<Resultaat 712 van 3122

>

p1+Geloofd Zij Jezus Christus
Heere ende Meester,

'k Hebbe wel al 22 keers te wege geweest U nen nieuwjaarbrief te schrijven, en altijd was er 't een of 't andere dat nen stok in 't wiel stak. - 't Zal nu passen of nooit, 'k hebbe een halve ure leêgen tijd en 'k en wille niet langer meer uitstellen.

'k Danke U dus ten 1n voor uw schoon nieuwjaarkaartje[1] en 'k wensche U uit den grond van mijn herte "van 's gelijke!" - Nu, een ander paar mouwen: God lof, onze Sint Gregorisschole trekt goed en groeit en bloeit, en in name van onze 250 jongens[2] kom ik u de belofte herinneren van den 12n Maarte met ons te komen "erpels en eiers" eten:[3] t past percies op nen vrijdag. En daarbij voeg ik nog eene herinneringe, te weten: hoe staat het met 't Sint Gregorisboekske[4] te wege? 't Dinkt mij dat het zoowel zou zijn van het tegen toen[5] gereed te hebben; 't zou moeten, volgens mijn gevoelen, 2 deeltjes hebben: 1° Sint Gregoris, zijn leven, in 't korte beschouwd als schoolpatroon, muziekpatroon, paus, patroon tegen peste enz. enz. 2° nen geheelen hoop kleengedichtjes, gebedetjes enz. om de jongens van buiten te leeren, zooals "'s avonds als ik slapen ga"[6] enz.

Karel Beyaert zou 't willen uitgeven als een schoon prijsboekske, zegt hij, maar 't wordt hoog tijd van ons te weeren,[7] willen wij gereed zijn tegen St Gregorisdag.

Kunt gij de levenspuntjes bezorgen (kwestie hebt ge z'al niet gereed liggen?) ik en M. Demonie zullen de dichtjes enz. vergaren uit den "Dobbelen Kabinet"[8] enz. en seffens hand aan 't werk slaan.

Zijt zoo goed, Heerende Meester, te willen een ant-p2woordeke schrijven over die verschillige puntjes. Laat mij ook weten waar dat ge nu weunt, 'k heb M. Demonie hooren zeggen dat g'in 't verhuizen waart,[9] en als 't zou gebeuren dat ik naar Kortrijk kome, 'k zou wel willen ne keer uit en in kijken.

Een goe memento, a.u.b. voor mij; de afrikaansche zaken[10] zwemmen nog altijd boven, en 't zou wel kunnen gebeuren dat ik met Bâmesse[11] aldaar mijnen pacht aanga, als Mgr de Bisschop overkomt.[12] k Hebbe bij Mgr Lavigerie geweest en 'k ben aanveerd voor goed, maar 'k ligge nog aan den lijmstok vaste te Brugge.

In afwachting van goe en gauwe antwoorde, blijve met alle liefde
Uwen toegenegensten leerling,
AmeetVyncke .ẋ̣. pr.

N.S. Vele groetenissen van Pastor Crombez die nu, sichten Nieuwjaar, goed aan 't beteren is. - Item van Gusta; item van Docteur en Docteuresse Ketele-Standaert, en Madamtje vraagt dat ge zoudt willen de goedheid hebben van die prenten en beelden (uit een engelsche illustratie, geloof ik,) af te zenden, die ge beloofd hebt om hun kamer de muren te beplakken.

Hande ende groet.

AtV .ẋ̣. pr.

