<Resultaat 1433 van 2074

>

p1+
Cher Monsieur l'Abbé[1]

D'après les renseignements que j'ai pu me procurer et qui m'ont été communiqués par Monsieur l'Abbé Van Haecke prêtre Chapelain du St Sang, Perez de Malvenda aurait eu trois demeures, où il a caché le Précieux Sang de Notre Seigneur Jésus Christ.[2] La 1re serait au quai Spinola (on ignore encore l'emplacement.) la 2de rue Neuve, mais on croit que la façade de cette maison a été démolie de fond en comble. La 3me est la maison du pont St Jean Népomucène: (la notre.)[3] C'est sur cette derp2nière maison que nous mettrons votre belle inscription No 2.[4]

Les Thérésiennes sont enchantées de votre joli texte en vieux Flamand N.o 3.[5] Quant au Collège St Louis, il me semble qu'on est un peu jaloux de n'avoir pas un joli quatrin comme le notre: "zoo Obédédom etc..."[6] Si je l'osais je vous en demanderais un aussi en vers flamands pour le Collège St Louis. Qu'en pensez vous? Vous avez un talent si facile; vous feriez p3cela sans peines, et puisqu'on l'aime mieux et que vous m'avez permis de vous demander ce que je voudrais, pourquoi ne vous le demanderais-je pas?

Je dois vous dire aussi que Gertrude de Pélichy était Demoiselle et n'a jamais été mariée.

Lorsque vous me répondrez veuillez écrire en flamand cher Monsieur l'Abbé ce sera un vrai plaisir pour moi de lire vos lignes écrites dans ce joli lanp4gage de la West Flandre.

Il va sans dire que nous nous soumettons entièrement à tout ce que vous déciderez par rapport à l'inscription de St Louis. Si vous le trouvez meilleur, nous mettrons le texte que vous m'avez déjà envoyé.[7]

Mon mari se joint à moi pour vous offrir, Monsieur l'abbé, l'expression de notre grâtitude et de notre respect
Baronne Van Caloen
née Comtesse de Gourcy-Serainchamps

