<Resultaat 702 van 3122

>

p1+
Eerweerde Heer.

Als hulde onzer hoogachting en onzer genegenheid voor den moedigsten kamper der vlaamsche zaak, zenden wy u een afdruksel van "Onze Dageraad" Wy hopen dat gy het goedgunstig zult aanveerden en de menigvuldige gebreken verschoonen die zeker nog ons bundeltje je ontsieren.[1] Wy betrouwen ook dat gy uit al uw vermogen het eerste werken van onzen jongen kring zult ondersteunen. Zoudt p2gy in "Rond den Heerd“ by voorbeeld eene beoordeeling[2] schryven over onze eerste lettervruchten het zoude ons zeer aangenaam en vooral zeer voordeelig zyn.

Aanvaard, eerweerde Heer, de eerbiedige groetenis van al uwe ootmoedige medewerkers en vrienden van den Dageraadskring.
J.B. Saeys,
ondervoorzitter,
leeraar in het St Lievensgesticht,
Gent

Noten

[1] De Jonge Taalvrienden bracht in 1876 een eerste bundel uit onder de titel Onze Dageraad: Letterkundige Bijdragen. De bundel bevatte niet uitsluitend werk van de jonge leden maar bevatte ook bijdragen van gevestigde Vlaamse auteurs, onder wie Guido Gezelle, Jan Renier Snieders en Servaas Daems. Gezelle leverde bijvoorbeeld het gedicht ‘O Vaderland!’ voor de bundel.

Er kwam vervolgens in 1879 een tweede bundel van Onze Dageraad.

[2] Een bespreking van Onze Dageraad 1879 verscheen niet in Rond den Heerd. Er verscheen wel een aankondiging van de publicatie in: Rond den Heerd: 14 (15 september 1879) 42, p. 344.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSaeys, Joannes Baptista; Saeys, Jan Baptist
Datums° Denderbelle, 01/03/1856 - ✝ Gent, 04/05/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; bestuurder; prinicipaal; superior
BioJoannes Saeys werd geboren in Denderbelle op 1 maart 1856. Saeys was betrokken bij De Jonge Taalvrienden, een katholieke studenten- en scholierenbond in Mechelen. De kring gaf de literaire bundel "Onze Dageraad" uit, voor het eerst in 1876 en opnieuw in 1879. In dat laatste jaar, toen Saeys inmiddels leraar was, was hij nog bij de uitgave betrokken. In 1876 telde De Jonge Taalvrienden minstens zestien leden, afkomstig uit zowel het kleinseminarie van Mechelen als het kleinseminarie van Sint-Niklaas. Tot de kring rond de Sint-Niklase gilde De Klauwaarts behoorden onder anderen Saeys en Amaat Joos. De Klauwaarts was een interne, Vlaamsgezinde scholieren- en studentengilde binnen het seminarie van Sint-Niklaas. Via deze kringen was Saeys betrokken bij de vroege katholieke Vlaamse studentenbeweging, die zich onder meer inzette voor het gebruik van het Nederlands in het onderwijs. Op 7 juni 1879 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1 juni 1878 was hij leraar aan het Sint-Lievenscollege in Gent. Vervolgens was hij vanaf 23 augustus 1884 superior van het Heilige-Maagdcollege in Dendermonde en vanaf 26 augustus 1888 principaal van het Sint-Catharinacollege in Geraardsbergen. Op 22 maart 1897 werd hij bestuurder van de Zusters van Liefde in Gent en erekanunnik van Sint-Baafs. Daarnaast was hij leraar godsdienst aan de Normaalschool in Gent. Op 31 december 1907 werd hij benoemd tot titulair kanunnik. Joannes Saeys stierf in Gent op 4 mei 1914.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-jonge-taalvrienden

Briefschrijver

NaamSaeys, Joannes Baptista; Saeys, Jan Baptist
Datums° Denderbelle, 01/03/1856 - ✝ Gent, 04/05/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; bestuurder; prinicipaal; superior
BioJoannes Saeys werd geboren in Denderbelle op 1 maart 1856. Saeys was betrokken bij De Jonge Taalvrienden, een katholieke studenten- en scholierenbond in Mechelen. De kring gaf de literaire bundel "Onze Dageraad" uit, voor het eerst in 1876 en opnieuw in 1879. In dat laatste jaar, toen Saeys inmiddels leraar was, was hij nog bij de uitgave betrokken. In 1876 telde De Jonge Taalvrienden minstens zestien leden, afkomstig uit zowel het kleinseminarie van Mechelen als het kleinseminarie van Sint-Niklaas. Tot de kring rond de Sint-Niklase gilde De Klauwaarts behoorden onder anderen Saeys en Amaat Joos. De Klauwaarts was een interne, Vlaamsgezinde scholieren- en studentengilde binnen het seminarie van Sint-Niklaas. Via deze kringen was Saeys betrokken bij de vroege katholieke Vlaamse studentenbeweging, die zich onder meer inzette voor het gebruik van het Nederlands in het onderwijs. Op 7 juni 1879 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1 juni 1878 was hij leraar aan het Sint-Lievenscollege in Gent. Vervolgens was hij vanaf 23 augustus 1884 superior van het Heilige-Maagdcollege in Dendermonde en vanaf 26 augustus 1888 principaal van het Sint-Catharinacollege in Geraardsbergen. Op 22 maart 1897 werd hij bestuurder van de Zusters van Liefde in Gent en erekanunnik van Sint-Baafs. Daarnaast was hij leraar godsdienst aan de Normaalschool in Gent. Op 31 december 1907 werd hij benoemd tot titulair kanunnik. Joannes Saeys stierf in Gent op 4 mei 1914.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-jonge-taalvrienden

