<Resultaat 223 van 2036

>

p1
2 Dundalk Villas
Ramsgate
England

Dearest Reverend Father,

Have you heard I have left Belgium? I had a great riot at Cortenberg & was told “the sooner I left the better”. So I packed up my goods & obyed them! They refused me meat in Lent when I really required it & I really did not feel bound to remain there another Lent & kill myself! I have had many disagreeables to put up with this last 2 years as you know full well; so now, I have determined not to go back. There are many unkind things said about me & I have had much very much to suffer: but as the excellent Père Deynoodt my Confessor in Brussels told me it is more Christian like & Lady like to leave the refutation of any calumny in the hands of God - so Fiat! I should not have written to day as I have near 100 letters to write this week but I have a favor to ask of you: could you p2manage to get me the money from Madme Elleborgt at Ostende? She gave me a commission for a table cover etc of 40 francs to pay for them but they come to a great deal more; I will enclose the bill. I really want the money as Revnd Mother at Blandford Square lent it to me[1] I had to pay her before I left London & out of my small income I have no money to spare. If you can change it into English money I should like it so much better as we lose immensely by the exchange. A friend in need! is a friend indeed! So I feel sure you will do this for me!

I have had heaps of trouble lately. I was so ill coming over from Ostende to Dover I thought I should have died; I have been suffering fearfully since I arrived all épuisement as they call it from the sea sickness; I could not stand upright , my back was so bad & even now I am very far from well I went to Holy Communion the 1st time today since I have been in England. I came on Maundy Thursday[2] Dr Hearn forbid me to go till I could fast all night without xxxxxxxxce; as Ip3nearly fainted away if I went more than an hour without eating all from the effects of the sea sickness! Then someone has been saying I cannot pay my debts or am mad or something. It really is very hard because I have boarded in a mad house to be treated as a folle! Dr Hearn was ill; so as I was near St Georges[3] I went to confession to Dear Bishop Grant; whom you know I believe. I found him a perfect Angel. He knows the whole of my affairs & but for him I know not what I should have done. But God is indeed very good to me! Last year he sent me your own dear self in my trouble. This year Père Deynoodt Brussels & Drs Grant Hearn & Canon xxxxxx in London & Father Wilfred here! I enclose a note I wrote to Dr Grant of the last insult I had in London; he returned it as he said I might want it. Please read it & send it me back as I wish to send it to another friend. I will write to you again when I hear from you. Remember you owe a letter inp4my debt! If you see Mrs Flerr or any one from St Jullians House do not mention my name in any way. I desire to die a natural death there! But I did presume when I was in London to write the whole affair to Canon Maes & the Superioress; I thought it only my Duty to do so! but as they have never deigned to answer the letter which I made most respectful I suppose they think I am mad or exaltée as they term it so I must add this humiliation to the rest. If you ever come to Ramsgate I hope you will come & see your old Spiritual daughter I am in treaty for a house here but “Silence” till it is settled I will write & send you the address later when I hear from you. I saw Mrs Henry Robinson in the Church here today. My compliments to Mr Arthur & Miss Robinson Be sure to pray for me & believe me ever

Your grateful & devoted daughter in Jesus Christ
M A Macdaniel

Noten

[1] Mary Anne Macdaniel leende geld van zuster-overste Mary di Pazzi Boyton, die nauw samenwerkte met haar zus Catherine Macdaniel (Sister Mary Catherine). Catherine was directrice van The House of Mercy.
[2] Witte donderdag, 29 maart. (Pasen viel in 1866 op 1 april).
[3] St. George's Cathedral in Southwark, Londen. De kerk werd gebouwd door A.W.N. Pugin in neogotische stijl en geopend in 1848 door Nicholas Wiseman. In 1851 werd Thomas Grant benoemd tot bisschop van het nieuwe diocees Southwark. In 1852 werd de kerk "gepromoveerd" tot de kathedraal van het nieuwe diocees Southwark. De kathedraal werd in 1941 geraakt door een brandbom en moest gedeeltelijk heropgebouwd worden in 1953.