Noten

[1] In een brief van 14/12/1891 had gravin Savina de Gourcy Serainchamps Guido Gezelle verzocht om inscripties te schrijven voor enkele gedenkstenen, die ze wilde laten aanbrengen aan de huizen te Brugge, waar het H. Bloed in troebele tijden verborgen zat. Gezelle zal haar uiteindelijk vier inscripties bezorgen, waarvan één in proza (zie naamkaartje C, gevoegd bij zijn brief van 20/01/1892) en drie in dichtvorm (Zoo Obededom de Arke borg, Jesu, uit uw Hert, doorsteken en Gods heilig, dierbaer Bloed, alhier eens weggesteken).
[2] Juan Perez de Malvenda verborg het H. Bloed tijdens het Calvinisisch bewind (1578-1584) in drie huizen te Brugge, die hij achtereenvolgens bewoonde: eerst (van 1578 tot 1581) in een huis aan de Dijver (nu nr. 7 ‘De Tuilerieën’) dat toebehoorde aan zijn schoonbroer Joos de Damhouder; daarna (van 1581 tot 1584) in het Hof van Beveren in de Nieuwstraat (nu nr. 5-7), dat toebehoorde aan Anna de Thiennes; en ten slotte (1584) in het zgn. Huis Perez de Malvenda in de Wollestraat (nu nr. 53), dat toebehoorde aan zijn schoonbroer Jacob de Chantraines. Lodewijk Van Haecke, hoofdkapelaan van de Heilig-Bloedkapel, vergiste zich dus met betrekking tot het eerste huis: het H. Bloed zat nooit verborgen in een huis aan de Spinolarei, en trouwens ook niet in een huis in de Kelkstraat, zoals sommige auteurs (A. De Schrevel, M. English, C. Vlaemynck) later beweerden. Dat het H. Bloed naar alle waarschijnlijkheid eerst enkele jaren in een huis aan de Dijver verborgen zat, werd pas bekend door een studie uit 1988. (A. Van den Abeele, De relikwie van het H. Bloed in de ‘Beloken tijd’. Een geheime bergplaats aan de Dyver? 1578-1581. In: Biekorf: 88 (1988), p.218-225)
[3] Savina de Gourcy Serainchamps noemde het Huis Perez de Malvenda (Wollestraat 53, bij de Nepomucenusbrug) “het onze” (la notre), wat althans naar haar gevoel klopte: het behoorde immers toe aan haar schoonzoon Alexandre Gillès de Pélichy en diens echtgenote Savina van Caloen, de tweede dochter van Charles van Caloen en Savina de Gourcy Serainchamps.
[4] Het betreft het gedicht Zoo Obededom de Arke borg, dat werd gebruikt voor de gedenksteen aan het Huis Perez de Malvenda (Wollestraat). Gezelle noteerde dit gedicht op het naamkaartje A, dat was gevoegd bij zijn brief aan Savina de Gourcy Serainchamps van 20/01/1892.
[5] Het betreft een inscriptie in proza, die werd gebruikt voor de gedenksteen aan de straatgevel van de kapel van het Theresianenklooster (Schuttersstraat 3-7). Gezelle noteerde de tekst van deze inscriptie op het naamkaartje C, dat gevoegd was bij zijn brief aan Savina de Gourcy Serainchamps van 20/01/1892.
[6] De principaal van het Sint-Lodewijkscollege, Hendrik Rommel, was een goede bekende van zowel Guido Gezelle als Savina de Gourcy Serainchamps. Rommel vroeg Gezelle meermaals om gelegenheidsgedichtjes en hij koesterde dezelfde devotie voor het H. Bloed. Hij schreef hierover in 1891-'92 twee bijdragen in Biekorf. (H. Rommel, Eene Reliquie van het Heilig Bloed te Brugge in de jaren 1056-1066. In: Biekorf: 2 (1891), 8, p.113-122; Idem, De Reliquien van het heilig Bloed te Sint-Maximin en te Weissenau. In: Biekorf: 3 (1892), 9, p.129-136)
[7] Voor deze inscriptie, zie het naamkaartje D dat Guido Gezelle voegde bij zijn brief aan Savina de Gourcy Serainchamps van 20/01/1892. Deze inscriptie in proza zal uiteindelijk ongebruikt blijven. Gezelle schreef in de plaats het gedichtje Gods heilig, dierbaer Bloed, alhier eens weggesteken.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Naamde Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine; van Caloen-de Gourcy, Savina L. J.
Datums° Gent, 17/07/1825 - ✝ Loppem, 07/09/1912
GeslachtVrouwelijk
BioSavina de Gourcy Serainchamps was een dochter van graaf Félix, grootgrondbezitter, en barones Mathilde Dons de Lovendeghem uit Gent. Het gezin telde vijf kinderen en woonde op het (nu verdwenen) kasteel van Mianoye te Assesse bij Namen. Savina kreeg eerst thuisonderricht, daarna was ze pensionaire op de kloosterschool van Berlaimont (Brussel). Ze was er bevriend met Émilie van Outryve d’Ydewalle, die in 1848 huwde met Jean-Baptiste Bethune. Savina trouwde op 21 april 1847 met baron Charles van Caloen, vriend en studiegenoot van Bethune. De twee echtparen hadden veel gemeen: fervent katholiek, devoot, liefdadig, kunstminnend (neogotiek), traditionalistisch en ultramontaans. Charles en Savina kregen vijf kinderen die allen opgroeiden tot modelkatholieken: Maria (karmelietes), Savina, Joseph (benedictijn, vriend van Gezelle), Albert en Ernest. Het echtpaar was de bouwheer van het kasteel van Loppem (1859), gebouwd door de bouwmeesters Edward Pugin en Jean-Baptiste Bethune. Door de oogziekte van haar man, was het in de praktijk vooral Savina die zich deze taak aantrok. Het kasteel werd een centrum voor kunstenaars, intellectuelen, schrijvers, prelaten en bekeerlingen. Ook Guido Gezelle was vriend aan huis. Hij schreef in 1870 verzen bij de wandschilderingen in het Blauw Salon van het kasteel bij de taferelen van Duitse schilder August Martin. Savina werd in 1869 voorzitter van de Dames Zélatrices van de Noordpoolmissie, met Gezelle als geestelijk leidsman. Op verzoek van Savina schreef Gezelle in 1892 opschriften in versvorm voor de huizen waar het H. Bloed in woelige tijden verborgen werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht; Noordpoolmissie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.geni.com/people/Savina-de-Gourcy-Serainchamps/6000000033149576105; J. Braet, Het kasteel van Loppem in zijn familiaal en historisch kader. In: V. van Caloen (red.), Het kasteel van Loppem. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.10-43

