<Resultaat 229 van 2040

>

p1
Dundalk Villas
West Cliff Ramsgate

Dear Father Gazelle

I’m going to torment you again! May Aunt send you a parcel for me? & can you send it by some safe person to London address Miss Macdaniel care of[1] Mrs Morton 343 Oxfordstreet (our old house[2]) they will keep it till I send for it) The fact is; a lady[3] from Cortenberg; gave me money to buy her a coffeepot & now she says it is too dear! so I shall be obliged to take it back; fortunately Mappin’s will do so p2for our Family as they respected my dear Father so much[4] but it is very provoking for me! & I will take good care how I take commissions from Cortenberg again I assure you! Will you kindly address Aunt’s letter inclosed

Madame Beck,

Couvent de St Joseph

Chaussée de Louvain

Près de Bruxelles.

& be sure post it soon! S.V.P. Excuse more in greatest haste

Your grateful & obliged daughter in Jesus Christ
M A Macdaniel.
*p1

Please put another 10c timbre on Aunt’s I send you a penny stamp instead

Noten

[1] d.w.z. per adres
[2] Het ouderlijk huis waar de vader van Mary Anne een winkel had van fijne metaalwaren (messen, scheermessen, kurkentrekkers...) gevestigd op 343 Oxford Street Londen.
[3] Vermoedelijk een patiënte uit de psychiatrische instelling waar de tante van Mary Anne Macdaniël, Mary Beck, verbleef.
[4] Mappin & Webb was gevestigd in Oxford Street London (nr. 76, 77 en 78) waar ook de vader van Mary Anne zijn winkel had.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamMacdaniel, Mary Anne; Polly
Datums° Londen, 1819 - ✝ 05/01/1884
GeslachtVrouwelijk
Beroepvertaler
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Anne Macdaniel was de dochter van Catherine Beck (Chipping Norton, Oxon, 1781 - België, 26/03/1859) en Charles Macdaniel (Londen, Middlesex, 1778 - Surrey, 28/05/1855). Haar vader was een befaamde producent en verkoper van fijne metaalwaren (messen, scheermessen, kurkentrekkers...) gevestigd op 343 Oxford Street te Londen. Mary Anne Macdaniel werd in 1819 geboren, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Het gezin bestond in 1851 verder uit een zus Elizabeth, geboren in 1821, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Elizabeth was in 1851 net als haar oudere zuster Mary Anne Macdaniel ongehuwd. Inwonend was op dat moment ook de 64-jarige Mary Beck, de zus van Catherine en de tante van Mary Anne. Ook zij was ongehuwd. Verder woonden nog twee Ierse meiden in. Vader Charles Macdaniel was bestuurslid van de Aged Poor Society. Hij was welgesteld, maar hij verloor zijn geld aan een slechte investering waardoor zijn dochter Mary Ann in armoede verkeerde. In april 1854 zette hij zijn handelsactiviteiten in Oxford Street stop. Haar zus Catherine Macdaniel was een van de founding sister van de Sisters of Mercy in Londen en directrice van het House of Mercy. Het adres van Mary Anne Macdaniel was in mei 1865, volgens "The Tablet" 9 Dorchester Place, Blandford Square, London, N.W.. Ze verbleef in mei 1865 ook in Oostende en reisde door naar Kortenberg waar haar tante in een psychiatrische instelling verbleef. Ze verbleef er zelf ook enige tijd, vermoedelijk ook als patiënte. In 1866 schreef ze brieven naar Guido Gezelle vanuit Ramsgate. Ze was de vriendin van Fanny George en correspondeerde met haar o.m. over Gezelle. Uit deze en andere correspondentie blijkt dat Gezelle haar biechtvader was en dat ze ook enige tijd doorbracht in het Sint-Juliaangesticht, een psychiatrische instelling te Brugge. Ze vertaalde religieuze werken uit het Engels, soms in opdracht van de Belgische bisschoppen zoals "A Novena to St. Joseph to obtain of God" (uit het Frans van J. A. Verdun, London, 1871), "The true vocation and the real vocation" (Thomas Richardson and Son, London, 1872), "The Mission of Woman" (uit het Frans van G. Mermillod, London, 1873) en "The Stations of the Cross in company of St. Joseph" (London, 1873). Ze had een literair agent: Mrs. C. Baker uit Lancaster. Verder zorgde ze voor de heruitgave van een religieus spel 'Road to Heaven', de verkoop ervan moest haar voorzien van financiële middelen. In 1879 verkeerde ze nog steeds in armoede en was er een oproep in de "Tablet" om haar te verkiezen voor geldelijke steun van de Aged Poor Society. Ze ontving een bijdrage van 20 pond per jaar tot aan haar dood in 1884.
Relatie tot Gezellecorrespondent; biechtvader