Mary Anne Macdaniel ging in de kathedraal te biechte bij bisschop Grant.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamMacdaniel, Mary Anne; Polly
Datums° Londen, 1819 - ✝ 05/01/1884
GeslachtVrouwelijk
Beroepvertaler
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Anne Macdaniel was de dochter van Catherine Beck (Chipping Norton, Oxon, 1781 - België, 26/03/1859) en Charles Macdaniel (Londen, Middlesex, 1778 - Surrey, 28/05/1855). Haar vader was een befaamde producent en verkoper van fijne metaalwaren (messen, scheermessen, kurkentrekkers...) gevestigd op 343 Oxford Street te Londen. Mary Anne Macdaniel werd in 1819 geboren, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Het gezin bestond in 1851 verder uit een zus Elizabeth, geboren in 1821, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Elizabeth was in 1851 net als haar oudere zuster Mary Anne Macdaniel ongehuwd. Inwonend was op dat moment ook de 64-jarige Mary Beck, de zus van Catherine en de tante van Mary Anne. Ook zij was ongehuwd. Verder woonden nog twee Ierse meiden in. Vader Charles Macdaniel was bestuurslid van de Aged Poor Society. Hij was welgesteld, maar hij verloor zijn geld aan een slechte investering waardoor zijn dochter Mary Ann in armoede verkeerde. In april 1854 zette hij zijn handelsactiviteiten in Oxford Street stop. Haar zus Catherine Macdaniel was een van de founding sister van de Sisters of Mercy in Londen en directrice van het House of Mercy. Het adres van Mary Anne Macdaniel was in mei 1865, volgens "The Tablet" 9 Dorchester Place, Blandford Square, London, N.W.. Ze verbleef in mei 1865 ook in Oostende en reisde door naar Kortenberg waar haar tante in een psychiatrische instelling verbleef. Ze verbleef er zelf ook enige tijd, vermoedelijk ook als patiënte. In 1866 schreef ze brieven naar Guido Gezelle vanuit Ramsgate. Ze was de vriendin van Fanny George en correspondeerde met haar o.m. over Gezelle. Uit deze en andere correspondentie blijkt dat Gezelle haar biechtvader was en dat ze ook enige tijd doorbracht in het Sint-Juliaangesticht, een psychiatrische instelling te Brugge. Ze vertaalde religieuze werken uit het Engels, soms in opdracht van de Belgische bisschoppen zoals "A Novena to St. Joseph to obtain of God" (uit het Frans van J. A. Verdun, London, 1871), "The true vocation and the real vocation" (Thomas Richardson and Son, London, 1872), "The Mission of Woman" (uit het Frans van G. Mermillod, London, 1873) en "The Stations of the Cross in company of St. Joseph" (London, 1873). Ze had een literair agent: Mrs. C. Baker uit Lancaster. Verder zorgde ze voor de heruitgave van een religieus spel 'Road to Heaven', de verkoop ervan moest haar voorzien van financiële middelen. In 1879 verkeerde ze nog steeds in armoede en was er een oproep in de "Tablet" om haar te verkiezen voor geldelijke steun van de Aged Poor Society. Ze ontving een bijdrage van 20 pond per jaar tot aan haar dood in 1884.
Relatie tot Gezellecorrespondent; biechtvader

