<Resultaat 1033 van 3122

>

p1 Geloofd zij Jezus Christus
Zeer eerweerde Heer en goede meester,

Uw welgekomen schrijven heeft ons allen, Limburgsche gullebrôers, deugd gedaan, bijzonder 't nieuws van uwe zenden voor den Student en 't blijde van Johan Winkler. Wij hadden al lang gedacht dat gij hem zocht te visschen. God gelieve toch den grooten slag te slaan tot Zijne eer en veler menschen blijdschap! Als gij hem met Gods hulp kunt bekeeren, wat zal er mij een blijdschap zijn in de Hemel en bij ons allen! Wij zullen hier allegaâr ons best doen, daar moogt gij op tellen.

Ik heb seffens aan Jansen geschreven dat hij zóó doen zou wie gij 't bevolen hebt. 't kan heel goed zijn dat wij voor dit of dat woord gemist hebben, door 't misverstaan of opschrijven. Zoo hebt gij bijv. (hinne)wil dat wij eens opgestuurd hebben als algemeen gezeid te Lanklaar. Nu komen wij te vernemen dat het maar van éénen mensch gezeid wordt. Maar ze zeggen allegaar, te Lanklaar: veur den (hinne)wil = ter wille van . . . . Zóó is 't zeker. p2In den leste Loquela stond brudselen[1] van 't kokend water gezeid. Hier zeggen wij dat protselen. 't Woord Handwijs[2] en hooren wij t'huis niet, maar ten allen kanten handwijzer. Ik heb nooit geen ander woord gekend om dien paal te beduiden.

Zoo gauw wij Loquela zullen hebben, gaan we u overbrieven wat wij weten van zenuwen[3] etc.

Weet gij wie gij eens moest aanspreken om u te helpen zoeken op den Limburgschen akker? 't Is de Eerw. Heer Polydoor Daniëls[4] die te Vogelsanck[5] op 't kasteel van Baron De Villenfagne woont en die hem veel bezig houdt met Vlaamsche Taalstudie. Die heer heeft veel tijd: Hij ware ook 't meest bekwaam om in de gazette te schrijven over die reisbeschrijving van Johan Winkler, want hij is opstelder van den Hasseltsche "Onafhankelijke”.[6] t Is de zelfste Heer Daniëls die lestmaal te Brugge in 't Davidsfonds gesproken heeft over volkstaal en gazettenvlaamsch. -[7]

Daar woont hier te Luijk, Mathieu Laensbergstraat, een Heer Gilissen, Aalmoezenier der Luykersche gevangenis, die ook nog al thuis is in de taalkennis. Hij moet bezig zijn (heb ik hooren zeggen) met eenen boek over p3de Limburgsche Plaatsnamen. Ik geloof dat die Heer nog 't best van allen bekwaam is om zeker en kundig meê te werken. Ik ken hem maar alleen van hooren zeggen, maar Maeseyckenaers die hem van tijd tot tijd gaan bezoeken, verzekeren mij dat hij Duitsch, Engelsch, Araabs, Hebreeuwsch, Poolsch en Russisch kent en dat hij hem veel met taalstudie bezig houdt. Helpt gij hem eens in den gang, als gij wilt, gij zult dat beter kunnen als jonge theologanten. De Konincks Menschdom verlost is uit! Nu zullen wij te lezen hebben onder het paaschverlof! Wij volgen getrouw uwe lessen van Engelsch[8] in de Gazette van Kortrijck, en zoeken voorts Limburg af voor zoekers en woorden. 't Zal niet lang meer aan hebben, dan krijgt gij weêr een paksken woorden t'huis. Nu groeten wij u allen eerbiedig en genegen en beloven u vast van ons best te doen bij de Heer voor dien vroeden man die toch nog niets zou uitwerken voor zijn eigen geluk, zoo hij niet en geloofde en zalig wierd.

Uw getrouw gulleken van Limburgers, Haspengouwers, Maaslanders, Hollanders, Kempenaars en jongens van Kleen-Frankrik[9]

N.B.: Hier nog een briefken bij van onze vriend p4Van Venckenray,[10] professor aan 't Sint Michiels collegie, tot Brée. Die heer was eerst fel aangedaan van Hollandsche gedachten, maar hij begint terug te keeren of eerder toe te komen, want wij hebben hier och arme allerlei valsche gedachten ingezogen met gerābraakt[11] Vlaamsch. Gij kunt hem al opschrijven op uwen toekomende boek (Arthur heeft het verklapt dat gij weêr bezig zijt met eenen xxxel wie Mr. de Gheldere verleden jaar[12]). Als die boek zal uitkomen zullen we u eens een lijstjen inschrijvers doen geworden!