Briefschrijver

NaamMacdaniel, Mary Anne; Polly
Datums° Londen, 1819 - ✝ 05/01/1884
GeslachtVrouwelijk
Beroepvertaler
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Anne Macdaniel was de dochter van Catherine Beck (Chipping Norton, Oxon, 1781 - België, 26/03/1859) en Charles Macdaniel (Londen, Middlesex, 1778 - Surrey, 28/05/1855). Haar vader was een befaamde producent en verkoper van fijne metaalwaren (messen, scheermessen, kurkentrekkers...) gevestigd op 343 Oxford Street te Londen. Mary Anne Macdaniel werd in 1819 geboren, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Het gezin bestond in 1851 verder uit een zus Elizabeth, geboren in 1821, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Elizabeth was in 1851 net als haar oudere zuster Mary Anne Macdaniel ongehuwd. Inwonend was op dat moment ook de 64-jarige Mary Beck, de zus van Catherine en de tante van Mary Anne. Ook zij was ongehuwd. Verder woonden nog twee Ierse meiden in. Vader Charles Macdaniel was bestuurslid van de Aged Poor Society. Hij was welgesteld, maar hij verloor zijn geld aan een slechte investering waardoor zijn dochter Mary Ann in armoede verkeerde. In april 1854 zette hij zijn handelsactiviteiten in Oxford Street stop. Haar zus Catherine Macdaniel was een van de founding sister van de Sisters of Mercy in Londen en directrice van het House of Mercy. Het adres van Mary Anne Macdaniel was in mei 1865, volgens "The Tablet" 9 Dorchester Place, Blandford Square, London, N.W.. Ze verbleef in mei 1865 ook in Oostende en reisde door naar Kortenberg waar haar tante in een psychiatrische instelling verbleef. Ze verbleef er zelf ook enige tijd, vermoedelijk ook als patiënte. In 1866 schreef ze brieven naar Guido Gezelle vanuit Ramsgate. Ze was de vriendin van Fanny George en correspondeerde met haar o.m. over Gezelle. Uit deze en andere correspondentie blijkt dat Gezelle haar biechtvader was en dat ze ook enige tijd doorbracht in het Sint-Juliaangesticht, een psychiatrische instelling te Brugge. Ze vertaalde religieuze werken uit het Engels, soms in opdracht van de Belgische bisschoppen zoals "A Novena to St. Joseph to obtain of God" (uit het Frans van J. A. Verdun, London, 1871), "The true vocation and the real vocation" (Thomas Richardson and Son, London, 1872), "The Mission of Woman" (uit het Frans van G. Mermillod, London, 1873) en "The Stations of the Cross in company of St. Joseph" (London, 1873). Ze had een literair agent: Mrs. C. Baker uit Lancaster. Verder zorgde ze voor de heruitgave van een religieus spel 'Road to Heaven', de verkoop ervan moest haar voorzien van financiële middelen. In 1879 verkeerde ze nog steeds in armoede en was er een oproep in de "Tablet" om haar te verkiezen voor geldelijke steun van de Aged Poor Society. Ze ontving een bijdrage van 20 pond per jaar tot aan haar dood in 1884.
Relatie tot Gezellecorrespondent; biechtvader

