<Resultaat 1783 van 2074

>

p1
Lieve Broeder,

Ik heb over twee dagen eene kiste ontvangen van Brussel verzonden door J. Laga Ik wist niet wat het mochte bedieden ik was waarlijk verlegen van ze open te doen en als ik er in den halven donker mij hand in stak ik had uwe neus vast. Nu weet ik niet wie ik moet bedanken voor dat schoon geschenk gij of Heer Verriest van Leuven. Komt het van u hertelijk dank het is mij zeer aangenaam u alle dagen te zien gij hebt maar de sprake te kort zegt iedereen die het ziet en u kent

Wees zoo goed mij te laten weten of p2ik Mr. Verriest moet bedanken en ook zijn adres te zenden

Het gaat hier God zij gedankt wel met iedereen ik hope dat het ook wel gaat met u

Vele groetenissen van onze overste en al de zusters
Uwe zuster
Zr Colombe

Vele groetenissen aan Mathilde

Noten

[1] De Zusters van Liefde van Heule hadden ook een bijhuis in Passendale.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamPassendale
GemeenteZonnebeke

Naam - persoon

NaamNyffels, Virginie; Niffels, Virginie; Augustine (Zuster) (Moeder)
Datums° Bissegem, 08/03/1825 - ✝ Heule, 12/05/1900
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; kloosteroverste
BioVirginie Nyffels werd geboren te Bissegem op 8 maart 1825 als enige dochter van werkman Eugenius Ludovicus Nyffels (Bissegem, 08/01/1788 - Bissegem, 07/10/1826) en zijn tweede vrouw Martina Coleta Messiaen (°Gullegem, 30/01/1795). Virginie trad toe tot het klooster van de zusters van Liefde te Heule op 15 februari 1844 en werd er geprofest op 7 juli 1845. Haar kloosternaam was zuster en later moeder Augustine. Ze werd algemeen overste van de Zusters van Liefde van Heule op 19 mei 1864 tot aan haar overlijden. Ze vierde haar zilveren jubileum op 20 mei 1889 en haar gouden jubileum als kloosterzuster op 7 juli 1895. Bij diverse vieringen schreef Guido Gezelle gelegenheidsgedichten o.a. 'Nunnekes, nunnekes, zwart ende wit' (1895). De contacten kwamen er via Gezelles zus Florence, die ook kloosterzuster was bij de Zusters van Liefde. Moeder Augustine kreeg een burgerlijk ereteken 1ste klas op 21 december 1899. Ze stierf te Heule op 12 mei 1900.
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedichten
BronnenRijksarchief; https://nl.geneanet.org/;
NaamCatteeuw, Mathilde
Datums° Kortrijk, 02/07/1856 - ✝ Kortrijk, 28/09/1943
GeslachtVrouwelijk
Beroepdienstmeid; begijn
BioMathilde Catteeuw werd op 2 juli 1856 in Kortrijk geboren als dochter van opkoper Joannes Catteeuw (Sint-Denijs, 1805 - Kortrijk, 26 juni 1875) en Virginia Wannegue (°Zwevegem, ca. 1813). Ze was dienstbode bij Guido Gezelle in Kortrijk vanaf 1877 en verhuisde met Gezelle mee naar Brugge in 1899. Ze vertelde vaak dat Gezelle haar vroeg: “Mathilde, verstaat gij dat?”, als hij haar iets voorgelezen had. "En als ik het niet goed begreep, veranderde hij hier en daar iets totdat ik het verstond". Na de dood van Gezelle werd ze in 1901 begijn in het begijnhof van Kortrijk. In zijn kroniek over de familie Gezelle had Stijn Streuvels niet één goed woord over voor haar. Zijn moeder Louise en hijzelf raakten bij Gezelle in Kortrijk niet verder dan de keuken, "bij de meid (die ons niet luchten kon!)". In de tekst voor De Vlaamse Linie voegde hij daar trouwens nog aan toe dat hij die meid maar een "dibbe" vond - erger zelfs: "een schuchter, onbeduidend schepsel, onhandig en pernekelachtig, hebbelijkheid eigen aan pastoorsmeiden".
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Kortrijk
BronnenStijn Streuvels, Kroniek van de Familie Gezelle. Brugge: Orion, 1980.; C. D'Haen, De wonde in 't hert: Guido Gezelle, een dichtersbiografie. [Tielt] : Lannoo, [1988]; H.J.M.F. Lodewick, Literatuur. Geschiedenis en bloemlezing. Deel 1. Aanvang tot omstreeks 1880. Den Bosch : Malmberg, [1980]