Noten

[1] G. Gezelle, Brutselen. In: Loquela: 3 (Jaarmesse 1884) 9, p. 65: “Brutselen , brutselde, gebrutseld. Als het water in pot of moor over 't vier staat en tot eene zekere hitte gekomen is, dan brutselt het: men ziet 't op en neer bewegen en doom uitwerpen, men hoort het brutselen.”
[2] G. Gezelle, Bleevelingen. In: Loquela: 3 (Jaarmesse 1884) 9, p. 71-72: Weghand: “(…) die geschilderde handen, die de lieden den weg aanwijzen; eene (weghand) met eenen stede- of dorpname daarachter, op een berd, b. v.- Dat berd aan een stake, en die stake langs den weg. (…).”
[3] G. Gezelle, Zeen zene zenuwe. In: Loquela: 3 (Sporkele 1884) 10, p. 77-78: “Men zou moeielijk een w. kunnen vinden dat zoo menigerlei wisselingen te onderstaan gehad, heeft als ons oud en hedendaagsch w. zeen, zene, zenuwe.”
[4] De vroegste bewaarde brief van P. Daniëls aan G. Gezelle in het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge dateert van 29 februari 1885.
[5] Polydoor Daniëls was van 1876 tot 1904 slotkapelaan en aalmoezenier van baron Jules de Villenfagne de Vogelsanck, burgemeester van Zolder. Gedurende die periode verbleef hij op het kasteel Vogelsanck.
[6] M. Ceysens uit Hasselt is vanaf 1885 eigenaar en uitgever van deze krant. De redactie is katholiek en Vlaams van signatuur, maar pretendeert politiek onafhankelijk te blijven. Vanaf het laatste kwart van de 19de eeuw worden de artikels meer en meer gekleurd door de Katholieke Partij.
[7] Polydoor Daniëls sprak in de bovenzaal van de Concorde aan de Steenstraat te Brugge over rol van de Vlaamse volkstaal, naar aanleiding van de tweedaagse feesten van het Davidsfonds op 27 en 28 augustus 1883. Rond den Heerd: 18 (2 september 1883) 40-41 doet verslag van deze feesten. Op p. 320 vind je een bespreking van de voordracht van Daniëls.
[8] Gazette van Kortrijk: (01/12/1884): “Kosteloos onderwijs in de engelsche tale op verzoek van de Davidsfondsafdeling van Kortrijk.” Guido Gezelle gaf tweemaal per week Engels. De dag nadien publiceerde hij het lesmateriaal in de Gazet van Kortrijk. Zo maakte hij voor zijn cursisten duidelijk dat er een verschil bestaat tussen een lijfelijke vertaling via een stamverwant woord - bird (Eng.) = broed (Vl.) en een zinnelijke vertaling via een ander, betekenisverwant woord - bird = vogel. Of nog: “Men bouwt woorden zoo men huizen bouwt en die verstand wil hebben van woorden, moet eerst weten hoe ze gebouwd zijn: mother = moeder; breast = borst; donker (Vl.) = danker (Oud-Germ.) = dâker, dakr, dark (Eng.).”
[9] “Klein Vrankrijk heet ik de oevers van den Demer, van bekans aan Bilsen tot aan Diest, en van de beken die daar in deze rivieren lopen: de Rostbeek, de Zwertbeek, de Mangelbeek en de Herck.” In : Lenaerts Jacob, Over ’t Limburgsch. Aanwezig in het Guido Gezellearchief, Openbare Bibliotheek Brugge, nr. Aanw. 533, 14,17.
[10] De brief van Van Venckenray is niet aanwezig in het Guido Gezellearchief, Openbare Bibliotheek Brugge.
[11] Rabraken of radbraken.
[12] Landliederen

