<Resultaat 806 van 2074

>

p1
Eerweerde Heer en goede Vriend!

Al is het dat ook ik, lijk Gij, overladen ben met werkzaamheden - nogtans wil en moet ik een half-uurken uitbreken om uwen lesten goeden brief, waar voor ik U dank zegge, te beantwoorden.

Allereerst dan dank ik U vriendelik voor uwen schoonen duik-almanak, dien ik reeds boven mijn schrijftafel aan de waag een plaatske heb gegeven en vastgehecht, en dien ik in 1886 in gezondheid en welstand hoop ten einde te plukken. Hij zal mij dageliks van U spreken, alle morgen mij een groet van mijnen vlaamschen vriend brengen. Ook de weerga er van neem ik nu reeds dikmaals ter hand; ik ben namelik nieusgierig hoe Gij zoo menigen oud-vlaamschen en oud-frieschen mans- en vrouen-vóórnaam in verband brengt met de namen van Kerk-Heiligen. Ik leer vele daar uit maar ben het in deze zake lang niet altijd met U eens. Immers de oude Friesen droegen reeds namen als Pibe, Lippe, Tibbe, p2Sieuwke, Swaneke (nog heden Zwaantje), Swobke, Broer (Brothar), enz, toen zij nog heidenen waren en lange voor d'invoeringe des Kerstendoms in onze landen, en zij dus van St. Philippus, St. Philomene; St. Susanna, St. Willebrord nog nooit en hadden gehoord, ja, ook eer deze Heiligen op aarde leefden. Hoe klopt dat nu?

Hebt Gij leute aan den Lapekoer?[1] Dat verheugt mij! Vlaamsch en friesch vullen elkanderen schoone aan, over en weêr, niet waar?

Eenen vlaamschen Almanak uit Rijssel en hebt Gij zekerlik nog niet kunnen krijgen? Ik en mag U daar toe niet te sterk pramen[2] Lijkwel, konstet Gij hem bekomen - al was het maar ter inzage - Gij zoudt er mij eenen grooten dienst mede bewijzen. Dies houde ik mij daar toe bijzonderliken bij U aanbevolen.

Aan uwen wensch heb ik voldaan. In eenen afdruk van mijnen Namenboek, dien ik, met andere boeken door mijnen boekhandelaar aan den Hr. Dr van Steenkiste liet zenden, schreef ik iets op het schutblad. Dat boek was voor den Eerw: Hr. Slosse bestemd. Of hijp3het reeds ontvangen heeft?

Hier bij ingesloten zende ik U den brief terug dien de Hr van Steenkiste U schreef.[3] Ik zelve heb hem geantwoord op zijne vrage aangaande Van de Steenkiste en Van Steenkiste. Dit is een lapsus calami[4] geweest, dien ik zeer beroue.

Ook vindt Gij in dezen brief, den fransch-vlaamschen oproepbrief aan de Kiezers[5] die ik U met grooten dank terug zende. Zoo Gij nog het een of ander vlaamsch zoudt hebben uit Frankrijk, ik houde mij daar toe ten sterksten aanbevolen in uwer goedjonstige gedachtenis. Ik ben nu te wege met het schrijven van eenen opstel over het vlaamsch in Frankrijk en elders op de marken van ons dietsche taalgebied.[6]

Uwen uitleg[7] aangaande den maagschapsnaam Tytgat heb ik met het meeste genoegen gelezen. Die naam is een kwade noot om kraken. Uwen uitleg en voldoet mij ook al niet ten volle, (ik meene dien van tijtgat = tijd g'had)[8] even min als mijnen eigenen van "hora ruit"[9] En "Tides kate?"[10] De oorspronkelikep4dietsche form moet dan in eenen waalschen (tite'cat) zijn overgegaan, en later het waalsche weer verdietscht zijn tot tytgat! En zou de oorspronkelike form met s dan geheel vergeten geweest zijn?

Hier is alles in den besten welstand. Moge 't ook by U zoo zijn!

Met vriendelike groeten, en onder aanbevelinge voor den rijsselschen almanak, ben en blijve 'k
Uwen trouen en verkleefden
Johan Winkler.

Noten

[1] Winkler stuurde dit boek op naar Gezelle samen met zijn brief van 30/10/1885.
[2] drukken, knellen, persen; hier aandringen
[3] Deze brief is niet bewaard gebleven.
[4] Vertaling (Latijn): slip of the pen
[5] Waarschijnlijk wordt hier de Frans-Vlaamse oproepbrief aan de kiezers van Belle (Bailleul) van 1885 bedoeld.
[6] J. Winkler, Nederland in Frankrijk en Duitsland. In: De Tijdspiegel: (1886) 5,6 en 7.
[7] Tytgat. In: Loquela: (1885) 7, p.54-55.
[8] Zie Tytgat. In: Loquela: (1885) 7, p.54: ”Hier immers spreekt men Tytgat en tijd gehad, of tijd g'had zoo eenerlei uit, dat er hoegenaamd geen verschil tusschen beiden te bespeuren en is, en dat men b.v.: “Wat-zeg-je? tijd g'had!” en: “Wat zeg-je, Tytgat?” aan de ondervragende óf de verwonderde stembuiginge alleene zou onderkennen.”
[9] Zie Tytgat. In: Loquela: (1885) 7, p.54: ”En inderdaad, ik en weet,-” zegt Johan

Winkler, Nederl. Geslachtsnamen, p.456, dezen naam niet anders te verklaren "als door hem te houden voor eene verdietsching van het bekende latijnsche gezegde: hora ruit, de tijd of het uur vervliegt, of de tijd gaat. Dit gezegde was in de middeleeuen veel in der lieden mond en penne, en werd toen dikwijls te pas gebracht, ook in opschriften, b. v. op zonnewyzers, uurwerkplaten, enz.”

