[2] et désespérée de voir dans “Rond den Heerd[3] que malgré tout ce que j’ai eu l’honneur de vous dire – vous avez persisté à nommer nominalement mon père et mon frère - et sans nom nous autres tous – et même moi - mes frères[4] vont s’en prendre à moi – et m’en voudront. Et toutes ces familles qui – comme je vous l’ai dit – appartiennent aussi bien que nous à l’Evêque Caïmo à Saint Charles et au reste vont se trouver passées de n‘étre pas citées comme nous -p2Si - comme vous avez eu la bonté de me le promettre – vous m’aviez envoyé une epreuve - je me serais permis de vous faire ces observations – mais maintenant je me dis avec douleur qu’il est trop tard – Je ne vous en veux pas du tout – cela va sans dire – au contraire – je suis très-reconnaissante pour le bon sentiment qui vous a inspiré - mais je suis triste – et si - sans empirer les choses - il y avait un moyen de les corriger – je vous saurai gré de le découvrir et de le mettre en pratique – si vous aviez insisté - je vous aurais dit avec encore plus de force combien cette mention de noms modernes me faisait peur. et pourquoi. mais vous avez paru céder à mes arguments – et j’ai été tranquille – maintenant que faire? -

- Si vous le désirez - je passerai par chez vous - soit aujourd’hui - soitp3demain à l’heure que vous voudrez bien m’indiquer

J’ai l’honneur d’être avec un affectueux respect
Monsieur l’Abbé
Votre très humble servante
Marie Caïmo
Dimanche matin – en toute hâte

Noten

[1] Foutief voor: ”ça a.”
[2] Zeer bedroefd.
[3] Dit gaat over een artikel van Guido Gezelle over de familie Caïmo waarin hij de namen van de familieleden van Marie Caïmo vermeldde: zie: Dagwijzer. In: Rond den Heerd: 1 (3 november 1866) 49, p.385: “Karel Thomas Caimo, broeder des bisschops, was wederom de overgrootvader van Hyacinthus Ferdinandus Ghislenus Caimo, overleden te Heppenbij-Beverloo, op den 27 Junij 1847. Die was de edele vader en grootvader van de nog bestaande takken en blommen van dien heerlijken stamboom, Wiens eerste hoir en stake nu Jan Lieven Graaf Caimo is, aide de camp van den opperveldtuigmeester van 't oostenrijksch leger, Aartshertog Aalbrecht : Moge God hem, zijne broeders, zijne zuster, kinders en neven, met al de hunnen, nog lange sparen en bewaren!”.
[4] Jean Liévin en François Caïmo.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamCaïmo, Marie Colette Joséphine
Datums° Tolhuis (Schelle), 28/01/1829 - ✝ Oostkamp, 18/12/1873
GeslachtVrouwelijk
BioMarie Caïmo was de jongste dochter van militair Hyacinthe Ferdinand François Ghislain Caïmo (Schelle, 1796 – Heppen, 1847) en Marie Claeyssens (Ruiselede, 1797 – Brugge, 20/11/1841). Ze stamde uit een katholieke adellijke familie uit Jabbeke met Italiaanse roots. Guido Gezelle schreef een artikel in Rond den Heerd 03/11/1866 over de familie, waarin we leren hoe de in 1570 geboren Hyppolite Caïmo - Otto in het artikel - naar de Nederlanden kwam door zijn militaire carrière. De bekende Brugse bisschop Joannes-Robertus Caïmo was de broer van Maries grootvader. De familie maakte deel uit van het netwerk rond "’t Jaer 30" en ondersteunde de katholieke activiteiten. Zelf bleef Marie ongehuwd en stierf te Oostkamp op vierenveertigjarige leeftijd op 18 december 1873.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Rond den Heerd; 't Jaer 30
BronnenArchiefbankbrugge.be; Luc Schepens, De provincieraad van West-Vlaanderen 1836/1921, Tielt, 1976, p.420 en 489. J. Gailliard, Bruges et le Franc V, Brugge, 1862, p.230-231; bidprentje Marie Caïmo

