Uw welgekomen schrijven heeft ons allen, Limburgsche gullebrôers, deugd gedaan, bijzonder 't nieuws van uwe zenden voor den Student en 't blijde van Johan Winkler. Wij hadden al lang gedacht dat gij hem zocht te visschen. God gelieve toch den grooten slag te slaan tot Zijne eer en veler menschen blijdschap! Als gij hem met Gods hulp kunt bekeeren, wat zal er mij een blijdschap zijn in de Hemel en bij ons allen! Wij zullen hier allegaâr ons best doen, daar moogt gij op tellen.
Ik heb seffens aan Jansen geschreven dat hij zóó doen zou wie gij 't bevolen hebt. 't kan heel goed zijn dat wij voor dit of dat woord gemist hebben, door 't misverstaan of opschrijven. Zoo hebt gij bijv. (hinne)wil dat wij eens opgestuurd hebben als algemeen gezeid te Lanklaar. Nu komen wij te vernemen dat het maar van éénen mensch gezeid wordt. Maar ze zeggen allegaar, te Lanklaar: veur den (hinne)wil = ter wille van . . . . Zóó is 't zeker. p2In den leste Loquela stond brudselen[1] van 't kokend water gezeid. Hier zeggen wij dat protselen. 't Woord Handwijs[2] en hooren wij t'huis niet, maar ten allen kanten handwijzer. Ik heb nooit geen ander woord gekend om dien paal te beduiden.
Zoo gauw wij Loquela zullen hebben, gaan we u overbrieven wat wij weten van zenuwen[3] etc.
Weet gij wie gij eens moest aanspreken om u te helpen zoeken op den Limburgschen akker? 't Is de Eerw. Heer Polydoor Daniëls[4] die te Vogelsanck[5] op 't kasteel van Baron De Villenfagne woont en die hem veel bezig houdt met Vlaamsche Taalstudie. Die heer heeft veel tijd: Hij ware ook 't meest bekwaam om in de gazette te schrijven over die reisbeschrijving van Johan Winkler, want hij is opstelder van den Hasseltsche "Onafhankelijke”.[6] t Is de zelfste Heer Daniëls die lestmaal te Brugge in 't Davidsfonds gesproken heeft over volkstaal en gazettenvlaamsch. -[7]
Daar woont hier te Luijk, Mathieu Laensbergstraat, een Heer Gilissen, Aalmoezenier der Luykersche gevangenis, die ook nog al thuis is in de taalkennis. Hij moet bezig zijn (heb ik hooren zeggen) met eenen boek over p3de Limburgsche Plaatsnamen. Ik geloof dat die Heer nog 't best van allen bekwaam is om zeker en kundig meê te werken. Ik ken hem maar alleen van hooren zeggen, maar Maeseyckenaers die hem van tijd tot tijd gaan bezoeken, verzekeren mij dat hij Duitsch, Engelsch, Araabs, Hebreeuwsch, Poolsch en Russisch kent en dat hij hem veel met taalstudie bezig houdt. Helpt gij hem eens in den gang, als gij wilt, gij zult dat beter kunnen als jonge theologanten. De Konincks Menschdom verlost is uit! Nu zullen wij te lezen hebben onder het paaschverlof! Wij volgen getrouw uwe lessen van Engelsch[8] in de Gazette van Kortrijck, en zoeken voorts Limburg af voor zoekers en woorden. 't Zal niet lang meer aan hebben, dan krijgt gij weêr een paksken woorden t'huis. Nu groeten wij u allen eerbiedig en genegen en beloven u vast van ons best te doen bij de Heer voor dien vroeden man die toch nog niets zou uitwerken voor zijn eigen geluk, zoo hij niet en geloofde en zalig wierd.
N.B.: Hier nog een briefken bij van onze vriend p4Van Venckenray,[10] professor aan 't Sint Michiels collegie, tot Brée. Die heer was eerst fel aangedaan van Hollandsche gedachten, maar hij begint terug te keeren of eerder toe te komen, want wij hebben hier och arme allerlei valsche gedachten ingezogen met gerābraakt[11] Vlaamsch. Gij kunt hem al opschrijven op uwen toekomende boek (Arthur heeft het verklapt dat gij weêr bezig zijt met eenen xxxel wie Mr. de Gheldere verleden jaar[12]). Als die boek zal uitkomen zullen we u eens een lijstjen inschrijvers doen geworden!