Briefschrijver

Naamde Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine; van Caloen-de Gourcy, Savina L. J.
Datums° Gent, 17/07/1825 - ✝ Loppem, 07/09/1912
GeslachtVrouwelijk
BioSavina de Gourcy Serainchamps was een dochter van graaf Félix, grootgrondbezitter, en barones Mathilde Dons de Lovendeghem uit Gent. Het gezin telde vijf kinderen en woonde op het (nu verdwenen) kasteel van Mianoye te Assesse bij Namen. Savina kreeg eerst thuisonderricht, daarna was ze pensionaire op de kloosterschool van Berlaimont (Brussel). Ze was er bevriend met Émilie van Outryve d’Ydewalle, die in 1848 huwde met Jean-Baptiste Bethune. Savina trouwde op 21 april 1847 met baron Charles van Caloen, vriend en studiegenoot van Bethune. De twee echtparen hadden veel gemeen: fervent katholiek, devoot, liefdadig, kunstminnend (neogotiek), traditionalistisch en ultramontaans. Charles en Savina kregen vijf kinderen die allen opgroeiden tot modelkatholieken: Maria (karmelietes), Savina, Joseph (benedictijn, vriend van Gezelle), Albert en Ernest. Het echtpaar was de bouwheer van het kasteel van Loppem (1859), gebouwd door de bouwmeesters Edward Pugin en Jean-Baptiste Bethune. Door de oogziekte van haar man, was het in de praktijk vooral Savina die zich deze taak aantrok. Het kasteel werd een centrum voor kunstenaars, intellectuelen, schrijvers, prelaten en bekeerlingen. Ook Guido Gezelle was vriend aan huis. Hij schreef in 1870 verzen bij de wandschilderingen in het Blauw Salon van het kasteel bij de taferelen van Duitse schilder August Martin. Savina werd in 1869 voorzitter van de Dames Zélatrices van de Noordpoolmissie, met Gezelle als geestelijk leidsman. Op verzoek van Savina schreef Gezelle in 1892 opschriften in versvorm voor de huizen waar het H. Bloed in woelige tijden verborgen werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht; Noordpoolmissie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.geni.com/people/Savina-de-Gourcy-Serainchamps/6000000033149576105; J. Braet, Het kasteel van Loppem in zijn familiaal en historisch kader. In: V. van Caloen (red.), Het kasteel van Loppem. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.10-43