Register

Correspondenten - personen

NaamBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus; Borgerhoff, Pieter Jan Hubert; Borgerhoff, Joannes
Datums° Dilsen, 31/12/1861 - ✝ Seraing-le-Château, 27/12/1936
GeslachtMannelijk
BioPetrus Joannes Hubertus Borgerhoff werd geboren in Dilsen op 31 december 1861, als zoon van Joannes Mathijs Hubertus Borgerhoff en Maria Catharina Jacobs. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van Stockay. Petrus Joannes Hubertus Borgerhoff overleed in Seraing-le-Château op 27 december 1936.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl.I, p. 30
NaamBroers, Balthasar; Broers, Balthazar; B.B.
Datums° Moelingen, 06/01/1861 - ✝ Eijsden, 24/10/1918
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioBalthasar Broers werd geboren in Moelingen (Voeren) op 6 januari 1861, als zoon van Balthasar Broers en Maria Catharina Janssen. Tijdens zijn studies aan het groot Seminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd priester gewijd op 19 juni 1886 in Luik. Op 17 oktober 1895 werd hij benoemd tot pastoor van de parochie Sint-Jan Baptist in Herstappe, een functie die hij waarnam tot 1904. Balthasar Broers overleed in Eijsden (Nederland) op 24 oktober 1918.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 38; Geneanet
NaamCarmans, Josephus
Datums° Lummen, 07/06/1858 - ✝ Hollogne-aux-Pierres, 29/09/1913
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; aalmoezenier
BioJosephus Carmans werd geboren op 7 juni 1858 in Lummen, als zoon van Bernardus Athanasius (°1823) en Anna Maria Josepha Quintens (°1828). Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Hij werd op 22 mei 1884 in Luik tot priester gewijd. Na zijn priesterwijding werd hij op 30 mei 1884 benoemd tot kapelaan te Tongeren van de Sint-Jansparochie. In 1894 en 1895 was hij onderpastoor in Herk-de-Stad. In 1898 en 1899 vinden we hem in de Almanach Royal Officiel terug als pastoor-deken van de Sint-Pieterskerk in Boekhout (Limburg). Daarna was Carmans werkzaam als aalmoezenier in Hollogne-aux-Pierres. Fort Hollogne, waaraan hij verbonden was, maakte deel uit van de fortengordel rond Luik. Josephus Carmans overleed op 29 september 1913 in Hollogne-aux-Pierres.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 42; geneanet
NaamCoenegracht, Felix; Coenegrachts, Felix
Datums° Oostham, 07/09/1862 - ✝ Oostham, 20/03/1946
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioFelix Coenegracht werd geboren op 7 september 1862 Oostham als zoon van Deodatus (1825-1907), onderwijzer te Oostham en Theresia Lambertina Caels (1823-1897). Het gezin telde drie zonen die tot priester werden gewijd, en één zoon die intrad bij de jezuïeten. Net als zijn broer Theofiel Coenegracht correspondeerde hij met Guido Gezelle. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 30 mei 1885 werd hij priester gewijd te Luik. Zijn loopbaan begon in 1884 als leraar aan het Sint-Jozefscollege in Beringen. Vanaf 1889 was hij onderpastoor aan de Sint-Quintinuskerk in Hasselt. In 1897 werd hij benoemd tot pastoor te Zonhoven, een functie die hij vervulde tot zijn emeritaat in 1928. Ter gelegenheid van deze benoeming werd hij door 'Het Leesgezelschap Hasselt' gehuldigd voor zijn rol als stichter en oud-voorzitter (1896). Hij overleed op 20 maart 1946 te Oostham.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 54; Geneanet; Anny Van der Meulen-Corens, ‘De Geschiedenis van “'t Daghet” in het Kader van de Limburgse Volkskunde’, in ’t Daghet in den oosten (1885-1914). Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, 1971, XXXVII-XXXIX
NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamErkens, Gulielmus Josephus; Erkens, Guillaume
Datums° Geleen, 04/07/1857 - ✝ Geleen, 12/04/1938
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioGulielmus Josephus Erkens werd geboren op 4 juli 1857 in Geleen (Nederland) als zoon van Pieter Jozef Erkens (1824-1894) en Maria Joanna Göbbels (1820-1872). Hij volgde de opleiding wijsbegeerte aan het kleinseminarie te Sint-Truiden, waar hij in de academiejaren 1881-1882 lid was van het letterkundig genootschap 'Utile Dulci'. In 1883 ontving hij van het Davidsfonds een eervolle vermelding voor zijn blijspel met zang in één bedrijf, "Baas Lens of Waar er velen dorschen moet men maai slaan". Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Erkens lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 februari 1886 werd hij te Houthalen tot priester gewijd. Van 1886 tot 1890 doceerde hij Nederlands aan het kleinseminarie van Sint-Truiden. In deze periode was hij ipso facto voorzitter van 'Utile Dulci'. In 1888 verzorgde hij een heruitgave van J. van den Vondels "Altaargeheimenissen" ten behoeve van studenten. Later werd Erkens aangesteld als pastoor van de Sint-Trudoparochie in Opitter. Hij overleed op 12 april 1938 in Geleen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken: studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHover, Franciscus; Hover, Johan Frans
Datums° Posterholt, 25/02/1861 - ✝ 09/04/1923
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioFranciscus Hover werd geboren in Posterholt, Nederland op 25 februari 1861. Tijdens zijn studies aan het Groot Seminarie van Luik was hij lid van het ‘Limburgsch Zanterkesgildeke’. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Later was hij pastoor van Cras-Avernas. Franciscus Hover overleed op 9 april 1923 in Cras-Avernas, Luik. Hij werd daar ook begraven.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
Bronnen https://www.geni.com/people/Johan-Frans-Hover/6000000023418564924; E. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 159
NaamLahaye, Renerus