Briefschrijver

NaamMacdaniel, Mary Anne; Polly
Datums° Londen, 1819 - ✝ 05/01/1884
GeslachtVrouwelijk
Beroepvertaler
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Anne Macdaniel was de dochter van Catherine Beck (Chipping Norton, Oxon, 1781 - België, 26/03/1859) en Charles Macdaniel (Londen, Middlesex, 1778 - Surrey, 28/05/1855). Haar vader was een befaamde producent en verkoper van fijne metaalwaren (messen, scheermessen, kurkentrekkers...) gevestigd op 343 Oxford Street te Londen. Mary Anne Macdaniel werd in 1819 geboren, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Het gezin bestond in 1851 verder uit een zus Elizabeth, geboren in 1821, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Elizabeth was in 1851 net als haar oudere zuster Mary Anne Macdaniel ongehuwd. Inwonend was op dat moment ook de 64-jarige Mary Beck, de zus van Catherine en de tante van Mary Anne. Ook zij was ongehuwd. Verder woonden nog twee Ierse meiden in. Vader Charles Macdaniel was bestuurslid van de Aged Poor Society. Hij was welgesteld, maar hij verloor zijn geld aan een slechte investering waardoor zijn dochter Mary Ann in armoede verkeerde. In april 1854 zette hij zijn handelsactiviteiten in Oxford Street stop. Haar zus Catherine Macdaniel was een van de founding sister van de Sisters of Mercy in Londen en directrice van het House of Mercy. Het adres van Mary Anne Macdaniel was in mei 1865, volgens "The Tablet" 9 Dorchester Place, Blandford Square, London, N.W.. Ze verbleef in mei 1865 ook in Oostende en reisde door naar Kortenberg waar haar tante in een psychiatrische instelling verbleef. Ze verbleef er zelf ook enige tijd, vermoedelijk ook als patiënte. In 1866 schreef ze brieven naar Guido Gezelle vanuit Ramsgate. Ze was de vriendin van Fanny George en correspondeerde met haar o.m. over Gezelle. Uit deze en andere correspondentie blijkt dat Gezelle haar biechtvader was en dat ze ook enige tijd doorbracht in het Sint-Juliaangesticht, een psychiatrische instelling te Brugge. Ze vertaalde religieuze werken uit het Engels, soms in opdracht van de Belgische bisschoppen zoals "A Novena to St. Joseph to obtain of God" (uit het Frans van J. A. Verdun, London, 1871), "The true vocation and the real vocation" (Thomas Richardson and Son, London, 1872), "The Mission of Woman" (uit het Frans van G. Mermillod, London, 1873) en "The Stations of the Cross in company of St. Joseph" (London, 1873). Ze had een literair agent: Mrs. C. Baker uit Lancaster. Verder zorgde ze voor de heruitgave van een religieus spel 'Road to Heaven', de verkoop ervan moest haar voorzien van financiële middelen. In 1879 verkeerde ze nog steeds in armoede en was er een oproep in de "Tablet" om haar te verkiezen voor geldelijke steun van de Aged Poor Society. Ze ontving een bijdrage van 20 pond per jaar tot aan haar dood in 1884.
Relatie tot Gezellecorrespondent; biechtvader