Noten

[1] Guido Gezelle stuurde aan zijn vrienden rond de jaarwisseling 1880 een gedrukte briefkaart met het gedicht ‘God geve U vijf-en-twintig splenternieuwe jaren’.
[2] In feite werden in 1879 twee vrije katholieke scholen opgericht in Dudzele: de Sint-Lenardsschool voor jongens en de Sint-Gregoriusschool voor meisjes.
[3] Op 12 maart werd Sint-Gregorius gevierd, de patroonheilige van de school die Amaat Vyncke in Dudzele opgericht had. Volgens het oude volksgebruik gingen kinderen rond het feest van Sint-Gregorius van deur tot deur zingen en eieren ophalen. Zie ook Gezelles Sint-Gregorius-eierliedje. In het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge zit een versie van het liedje met bovenaan en onderaan geschreven tekst van Amaat Vyncke (nr. 2176).
[4] In de brief van Guido Gezelle aan August Laporta van 19/11/1885 is er sprake van “een kleen kerkeboekske”, uitgegeven door Beyaert Storie en getiteld ‘Jesus de Kindervriend’. De brief gaat verder: “Daar is nog van de zelfste handen en bij den zelfste uitgever een gebedenboekske voor kleene kinders, zelfste grootte, veel min bladzijden.” Mogelijk is dit het boekje waarnaar Amaat Vyncke verwijst. Dit boekje werd echter niet teruggevonden. (J. Boets, Gezelles zelfstandige publikaties. Proeve van bibliografie. In: Gezelliana: 7 (1976), p.131.).
[5] Dan.
[6] Er bestaan verschillende versies van dit gebed vb:

’s Avonds als ik slapen ga,
volgen mij veertien engelkes na,
twee aan mijn hoofdende,
twee aan mijn voetende,
twee aan mijn rechterzij,
twee aan mijn slinkerzij,
twee die mij dekken,
twee die mij wekken,
twee die mij leren
den weg des Heren...

(Antoon Viaene, Van een oud ‘paternostertje. In: Biekorf: 53 (1952) 12, p. 265-266)

[7] Te haasten.
[8] Gezelle verwees naar dit volksboek in ‘t Jaer 30 en gebruikte het als bron voor Rond den Heerd en Biekorf. De eerste editie dateert van 1624. In 1894 schonk hij een Gentse uitgave uit zijn bibliotheek aan de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde.
[9] Guido Gezelle verhuisde op 15 januari 1880 van de Groeningestraat 28 naar de Handboogstraat 19.
[10] Amaat Vyncke wou toetreden tot de Missionarissen van Afrika, onder leiding van kardinaal. Lavigerie.
[11] Oktober.
[12] Betekenis: als de bisschop van mening verandert en toestemming geeft om missionaris te worden in Afrika.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVyncke, Amaat; Ratte Vyncke; Vyncke, Ameet
Datums° Zedelgem, 12/02/1850 - ✝ Kibanga, 17/10/1888
GeslachtMannelijk
Beroepzoeaaf; priester; leraar; onderpastoor; missionaris
VerblijfplaatsAfrika
BioAmaat Vyncke studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare en het college te Menen. Hij onderbrak zijn studies om als 17-jarige pauselijk zoeaaf te worden en verbleef twee jaar in Italië, maar raakte er niet betrokken in gevechten. Bij zijn terugkomst in Roeselare bleef hij zich in de jaren 1870-1871 actief inzetten voor de zoeaven en werd de leider van het plaatselijke studenten-zoeavenkorps. Hij was een van de leidende figuren van de West-Vlaamse studentenbeweging, onder invloed van zijn leraar Hugo Verriest. Zo richtte hij in 1873 mee de Westvlaamsche Gilde op en was hij medestichter van het studentenblad "De Vlaamse Vlagge". Hij werd seminarist in 1875 en gaf korte tijd les aan het kleinseminarie. Op 11/06/1876 werd hij tot priester gewijd en werd hij drie maanden onderpastoor te Adinkerke en op 11 oktober onderpastoor te Dudzele. Hij was er belangrijk voor het sociale en culturele leven en ontving er bezoekers als Albrecht Rodenbach, Hugo Verriest, Pol De Mont en zijn goede vriend Gezelle. In 1881 was Vyncke een van de oprichters van "'t Manneke uit de Mane". Na een aanvankelijke weigering van bisschop Faict kon hij door tussenkomst van kardinaal Lavigerie naar Afrika vertrekken om er de vierde karavaan Witte Paters te begeleiden. Op 16/07/1881 kwam hij te Algiers aan om er zijn noviciaat in Maison-Carrée (bij Algerije) te beginnen. Na zijn proefjaar werd Vyncke naar Rijsel gestuurd, waar hij eind oktober of begin november 1882 aankwam. Samen met twee Franse medepaters richtte hij er in de Watteaustraat 2 een apostolische school op voor minderbemiddelde jongeren die Witte Pater wilden worden. De leerlingen kwamen uit Noord-Frankrijk, België en Nederland. Ook Witte Paters die aan de universiteit van Rijsel tropische geneeskunde studeerden, vonden er onderdak. Vanuit Rijsel bezocht Vyncke samen met de dertienjarige Soedanese jongen Charles (Emmanuel) Faraghit, die er zijn verdere opleiding zou krijgen, verschillende plaatsen in België, waaronder Zedelgem, Dudzele, Brugge, Roeselare en Antwerpen. Daarnaast volgde Vyncke medische cursussen aan de universiteit, waarna hij op 18/03/1883 opnieuw naar Algerije vertrok. Hij vervolmaakte zich in het Swahili en correspondeerde met Gezelle over taalkundige onderwerpen. Op 23/04/1883 vertrok hij aan boord van de Britse driemaster de Patna naar Zanzibar. Na een maand reizen kwam Vyncke op 21/05/1883 aan in Zanzibar waarna hij samen met de karavaan vertrok met eindbestemming Kibanga in Opper-Kongo. Hij begon er aan de opbouw van zijn missie en was er geestelijk leider en ook landbouwer, dokter, fotograaf, leraar, uurwerkmaker en strijder tegen de slavenhandel. Hij stuurde stapels kleurrijke brieven naar het thuisland, waarin hij zijn avontuurlijke leven met een vleugje humor beschrijft. De brieven werden gepubliceerd in drie delen. Vyncke overleed op 17/10/1888 in Afrika aan leverziekten en moeraskoortsen. Naar aanleiding van zijn plechtige herdenking te Kortrijk op 25/07/1889 schreef Gezelle de verzen "Gij zijt de vriend van God". Ze werden gedrukt op het gedachtenisprentje van zijn goede vriend. Vroeger had Gezelle ook het gedicht geschreven voor zijn priesterwijding en de verzen "Vyncke, Vyncke, Vyncke".
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; gelegenheidsgedichten
BronnenReizen in den geest; https://nevb.be/wiki/Vyncke,_Amaat