Datums° Reppel, 31/03/1862 - ✝ Tongeren, 22/04/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioRenerus Lahaye werd geboren op 31 maart 1862 te Reppel. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Op 18 december 1886 werd hij te Luik tot priester gewijd. Nadien was hij werkzaam als pastoor op de parochie Jean-Baptist te Tongeren. Hij stierf er op 22 april 1941.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 185
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NaamLewylle, Arthur
Datums° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: 'Het teeken des vreden'. Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik. Begin 1885 werd hij onderpastoor in Verviers, een functie die hij uitoefende tot juli 1888. Dan werd hij onderpastoor van Saint-Gilles in Luik. Later was hij werkzaam in Laar in Vlaams-Brabant en in Halen in Limburg. In augustus 1897 werd hij benoemd tot pastoor in As in Limburg.
Links[odis]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NaamMoons, Ludovicus; Moens, Ludovicus
Datums° Eksel, 30/03/1857 - ✝ Hasselt, 06/10/1932
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioLudovicus Moons werd geboren in Eksel op 30 maart 1857. Mogelijk volgde hij zijn priesteropleiding aan het grootseminarie van Luik en was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 mei 1884 werd hij in Luik tot priester gewijd. In de loop van zijn kerkelijke loopbaan was hij werkzaam als pastoor te Leut. Ludovicus Moons overleed in Hasselt op 6 oktober 1932.
Links[odis]
NaamPorta, Franciscus Josephus Cornelus
Datums° Heers, 24/04/1863 - ✝ Heers, 23/10/1940
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsPorta, Franz
BioFranciscus Josephus Cornelius Porta werd geboren in Heers op 24 april 1863, als zoon van François Joseph Xavier Porta en Marie Catharina Wijnands. Van 1883 tot 1884 was hij lid van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak', een afdeling van het taalminnend genootschap 'Utile Dulci'. Deze vereniging werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Ze had tot doel het Nederlands correct en vlot te leren spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Porta lid van het' Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 2 april 1886 werd hij in Luik tot priester gewijd. Nog datzelfde jaar begon hij zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar hij Griekse, Latijnse en Franse grammatica doceerde. Op 29 januari 1901 werd hij benoemd tot pastoor van Veulen. In zijn parochie richtte hij nieuwe religieuze verenigingen op, waaronder in 1901 de Derde Orde en de Congregatie van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen, en in 1902 de Sint-Antoniusvereniging. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van een zusterschool vanaf 1913. Namens de parochie sloot hij een overeenkomst met het gemeentebestuur voor de subsidiëring van deze school. Aanvankelijk gaf hij er zelf les, maar vanaf 1916 werd hij op zijn eigen verzoek vervangen door zusters van het Instituut van het Heilig Hart en de Onbevlekte Ontvangenis te Heverlee. Franciscus Porta overleed in Veulen op 23 oktober 1940.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 258 ; Geneanet
NaamRaedschelders, Emiel; Raedschelders, Aemilius
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioEmiel Raedschelders werd geboren in Maaseik op 24 november 1859. Vanaf 1883 was hij werkend lid en voorzitter van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak'. Deze afdeling van het taalminnend genootschap Utile Dulci werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Het genootschap had tot doel de leden te leren Nederlands spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde hij Limburgse woorden voor Guido Gezelle. Hij werd op 18 december 1886 in Luik tot priester gewijd en begon zijn loopbaan als onderpastoor in Luik, Saint-Gilles (1886-1888), vervolgens Sainte-Walburge (1888-1893), Sint-Martinus, Sint-Martens-Voeren (1893-1895), Rutten (1895-1897) en Sint-Dionysius, Opoeteren (1897-1899). In 1899 werd hij pastoor van Sint-Hubertus, Neerglabbeek, een functie die hij uitoefende tot zijn emeritaat in 1910. Hij overleed in Maaseik op 27 februari 1945.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 262
NaamTheunissen, Henricus
Datums° Bree, 23/12/1859 - ✝ Bree, 19/11/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; deken
BioHenricus Theunissen werd geboren in Bree op 23 december 1859. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 29 mei 1885 werd hij in Luik tot priester gewijd. Datzelfde jaar werd hij leraar en onderpastoor in Peer. Hij gaf er in het Sint-Lambertuscollege Vlaamse les aan de jongens met bijzondere aandacht voor de poëzie van Guido Gezelle. Hij steunde de oprichting van de eerste gilde van de Boerenbond, die op 1 augustus 1890 in Peer tot stand kwam. Met artikels in het Limburgs weekblad "De Kempen" droeg hij bij aan de verspreiding van de ideeën van de organisatie. In 1895 nam Theunissen als directeur de leiding op zich van het Sint-Lambertuscollege. Hij verliet het onderwijs in 1899 en kreeg een aanstelling tot pastoor van de Sint-Martinusparochie in Genk, waar hij tot 1905 werkzaam bleef. In 1905 werd hij pastoor-deken te Tongeren, verbonden aan de Onze-Lieve-Vrouw-Geboorteparochie. In die periode engageerde hij zich als medeorganisator en geestelijk begeleider voor de Belgische Lourdesbedevaarten. Voor zijn langdurige inzet voor de boerenstand en het culturele leven in de regio ontving hij de onderscheiding van Ridder in de Kroonorde. Henricus Theunissen overleed in Bree op 19 november 1929.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 305; Bidprentje