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRamsgate

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamGrant, Thomas
Datums° Ligny-les-Aires, 25/11/1816 - ✝ Rome, 01/06/1870
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; secretaris; vicerector; rector; bisschop
VerblijfplaatsFrankrijk; Engeland; Rome
BioThomas Grant was de zoon van Bernard Grant en Ann Mac Gowan. Hij verloor als kind zijn moeder en werd daardoor opgevoed door priester Dr. Briggs te Chester. In januari 1829 ging hij naar het St. Cuthbert's College, Ushaw. Eind 1836, tijdens zijn tweede jaar filosofie, ging hij naar het Engels college te Rome (01/12/1836), waar Nicholas Wiseman rector was. Hij ontving de tonsuur (25/11/1837) en de lagere orden (26/11/1837). Hij werd subdiaken ( 14/11/1841 ), diaken (21/11/1841) en priester op 28/11/1841. Kort daarna werd hij secretaris van kardinaal Acton (tot 1847). Grant beheerste vlot het Latijn, Frans en Italiaans. Zo werd hij de gids van Frederick Faber bij zijn bezoek aan Rome in 1843. Op 13/04/1844 werd hij vicerector en op 13/10/1844 rector van het Engels college te Rome. Hij werd afgevaardigde te Rome voor de reorganisatie van het Engelse episcopaat. Op 16/06/1851 werd hij tot aan zijn dood de eerste bisschop van het bisdom Southwark (Londen-Zuid). Gezelle kwam met hem in contact bij de opname in de Roomse Kerk van een Engelse leerling van wie Gezelle de geestelijke leider was en die hij op het doopsel voorbereid had. Algar verzekerde Grant dat Gezelle een excellente missionaris zou zijn. Gezelle liet Grant zelf een verzoek schrijven aan bisschop Joannes Malou, met wie Grant bevriend werd na hun ontmoeting tijdens de dogmaverklaring van de Onbevlekte Ontvangenis in december 1854.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Engeland, Gezelles droom. In: Biekorf: 80 (1980), p.301 e.v
NaamMacdaniel, Mary Anne; Polly
Datums° Londen, 1819 - ✝ 05/01/1884
GeslachtVrouwelijk
Beroepvertaler
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Anne Macdaniel was de dochter van Catherine Beck (Chipping Norton, Oxon, 1781 - België, 26/03/1859) en Charles Macdaniel (Londen, Middlesex, 1778 - Surrey, 28/05/1855). Haar vader was een befaamde producent en verkoper van fijne metaalwaren (messen, scheermessen, kurkentrekkers...) gevestigd op 343 Oxford Street te Londen. Mary Anne Macdaniel werd in 1819 geboren, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Het gezin bestond in 1851 verder uit een zus Elizabeth, geboren in 1821, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Elizabeth was in 1851 net als haar oudere zuster Mary Anne Macdaniel ongehuwd. Inwonend was op dat moment ook de 64-jarige Mary Beck, de zus van Catherine en de tante van Mary Anne. Ook zij was ongehuwd. Verder woonden nog twee Ierse meiden in. Vader Charles Macdaniel was bestuurslid van de Aged Poor Society. Hij was welgesteld, maar hij verloor zijn geld aan een slechte investering waardoor zijn dochter Mary Ann in armoede verkeerde. In april 1854 zette hij zijn handelsactiviteiten in Oxford Street stop. Haar zus Catherine Macdaniel was een van de founding sister van de Sisters of Mercy in Londen en directrice van het House of Mercy. Het adres van Mary Anne Macdaniel was in mei 1865, volgens "The Tablet" 9 Dorchester Place, Blandford Square, London, N.W.. Ze verbleef in mei 1865 ook in Oostende en reisde door naar Kortenberg waar haar tante in een psychiatrische instelling verbleef. Ze verbleef er zelf ook enige tijd, vermoedelijk ook als patiënte. In 1866 schreef ze brieven naar Guido Gezelle vanuit Ramsgate. Ze was de vriendin van Fanny George en correspondeerde met haar o.m. over Gezelle. Uit deze en andere correspondentie blijkt dat Gezelle haar biechtvader was en dat ze ook enige tijd doorbracht in het