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamGent
GemeenteGent

Naam - persoon

NaamSaeys, Joannes Baptista; Saeys, Jan Baptist
Datums° Denderbelle, 01/03/1856 - ✝ Gent, 04/05/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; bestuurder; prinicipaal; superior
BioJoannes Saeys werd geboren in Denderbelle op 1 maart 1856. Saeys was betrokken bij De Jonge Taalvrienden, een katholieke studenten- en scholierenbond in Mechelen. De kring gaf de literaire bundel "Onze Dageraad" uit, voor het eerst in 1876 en opnieuw in 1879. In dat laatste jaar, toen Saeys inmiddels leraar was, was hij nog bij de uitgave betrokken. In 1876 telde De Jonge Taalvrienden minstens zestien leden, afkomstig uit zowel het kleinseminarie van Mechelen als het kleinseminarie van Sint-Niklaas. Tot de kring rond de Sint-Niklase gilde De Klauwaarts behoorden onder anderen Saeys en Amaat Joos. De Klauwaarts was een interne, Vlaamsgezinde scholieren- en studentengilde binnen het seminarie van Sint-Niklaas. Via deze kringen was Saeys betrokken bij de vroege katholieke Vlaamse studentenbeweging, die zich onder meer inzette voor het gebruik van het Nederlands in het onderwijs. Op 7 juni 1879 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1 juni 1878 was hij leraar aan het Sint-Lievenscollege in Gent. Vervolgens was hij vanaf 23 augustus 1884 superior van het Heilige-Maagdcollege in Dendermonde en vanaf 26 augustus 1888 principaal van het Sint-Catharinacollege in Geraardsbergen. Op 22 maart 1897 werd hij bestuurder van de Zusters van Liefde in Gent en erekanunnik van Sint-Baafs. Daarnaast was hij leraar godsdienst aan de Normaalschool in Gent. Op 31 december 1907 werd hij benoemd tot titulair kanunnik. Joannes Saeys stierf in Gent op 4 mei 1914.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-jonge-taalvrienden

Naam - plaats

NaamGent
GemeenteGent

Naam - instituut/vereniging

NaamDe Jonge Taalvrienden
BeschrijvingDe Jonge Taalvrienden was een Vlaamsgezinde scholierenvereniging die in mei 1875 werd opgericht in het kleinseminarie van Mechelen door Pieter Luppens en Jakob Muyldermans. De vereniging bouwde voort op een bestaande traditie van literaire activiteit en kreeg inhoudelijk begeleiding van een oud-leraar van Muyldermans, Jan Bols. De vereniging zou nauwe contacten hebben gehad met andere West- en Oost-Vlaamse studentenkringen en speelde een verbindende rol tussen Vlaamsgezinde katholieke jongeren in verschillende regio’s. Ook gaven ze onder meer het studentenblad "Onze Dageraad" uit, dat in 1876 verscheen. Ook Guido Gezelle ondersteunde het initiatief en publiceerde gedichten in "Onze Dageraad". Na het wegvallen van de "Vlaamsche Studentenbond" sinds 1879 werd de Mechelse ge­westbond de uitvalsbasis van de continuering en verdere opbloei van de Vlaamsgezinde scholierenwerking in het aartsbisdom Mechelen tot de vereniging zelf omstreeks 1880 verdween.
Datering1875-ca. 1880
NaamSint-Lievenscollege, Gent
BeschrijvingHet Sint-Lievensgesticht, oorspronkelijk Institut Saint-Liévin, werd op initiatief van het bisdom Gent opgericht om katholiek onderwijs te verstrekken aan jongens uit de middenstand. De school opende op 2 oktober 1865 onder de bescherming van de Gentse patroonheilige Sint-Lieven en telde bij de start 24 leerlingen. Tot 1881 was ze gevestigd in de Koningstraat, in het geboortehuis van Philippe Piers de Raveschoot, burgemeester van Gent. In 1881 verhuisde de school naar een herenhuis aan de Zilverenberg. Door de groei van het leerlingenaantal werd het gebouwencomplex verder uitgebreid en groeide de instelling uit tot een gevestigd katholiek onderwijsinstituut in Gent.
Datering1867-heden
Links[odis], [wikipedia]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelOnze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden"
Datum1877; 1879
PlaatsHerentals
UitgeverV.J. Du Moulin
Links[odis]

Titel19/10/1879, Gent, J. B. Saeys aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Saeys Joannes Baptista aan Gezelle Guido, Gent (Gent), 19/10/1879. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderSaeys, Joannes Baptista
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum19/10/1879
VerzendingsplaatsGent (Gent)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 210 mm x 138 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt, purper
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5149
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11448
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/78a00b65898815010340faf3dbd6439b828b4d98/manifest
Inhoud
IncipitAls hulde onzer hoog-
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.