Briefschrijver

NaamBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus; Borgerhoff, Pieter Jan Hubert; Borgerhoff, Joannes
Datums° Dilsen, 31/12/1861 - ✝ Seraing-le-Château, 27/12/1936
GeslachtMannelijk
BioPetrus Joannes Hubertus Borgerhoff werd geboren in Dilsen op 31 december 1861, als zoon van Joannes Mathijs Hubertus Borgerhoff en Maria Catharina Jacobs. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van Stockay. Petrus Joannes Hubertus Borgerhoff overleed in Seraing-le-Château op 27 december 1936.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl.I, p. 30
NaamBroers, Balthasar; Broers, Balthazar; B.B.
Datums° Moelingen, 06/01/1861 - ✝ Eijsden, 24/10/1918
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioBalthasar Broers werd geboren in Moelingen (Voeren) op 6 januari 1861, als zoon van Balthasar Broers en Maria Catharina Janssen. Tijdens zijn studies aan het groot Seminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd priester gewijd op 19 juni 1886 in Luik. Op 17 oktober 1895 werd hij benoemd tot pastoor van de parochie Sint-Jan Baptist in Herstappe, een functie die hij waarnam tot 1904. Balthasar Broers overleed in Eijsden (Nederland) op 24 oktober 1918.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 38; Geneanet
NaamCarmans, Josephus
Datums° Lummen, 07/06/1858 - ✝ Hollogne-aux-Pierres, 29/09/1913
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; aalmoezenier
BioJosephus Carmans werd geboren op 7 juni 1858 in Lummen, als zoon van Bernardus Athanasius (°1823) en Anna Maria Josepha Quintens (°1828). Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Hij werd op 22 mei 1884 in Luik tot priester gewijd. Na zijn priesterwijding werd hij op 30 mei 1884 benoemd tot kapelaan te Tongeren van de Sint-Jansparochie. In 1894 en 1895 was hij onderpastoor in Herk-de-Stad. In 1898 en 1899 vinden we hem in de Almanach Royal Officiel terug als pastoor-deken van de Sint-Pieterskerk in Boekhout (Limburg). Daarna was Carmans werkzaam als aalmoezenier in Hollogne-aux-Pierres. Fort Hollogne, waaraan hij verbonden was, maakte deel uit van de fortengordel rond Luik. Josephus Carmans overleed op 29 september 1913 in Hollogne-aux-Pierres.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 42; geneanet
NaamCoenegracht, Felix; Coenegrachts, Felix
Datums° Oostham, 07/09/1862 - ✝ Oostham, 20/03/1946
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioFelix Coenegracht werd geboren op 7 september 1862 Oostham als zoon van Deodatus (1825-1907), onderwijzer te Oostham en Theresia Lambertina Caels (1823-1897). Het gezin telde drie zonen die tot priester werden gewijd, en één zoon die intrad bij de jezuïeten. Net als zijn broer Theofiel Coenegracht correspondeerde hij met Guido Gezelle. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 30 mei 1885 werd hij priester gewijd te Luik. Zijn loopbaan begon in 1884 als leraar aan het Sint-Jozefscollege in Beringen. Vanaf 1889 was hij onderpastoor aan de Sint-Quintinuskerk in Hasselt. In 1897 werd hij benoemd tot pastoor te Zonhoven, een functie die hij vervulde tot zijn emeritaat in 1928. Ter gelegenheid van deze benoeming werd hij door 'Het Leesgezelschap Hasselt' gehuldigd voor zijn rol als stichter en oud-voorzitter (1896). Hij overleed op 20 maart 1946 te Oostham.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 54; Geneanet; Anny Van der Meulen-Corens, ‘De Geschiedenis van “'t Daghet” in het Kader van de Limburgse Volkskunde’, in ’t Daghet in den oosten (1885-1914). Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, 1971, XXXVII-XXXIX
NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamErkens, Gulielmus Josephus; Erkens, Guillaume
Datums° Geleen, 04/07/1857 - ✝ Geleen, 12/04/1938
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioGulielmus Josephus Erkens werd geboren op 4 juli 1857 in Geleen (Nederland) als zoon van Pieter Jozef Erkens (1824-1894) en Maria Joanna Göbbels (1820-1872). Hij volgde de opleiding wijsbegeerte aan het kleinseminarie te Sint-Truiden, waar hij in de academiejaren 1881-1882 lid was van het letterkundig genootschap 'Utile Dulci'. In 1883 ontving hij van het Davidsfonds een eervolle vermelding voor zijn blijspel met zang in één bedrijf, "Baas Lens of Waar er velen dorschen moet men maai slaan". Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Erkens lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 februari 1886 werd hij te Houthalen tot priester gewijd. Van 1886 tot 1890 doceerde hij Nederlands aan het kleinseminarie van Sint-Truiden. In deze periode was hij ipso facto voorzitter van 'Utile Dulci'. In 1888 verzorgde hij een heruitgave van J. van den Vondels "Altaargeheimenissen" ten behoeve van studenten. Later werd Erkens aangesteld als pastoor van de Sint-Trudoparochie in Opitter. Hij overleed op 12 april 1938 in Geleen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken: studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38
NaamHover, Franciscus; Hover, Johan Frans
Datums° Posterholt, 25/02/1861 - ✝ 09/04/1923
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioFranciscus Hover werd geboren in Posterholt, Nederland op 25 februari 1861. Tijdens zijn studies aan het Groot Seminarie van Luik was hij lid van het ‘Limburgsch Zanterkesgildeke’. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Later was hij pastoor van Cras-Avernas. Franciscus Hover overleed op 9 april 1923 in Cras-Avernas, Luik. Hij werd daar ook begraven.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
Bronnen https://www.geni.com/people/Johan-Frans-Hover/6000000023418564924; E. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 159
NaamLahaye, Renerus