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRamsgate

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamMacdaniel, Mary Anne; Polly
Datums° Londen, 1819 - ✝ 05/01/1884
GeslachtVrouwelijk
Beroepvertaler
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Anne Macdaniel was de dochter van Catherine Beck (Chipping Norton, Oxon, 1781 - België, 26/03/1859) en Charles Macdaniel (Londen, Middlesex, 1778 - Surrey, 28/05/1855). Haar vader was een befaamde producent en verkoper van fijne metaalwaren (messen, scheermessen, kurkentrekkers...) gevestigd op 343 Oxford Street te Londen. Mary Anne Macdaniel werd in 1819 geboren, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Het gezin bestond in 1851 verder uit een zus Elizabeth, geboren in 1821, en gedoopt in St. James, Westminster, Londen, Middlesex. Elizabeth was in 1851 net als haar oudere zuster Mary Anne Macdaniel ongehuwd. Inwonend was op dat moment ook de 64-jarige Mary Beck, de zus van Catherine en de tante van Mary Anne. Ook zij was ongehuwd. Verder woonden nog twee Ierse meiden in. Vader Charles Macdaniel was bestuurslid van de Aged Poor Society. Hij was welgesteld, maar hij verloor zijn geld aan een slechte investering waardoor zijn dochter Mary Ann in armoede verkeerde. In april 1854 zette hij zijn handelsactiviteiten in Oxford Street stop. Haar zus Catherine Macdaniel was een van de founding sister van de Sisters of Mercy in Londen en directrice van het House of Mercy. Het adres van Mary Anne Macdaniel was in mei 1865, volgens "The Tablet" 9 Dorchester Place, Blandford Square, London, N.W.. Ze verbleef in mei 1865 ook in Oostende en reisde door naar Kortenberg waar haar tante in een psychiatrische instelling verbleef. Ze verbleef er zelf ook enige tijd, vermoedelijk ook als patiënte. In 1866 schreef ze brieven naar Guido Gezelle vanuit Ramsgate. Ze was de vriendin van Fanny George en correspondeerde met haar o.m. over Gezelle. Uit deze en andere correspondentie blijkt dat Gezelle haar biechtvader was en dat ze ook enige tijd doorbracht in het Sint-Juliaangesticht, een psychiatrische instelling te Brugge. Ze vertaalde religieuze werken uit het Engels, soms in opdracht van de Belgische bisschoppen zoals "A Novena to St. Joseph to obtain of God" (uit het Frans van J. A. Verdun, London, 1871), "The true vocation and the real vocation" (Thomas Richardson and Son, London, 1872), "The Mission of Woman" (uit het Frans van G. Mermillod, London, 1873) en "The Stations of the Cross in company of St. Joseph" (London, 1873). Ze had een literair agent: Mrs. C. Baker uit Lancaster. Verder zorgde ze voor de heruitgave van een religieus spel 'Road to Heaven', de verkoop ervan moest haar voorzien van financiële middelen. In 1879 verkeerde ze nog steeds in armoede en was er een oproep in de "Tablet" om haar te verkiezen voor geldelijke steun van de Aged Poor Society. Ze ontving een bijdrage van 20 pond per jaar tot aan haar dood in 1884.
Relatie tot Gezellecorrespondent; biechtvader
NaamBeck, Mary
Datums° Chipping Norton, Oxon, 1787
GeslachtVrouwelijk
Beroepwinkeldame
VerblijfplaatsEngeland
BioMary Beck was de tante van Mary Anne Macdaniel. In 1851 woonde ze in bij het gezin van haar zus Catherine Beck (Chipping Norton, Oxon, 1781 - België, 26/03/1859) en diens man Charles Macdaniel (Londen, Middlesex, 1778 - Surrey, 28/05/1855) te Londen, 343 Oxford Street. Charles had er een handel in fijne metaalwaren. Ze was in 1851 64 jaar en was net als haar beide nichten Elizabeth en Mary Anne Macdaniel ongehuwd. Ze was toen werkzaam als winkeldame. In 1866 verbleef ze in Maison de Santé Saint-Joseph in Kortenberg, een psychiatrische instelling voor gegoede vrouwen.
NaamMacdaniel, Charles
Datums° Londen, Middlesex, 1778 - ✝ Surrey, 28/05/1855
GeslachtMannelijk
Beroephandelaar
VerblijfplaatsEngeland
BioCharles Macdaniel werd geboren in Londen, Middlesex, 1778 als zoon van moeder Sarah en vader Charles Macdaniel (sr). Hij huwde op 27 september 1812 in St. George's, Hannover Square, Westminster met Catherine Beck (1781-1859). Het gezin had twee dochters, Mary Anne (1819-1884) en Elizabeth (1821-). Charles was een befaamde producent en verkoper van fijne metaalwaren (messen, scheermessen, kurkentrekkers, enz.) gevestigd op 343 Oxford Street te Londen. De eerste verwijzing naar zijn activiteiten in Oxford Street dateren van 1814. Hij was dan producent van scheermessen. De zaak bloeide en de familie was welgesteld. Vader Charles Macdaniel was o.m. bestuurslid van de Aged Poor Society. Hij verloor echter zijn geld aan een slechte investering. In april 1854 zette hij zijn activiteiten stop. Hij verhuisde naar Clapham in Surrey waar hij overleed op 28 mei 1855 op 77-jarige leeftijd in Clapham-park-terrace 16.
NaamLean, Madalin
Datums° Redruth, Cornwall, 1808 - ✝ Lambeth, Londen, 1871
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioMadalin Lean werd in 1808 geboren in Redruth, Cornwall. Zij trouwde op 2 maart 1829 in St. Anne, Soho, Westminster, Londen met de 15 jaar oudere messenmaker Joseph Morton (Londen, 1793-1866) die in 1855 de zaak van Charles Macdaniel in Oxford Street zou overnemen. Het echtpaar Morton-Lean liet al hun kinderen dopen in St. Clement Danes, Westminster, Londen. Volgens de census van 1861 bestond het gezin naast Madalin en Joseph uit Josephine Morton (27 jaar, °Londen, 1834), Marie Ann Morton (23 jaar, °Londen, 1838), Louisa Morton (20 jaar, °Londen, 1841), Joseph Underwood Morton (18 jaar, °Londen, 1843) en een 16-jarige meid Margaret Marfleet (°Cambridge, 1845).