Briefschrijver

NaamVyncke, Amaat; Ratte Vyncke; Vyncke, Ameet
Datums° Zedelgem, 12/02/1850 - ✝ Kibanga, 17/10/1888
GeslachtMannelijk
Beroepzoeaaf; priester; leraar; onderpastoor; missionaris
VerblijfplaatsAfrika
BioAmaat Vyncke studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare en het college te Menen. Hij onderbrak zijn studies om als 17-jarige pauselijk zoeaaf te worden en verbleef twee jaar in Italië, maar raakte er niet betrokken in gevechten. Bij zijn terugkomst in Roeselare bleef hij zich in de jaren 1870-1871 actief inzetten voor de zoeaven en werd de leider van het plaatselijke studenten-zoeavenkorps. Hij was een van de leidende figuren van de West-Vlaamse studentenbeweging, onder invloed van zijn leraar Hugo Verriest. Zo richtte hij in 1873 mee de Westvlaamsche Gilde op en was hij medestichter van het studentenblad "De Vlaamse Vlagge". Hij werd seminarist in 1875 en gaf korte tijd les aan het kleinseminarie. Op 11/06/1876 werd hij tot priester gewijd en werd hij drie maanden onderpastoor te Adinkerke en op 11 oktober onderpastoor te Dudzele. Hij was er belangrijk voor het sociale en culturele leven en ontving er bezoekers als Albrecht Rodenbach, Hugo Verriest, Pol De Mont en zijn goede vriend Gezelle. In 1881 was Vyncke een van de oprichters van "'t Manneke uit de Mane". Na een aanvankelijke weigering van bisschop Faict kon hij door tussenkomst van kardinaal Lavigerie naar Afrika vertrekken om er de vierde karavaan Witte Paters te begeleiden. Op 16/07/1881 kwam hij te Algiers aan om er zijn noviciaat in Maison-Carrée (bij Algerije) te beginnen. Na zijn proefjaar werd Vyncke naar Rijsel gestuurd, waar hij eind oktober of begin november 1882 aankwam. Samen met twee Franse medepaters richtte hij er in de Watteaustraat 2 een apostolische school op voor minderbemiddelde jongeren die Witte Pater wilden worden. De leerlingen kwamen uit Noord-Frankrijk, België en Nederland. Ook Witte Paters die aan de universiteit van Rijsel tropische geneeskunde studeerden, vonden er onderdak. Vanuit Rijsel bezocht Vyncke samen met de dertienjarige Soedanese jongen Charles (Emmanuel) Faraghit, die er zijn verdere opleiding zou krijgen, verschillende plaatsen in België, waaronder Zedelgem, Dudzele, Brugge, Roeselare en Antwerpen. Daarnaast volgde Vyncke medische cursussen aan de universiteit, waarna hij op 18/03/1883 opnieuw naar Algerije vertrok. Hij vervolmaakte zich in het Swahili en correspondeerde met Gezelle over taalkundige onderwerpen. Op 23/04/1883 vertrok hij aan boord van de Britse driemaster de Patna naar Zanzibar. Na een maand reizen kwam Vyncke op 21/05/1883 aan in Zanzibar waarna hij samen met de karavaan vertrok met eindbestemming Kibanga in Opper-Kongo. Hij begon er aan de opbouw van zijn missie en was er geestelijk leider en ook landbouwer, dokter, fotograaf, leraar, uurwerkmaker en strijder tegen de slavenhandel. Hij stuurde stapels kleurrijke brieven naar het thuisland, waarin hij zijn avontuurlijke leven met een vleugje humor beschrijft. De brieven werden gepubliceerd in drie delen. Vyncke overleed op 17/10/1888 in Afrika aan leverziekten en moeraskoortsen. Naar aanleiding van zijn plechtige herdenking te Kortrijk op 25/07/1889 schreef Gezelle de verzen "Gij zijt de vriend van God". Ze werden gedrukt op het gedachtenisprentje van zijn goede vriend. Vroeger had Gezelle ook het gedicht geschreven voor zijn priesterwijding en de verzen "Vyncke, Vyncke, Vyncke".
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; gelegenheidsgedichten
BronnenReizen in den geest; https://nevb.be/wiki/Vyncke,_Amaat