Sint-Juliaangesticht, een psychiatrische instelling te Brugge. Ze vertaalde religieuze werken uit het Engels, soms in opdracht van de Belgische bisschoppen zoals "A Novena to St. Joseph to obtain of God" (uit het Frans van J. A. Verdun, London, 1871), "The true vocation and the real vocation" (Thomas Richardson and Son, London, 1872), "The Mission of Woman" (uit het Frans van G. Mermillod, London, 1873) en "The Stations of the Cross in company of St. Joseph" (London, 1873). Ze had een literair agent: Mrs. C. Baker uit Lancaster. Verder zorgde ze voor de heruitgave van een religieus spel 'Road to Heaven', de verkoop ervan moest haar voorzien van financiële middelen. In 1879 verkeerde ze nog steeds in armoede en was er een oproep in de "Tablet" om haar te verkiezen voor geldelijke steun van de Aged Poor Society. Ze ontving een bijdrage van 20 pond per jaar tot aan haar dood in 1884.
Relatie tot Gezellecorrespondent; biechtvader
NaamMaes, Petrus Johannes
Datums° Zwevegem, 01/03/1806 - ✝ Brugge, 25/03/1877
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; professor; directeur; schooldirecteur; missionaris; aartspriester; titulair kanunnik; erekanunnik
BioPetrus Maes was de zoon van Joannes-Franciscus, landbouwer, en Maria-Josepha Scherpereel. Hij werd tot priester gewijd te Gent op 17/12/1831 en werd vervolgens onderpastoor te Gent op 26/06/1832. In oktober 1833 werd hij te Brugge aangesteld als directeur en professor aan het grootseminarie en vanaf oktober 1834 als directeur van het Sint-Lodewijkscollege. In 1836 werd hij diocesaan missionaris. In zijn verdere loopbaan zette hij zich in voor een meer humane zorg van geesteszieken. In 1840 werd hij directeur van het Sint-Juliaansgesticht te Brugge, een psychiatrisch ziekenhuis. In dit jaar stichtte hij ook het Sint-Annagesticht te Kortrijk. In 1842 was hij de stichter van de Brugse congregatie van de zusters van de Barmhartigheid Jesu. Hij vertrouwde hen de zorg toe van de psychiatrische patiënten van het Sint-Juliaansgesticht te Brugge. In 1850 volgde de oprichting van de psychiatrische kliniek van Kortenberg (Maison de Santé St-Joseph). Dit werd voor hem een modelinstelling waar de geesteszieken konden genieten van een humane behandeling en een kwalitatief hoogstaande zorg door de Zusters van de Bermhertigheid Jesu. Op vraag van Nicholas Wiseman en Thomas Grant stichtte Maes samen met de Brugse zusters in 1866 ook in Engeland een gelijkaardige instelling, het Saint Georges Retreat te Burgess Hill in Sussex. In 1874 volgde de oprichting van het Sint-Amandshospitaal te Zwevegem. Uit de correspondentie met de Engelsen, o.m. Ann Gadd en Ernest Smith, blijkt dat Guido Gezelle en kanunnik Maes elkaar gekend hebben. Het lijkt aannemelijk dat Gezelle zijn invloed aanwendde om patiënten op te laten nemen zoals de Engelse bejaarde Mary Beck en om de Engelse immigranten te Brugge met kanunnik Maes in contact te brengen voor financiële hulp of tijdelijke opvang in het gesticht. Daarnaast werd Maes 09/09/1840 erekanunnik van het bisdom Brugge. Op 27/03/1867 volgde zijn benoeming als titulair kanunnik van de Brugse kathedraal, op 27/12/1875 werd hij aartspriester van het Brugse kapittel en op 06/03/1876 examinator prosynodaal en lid van de bisschopsraad. Hij overleed in zijn verblijf, Boeveriestraat 81, te Brugge.
Links[odis]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamRobinson, Arthur
Datums° Newport, 30/09/1814 - ✝ Brugge, 30/07/1893
GeslachtMannelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioArthur Robinson was de zoon van Henry Robinson en Françoise Clavering. Hij was een rijke katholieke Engelsman die in Engeland een tehuis wou stichten voor katholieke jongens die geloofstwijfels hadden. Het huis was niet enkel voor weeskinderen bedoeld. Omdat hij in Engeland geen geschikt huis vond, kwam hij naar Brugge. Hij vond steun bij Dr. Grant, kwam op 08/12/1854 te Brugge aan en stichtte St. Vincent's Orphanage in de St.-Jorisstraat, 27. Gezelle heeft er vermoedelijk na 1864 verschillende malen mis gecelebreerd en biecht gehoord. Robinson drukte de wens uit dat alles wat tot het weeshuis behoorde, zou overgelaten worden aan de bevoegdheid van het Genootschap van St. Vincentius à Paulo. Hij liet zich persoonlijk niet in met het onderwijs maar nam de organisatie en de leiding op zich. Het tehuis bleef bestaan tot 1914.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamRobinson, Elisa Georgine
Datums° Londen, 1808 - ✝ Brugge, 13/10/1876
GeslachtVrouwelijk
Beroeprentenier
VerblijfplaatsEngeland
BioElisa Robinson werd geboren in 1808 te Londen als dochter van Henry Robinson (Whittingham, 1770 – Londen, 07/02/1837) en Françoise Clavering (Whittingham, 07/04/1774 – Londen, 02/06/1853). Ze was de zus van Arthur en Edmund Robinson en woonde samen met haar broer Edmund in Bayswater. van 1857 tot 18 november 1865 verbleven ze in de Vlamingstraat 34 te Brugge samen met hun schoonbroer Pierce Netterville, hun zus Julia Robinson en hun neefje Cuthbert Robinson. Daarna verhuizen Elisa en Edmund naar Vlamingstraat 27, het latere Sint-Jorisstraat 37, het Engels weeshuis van hun broer Arthur Robinson. . Tussenin verbleven ze in Bayswater, Londen. Elisa bleef ongehuwd en overleed in Arthurs weeshuis, in de Sint-Jorisstraat te Brugge.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://search.arch.be/nl/ ; Ancestry; Findmypast; Archiefbankbrugge
NaamHearn, Edward
Datums° 1809 - ✝ Waterford, 22/01/1886
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; vicaris-generaal; kanunnik
VerblijfplaatsEngeland; Ierland
BioEdward Hearn was eerst kanunnik en later vicaris-generaal van Westminster en een naaste medewerker van Nicholas Wiseman. Hij was een van de steunpilaren van de Sisters of Mercy. Hij toonde bijzondere interesse voor de stichting in 1844 van het St. Edward's Convent of Mercy, Queens Square, Bloomsbury en voor het nieuwe klooster van de Sisters of Mercy in Blandford Square in 1851. In 1859 werd Hearn benoemd tot vicaris-generaal. Hij was betrokken bij de oprichting van St Monica’s Church te Hoxton, waarvan hij de eerste steen legde op 20 september 1864. Hij stierf in 1886 en werd begraven op het Holy Cross Cemetery in Tramore, Ierland.
NaamDeynoodt, François Jean Joseph
Datums° Gent, 15/10/1821 - ✝ Drongen, 17/07/1888
GeslachtMannelijk
Beroepjezuïet
BioFrançois Deynoodt was de zoon van François Joseph Deynoodt (Gent, 1781 - Zevergem, 1849), kantfabrikant, en Jeanne Catherine Popelemon (1782-1876). Hij trad binnen bij de jezuïeten op 28 september 1841. Zijn priesterwijding volgde op 17 september 1853 en op 2 februari 1855 legde hij zijn laatste gelofte af. Hij publiceerde onder meer over het leven van Jan Berchmans, Ignatius van Loyola, de jezuïet-missionaris Pieter-Jan De Smet en het katholicisme in Groot-Brittannië. Hij reisde ook tweemaal naar de Verenigde Staten, in 1868 en 1877, om er pater De Smet en vermoedelijk ook zijn broer Louis Deynoodt te bezoeken. Hij blijkt in Brussel de biechtvader te zijn geweest van Mary Ann Macdaniel, een Engelse correspondente van Guido Gezelle.
Links[odis]
NaamClavering, Françoise; Clavering, Frances, Francesca
Datums° Whittingham, 07/04/1774 - ✝ Newcastle upon Tyne, 02/06/1853
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioFrançoise Clavering werd geboren op 7 april 1774 in Whittingham, Northumberland. Ze was de dochter van Ralph Clavering (1727-1787) en Mary Walsh (+1809). Ze huwde op 6 februari 1793 met Henry Robinson in Saint-Paul, Covent Garden, Westminster, Londen. Ze was de moeder van Arthur en Elisa Robinson. Ze overleed op 2 juni 1853 in Newcastle upon Tyne, Northumberland.