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

Naamonbekend

Naam - persoon

Naamde Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine; van Caloen-de Gourcy, Savina L. J.
Datums° Gent, 17/07/1825 - ✝ Loppem, 07/09/1912
GeslachtVrouwelijk
BioSavina de Gourcy Serainchamps was een dochter van graaf Félix, grootgrondbezitter, en barones Mathilde Dons de Lovendeghem uit Gent. Het gezin telde vijf kinderen en woonde op het (nu verdwenen) kasteel van Mianoye te Assesse bij Namen. Savina kreeg eerst thuisonderricht, daarna was ze pensionaire op de kloosterschool van Berlaimont (Brussel). Ze was er bevriend met Émilie van Outryve d’Ydewalle, die in 1848 huwde met Jean-Baptiste Bethune. Savina trouwde op 21 april 1847 met baron Charles van Caloen, vriend en studiegenoot van Bethune. De twee echtparen hadden veel gemeen: fervent katholiek, devoot, liefdadig, kunstminnend (neogotiek), traditionalistisch en ultramontaans. Charles en Savina kregen vijf kinderen die allen opgroeiden tot modelkatholieken: Maria (karmelietes), Savina, Joseph (benedictijn, vriend van Gezelle), Albert en Ernest. Het echtpaar was de bouwheer van het kasteel van Loppem (1859), gebouwd door de bouwmeesters Edward Pugin en Jean-Baptiste Bethune. Door de oogziekte van haar man, was het in de praktijk vooral Savina die zich deze taak aantrok. Het kasteel werd een centrum voor kunstenaars, intellectuelen, schrijvers, prelaten en bekeerlingen. Ook Guido Gezelle was vriend aan huis. Hij schreef in 1870 verzen bij de wandschilderingen in het Blauw Salon van het kasteel bij de taferelen van Duitse schilder August Martin. Savina werd in 1869 voorzitter van de Dames Zélatrices van de Noordpoolmissie, met Gezelle als geestelijk leidsman. Op verzoek van Savina schreef Gezelle in 1892 opschriften in versvorm voor de huizen waar het H. Bloed in woelige tijden verborgen werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht; Noordpoolmissie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.geni.com/people/Savina-de-Gourcy-Serainchamps/6000000033149576105; J. Braet, Het kasteel van Loppem in zijn familiaal en historisch kader. In: V. van Caloen (red.), Het kasteel van Loppem. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.10-43
Naamvan Caloen, Charles-Marie-Louis-Joseph
Datums° Brugge, 31/08/1815 - ✝ Brugge, 01/05/1896
GeslachtMannelijk
Beroepsenator; burgemeester; provincieraadslid; grondeigenaar; rentenier; mecenas
BioCharles van Caloen was de tweede zoon van Joseph-Bernard, burgemeester van Loppem, en Marie de Potter de Droogenwalle (zus van Louis de Potter, held van de Belgische revolutie). Hij kreeg een streng-katholieke opvoeding. Aan het kleinseminarie te Roeselare had hij de latere bisschop Johan Joseph Faict als studiegenoot. Zijn broer Louis werd jezuïet en was oprichter van het Genootschap van St.-Franciscus Xaverius. Charles trouwde in 1847 met de Waalse gravin Savina de Gourcy Serainchamps. De opvoeding van de vijf kinderen stond in het teken van het katholieke reveil, de neogotiek en het ultramontanisme. In 1857 verkreeg Charles de titel van baron. Het gezin woonde in een groot herenhuis aan de Dijver (nu het Europacollege). Op hun buitengoed te Loppem lieten ze een neogotische kasteel bouwen. Charles werd door cataract steeds meer slechtziend, maar een oogoperatie verloste hem in 1867 van deze kwaal. Hij had een goedgevulde politieke loopbaan: burgemeester van Loppem, provincieraadslid en senator. Guido Gezelle voerde in 1867 in "’t Jaer 30" een felle campagne voor zijn verkiezing als senator. Charles van Caloen was 25 jaar lang voorzitter van de Brugse katholieke kring La Concorde. Hij was een vurig verdediger van de Pauselijke Staten en werd hiervoor beloond met de titel van Roomse graaf (1866) en Commandeur in de Orde van Gregorius de Grote (1871). Charles was lid en tweemaal proost van de Edele Confrérie van het H. Bloed.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; onderwerp van gelegenheidsgedicht; aanvrager gelegenheidsgedicht; kiescampagne 't Jaer 30
BronnenJ. van Caloen, Histoire généalogique de la famille de Calonne et van Caloen au Tournaisis et au comté de Flandre. Brussel: Traditions & Vie, 1959, p.313-315; J. Braet, Het kasteel van Loppem in zijn familiaal en historisch kader. In: V. van Caloen (red.), Het kasteel van Loppem. Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.10-43
NaamVanhaecke, Louis
Datums° Brugge, 18/01/1829 - ✝ Brugge, 24/10/1912
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; priester; kapelaan; auteur