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamDudzele
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDemonie, Emiel; skald; Wilfried; Logicus; De Monie
Datums° Roeselare, 28/07/1846 - ✝ Brugge, 03/01/1890
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; hoofdredacteur; auteur
BioEmiel Demonie, zoon van Desiderius Demonie, koopman, en Justina Verhaeghe, was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en hij werd er op 1 oktober 1869 zelf ook leraar. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Hij was de neef van Polydoor Demonie. Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 7 november 1869. In 1874-1875 was hij poësistitularis van Albrecht Rodenbach in de Groote Stooringe. De studenten van Demonie weigerden tijdens een feest van de superior een Frans lied te zingen. Mede hierdoor werd hij ontslagen. Rodenbach schreef voor hem het gedicht De Meester. In Brugge werd hij onderpastoor van de Sint-Gilliskerk (22/08/1879) en godsdienstleraar aan de rijksnormaalschool voor meisjes (29/12/1884). Hij schreef artikels voor Loquela en was één van de medestichters van het tijdschrift Biekorf. In opvolging van Amaat Vyncke was hij een tijdje hoofdredacteur van De Vlaamsche Vlagge en hij schreef er artikels onder de schuilnamen Skald, Logicus en Wilfried. Hij was ook medewerker van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen (1875-1876). Gezelle droeg het gedicht Ach, hoe dikmaals was 't mijn lot niet aan hem op. Bij zijn overlijden in 1890 schreef Gezelle het gedicht Wij bouwden op uw leven een getemmer.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie; zanter (WDT); medestichter van Biekorf; medewerker Loquela; correspondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen https://nevb.be/wiki/Demonie,_Emiel
NaamFaict, Joannes Josephus
Datums° Leffînge, 22/05/1813 - ✝ Brugge, 04/01/1894
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, professor, superior, erekanunnik, vicaris-generaal, coadjutor, bisschop
BioIn 1834 was J.J. Faict, zoon van Henri Faict, brouwer, en Marie Hellinck, laureaat van de retorica aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd doctor in de theologie, wijsbegeerte en letteren. Op 09 juni 1838 werd hij te Brugge door Mgr. Boussen tot priester gewijd. Hij werd professor kerkgeschiedenis en wetenschappen (12/01/1839) en professor theologie (oktober 1840) aan het grootseminarie in Brugge. Vanaf augustus 1849 tot oktober 1856 was hij superior van het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd erekanunnik (29/12/1853) en vicaris-generaal van Mgr. Malou op 18/10/1856. In september 1862 werd hij huisprelaat van paus Pius IX en op 25/02/1864 coadjutor van Mgr. Malou. Hij was bisschop van Brugge van 18/10/1864 tot aan zijn dood in 1894.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezelleoverste; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamVyncke, Amaat; Ratte Vyncke; Vyncke, Ameet
Datums° Zedelgem, 12/02/1850 - ✝ Kibanga, 17/10/1888
GeslachtMannelijk
Beroepzoeaaf; priester; leraar; onderpastoor; missionaris
VerblijfplaatsAfrika
BioAmaat Vyncke studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare en het college te Menen. Hij onderbrak zijn studies om als 17-jarige pauselijk zoeaaf te worden en verbleef twee jaar in Italië, maar raakte er niet betrokken in gevechten. Bij zijn terugkomst in Roeselare bleef hij zich in de jaren 1870-1871 actief inzetten voor de zoeaven en werd de leider van het plaatselijke studenten-zoeavenkorps. Hij was een van de leidende figuren van de West-Vlaamse studentenbeweging, onder invloed van zijn leraar Hugo Verriest. Zo richtte hij in 1873 mee de Westvlaamsche Gilde op en was hij medestichter van het studentenblad "De Vlaamse Vlagge". Hij werd seminarist in 1875 en gaf korte tijd les aan het kleinseminarie. Op 11/06/1876 werd hij tot priester gewijd en werd hij drie maanden onderpastoor te