HUIDEVETTERSSTRAAT 57-59
ANTWERPEN
Het Lijsternest — INGOOIGEM
ANTWERPEN
den 12 April 1939.
Den Weled[elen] Heer FRANK LATEURHet Lijsternest — INGOOIGEM
Zeer geachte Heer Lateur,
Met "De XIV Stonden"[1] is het inderdaad overhaast moeten gaan. Wij hebben er alles op gezet om het tegen de Goede Week te doen verschijnen,[2] en toen dit al niet meer ging, is de drukker hier met de revisieproef geweest, en verzocht ons ze direct te willen nalezen, daar hij voor den namiddag een pers had vrij gemaakt om met het afdrukken te beginnen. Wij zijn ervan overtuigd dat de verbeteringen in het laatste gedeelte gansch overeenkomstig Uwen wensch zullen aangebracht zijn. Daar wij van de Poliphilusletter[3] evenwel niet over de cursiefmatrijzen beschikken,[4] hebben we in de titels de kapitalen moeten behouden. Storend zal dit niet wezen omdat ook met een tweede kleur[5] is gewerkt.
Wij zenden U heden de 2 eerste vellen, die reeds met de tweede kleur zijn bedrukt. Einde dezer week hopen wij U een eerste afgewerkt exemplaar te kunnen doen toekomen,[6] en wij durven ervan overtuigd zijn dat U de afwerking verzorgd zult vinden.
Inmiddels met onze oprechte gevoelens van
Hoogachting,
(handtekening W.K. Goderis)
Annotations
[1]
Guido Gezelle, De XIV stonden of De bloedige dagvaart ons Heeren. Antwerpen, Standaard Boekhandel, 1939. Met houtsneden van D. Acket.
[2]
Pasen viel in 1939 op 9 april.
[3]
Uitgever en drukker Aldus Manutius stichtte in 1495 de Aldine Press. Hij introduceerde pocketuitgaven van de Latijnse en Griekse klassiekers alsook van 'tijdgenoten' als Pietro Bembo en Erasmus. Zijn 'typefaces' werden allemaal ontworpen en gesneden door Francesco Griffo, 'a punchcutter who created the first roman type cut from study of classical Roman capitals'. Tot de lettertypes die gebaseerd zijn op werk gebruikt door Aldus Manutius behoren de Bembo en de Poliphilus. http://www.myfonts.com
[4]
matrijs: een holle vorm waarin drukletters worden gegoten of geslagen Van Dale, J-R, p. 1996
Na het maken van het ontwerp en de werktekeningen voor de letters, hetgeen een langdurige en minutieuze arbeid is, wordt een stalen stempel gesneden, waarop in niet-leesbaar beeld de letter wordt gevormd. Van deze stempel maakt men een leesbare afslag, de matrijs, in een blokje koper en deze, bevestigd in het handgietapparaat, maakt het mogelijk ontelbare letters van die soort te gieten. H.M. Groenendaal, Drukletters. Hun ontstaan en hun gebruik, p. 118
[5]
paars
[6]
Dit gebeurde op 24 april 1939.
[7]
Het colofon luidt: Deze weelde-uitgave werd gezet uit de Poliphilus van Aldus-Pius-Manutius, en geïllustreerd met vijftien houtsneden, afgedrukt van de originele blokken. 100 exemplaren werden gedrukt op hard geschept Oud-Hollandsch papier Van Gelder en Zonen, en 12 exemplaren werden gedrukt op Japans Paarlemoer-papier "Mitsumata".