Briefschrijver

NaamCaïmo, Marie Colette Joséphine
Datums° Tolhuis (Schelle), 28/01/1829 - ✝ Oostkamp, 18/12/1873
GeslachtVrouwelijk
BioMarie Caïmo was de jongste dochter van militair Hyacinthe Ferdinand François Ghislain Caïmo (Schelle, 1796 – Heppen, 1847) en Marie Claeyssens (Ruiselede, 1797 – Brugge, 20/11/1841). Ze stamde uit een katholieke adellijke familie uit Jabbeke met Italiaanse roots. Guido Gezelle schreef een artikel in Rond den Heerd 03/11/1866 over de familie, waarin we leren hoe de in 1570 geboren Hyppolite Caïmo - Otto in het artikel - naar de Nederlanden kwam door zijn militaire carrière. De bekende Brugse bisschop Joannes-Robertus Caïmo was de broer van Maries grootvader. De familie maakte deel uit van het netwerk rond "’t Jaer 30" en ondersteunde de katholieke activiteiten. Zelf bleef Marie ongehuwd en stierf te Oostkamp op vierenveertigjarige leeftijd op 18 december 1873.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Rond den Heerd; 't Jaer 30
BronnenArchiefbankbrugge.be; Luc Schepens, De provincieraad van West-Vlaanderen 1836/1921, Tielt, 1976, p.420 en 489. J. Gailliard, Bruges et le Franc V, Brugge, 1862, p.230-231; bidprentje Marie Caïmo

