<Resultaat 1487 van 2182

>

p1
Mr Dr. Guido Gezelle
à Courtrai
Belgique.
 
p2
Cher Monsieur,

Le Comité Flamand se réunit à Lille samedi je crois. Ne pourriez-vous communiquer votre découverte du British Museum[1] (Martin van Thourout)? Si vous ne pouvez venir personnellement, je recevrais avec plaisir une petite note de vous, précisant la date exacte du Manuscrite[2] inédit, son contenu &c.

Bien à vous.
C. Looten.

Noten

[1] Dit is een vergissing. Het gaat om een fragment van een handschrift uit de Bodleian Library in Oxford. Het fragment van Oxford werd een tiental jaren eerder ontdekt door James Weale en aan Gezelle gesignaleerd die het ter plaatse afschreef. Op 19/08/1891 werd Gezelle door de Koninklijke Vlaamse Academie belast om het uit te geven. In het voorjaar van 1892 heeft Gezelle met veel moeite het tweede (reeds gekende maar intussen onvindbare) fragment van Martijn Van Torhout teruggevonden in Oudenaarde. Dit is de aanleiding voor de opmerking van Looten.
[2] Sinte Waerneer, d.i. Sint Werner (overleden in 1287) is een berijmd heiligenleven van Martijn van Thorout, ontstaan omstreeks 1300, dat berust op het middeleeuws geloof dat de Joden jaarlijks een Christenkind offeren. Het is de legende van een jongen van 13 jaar, tot wiens eer in 1428 een kerkje gebouwd werd te Bacharach aan de Rijn. Er zijn maar 235 verzen van over, uitgegeven door Nap. De Pauw in zijn Middelnederlandsche Gedichten

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLooten, Camille
Datums° Noordpene, 16/10/1855 - ✝ Rijsel, 27/11/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; professor
VerblijfplaatsFrankrijk (Frans-Vlaanderen)
BioCamille Looten was de zoon van een Vlaamssprekende onderwijzer. Hij studeerde aan het klein- en grootseminarie te Cambrai. Hij volgde een opleiding Germaanse taal- en letterkunde aan de katholieke universiteit te Rijsel en werd vervolgens leraar aan het college van Tourcoign (1879-1885). In 1880 ontving hij zijn priesterwijding. Hij promoveerde in 1889 aan de Sorbonne te Parijs met een proefschrift over Joost van den Vondel. Vervolgens gaf hij in 1890 buitenlandse letterkunde aan de universiteit van Rijsel. Hij verwierf een internationale reputatie, onder meer met studies over William Shakespeare, Chaucer, Milton en Swift. In 1885 werd hij lid, in 1890 ondervoorzitter en in december 1899 voorzitter van Comité Flamand de France. Hij bleef voorzitter tot aan zijn dood. Hij was een Frans-Vlaamse regionalist die voorvechter was van het Vlaamse onderwijs. In 1926 stichtte hij aan de universiteit van Rijsel een leerstoel voor Nederlandse taal- en letterkunde. Looten was buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij kreeg in 1930 een ere-doctoraat van de Leuvense universiteit.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; Comité Flamand de France
Bronnen https://nevb.be/wiki/Looten,_Camille ; Christine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981

Briefschrijver

NaamLooten, Camille
Datums° Noordpene, 16/10/1855 - ✝ Rijsel, 27/11/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; professor
VerblijfplaatsFrankrijk (Frans-Vlaanderen)
BioCamille Looten was de zoon van een Vlaamssprekende onderwijzer. Hij studeerde aan het klein- en grootseminarie te Cambrai. Hij volgde een opleiding Germaanse taal- en letterkunde aan de katholieke universiteit te Rijsel en werd vervolgens leraar aan het college van Tourcoign (1879-1885). In 1880 ontving hij zijn priesterwijding. Hij promoveerde in 1889 aan de Sorbonne te Parijs met een proefschrift over Joost van den Vondel. Vervolgens gaf hij in 1890 buitenlandse letterkunde aan de universiteit van Rijsel. Hij verwierf een internationale reputatie, onder meer met studies over William Shakespeare, Chaucer, Milton en Swift. In 1885 werd hij lid, in 1890 ondervoorzitter en in december 1899 voorzitter van Comité Flamand de France. Hij bleef voorzitter tot aan zijn dood. Hij was een Frans-Vlaamse regionalist die voorvechter was van het Vlaamse onderwijs. In 1926 stichtte hij aan de universiteit van Rijsel een leerstoel voor Nederlandse taal- en letterkunde. Looten was buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij kreeg in 1930 een ere-doctoraat van de Leuvense universiteit.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; Comité Flamand de France
Bronnen https://nevb.be/wiki/Looten,_Camille ; Christine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRijsel
GemeenteLille