Adinkerke en op 11 oktober onderpastoor te Dudzele. Hij was er belangrijk voor het sociale en culturele leven en ontving er bezoekers als Albrecht Rodenbach, Hugo Verriest, Pol De Mont en zijn goede vriend Gezelle. In 1881 was Vyncke een van de oprichters van "'t Manneke uit de Mane". Na een aanvankelijke weigering van bisschop Faict kon hij door tussenkomst van kardinaal Lavigerie naar Afrika vertrekken om er de vierde karavaan Witte Paters te begeleiden. Op 16/07/1881 kwam hij te Algiers aan om er zijn noviciaat in Maison-Carrée (bij Algerije) te beginnen. Na zijn proefjaar werd Vyncke naar Rijsel gestuurd, waar hij eind oktober of begin november 1882 aankwam. Samen met twee Franse medepaters richtte hij er in de Watteaustraat 2 een apostolische school op voor minderbemiddelde jongeren die Witte Pater wilden worden. De leerlingen kwamen uit Noord-Frankrijk, België en Nederland. Ook Witte Paters die aan de universiteit van Rijsel tropische geneeskunde studeerden, vonden er onderdak. Vanuit Rijsel bezocht Vyncke samen met de dertienjarige Soedanese jongen Charles (Emmanuel) Faraghit, die er zijn verdere opleiding zou krijgen, verschillende plaatsen in België, waaronder Zedelgem, Dudzele, Brugge, Roeselare en Antwerpen. Daarnaast volgde Vyncke medische cursussen aan de universiteit, waarna hij op 18/03/1883 opnieuw naar Algerije vertrok. Hij vervolmaakte zich in het Swahili en correspondeerde met Gezelle over taalkundige onderwerpen. Op 23/04/1883 vertrok hij aan boord van de Britse driemaster de Patna naar Zanzibar. Na een maand reizen kwam Vyncke op 21/05/1883 aan in Zanzibar waarna hij samen met de karavaan vertrok met eindbestemming Kibanga in Opper-Kongo. Hij begon er aan de opbouw van zijn missie en was er geestelijk leider en ook landbouwer, dokter, fotograaf, leraar, uurwerkmaker en strijder tegen de slavenhandel. Hij stuurde stapels kleurrijke brieven naar het thuisland, waarin hij zijn avontuurlijke leven met een vleugje humor beschrijft. De brieven werden gepubliceerd in drie delen. Vyncke overleed op 17/10/1888 in Afrika aan leverziekten en moeraskoortsen. Naar aanleiding van zijn plechtige herdenking te Kortrijk op 25/07/1889 schreef Gezelle de verzen "Gij zijt de vriend van God". Ze werden gedrukt op het gedachtenisprentje van zijn goede vriend. Vroeger had Gezelle ook het gedicht geschreven voor zijn priesterwijding en de verzen "Vyncke, Vyncke, Vyncke".
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; gelegenheidsgedichten
BronnenReizen in den geest; https://nevb.be/wiki/Vyncke,_Amaat
NaamVyncke, Gusta; Vyncke, Augusta Maria Mathildis; Maria Callista (Zuster)
Datums° Zedelgem, 28/10/1860 - ✝ Snellegem, 12/11/1941
GeslachtVrouwelijk
Beroeplerares; kloosterzuster
BioAugusta Maria Mathildis Vyncke werd geboren in Zedelgem op 28 oktober 1860 en overleed in Snellegem op 12 november 1941. Ze was de zus van Amaat Vyncke, en het jongste kind van Augustus Vyncke (1820-1893) en Maria Theresia Detollenaere (1818-1891). Augustus was koster in Zedelgem, bediende bij de Burgerlijke Stand, ontvanger van de gemeente en van de dis in Zedelgem. Zijn echtgenote was winkelierster van beroep. Op 7 februari 1882 trad Augusta in het klooster bij de Zusters van Liefde in Heule. Daar nam ze de naam Zuster Maria Callista aan. Ze werd geprofest op 13 augustus 1883, was jubilaris op 13 augustus 1933, en was onderwijzeres.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://gw.geneanet.org/flamtec1?lang=en&p=augusta+maria+mathildis&n=vyncke; https://beeldbank.kortrijk.be/index.php/image/watch/49e2957ac3f84f6a8eaec757f430f28a936f3552785d4f7798b78e5867aa4f2e9f6e07a6451042cba9239b312f2e7c78?tab=related_items
NaamCrombez, Felix
Datums° Hooglede, 23/03/1824 - ✝ Dudzele, 02/05/1885
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; hoogleraar; leraar pastoor; professor