Datums° Reppel, 31/03/1862 - ✝ Tongeren, 22/04/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioRenerus Lahaye werd geboren op 31 maart 1862 te Reppel. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Op 18 december 1886 werd hij te Luik tot priester gewijd. Nadien was hij werkzaam als pastoor op de parochie Jean-Baptist te Tongeren. Hij stierf er op 22 april 1941.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 185
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NaamLewylle, Arthur
Datums° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: 'Het teeken des vreden'. Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik. Begin 1885 werd hij onderpastoor in Verviers, een functie die hij uitoefende tot juli 1888. Dan werd hij onderpastoor van Saint-Gilles in Luik. Later was hij werkzaam in Laar in Vlaams-Brabant en in Halen in Limburg. In augustus 1897 werd hij benoemd tot pastoor in As in Limburg.
Links[odis]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NaamMoons, Ludovicus; Moens, Ludovicus
Datums° Eksel, 30/03/1857 - ✝ Hasselt, 06/10/1932
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioLudovicus Moons werd geboren in Eksel op 30 maart 1857. Mogelijk volgde hij zijn priesteropleiding aan het grootseminarie van Luik en was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 mei 1884 werd hij in Luik tot priester gewijd. In de loop van zijn kerkelijke loopbaan was hij werkzaam als pastoor te Leut. Ludovicus Moons overleed in Hasselt op 6 oktober 1932.
Links[odis]
NaamPorta, Franciscus Josephus Cornelus
Datums° Heers, 24/04/1863 - ✝ Heers, 23/10/1940
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsPorta, Franz
BioFranciscus Josephus Cornelius Porta werd geboren in Heers op 24 april 1863, als zoon van François Joseph Xavier Porta en Marie Catharina Wijnands. Van 1883 tot 1884 was hij lid van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak', een afdeling van het taalminnend genootschap 'Utile Dulci'. Deze vereniging werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Ze had tot doel het Nederlands correct en vlot te leren spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Porta lid van het' Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 2 april 1886 werd hij in Luik tot priester gewijd. Nog datzelfde jaar begon hij zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar hij Griekse, Latijnse en Franse grammatica doceerde. Op 29 januari 1901 werd hij benoemd tot pastoor van Veulen. In zijn parochie richtte hij nieuwe religieuze verenigingen op, waaronder in 1901 de Derde Orde en de Congregatie van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen, en in 1902 de Sint-Antoniusvereniging. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van een zusterschool vanaf 1913. Namens de parochie sloot hij een overeenkomst met het gemeentebestuur voor de subsidiëring van deze school. Aanvankelijk gaf hij er zelf les, maar vanaf 1916 werd hij op zijn eigen verzoek vervangen door zusters van het Instituut van het Heilig Hart en de Onbevlekte Ontvangenis te Heverlee. Franciscus Porta overleed in Veulen op 23 oktober 1940.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 258 ; Geneanet
NaamRaedschelders, Emiel; Raedschelders, Aemilius
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioEmiel Raedschelders werd geboren in Maaseik op 24 november 1859. Vanaf 1883 was hij werkend lid en voorzitter van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak'. Deze afdeling van het taalminnend genootschap Utile Dulci werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Het genootschap had tot doel de leden te leren Nederlands spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde hij Limburgse woorden voor Guido Gezelle. Hij werd op 18 december 1886 in Luik tot priester gewijd en begon zijn loopbaan als onderpastoor in Luik, Saint-Gilles (1886-1888), vervolgens Sainte-Walburge (1888-1893), Sint-Martinus, Sint-Martens-Voeren (1893-1895), Rutten (1895-1897) en Sint-Dionysius, Opoeteren (1897-1899). In 1899 werd hij pastoor van Sint-Hubertus, Neerglabbeek, een functie die hij uitoefende tot zijn emeritaat in 1910. Hij overleed in Maaseik op 27 februari 1945.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 262
NaamTheunissen, Henricus
Datums° Bree, 23/12/1859 - ✝ Bree, 19/11/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; deken
BioHenricus Theunissen werd geboren in Bree op 23 december 1859. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 29 mei 1885 werd hij in Luik tot priester gewijd. Datzelfde jaar werd hij leraar en onderpastoor in Peer. Hij gaf er in het Sint-Lambertuscollege Vlaamse les aan de jongens met bijzondere aandacht voor de poëzie van Guido Gezelle. Hij steunde de oprichting van de eerste gilde van de Boerenbond, die op 1 augustus 1890 in Peer tot stand kwam. Met artikels in het Limburgs weekblad "De Kempen" droeg hij bij aan de verspreiding van de ideeën van de organisatie. In 1895 nam Theunissen als directeur de leiding op zich van het Sint-Lambertuscollege. Hij verliet het onderwijs in 1899 en kreeg een aanstelling tot pastoor van de Sint-Martinusparochie in Genk, waar hij tot 1905 werkzaam bleef. In 1905 werd hij pastoor-deken te Tongeren, verbonden aan de Onze-Lieve-Vrouw-Geboorteparochie. In die periode engageerde hij zich als medeorganisator en geestelijk begeleider voor de Belgische Lourdesbedevaarten. Voor zijn langdurige inzet voor de boerenstand en het culturele leven in de regio ontving hij de onderscheiding van Ridder in de Kroonorde. Henricus Theunissen overleed in Bree op 19 november 1929.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 305; Bidprentje