NaamAlcock, Wilfred Marye; Alcock, Wilfrid; Father Wilfred
Datums° Ince Blundell, Lancashire, 14/01/1831 - ✝ Auckland, Nieuw-Zeeland, 12/08/1882
GeslachtMannelijk
Beroepmissionaris; benedictijn; abt
VerblijfplaatsItalië; Engeland; Nieuw-Zeeland
BioWilfred Alcock was benedictijn. Hij behoorde tot de tweede groep novicen die door de Italiaanse abt Dom Pietro Casaretto van Engeland naar Subiaco (Italië) werden gebracht. Alcock werd in Subiaco geprofest op 21 maart 1851 en werd priester gewijd op 23 december 1854. Hij was lid van de Subiaco Cassinese Congregatie. Alcock keerde in 1856 naar Engeland terug nadat Thomas Grant, de eerste bisschop van Southwark, aan dom Pietro Casaretto had gevraagd benedictijnen naar Ramsgate te sturen om er een abdij op te richten tegenover de neogotische augustijnenkerk die A.W.N. Pugin er op eigen kosten had gebouwd tussen 1845 en 1852. Pugin schonk de kerk aan het aartsdiocees van Southwark voor zijn dood in 1852. Alcock kwam in 1856 in Ramsgate aan en zette er een katholieke missie op. Onder zijn leiding werd in 1860-1861 in Ramsgate het eerste benedictijnenklooster in Engeland gebouwd sinds de Reformatie, de 'Monastery of St. Augustine of Canterbury'. De architect was Edward Pugin. Alcock werd de eerste prior. In 1872 werd het klooster een abdij. Alcock werd op 29 september 1872 tot abt benoemd. In 1867 was hij al visitator van de Anglo-Belgische provincie geworden. Onder de leiding van Alcock werd in Ramsgate in 1865 het Augustijnencollege geopend. Hij was er de eerste directeur van. Er rezen evenwel financiële moeilijkheden waarvoor Alcock verantwoordelijk werd gehouden. Hij werd ontslagen als abt maar mocht zijn titel behouden. Hij moest Engeland verlaten en kwam in oktober 1877 in Gawler, Australië aan. Daar werd hij parochiepriester van de St. Peter en Paul's Catholic Parish. In 1880 besliste Rome dat de benedictijnen naar Nieuw-Zeeland moesten. In Nieuw-Zeeland verergerde Alcock's reuma door het vochtige klimaat en de kou. Hij overleed in Auckland op 11 augustus 1882.
NaamBoyton, Sophie; Mary di Pazzi (Zuster)
Datums° London, 1820 - ✝ London, 25/03/1886
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; kloosteroverste
VerblijfplaatsEngeland
BioSophie Boyton was de dochter van William en Ellen Boyton uit Ierland. Ze behoorde tot de stichtende leden van de Sisters of Mercy. Ze nam de kloosternaam Mary di Pazzi Boyton aan. Het klooster van de zusters bevond zich aanvankelijk aan Queen Square en later aan Blandford Square te Londen. Na de dood van de eerste Mother Superior, Mary Cecilia Marmion, werd Sophie Boyton in 1846 de nieuwe Mother Superior van het klooster van de zusters of Mercy aan Queen Square en later aan Blandford Square te Londen en dit tot aan haar dood op 25 maart 1886. Ze stierf in het klooster aan Blandford Square.
NaamVan Uxem, Stephanie Carolina; Marie-Joseph Van Uxem (Zuster)
Datums° Turnhout, 21/06/1813 - ✝ Brugge, 02/03/1886
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; kloosteroverste
BioZuster Marie-Joseph Van Uxem, in de wereld Stephanie Carolina Van Uxem, was de dochter van Joseph Jean Albert Van Uxem, overleden in Ieper, en Maria Francisca Aerts, overleden in Brussel. Ze was algemeen overste van de Apostolinnen. In mei 1842 bereidde ze samen met kanunnik Petrus Maes, toenmalig directeur van het Sint-Juliaansgesticht te Brugge, de oprichting van een nieuwe congregatie voor. Op 5 juli 1842 werd de congregatie van de Zusters van de Bermhertigheid van Jesus gesticht. De orde stond in voor de zorg van de psychiatrische patiënten in de instelling. Zuster Marie-Joseph Van Uxem was de eerste overste van de nieuwe congregatie. Ze stierf in het klooster in de Boeveriestraat te Brugge op 2 maart 1886.
Links[odis]