BioFelix Crombez, zoon van Joannes-Josephus Crombez en Coleta Heemeryck, studeerde na zijn priesterwijding in 1850 verder te Leuven waar hij op 27/07/1853 afstudeerde als licentiaat in de godgeleerdheid. In oktober 1854 werd hij professor H.-Schrift aan het grootseminarie te Brugge. Op 7/09/1862 werd hij pastoor te Houtave en op 18/12/1868 pastoor te Dudzele tot zijn dood.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleprofessor; collega
NaamKetele, Gustave
Datums° Dudzele, 26/11/1843 - ✝ Dudzele, 11/10/1891
GeslachtMannelijk
Beroeparts; gemeenteraadslid
BioGustave Louis Ketele werd op 26 november 1843 te Dudzele geboren als zoon van Ludovicus Franciscus Ketele (1808-1849) en Isabella Francisca Van Iseghem (1810-1888). Hij werd voor het schooljaar 1858-1859 ingeschreven in de ‘classe préparatoire’ van de humaniora te Roeselare en werd later dokter in de medicijnen, chirurgie en bevallingen. In 1875 trouwde hij met Alice Hortense Louise Standaert (1854-1895), waarmee hij vier kinderen kreeg. Hij was ook gemeenteraadslid in Dudzele waar hij ook stierf op 11 oktober 1891.
Bronnen https://gw.geneanet.org/mstevens2?lang=nl&pz=marc+richard&nz=stevens&p=gustave+louis&n=ketele; J. de Mûelenare, Over Gezelles Confraternity. In: Gezelliana 5, 1974, p.91.
NaamLavigerie, Charles Martial Allemand
Datums° Bayonne, 31/10/1825 - ✝ Algiers, 26/11/1892
GeslachtMannelijk
Beroephoogleraar; kardinaal; aartsbisschop
VerblijfplaatsFrankrijk
BioCharles Lavigerie was een Frans kardinaal, aartsbisschop van Algiers en primaat van Afrika. Na een academische loopbaan als hoogleraar kerkgeschiedenis werd hij in 1863 bisschop van Nancy en vanaf 1867 leidde hij de Kerk in Noord-Afrika. In 1868 stichtte hij de missionaire congregatie van de Witte Paters, die grote aandacht hadden voor de taal en cultuur van de lokale bevolking. Lavigerie verwierf internationale bekendheid door zijn felle strijd tegen de Afrikaanse slavenhandel en speelde een sleutelrol in de Conventie van Brussel (1890). In 1882 werd hij tot kardinaal gecreëerd door paus Leo XIII. Hij speelde een rol in de carrière van Afrikamissionarissen uit Guido Gezelles omgeving, zoals Amaat Vyncke. Jan Craeynest publiceerde zijn levensbeschrijving in 1942.
Links[wikipedia]
NaamStandaert, Alice Hortense Louise
Datums° Brugge, 17/05/1854 - ✝ Brugge, 23/05/1895
GeslachtVrouwelijk
Beroepdoktersvrouw
BioAlice Standaert werd geboren te Brugge op 17 mei 1854. Zij was van goede afkomst als dochter van apotheker Honoré Standaert en Hortense Hubené. Haar vader was secretaris van de katholieke kiesverenigingen 'La Concorde' en 'L'Association Conservatrice'. Op 29 september 1875 trad zij in het huwelijk te Brugge met geneesheer Gustave Louis Ketele. Ze vestigden zich te Dudzele waar hij zijn praktijk uitbouwde en behoorden tot de notabelen van het dorp. Het echtpaar had contact met Guido Gezelle via Amaat Vyncke. Alice Standaert overleed te Brugge op 23 september 1895, op 41-jarige leeftijd.
BronnenGeneanet
NaamSint Gregorius; Gregorius I de Grote
Datums° Rome, ca. 540 - ✝ Rome, 12/03/604
GeslachtMannelijk
Beroeppaus; heilige
BioPaus Gregorius I (de Grote) was paus van 590 tot 604 en een belangrijke kerkvader van de vroege middeleeuwen. Hij stimuleerde het onderwijs, de kerkelijke organisatie en de intellectuele vorming en speelde een grote rol in de kerstening van Europa, vooral van Engeland. Daarom werd hij later de patroonheilige van leraren, studenten en scholieren. Zijn sterfdag wordt gevierd op 12 maart en groeide vanaf de vroege middeleeuwen uit tot het oudste christelijke schoolfeest. Kinderen gingen rond de feestdag van Sint-Gregorius langs de deuren om eieren of centen te verzamelen, terwijl ze het Gregorisliedje of eierliedje zongen. Gezelle beschrijft dit gebruik in de aanhang bij Gedichten, Gezangen en Gebeden, p.157-162.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamDudzele
GemeenteBrugge
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - instituut/vereniging