[10] Zie Tytgat. In: Loquela: (1885) 7, p.54: ”De waalsche gedaante van Tytgat is Titecat, Titeca, zegt

Johan Winkler, en dat schijnt een en 't zelfste w., geleerder óf ongeleerder wijze gespeld; 't is alsof men zeide soldat en solda, Délval en Delva, Lagache en Laga, là-bas en laba, enz. Titécat zal dan wel de oudste en de beste gedaante van 't w. zijn. Voegt er eene e bij, gesproken en verschilt het w.

niet, (Titécate = Titecat).En hier komt eindelijk liet oud vl. w. cate, kate te voorschijn, (Ten Kate, Catsaét, Gassaet, Wytscate, Wytschaete), dat Johan Winkler zelve vertaalt door kot, keete, arme boerenwoning.”

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefschrijver

NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamHaarlem

Naam - persoon

NaamSlosse, Leopold; Omicron
Datums° Marke, 02/11/1842 - ✝ Rumbeke, 31/03/1920
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioLeopold Slosse, zoon van Jan Slosse en Ursula Vandaele, ontving zijn priesterwijding te Brugge op 15/06/1867. Hij werd leraar en hulpbewaker aan de Sint-Aloysiusschool te Kortrijk (30/03/1867) en leraar aan het college te Diksmuide (15/06/1867). Vervolgens was hij vanaf 09/10/1868 onderpastoor te Sint-Kruis (Brugge), te Izegem (06/03/1872) en daarna pastoor te Kooigem (02/04/1891) en te Rumbeke (15/07/1896). Hij was een heemkundige en verzamelaar van o.m. bidprentjes. Zijn belangrijkste werk is Rond Kortryk of Schetsen over de prochien van het oud bisdom van Doornyk liggende in de voormalige dekenijen van Helkyn, Kortryk en Wervick, een geschiedenis van 61 alfabetisch gerangschikte gemeenten.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
NaamVan Steenkiste, Eugeen Karel
Datums° Brugge, 27/08/1841 - ✝ Brugge, 17/02/1914
GeslachtMannelijk
Beroepzoeaaf; arts; gemeenteraadslid
BioEugeen Van Steenkiste was een Brugs geneesheer. Hij deed zijn middelbare studies in Brugge en Kortrijk en studeerde af in 1859. Hij werd student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven (afgestudeerd in 1866). Na zijn studies deed hij vrijwilligerswerk bij de pauselijke zoeaven, en bouwde hij een medische carrière uit in Brugge. Hij werd geneesheer aan het Sint-Janshospitaal te Brugge (1880) en werd er hoofdarts in 1899. Hij engageerde zich zeer sterk in het katholieke Vlaamsgezinde verenigingsleven. Hij was medestichter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde (1874) en de Brugse Davidsfondsafdeling (1875). Bovendien was hij erg actief in de Vlaamse Broederbond en de Breidelcommissie en betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Biekorf (1889). Hij verwierf faam als voorzitter van de Katholieke Burgersgilde en zette zich in voor de vernederlandsing van het culturele leven. Hij was erg strijdbaar en schuwde ook de meer radicale strekkingen niet. Zo was hij was nauw betrokken bij de studentenstrijd en steunde hij ook een tijd lang de democratisch gezinde katholieken. Vanaf 1878 was hij actief als gemeenteraadslid, waar hij het opnam voor de vernederlandsing van de stedelijke administratie.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; medestichter van Biekorf
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Naam - plaats

NaamRijsel
GemeenteLille
NaamHaarlem

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelDuikalmanak
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelNederland in Frankrijk en Duitschland
AuteurWinkler, Johan
Datum[s.d.]
Plaats[S.l.]
Uitgever[s.n.]
TitelDe Nederlandsche geslachtsnamen in oorsprong, geschiedenis en beteekenis
AuteurWinkler, Johan
Datum1885
PlaatsHaarlem
UitgeverWillink
TitelLapekoer fan Gabe Scroar
AuteurHalbertsma, Tjalling Hiddes; Halbertsma, Eeltsje
Datum1822
PlaatsDeventer
Uitgeverwed. J. H. de Lange en Zoon
TitelVlaamsche Almanak van het Noorden (periodiek)
AuteurArthur Dehaese
Datum1885- ?
PlaatsRijsel
UitgeverM. Lefebvre

Titel18/11/1885, Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderWinkler, Johan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum18/11/1885
VerzendingsplaatsHaarlem
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 2: Brieven (1884-1899) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.224-226
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 208x133
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5557
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|11868
Inhoud
IncipitAl is het dat ook ik, lyk Gy,
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.