NaamLagae, Jules
Datums° Roeselare, 15/03/1862 - ✝ Brugge, 01/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroepbeeldhouwer
BioJules Lagae volgde les aan het Institut Saint-Michel op het kleinseminarie van Roeselare. Zijn artistieke talent werd opgemerkt en vanaf zijn negende volgde hij ook les aan de Academie voor Teken- en Bouwkunde. Hij kreeg meerdere prijzen, waardoor hij een toelage ontving om zich in Brussel verder te bekwamen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Van zijn grote leermeester Julien Dillens nam Lagae het zacht realisme over. Lagae belandde zo in de conservatieve kunstkringen en werd niet gespaard door de progressieve impressionistische kunstenaars die toen hun opgang maakten. Na zijn huwelijk won hij de Grote Prijs van Rome en kreeg een studiebeurs om zich vier jaar in het buitenland (vooral Italië) te bekwamen. Tijdens zijn reis kwam hij nog meer onder invloed van de classicistische realistische stijl. Lagae maakte diverse soorten beeldhouwwerken, maar bekwaamde zich door zijn realisme onder meer in bustes en medaillons. Een van de bekendste werken uit zijn vroege loopbaan is ongetwijfeld de buste van Guido Gezelle in opdracht van Gustaaf Verriest. Het is het enige kunstwerk dat Gezelle bij leven liet maken en het enige model voor alle bustes van Gezelle. De jonge Lagae maakte eind 1894 kennis met Gezelle. In het kleine gedichtje Semel desipisse schrijft Gezelle dat hij tegen zijn zin moest poseren en dat hij zich geen tweede keer zou laten overtuigen om dit te doen. Rustig stil zitten was niet voor Gezelle. Hij noteerde tijdens het zitten allerlei invallen op kleine papierblaadjes. Zo ontstond het gedicht Memento Homo met de verwijzing naar Lagae. Verder ontwierp Lagae ook het standbeeld van Albrecht Rodenbach te Roeselare. Het laatste grote werk van Lagae was het standbeeld van Guido Gezelle in Brugge. N.a.v. de honderdste geboortedag van Gezelle wou de stad Brugge een beeld van de dichter ten voeten uit. Hoewel er heel wat pleitbezorgers waren voor een expressionistisch-kubistisch model, was het toch Lagae die de wedstrijd voor het beeld won met zijn romantisch-realistisch model. Het beeld werd op 1 mei 1930 onthuld.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; beeldhouwer van Gezellebeelden; gelegenheidsgedichten
Bronnen https://www.archiefbankbrugge.be/
NaamVerriest, Gustaaf
Datums° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Naam - plaats

NaamBrussel
GemeenteBrussel
NaamLeuven
GemeenteLeuven
NaamPassendale
GemeenteZonnebeke

Naam - instituut/vereniging

NaamCongregatie van de Zusters van liefde Heule, bijhuis Passendale
BeschrijvingDe Zusters van Liefde van Heule stichtten in 1865 een bijhuis (met parochieschool) in Passendale, dorp bij Ieper, deelgemeente Zonnebeke. Zuster Bernarde werd overste in 1867 tot aan haar overlijden in 1907.
Datering1865
Links[odis]

Titel19/03/1899, Passendale, [Florence Gezelle] (= Zuster Colombe) aan [Guido Gezelle]
EditeurPiet Couttenier
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzender[Gezelle, Florence]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum19/03/1899
VerzendingsplaatsPassendale (Zonnebeke)
AnnotatieAdressant gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 209x137
wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle ; op zijde 2 in het midden naast de signering: (Flor. Gezelle) (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID GezellearchiefAanw. 451
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|26707
Geschiedenis 27/02/2018, Antwerpen: Teruggave familiebrieven UA
Inhoud
IncipitIk heb over twee dagen
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.