Aan den Eerweerden Heer Polydor Daniels, Opsteller van 't Daghet in den Oosten[1]
Hertelijk geluk en broederlijken dank voor u en uwe moedige vrienden, dappere strijders uit het “Limburgsche” God zegene uw verdienstelijk werk! Voor Godsdienst, tale, zeden en gebruiken hebt gij strijdmoedig den schild opgenomen, gelijk Ambiorix en zijne dappere Eburonen, die eertijds voor Vrijheid en Vadergrond tegen de Romeinsche Veroveraars zoo moedig te velde trokken. “’t Daghet in den Oosten” is een nieuwe strale van de ware vlaamsche zonne, die met verbreedenden luister gedurig klemt in onzen eigenen vlaamschen hemel! De werkers van West- en Oost Vlaanderen, van Antwerpen en Brabant roepen u, begeesterd en van verre, den blijden Welkom! in den glans van “’t Daghet” verjongt het straal hunner ogen.
Ik zend u hier de naam van 5 nieuwe inschrijvers en ‘K hope in ‘t korte tot aan 25 te geraken
Gelief, als ‘t kan zijn, de voordracht die gij overtijd te Brugge gegeven hebt in “‘t Daghet” over te zetten.[2]