BioLouis Vanhaecke deed zijn humaniorastudies aan het Duinencollege in Brugge. In oktober 1846 ging hij naar het grootseminarie te Brugge waar hij Guido Gezelle als medeseminarist had. In 1851 werd Louis Vanhaecke leraar Frans aan het college te Poperinge. Hij werd tot priester gewijd in Brugge op 21/05/1853. Hij was achtereenvolgens leraar in het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (september 1852), kapelaan te Roeselare (juli 1855), leraar in het college te Oostende (september 1856) en te Poperinge (september 1862), habituant van Sint-Jacobs te Brugge (augustus 1864) en kapelaan van de Heilig-Bloedkapel (februari 1865). In 1872 werd hij erekanunnik van Antiochië. Louis Vanhaecke was een controversiële figuur die bekend was om zijn grappen en door Huysmans in verband werd gebracht met satanisme. Zelf publiceerde hij diverse religieuze werken.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medeseminarist Gezelle
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamPerez de Malvenda, Juan; Perez de Maluenda, Juan
Datums° Brugge, 1511 - ✝ Brugge, 1605
GeslachtMannelijk
Beroeppoliticus; ambtsdrager
VerblijfplaatsSpaanse Nederlanden
BioDon Juan Perez de Malvenda werd geboren in 1511 te Brugge als de jongste zoon van Diego, een rijke wolhandelaar uit Burgos die zich in 1498 in Brugge vestigde als consul van de Spaanse natie, en van de Brugse Margaretha Hanneton. Juan Perez huwde in 1537 met Magdalena de Chantraines, gezegd de Broucqsaulx. Tussen 1538 en 1571 was hij elfmaal schepen van de Stad Brugge, vijfmaal thesaurier, driemaal raadspensionaris en tweemaal burgemeester van de raadsleden. In de volgende jaren was hij ‘redenaar’ (schepen) en in 1581 voorzitter van het Proosse. Hij was van 1537 tot aan zijn dood lid van de Edele Confrérie van het H. Bloed en bekleedde er de functie van zorger (1539-1540) en proost (1540-1541). Tijdens het calvinistisch bewind (1578-1584) hield hij de relikwie van het H. Bloed verborgen in drie huizen te Brugge die hij achtereenvolgens bewoonde: eerst (van 1578 tot 1581) in een huis aan de Dijver (nu nr. 7 ‘De Tuilerieën’) dat toebehoorde aan zijn schoonbroer Joos de Damhouder, daarna (van 1581 tot 1584) in het ‘Hof van Beveren’ in de Nieuwstraat (nu nr. 5), dat toebehoorde aan Anna de Thiennes, en ten slotte (1584) in het huis genaamd ‘Perez de Malvenda’ in de Wollestraat (nu nr. 53, aan de voet van de Eekhoutbrug), dat toebehoorde aan zijn schoonbroer Jacob de Chantraines. Dat Juan Perez het H. Bloed naar alle waarschijnlijkheid eerst enkele jaren aan de Dijver verborgen hield, raakte pas veel later bekend dankzij een studie uit 1988. Guido Gezelle schreef een opschrift in opdracht van barones Savina L. J. de Gourcy Serainchamps dat werd aangebracht op het huis in de Wollestraat.
Relatie tot Gezelleonderwerp van gelegenheidsgedicht
BronnenA. Van den Abeele, De relikwie van het H. Bloed in de ‘Beloken tijd’. Een geheime bergplaats aan de Dyver? 1578-1581. In: Biekorf: 88 (1988), p.218-225; B. Kervyn de Volkaersbeke, Het Heilig Bloed te Brugge. Brugge: West-Vlaamse Gidsenkring, 2019, p.35-44
Naamde Pélichy, Gertrude Cornélie Marie
Datums° Utrecht, 26/08/1743 - ✝ Brugge, 06/03/1825
GeslachtVrouwelijk
Beroepkunstschilder
VerblijfplaatsOostenrijkse Nederlanden; Koninkrijk der Nederlanden
BioBarones Gertrude de Pélichy was de dochter van Jean-Philippe en Isabelle de Rycksz. Weduwnaar geworden, verhuisde Jean-Philippe de Pélichy in 1753 met zijn twee kinderen naar Brugge, waar hij schepen en burgemeester van het Brugse Vrije werd. Gertrude had artistieke aanleg en kreeg privélessen van de Brugse schilder Paul de Cock. In 1765 werd ze lid van de Brugse Academie. In 1867 trok ze naar Parijs, waar ze les kreeg van haar stadsgenoot Joseph-Benoit Suvée, die trouwens een mooi portret schilderde van zijn leerlinge terwijl ze tekent. Gertrude bleef ongehuwd en woonde vanaf 1777 terug te Brugge, in het herenhuis ‘’t Potshoofd’ in de Dweersstraat 18. Dit huis werd ca. 1860 gesloopt om een uitbreiding van het Sint-Lodewijkscollege mogelijk te maken. Van 1812 tot 1819 werd in dit huis, op verzoek haar neef baron Jean de Pélichy en van Lodewijk Donche, de relikwie van het H. Bloed verborgen. Als aandenken werd in 1892 in een binnenmuur van het college een steen ingemetseld, met een inscriptie in versvorm van Guido Gezelle. Bij de afbraak van de collegegebouwen ging deze gedenksteen verloren. In het winkelcentrum Zilverpand, dat in de plaats kwam, werd in 1984 een nieuwe gedenksteen met dezelfde tekst aangebracht. Gertrude de Pélichy was een verdienstelijk schilder van portretten, landschappen en dieren. Het Groeningemuseum Brugge bezit o.a. een staatsieportret van keizer Jozef II.
Relatie tot Gezelleonderwerp van gelegenheidsgedicht
BronnenB. D’hoore, Iconographie de la famille Gillès de Pélichy et des principales familles ascendantes. Brussel: Office Généalogique et Héraldique de Belgique, 2012; C. Vlaemynck, Hoe in troebele tijden de relikwie van het Heilig Bloed te Brugge verborgen werd. Brugge: N.V. Zilverpand, 1984, p.23-27; B. Kervyn de Volkaersbeke, Het Heilig Bloed te Brugge. Brugge: West-Vlaamse Gidsenkring, 2019, p.57-64.