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLooten, Camille
Datums° Noordpene, 16/10/1855 - ✝ Rijsel, 27/11/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; professor
VerblijfplaatsFrankrijk (Frans-Vlaanderen)
BioCamille Looten was de zoon van een Vlaamssprekende onderwijzer. Hij studeerde aan het klein- en grootseminarie te Cambrai. Hij volgde een opleiding Germaanse taal- en letterkunde aan de katholieke universiteit te Rijsel en werd vervolgens leraar aan het college van Tourcoign (1879-1885). In 1880 ontving hij zijn priesterwijding. Hij promoveerde in 1889 aan de Sorbonne te Parijs met een proefschrift over Joost van den Vondel. Vervolgens gaf hij in 1890 buitenlandse letterkunde aan de universiteit van Rijsel. Hij verwierf een internationale reputatie, onder meer met studies over William Shakespeare, Chaucer, Milton en Swift. In 1885 werd hij lid, in 1890 ondervoorzitter en in december 1899 voorzitter van Comité Flamand de France. Hij bleef voorzitter tot aan zijn dood. Hij was een Frans-Vlaamse regionalist die voorvechter was van het Vlaamse onderwijs. In 1926 stichtte hij aan de universiteit van Rijsel een leerstoel voor Nederlandse taal- en letterkunde. Looten was buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij kreeg in 1930 een ere-doctoraat van de Leuvense universiteit.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; Comité Flamand de France
Bronnen https://nevb.be/wiki/Looten,_Camille ; Christine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981
NaamVan Torhout, Martijn
Datums° 13de eeuw (?)
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; dichter
BioMartijn Van Torhout was een middelnederlands schrijver en werd als auteur van het gedicht De boec der biechte genoemd in het zgn. ‘Rijmboek van Oudenaarde’: een bundel gedichten die ca 1300 wellicht in de abdij van Ename tot stand is gekomen.
Links[dbnl]

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamRijsel
GemeenteLille

Naam - instituut/vereniging

NaamComité Flamand de France
BeschrijvingHet Comité Flamand de France werd opgericht op 10 april 1853 door de jurist Edmond de Coussemaker, eerste voorzitter, en vijf andere leden van de "Société dunkerquoise pour l'encouragement des sciences, des lettres et des arts". Het is een academische vereniging met als doel de studie en de verspreiding van de Vlaamse cultuur in Frans-Vlaanderen. De vereniging is nog altijd actief. Zij geeft een jaarboek, "Annales du Comité Flamand de France", voor het brede publiek uit, en een "Bulletin du Comité Flamand de France" voor de leden. Het Comité is gevestigd in Hazebrouck. Het kende een grote bloei, en kreeg ook buitenlandse aandacht van figuren zoals Jakob Grimm, Hendrik Conscience, Prudens Vanduyse, enz. Ook Guido Gezelle werd lid in 1886 en erelid in 1891. Hoewel het Comité het Vlaamse culturele erfgoed bestudeert en verzamelt kent het geen afkeer tegenover de Franse Republiek en hield het zich anderzijds afzijdig van het Vlaamse nationalisme.
Datering10/04/1853-
NaamBritish Museum
BeschrijvingHet British Museum is het nationale museum van het Verenigd Koninkrijk en bevindt zich in Great Russell Street in Londen. De verzameling kunstvoorwerpen behoort tot de grootste collecties ter wereld. Ze overbrugt meer dan een miljoen jaar geschiedenis van de mensheid. Het museum ontstond in 1753 (British Museum Act) en werd, als bezit van de natie, officieel geopend in 1759. De collectie werd met de jaren sterk uitgebreid en barstte dra uit zijn voegen. Daarom werd in 1823 het huidige neo-classicistische museumgebouw ontworpen en in 1854 de beroemde Reading Room van de Bibliotheek (British Library) gebouwd.
Datering1753-heden
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelSinte Waerneer [handschrift]
AuteurMartijn van Thorout
Datumca 1300

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Looten, Camille

Correspondenten

Gezelle, Guido
Looten, Camille

Naam - instituut/vereniging

Comité Flamand de France
British Museum

Naam - persoon

Gezelle, Guido
Looten, Camille
Van Torhout, Martijn

Naam - plaats

Kortrijk
Rijsel

Plaats van verzending

Rijsel

Titel - ander werk

Sinte Waerneer [handschrift]

Titel[11/05/1892], [Rijsel], Camille Looten aan Guido Gezelle
EditeurRik Van Gorp; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderLooten, Camille
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum[11/05/1892]
VerzendingsplaatsRijsel (Lille)
AnnotatieDatum gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie en poststempel; plaats gereconstrueerd op basis van de poststempel.
Gepubliceerd inDe brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899) / door Christine Decoo. - Gent : onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1984, dl.1, p.209
Fysieke bijzonderheden
Drager 90x141
geel
papiersoort: recto met adres; verso horizontaal beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op adreszijde: gedrukte postzegel, afgestempeld
Toevoegingen op verso rechts in de bovenrand: [11/5 1892] (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6519
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|12798
Inhoud
IncipitLe Comité flamand se réunit à Lille samedi
Tekstsoortbriefkaart
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.