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamJabbeke
GemeenteJabbeke

Naam - persoon

NaamCaïmo, Marie Colette Joséphine
Datums° Tolhuis (Schelle), 28/01/1829 - ✝ Oostkamp, 18/12/1873
GeslachtVrouwelijk
BioMarie Caïmo was de jongste dochter van militair Hyacinthe Ferdinand François Ghislain Caïmo (Schelle, 1796 – Heppen, 1847) en Marie Claeyssens (Ruiselede, 1797 – Brugge, 20/11/1841). Ze stamde uit een katholieke adellijke familie uit Jabbeke met Italiaanse roots. Guido Gezelle schreef een artikel in Rond den Heerd 03/11/1866 over de familie, waarin we leren hoe de in 1570 geboren Hyppolite Caïmo - Otto in het artikel - naar de Nederlanden kwam door zijn militaire carrière. De bekende Brugse bisschop Joannes-Robertus Caïmo was de broer van Maries grootvader. De familie maakte deel uit van het netwerk rond "’t Jaer 30" en ondersteunde de katholieke activiteiten. Zelf bleef Marie ongehuwd en stierf te Oostkamp op vierenveertigjarige leeftijd op 18 december 1873.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Rond den Heerd; 't Jaer 30
BronnenArchiefbankbrugge.be; Luc Schepens, De provincieraad van West-Vlaanderen 1836/1921, Tielt, 1976, p.420 en 489. J. Gailliard, Bruges et le Franc V, Brugge, 1862, p.230-231; bidprentje Marie Caïmo
NaamCaïmo, Jean Robert
Datums° Brussel, 21/04/1711 - ✝ Brugge, 22/12/1775
GeslachtMannelijk
Beroepbisschop
BioJan Robert Caïmo was de 16e bisschop van Brugge. Hij werd op 20 april 1711 te Brussel geboren als zoon van Jacques Caïmo en Christine Jeanne Thérèse van den Eynde. Hij volgde humaniora in Bergen, gevolgd door een jaar dialectica aan het H.-Drievuldigheidscollege in Leuven. In 1738 beëindigde hij zijn rechtenstudie aan de universiteit, en in 1743 werd hij doctor in de theologie. Tussendoor was hij in 1735 tot priester gewijd, en vanaf 1741 gaf hij les aan de universiteit van Leuven. Op 16 juni 1754 werd hij in Mechelen tot bisschop gewijd. Hij stierf te Brugge op 22 december 1775.
Links[wikipedia]
NaamCarolus Borromeus
Datums° Arona, 02/10/1538 - ✝ Milaan, 04/11/1584
GeslachtMannelijk
Beroepaartsbisschop
VerblijfplaatsItalië
BioCarolus Borromeus (Carlo Borromeo) was een 16e-eeuwse kerkhervormer uit Milaan en werd in 1610 door paus Paulus V heilig verklaard. Borromeus was verwant aan hoge adellijke families uit Milaan, o.a. de Medici, Gonzaga en Caïmo. Als tweede zoon van de familie de Borromei was hij voorbestemd voor een kerkelijke carrière. Daardoor werd hij reeds op zijn twaalfde ‘abt zonder verplichtingen’ van de abdij van Santi Felino e Graziano in Arona. In 1559 vervolledigde hij zijn studies kerkelijk en burgerlijk recht en werd zijn oom Giovanni Angelo Medici verkozen tot paus Pius IV. Onder zijn pontificaat was Carlo kardinaal, pauselijk secretaris en administrator van het aartsbisdom Milaan. Enkele jaren later, in 1562, stierf zijn oudste broer, waarna de familie wilde dat Carlo het geslacht verder zou zetten. Hij deed dit niet, maar legde zich met grotere ernst toe op zijn religieuze ambt. Zo ontving hij achtereenvolgens zijn priester- en bisschopswijding, maar ook maakte hij er werk van om de mistoestanden in de Kerk aan te pakken. Hij stichtte weeshuizen, hospitalen, liefdadigheidsinstellingen, alsook een van de eerste priesterseminaries. Tijdens de pestepidemie van 1576 verplichtte hij alle religieuzen om de zieken te helpen, waarbij hij zelf het voorbeeld gaf. Dit bezorgde hem veel steun van de bevolking, terwijl hij vanuit de Kerk zelf tegenstand kende omwille van zijn hervormingsplannen en kritiek. In 1584, tijdens zijn jaarlijkse verblijf op Monte Varallo, werd hij ziek. Koortsig keerde hij terug naar Milaan, maar onderweg stierf hij.
Links[wikipedia]
NaamCaïmo, François Louis Joseph; Caïmo, Frantz
Datums° Schelle, 15/06/1827 - ✝ Gent, 24/07/1896
GeslachtMannelijk
Beroepgrondeigenaar; provincieraadslid; ridder
BioFrançois Louis Joseph, genaamd Frantz Caïmo werd op 15 juni 1827 te Schelle geboren als zoon van militair Hyacinthe Ferdinand François Ghislain Caïmo (Schelle, 1796 – Heppen, 1847) en Marie Claeyssens (Ruiselede, 1797 – Brugge, 20/11/1841). Hij woonde in Jabbeke als grondeigenaar toen hij er op 11 juni 1856 trouwde met zijn nicht Félicie Livine Marie Dewilde (1832-1890), grondeigenares, en dochter van notaris Felix Amandus Dewilde (+Wingene, 1838), burgemeester van Ruiselede en liberaal provincieraadslid. Félicies moeder was Monica Claeyssens (+Ruiselede, 1846), die de zus was van zijn eigen moeder Marie. Het echtpaar François en Félicie had vier kinderen: Robert Marie (1857-1872), François Auguste (1859-1861), Julienne Emerence (1862-1894) en Louise Leonie (°1866). François Caïmo zelf was van 1868 tot 1872 katholiek provincieraadslid voor het kanton Ruiselede. Hij werd in de adelstand verheven in 1867. François en Félicie hadden hun hoofdverblijfplaats op de Mallebergplaats in Brugge, maar zouden een kasteel in Jabbeke gehad hebben. François overleed op 24 juli 1896 in Gent.