NaamSint-Gregoriusschool, Dudzele
BeschrijvingHet was Amaat Vyncke die in het licht van de schoolstrijd het initiatief nam tot de oprichting van de Sint-Gregoriusschool, een meisjesschool in de Sint-Lenardsstraat in Dudzele, nu de vrije basisschool De Lenaard. De eerste fase van de bouw startte in 1879 met een schoolgebouw en een huis voor de onderwijzeressen. In 1888 namen de Zusters van Liefde van Heule de school in Dudzele over. Op het schoolgebouw werd een extra bouwlaag gezet. In 1896 werd een kloostergebouw bijgebouwd. Later gebeurden er nog verdere uitbreidingen van de school.
Datering1879-heden
NaamSociëteit van de Missionnarissen van Afrika (Witte Paters)
BeschrijvingDe Missionarissen van Afrika, beter bekend als de Witte Paters, zijn een rooms-katholieke gemeenschap die in 1868 werd gesticht door Charles kardinaal Lavigerie, aartsbisschop van Algiers in Algerije. Een jaar later, in 1869, richtte hij ook de congregatie van de Zusters Missionarissen van Onze Lieve Vrouw van Afrika, beter bekend als de Witte Zusters, op. De naam ‘Witte Paters’ verwijst naar de witte, Arabische klederdracht die de missionarissen droegen, samen met een rozenkrans rond de hals. Lavigerie wou dat de Witte Paters zich de taal en gewoontes van de Afrikaanse bevolking eigen maakten en respect moesten tonen voor haar cultuur en geloofsovertuigingen. In eerste instantie richt de organisatie zich op het opvangen en christelijk onderrichten van weeskinderen van wie de ouders de grote cholera-epidemie van 1867 niet hebben overleefd. In 1869 richtte Lavigerie het Sint-Jozefsweeshuis op in Maison-Carrée (het huidige El-Harrach), een voorstad van Algiers. De missie begon in een overwegend islamitische omgeving, met Algerije, de Sahara en Tunesië als eerste werkgebieden. Vanaf de jaren 1870 breidde de missie zich verder uit. Zo stichtte Lavigerie in 1878 een gemeenschap in Jeruzalem. In datzelfde jaar vertrouwde paus Leo XIII hem uitgestrekte gebieden ten zuiden van de Sahara toe, die zich uitstrekten van het oosten van het huidige Congo tot aan de Indische Oceaan. In Centraal-Afrika stichtten de Witte Paters in 1880 hun eerste missiepost aan de westelijke oever van het Tanganyikameer, in Mulweba. In juni 1883 volgde een tweede missiepost in Kibanga, later Lavigerieville genoemd, iets zuidelijker aan de oever van het meer. In de daaropvolgende jaren breidden de missionarissen hun werk verder uit en trokken ze ook naar West-Afrika. Gezelles vriend Amaat Vyncke maakte deel uit van deze cogregatie.
Datering1868-