Naam - plaats

NaamBrussel
GemeenteBrussel
NaamKortenberg
GemeenteKortenberg
NaamLonden
NaamRamsgate

Naam - instituut/vereniging

NaamMaison de Santé St-Joseph Kortenberg
BeschrijvingMaison de Santé Saint-Joseph is een psychiatrische instelling te Kortenberg, gesticht in 1850 door kanunnik Petrus Joannes Maes (Zwevegem, 1806 – Brugge, 1877). Hij zette zich in voor een meer humane zorg van geesteszieken. Dit deed hij o.m. door de zorg van het Brugse Sint-Juliaansgesticht, waarvan hij in 1840 de directeur geworden was, toe te vertrouwen aan een nieuwe religieuze congregatie, de Zusters van de Bermhertigheid Jesu. De congregatie te Kortenberg was gevestigd langs de Leuvensesteenweg en was verantwoordelijk voor de verzorging van vrouwelijke geesteszieken. Tegen 1860 werden er 140 vrouwen opgevangen. Kanunnik Maes stelde het Maison de Santé Saint-Joseph in Kortenberg voor als een modelinstelling waar de geesteszieken konden genieten van een humane behandeling en een kwalitatief hoogstaande zorg door de Zusters van de Bermhertigheid Jesu. In de eerste decennia profileerde Sint-Jozef Kortenberg zich als een religieus geïnspireerd instituut voor meer gegoede vrouwen. Het dagelijks leven werd geritmeerd door dezelfde principes die het kloosterleven bepaalden. In de organisatie van de zorg speelde de arts een tweederangsrol. De priester speelde de hoofdrol. Sint-Jozef Kortenberg bestaat nog steeds als Universitair Psychiatrisch Centrum van de Katholieke Universiteit Leuven, campus Kortenberg. Uit de correspondentie met de Engelsen, o.m. Ann Gadd en Ernest Smith, blijkt dat Guido Gezelle en kanunnik Maes elkaar gekend hebben. Het lijkt aannemelijk dat Gezelle zijn invloed aanwendde om patiënten op te laten nemen zoals de Engelse bejaarde Mary Beck.
Datering1850-heden
Links[odis]
NaamMappin & Webb
BeschrijvingMappin & Webb’s is een zilverwerkbedrijf gesticht in 1775 in Sheffield door Jonathan Mappin. In 1860-62 werd door een achterkleinkind van de stichter, John Mappin, samen met diens schoonbroer George Webb een eigen zaak opgericht in Londen met een winkel in Oxford Street. Door te focussen op het maken van kostbare kandelaars en fijne juwelen kreeg het bedrijf internationale bekendheid en richtte het winkels op in Egypte, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, China en Indië. Het wist een ‘koninklijk’ cliënteel uit te bouwen en werd beschouwd als ‘crown jeweller’. Vanaf 1950 verloor het geleidelijk aan zijn status door opvolgingsperikelen en werd Mappin & Webb’s uiteindelijk overgenomen door de ‘Watches of Switzerland Group’ (met o.m. Rolex).
Datering1775-heden
Links[wikipedia]

Titel24/04/1866, Ramsgate, Mary Anne Macdaniel aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderMacdaniel, Mary Anne
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum24/04/1866
VerzendingsplaatsRamsgate
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.59-60
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 134x104
blauw
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4783
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11110
Inhoud
IncipitI m going to torment you
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.