Naam - instituut/vereniging

NaamSint-Lodewijkscollege Brugge
BeschrijvingHet Sint-Lodewijkscollege werd vanaf 9 oktober 1834 als bisschoppelijk college ingericht in de gebouwen van de voormalige Duinenabdij aan de Potterierei. In 1846 verhuisde de school naar de hoek van de Noordzandstraat en de Dweersstraat, waar het steeds verder uitbreidde tot de site te klein werd. In 1972 verliet het college de binnenstad voor zijn huidige locatie. Gezelle volgde er lagere school van 1 oktober 1841 tot 17 augustus 1846. Hij had er onder meer les van Ferdinand Van de Putte. Na zijn terugkeer naar Brugge hield hij nauw contact met de school, o.m. via Leonard Lodewijk De Bo die hij op het Grootseminarie had leren kennen en via oud-leerlingen als Hugo Verriest. Zo kwam hij ook in contact met een nieuwe generatie leerkrachten als Edward Van Robays, Jan Craeynest en Cyriel Delaere met wie hij het tijdschrift Biekorf stichtte.
Datering1834
Links[odis], [wikipedia]
NaamTheresianenklooster, Brugge
BeschrijvingHet klooster van de Theresianen of ongeschoeide karmelietessen te Brugge was tijdens het ancien régime gevestigd aan de Ezelstraat en Hugo Losschaertstraat. Na de afschaffing van de comtemplatieve orden en de uitdrijving van de zusters in 1783 duurde het tot 1815 eer enkele oudere zusters van het voormalige Theresianenklooster een nieuwe Karmel vormden in Torhout. Een jaar later vestigden ze zich opnieuw in Brugge. Na een periode van regelmatig verhuizen vonden ze in 1833 eindelijk een vaste stek, door de aankoop van het huis van de familie Donche in de Schuttersstraat. Door bijkomende aankopen kon het klooster de volgende jaren uitbreiden tot een omvangrijk gebouwencomplex, gelegen tussen de Hugo Losschaertstraat, Schuttersstraat en Jan Boninstraat. In het huis Donche was van de 16de tot de 18de eeuw een Latijnse school gevestigd. Tijdens de Franse bezetting verborg Lodewijk Donche in dit huis van 1797 tot 1812 de relikwie van het H. Bloed. Dit verklaart meteen de nieuwe naam van de Brugse Karmel: het ‘Klooster van het Kostbaar Bloed en van O.L. Vrouw van de Karmelberg’. In de straatgevel van de neogotische kapel uit 1877 werd in 1892 een gedenksteen ingemetseld met een tekstje van Guido Gezelle dat herinnert aan deze bewogen episode uit de geschiedenis van het H. Bloed. In 2022 werd het klooster opgeheven. De gebouwen werden verkocht met het oog op een residentiële herbestemming.
Datering1627-1783 en 1815-2022
Links[wikipedia]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelGods heilig, dierbaar Bloed, alhier
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 121
TitelJesu, uit uw hert doorsteken
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 122
TitelZoo Obededom de Arke borg
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 122

Titel02/02/1892, s.l., Savina Louise Joséphine de Gourcy Serainchamps aan [Guido Gezelle]
EditeurJohan Braet; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2024
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
Verzenderde Gourcy Serainchamps, Savina Louise Joséphine
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum02/02/1892
Verzendingsplaatsonbekend
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle in het kader van de neogotiek. / door Caroline De Dycker. - Gent : Rijksuniversiteit Gent, 1984, dl. 1, p.159-160
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 156x96
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden watermerk: afbeelding, C G & S
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6500
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12779
Inhoud
IncipitD'après les renseignements
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.