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLuik

Naam - persoon

NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NaamJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Datums° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
NaamLewylle, Arthur
Datums° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: 'Het teeken des vreden'. Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik. Begin 1885 werd hij onderpastoor in Verviers, een functie die hij uitoefende tot juli 1888. Dan werd hij onderpastoor van Saint-Gilles in Luik. Later was hij werkzaam in Laar in Vlaams-Brabant en in Halen in Limburg. In augustus 1897 werd hij benoemd tot pastoor in As in Limburg.
Links[odis]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NaamDe Gheldere, Charles Alexandre
Datums° Brugge (Sint-Pieters), 08/12/1812 - ✝ Torhout, 02/04/1884
GeslachtMannelijk
Beroephandelaar
BioCharles De Gheldere behoorde tot een oude notabele familie uit Brugge. Hij huwde op 9 augustus 1836 met Louise Ossieur. Ze hadden zeven kinderen waaronder Karel De Gheldere.
NaamGilissen, Franciscus
Datums° Maaseik, 10/09/1841 - ✝ Spa, 09/03/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; aalmoezenier
BioFranciscus Gilissen werd geboren in Maaseik op 10 september 1841 en werd op 15 juni 1867 tot priester gewijd in het bisdom Luik. Hij was onder meer actief als aalmoezenier in de gevangenis van Luik. Hij bleef als priester verbonden aan het bisdom tot aan zijn overlijden op 9 maart 1915 in Spa.
Links[odis]
NaamVan Venckenray, Alphonse Adrien Hubert
Datums° Maaseik, 17/11/1860 - ✝ Bocholt, 03/10/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kapelaan; pastoor
BioAlphonse Adrien Hubert Van Venckenray werd geboren op 17 november 1860 in Maaseik als zoon van Joannes Hubertus Van Venckenray en Maria Sibila Vanoeteren. In 1883 werd hij in Luik tot priester gewijd en vertrok datzelfde jaar naar Bree, waar hij een van de vier leraren werd aan het in 1881 opgerichte Sint-Michielscollege. Tegelijk vervulde hij de functie van kapelaan in Bree. Van Venckenray bleef daar tot 1893, toen hij werd benoemd tot pastoor van Vliermaal. In 1906 volgde zijn benoeming tot pastoor in Bocholt, waar hij tot zijn overlijden op 3 oktober 1929 bleef.
BronnenGeneanet; De drie torenkruiers. 1. Alfons Van Venckenray, pastoor (1860-1929). In: De kerktorenverplaatsing in Bocholt. Bocholt: Geschied - en Heemkundige Kring Bocholt, 1985, p. 34-35
Naamde Villenfagne de Vogelsanck, Jules
Datums° Luik, 21/12/1827 - ✝ Zolder, 22/03/1904
GeslachtMannelijk
Beroepburgemeester
BioJules de Villenfagne de Vogelsanck werd op 21 december 1827 geboren als tweede zoon van Louis Ignace II de Villenfagne (1798-1875) en Thérèse Henriette Pelsser de Lichtenberg (1793-1873). Na het overlijden van zijn oudste broer op twaalfjarige leeftijd, erfde hij zowel de baronnentitel als het kasteel Vogelsanck te Zolder. In 1854 trad Jules in het huwelijk met Camille, gravin van Preston. Onder haar impuls werd het kasteel Vogelsanck verfraaid in neo-Vlaamse renaissancestijl en Tudorstijl, terwijl het park werd heraangelegd als Engelse landschapstuin. Het huwelijk bleef kinderloos. Vanaf 1871 tot aan zijn overlijden was Jules de Villenfagne burgemeester van Zolder. Hij speelde een actieve rol in het lokale culturele en maatschappelijke leven als stichter en voorzitter van de fanfare ‘De Ware Vrienden’. Daarnaast stimuleerde hij het lager onderwijs en financierde hij de uitbreiding van de Sint-Jobkerk te Bolderberg, evenals de Sint-Hubertus- en Sint-Vincentiuskerk in het centrum van Zolder. Het kasteel Vogelsanck fungeerde tevens als ontmoetingsplaats voor kunstenaars en letterkundigen, onder wie Guido Gezelle. Polydoor Daniëls, die vanaf 1876 als slotkapelaan in dienst was van de baron, reisde samen met Jules door Frankrijk, Italië en Duitsland om musea en monumenten te bezoeken, wat zijn interesse in de kunstwereld verder aanwakkerde. Jules baron de Villenfagne de Vogelsanck overleed op 22 maart 1904 in zijn residentie te Vogelsanck.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBree
GemeenteBree
NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamLanklaar
GemeenteDilsen-Stokkem
NaamZolder
GemeenteHeusden-Zolder
NaamLuik