Naam - plaats

NaamBrussel
GemeenteBrussel
NaamOostende
GemeenteOostende
NaamLonden
NaamDover
NaamRamsgate

Naam - instituut/vereniging

NaamSt Edward's Convent of Mercy
BeschrijvingDe Sisters of Mercy hadden hun klooster St Edward’s Convent op Blandford Square, dichtbij Londen. Vooraleer de Sisters of Mercy er zich in 1851 in hun nieuwe klooster vestigden, verbleven ze aan de Queen Square, Bloomsbury, waar op 2 augustus 1844 het klooster werd gesticht. Het initiatief daartoe werd genomen door de priesters Edward Hearn en zijn broer John Ambrose Hearn. Zij vonden enkele jonge vrouwen bereid om in te treden bij de Sisters of Mercy, met de bedoeling een klooster te stichten in de onmiddellijke buurt van de sloppenwijken van Marylebone, Londen. Tot het groepje jonge vrouwen behoorden onder meer Frances en Ann Hearn uit Waterford, Ierland, de zusters van Edward en John Ambrose Hearn; Catherine Macdaniel uit Londen; Elizabeth en Teresa Hercy; Sophie Boyton en enkele anderen zoals Maria Julia Philips. De eerste Mother Superior was Mary Cecilia Marmion. Ze werd opgevolgd in 1846 door Sophie Boyton (Zuster Mary di Pazzi Boyton) die de nieuwe Mother Superior werd van het klooster aan Queen Square en later aan Blandford Square en dit tot aan haar dood op 25 maart 1886. In 1851 schonk Charles Joseph Pagliano 3200 pond voor de bouw van een House of Mercy palend aan het St Edward's Convent. Om dit te vieren werd op 20 oktober 1851 ter ere van Pagliano in de kloosterkapel een mis voor de weldoener opgedragen. Het contract voor de bouw werd getekend in augustus 1852. Het huis was klaar in januari 1854. Catherine Macdaniel (Zuster Mary Catherine) werd in januari 1854, als een van de Founding Sisters, de eerste directrice van het House of Mercy. Het bood plaats aan 50 dakloze jonge vrouwen, ongeacht hun religieuze achtergrond. De meisjes waren 12 tot 15 jaar op het moment dat ze tot het House of Mercy toegelaten werden. Ze leerden er koken, schoonmaken, naaien, kleren maken, verzorgen en vooral de was doen. Zo deden ze de was van een groot aantal gezinnen van West End. Daarna werden ze geplaatst als dienstmeid. De meisjes kwamen uit het Verenigd Koninkrijk en Ierland, sommigen ook uit Frankrijk en België. Blandford Square was een voorbeeld van de vele Mercy programma's die vrouwen leerden onafhankelijk te worden. De kloosters van de Sisters of Mercy waar gevallen meisjes uitgebuit en mishandeld werden bevonden zich voornamelijk in Ierland. Bij het klooster was er een basis- en kleuterschool en dagschool. De zusters bezochten daarnaast ook de zieken.
Datering1851-heden
NaamMaison de Santé St-Joseph Kortenberg
BeschrijvingMaison de Santé Saint-Joseph is een psychiatrische instelling te Kortenberg, gesticht in 1850 door kanunnik Petrus Joannes Maes (Zwevegem, 1806 – Brugge, 1877). Hij zette zich in voor een meer humane zorg van geesteszieken. Dit deed hij o.m. door de zorg van het Brugse Sint-Juliaansgesticht, waarvan hij in 1840 de directeur geworden was, toe te vertrouwen aan een nieuwe religieuze congregatie, de Zusters van de Bermhertigheid Jesu. De congregatie te Kortenberg was gevestigd langs de Leuvensesteenweg en was verantwoordelijk voor de verzorging van vrouwelijke geesteszieken. Tegen 1860 werden er 140 vrouwen opgevangen. Kanunnik Maes stelde het Maison de Santé Saint-Joseph in Kortenberg voor als een modelinstelling waar de geesteszieken konden genieten van een humane behandeling en een kwalitatief hoogstaande zorg door de Zusters van de Bermhertigheid Jesu. In de eerste decennia profileerde Sint-Jozef Kortenberg zich als een religieus geïnspireerd instituut voor meer gegoede vrouwen. Het dagelijks leven werd geritmeerd door dezelfde principes die het kloosterleven bepaalden. In de organisatie van de zorg speelde de arts een tweederangsrol. De priester speelde de hoofdrol. Sint-Jozef Kortenberg bestaat nog steeds als Universitair Psychiatrisch Centrum van de Katholieke Universiteit Leuven, campus Kortenberg. Uit de correspondentie met de Engelsen, o.m. Ann Gadd en Ernest Smith, blijkt dat Guido Gezelle en kanunnik Maes elkaar gekend hebben. Het lijkt aannemelijk dat Gezelle zijn invloed aanwendde om patiënten op te laten nemen zoals de Engelse bejaarde Mary Beck.
Datering1850-heden
Links[odis]
NaamSint-Juliaansgesticht Brugge
BeschrijvingRond het einde van de 13e eeuw bevonden zich in de Boeveriestraat te Brugge meerdere opvangtehuizen voor passanten, daklozen en behoeftigen, dewelke in 1305 werden verenigd onder de naam Sint-Juliaans. Aan het einde van de 16e eeuw veranderde dit in een instelling voor krankzinnigen. IJverend voor een meer humane zorg voor geesteszieken, en nadat hij in 1840 directeur geworden was van het Sint-Juliaansgesticht, vestigde kannunik Petrus Joannes Maes in 1842 hierbinnen een aparte vrouwenafdeling. Op 3 mei 1842 kwam Maes zich met de algemeen overste van de Brugse zusters Apostolinnen en met enkele zusters in het Sint-Juliaansgesticht vestigen. Enkele maanden later scheidden zij zich af van de Apostolinnen en vormden aldus een nieuwe congregatie onder de benaming Zusters van de Bermhertigheid Jesu, die zich zou inlaten met de verzorging van de geesteszieken. In 1910 verhuisde de vrouwenafdeling naar de nieuw opgerichte Psychiatrische Kliniek Onze-Lieve-Vrouw in Sint-Michiels Brugge, terwijl het Sint-Juliaansgesticht nog verder bleef bestaan tot 1931.
Datering1275 (?)-1931
Links[wikipedia]

Titel22/04/1866, Ramsgate, Mary Anne Macdaniel aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderMacdaniel, Mary Anne
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum22/04/1866
VerzendingsplaatsRamsgate
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 209x135
blauw
papiersoort: 4 zijden beschreven; zijde 2 verticaal beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID GezellearchiefAanw. 499
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|26755
Geschiedenis 27/02/2018, Antwerpen: Teruggave familiebrieven UA
Inhoud
IncipitHave you heard I have left Bel-
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.