Naam - gebeurtenis Guido Gezelle

GebeurtenisHandboogstraat 13
Periode15/01/1880
BeschrijvingGezelle gaat wonen in de Handboogstraat 13 (nu de Guido-Gezellestraat).

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelGod geve U vijf-en-twintig splentemieuwe jaren
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 258
TitelSint-Gregoris-eierliedje
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel V, p. 360

Titel - werk van Guido Gezelle

Titelt Jaer 30 of politieke wegwyzer voor treffelyke lieden.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

Titelonbekend
TitelHet dobbel kabinet der christelyke wysheyd, besluytende in korte vraegen en antwoorden de eerste beginselen ende leeringe van het katholijk geloof, die de kinderen meest behooren te weten, en gevoegelijk konnen beantwoorden.
Datums.d.
PlaatsGent
UitgeverJosse Begyn

Titel22/01/1880, Dudzele, Amaat Vyncke aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Vyncke Amaat aan Gezelle Guido, Dudzele (Brugge), 22/01/1880. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderVyncke, Amaat
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum22/01/1880
VerzendingsplaatsDudzele (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 182 mm x 128 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5158
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11459
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/216261a14d471720ba7f447ccc190b783bda6348/manifest
Inhoud
Incipit'k Hebbe wel al 22 keers te wege geweest U nen
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.