Naam - instituut/vereniging

NaamLimburgsch Zantersgildeken
BeschrijvingIn 1883 ontstond het Limburgsch Zantersgildeken aan het Grootseminarie van Luik. Andere benamingen voor de groep zijn Gilleke of Gildeken. Gezelle zelf sprak hen aan als ‘Mijne brave Heeren van het Gulleken, guldeken, gildeken’. Zelf noemden zij zich daarna 'Gullebroêrs'. Via de West-Vlaamse seminarist A. Lewylle leerden A. Cuppens en J. Lenaerts reeds aan het kleinseminarie van Sint-Truiden het dichtwerk van Guido Gezelle en diens tijdschrift "Loquela" kennen. In diezelfde periode publiceerde Mgr. Rutten, kanunnik van de kathedraal van Luik (1880–1885) en later bisschop, geschriften over de herwaardering van de Vlaamse taal, vanuit een sociaal-katholieke bewogenheid. Die liefde voor de eigen volkstaal vond weerklank bij een tiental jonge bevriende seminaristen, die door A. Cuppens en J. Lenaerts, en op hun vraag, ook door Gezelle op sleeptouw werden genomen. Deze groep Limburgse Gezellianen wilden de Nederlandse taalschat verrijken met uitgelezen woorden en gezegden uit de Limburgse volksmond. Zij plaatsten persoonlijk hun namen onder een nieuwjaarsbrief van 1 januari 1884 aan Gezelle. Hij bezocht hen in Luik in de zomer van datzelfde jaar. Op 1 februari 1885 verscheen het eerste nummer van hun tijdschrift, "’t Daghet in den Oosten: : Limburgsch tijdschrift voor alle liefhebbers van taal- en andere wetensweerdigheden", onder redactie en deskundige leiding van Guido Gezelle. Aanvankelijk bleven deze seminaristen min of meer onder de radar, wegens de kritische houding van hun oversten, maar vanaf 1886 werden zij een officiële Limburgse gouwgilde.
Datering1883-?
Links[wikipedia]
NaamDavidsfonds Brugge
BeschrijvingDe Brugse afdeling van het Davidsfonds werd begin 1875 gesticht door Adolf Duclos en is daarmee de oudste in West-Vlaanderen. Ondanks het feit dat hij verschillende keren uitgenodigd werd, zou Gezelle er geen grote rol in spelen. Ze zette zich in het bijzonder in voor de hulde na Gezelles dood en de realisatie zijn praalgraf.
Datering1875
NaamSint-Michielscollege, Bree
BeschrijvingHet Sint-Michielscollege te Bree werd in 1881 opgericht door Victor-Joseph Doutreloux (1837–1901), bisschop van Luik. In 1884 werd het college ondergebracht in het voormalige Augustijnerklooster aan de noordzijde van het Vrijthof in Bree. De eerste steenlegging van dit klooster dateert van 1657. Het gebouw is opgetrokken in Maaslandse renaissancestijl en Luikse barok. Aanvankelijk telde het college vier priester-leraars. In 1985 fuseerde de school met het Sint-Lutgardisinstituut en verhuisde het naar het Sint-Augustinusinstituut. Vandaag zijn op deze site de stadsdiensten van Bree gevestigd.
Datering1881-1985
Links[odis], [wikipedia]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelThe Song of Hiawatha. Overgedicht in ‘t Vlaamsch.
Links[gezelle.be]
TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

Titelonbekend
TitelGazette van Kortrijk (periodiek)
AuteurGezelle, G; Soenen, E.
Datum1876-1918
PlaatsKortrijk
UitgeverBeyaert
Links[odis]
TitelDe Student: tijdschrift voor het Vlaamsch Studentenvolk (periodiek)
AuteurJanssen, Gustaaf; Laporta, August (red.) e.a
Datum1881-1930
PlaatsLeuven; Lier; Brussel; Laken
Uitgever[s.n.]
Links[odis]
TitelHet Menschdom Verlost
Auteurde Koninck, Lodewijk
Datum1874
PlaatsAntwerpen
UitgeverL. Beerts
TitelLandliederen: gedichten
AuteurDe Gheldere, Karel
Datum1883
PlaatsBrugge
UitgeverEdward Gailliard
TitelDe onafhankelijke van de provincie Limburg : nieuws- en aankondigingsblad : godsdienst, moedertaal, vaderland (periodiek)
Datum1850-1914
PlaatsHasselt
UitgeverP.F. Milis; H.J. Ceysens

Titelxx/[02/1884], Luik, [August Cuppens en de gildebroêrs van het Limburgsch Zantersgildeken] aan [Guido Gezelle]
EditeurMiet Hubrechts; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Cuppens August, Lenaerts Leonard Willem Jakob, Lewylle Arthur, Coenegracht Felix, Carmans Josephus, Erkens Gulielmus Josephus, Lahaye Renerus, Theunissen Henricus, Broers Balthasar, Porta Franciscus Josephus Cornelus, Raedschelders Emiel, Hover Franciscus, Borgerhoff Petrus Joannes Hubertus en Moons Ludovicus aan Gezelle Guido, Luik, xx/[02/1884]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Verzender[Cuppens, August]
Verzender[Lenaerts, Leonard Willem Jakob]
Verzender[Lewylle, Arthur]
Verzender[Coenegracht, Felix]
Verzender[Carmans, Josephus]
Verzender[Erkens, Gulielmus Josephus]
Verzender[Lahaye, Renerus]
Verzender[Theunissen, Henricus]
Verzender[Broers, Balthasar]
Verzender[Porta, Franciscus Josephus Cornelus]
Verzender[Raedschelders, Emiel]
Verzender[Hover, Franciscus]
Verzender[Borgerhoff, Petrus Joannes Hubertus]
Verzender[Moons, Ludovicus]
Verzender[Limburgsch Zantersgildeken]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[02/1884]
VerzendingsplaatsLuik
AnnotatieJaartal en maand gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 170 mm x 108 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden watermerk: Delta Mill Fine
Toevoegingen op zijde 1 midden in de bovenrand: [feb. 1884]? (rood potlood)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5382
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11694
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/2a5efe8569e111ab63ceddca9b6aa31f52efcf05/manifest
Inhoud
IncipitUw welgekomen schrijven heeft ons
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.