Links[wikipedia]
BronnenArchiefbankbrugge.be; Luc Schepens, De provincieraad van West-Vlaanderen 1836/1921, Tielt, 1976, p. 420 en 489. J. Gailliard, Bruges et le Franc, V, Brugge, 1862, p. 230-231 Delcampe (bidprentje Marie Caïmo) Rijksarchief
NaamCaïmo, Livinus Joannes Ludovicus; Caimo, Jean Liévin
Datums° Schelle, 08/05/1826
GeslachtMannelijk
Beroeplegerkapitein
BioJean Liévin Caimo werd op 5 augustus 1826 in Schelle geboren als zoon van de militair Hyacinthus Caimo (Schelle, 1796 - Heppen, 1847) en Maria Claeyssens (Ruiselede, 1797 - Brugge, 20/11/1841). Hij was de oudste broer van Marie Caïmo en komt ter sprake in een artikel van Guido Gezelle over de familie Caïmo: volgens Gezelle is hij "opperveldtuigmeester van 't oostenrijksch leger, Aartshertog Aalbrecht". Hij was – zonder toestemming van de Belgische overheid – in dienst getreden van het Oostenrijkse leger, waar hij kapitein werd bij het 10de regiment van de Huzaren. De Oostenrijkse overheid verleende hem de adellijke titel van graaf. In 1857 diende hij zijn ontslag in als kapitein, om op 11 juni 1857 met barones Nathalie de Mainau (Eiland Mainau, Duitsland, 06/12/1836 - ?, voor 1876) te trouwen en liet zich naturaliseren tot Zwitser. Het echtpaar betrok het herenhuis Lilienberg in Ermatingen, Zwitserland, gelegen op een glooiende heuvel tussen Seerücken en Untersee. Samen kregen ze twee dochters: Marie Liévine en Virginie Jeanne.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezelleonderwerp in Rond den Heerd
Bronnen https://nl.geneanet.org/ ; Rond den Heerd: 1 (3 november 1866) 49, p.385; J.J. Gailliard, Bruges et le Franc ou leur magistrature et leur noblesse avec des données historiques et généalogiques sur chaque famille, vol. 5. Brugge: J. Gailliard, 1862, p. 231-232
NaamCaïmo, Hyacinthe Ferdinand François Ghislain
Datums° Schelle, 1796 - ✝ Heppen, 27/06/1847
GeslachtMannelijk
Beroepmilitair
BioHyacinthe Ferdinand François Caïmo werd op 15 november 1796 geboren op het kasteel Ten Essche te Schelle. Na twee jaar in het Franse leger gediend te hebben, ging hij in 1815 naar het Nederlandse leger, waar hij deelnam aan de Slag bij Waterloo op 18 juni 1815. Het jaar daarop trok hij naar het Oost-Indische leger, en in 1818 huwde hij te Semarang met Andrine Louise van Stralendorff (Breda, 23/08/1798 – Ascension, 16/02/1824). Het koppel vertrok aan het einde van 1823 van Batavia naar Nederland, maar op de Concordia richting Utrecht overleed Andrine. Eens terug, ging Hyacinthe in Brussel wonen, waar hij kapitein van de cavalerie was. Op 27 mei 1825 hertrouwde hij met Marie Claeyssens (Ruiselede, 1797 – Brugge, 20/11/1841), waarmee hij drie kinderen kreeg: Jean Liévin (°1826), François Louis Joseph (1827-1896) en Marie Colette Joséphine (1829-1873). Tijdens de Belgische Omwenteling was hij kapitein-commandant van de artillerie. In 1841 werd hij opnieuw weduwnaar, waarna hij op 6 december 1843 hertrouwde met Anne Siffers (°Boxtel, 10/08/1812). Zijzelf werd weduwe op 27 juni 1847.
BronnenJ. Gailliard, Bruges et le Franc V, Brugge, 1862, p.230-231; Burgerlijke stad Gent, Beverlo; Bataviasche Courant; https://www.napoleon-series.org/research/biographies/Holland/Cavalry/Officers/c_DutchCavalryOfficers3.html; De Bataviasche Courant (01 november 1823, 29 november 1823, 13 december 1823)

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel[04/11/1866], [Jabbeke], Marie Caïmo aan [Guido Gezelle]
EditeurJohan Van Eenoo; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderCaïmo, Marie Colette Joséphine
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[04/11/1866]
VerzendingsplaatsJabbeke (Jabbeke)
AnnotatieDatum en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, ?
wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 bovenaan: Aan G. Gezelle (4/11 1866) (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID GezellearchiefAanw. 681
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|26483
Geschiedenis 27/04/2021, Rijksarchief Kortrijk: Teruggave Antoon Viaene
Inhoud
IncipitJe ne peux pas vous dire
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.