<Resultaat 1740 van 2182

>

p1
29 Crescent Grove
Clapham Common[1]
S.W.

Dear Father Gezelle

I am afraid that you have been thinking that we have forgotten your commission,[2] but it is not so.

I could not receive the young lady[3] myself, as we fill our house pretty well ourselves, but I have found a lady who will be very pleased to have her as a boarder. In fact there are two sisters, quite ladies, and they will take great care of your friend. They havep2have one gentleman staying with them, a very good young man, but they will take especial care of your friend The bedroom is rather small but I daresay that she will not mind that. And they ask 25s shillings[4] a week

Sibyl is returning from Bruges about the 9th or 10th You know I suppose that she is one of the lay Mistresses at St André in Bruges.[5] So if you think your friend would like to travel with Sibyl, she might call on Sibyl and arrange to cross the sea together

When you speak of thep3Normale School I suppose you mean, the Goverment School[6] in the Rue Ste Claire[7]

Let me have a line or two as soon as you know what your friend decides on

I think that Mr Weale will be at the Congress in Brussels[8] perhaps you may meet there?[9] Our old friend Jules Helbig is very ill or has been so, and is still very weak,[10] and he wants Mr Weale to pay him a visit, so I expect that he will go on to Liège. I have not been there for twelve years, but I am always promising to run over and see him and his sister.[11] He has been here three times, but we cannot persuade his sister to cross the sea.p4I hope dear Father that you are keeping well in spite of the advancing years. I am fairly well, and the rest of the family also, as far as I know. But when you have one boy in Western Australia, and another in some part of America one cannot be sure how they are. I am very anxious about Tom, as he left St Louis in April, and we don't know where he has gone to Bernard, your godson is in Western Australia, he did not get on in New Zealand. He is a good boy and writes very regularly.

I hope that Florence is well. I dont know her name in Religion.[12] I wonder whether we shall ever meet again.

Do not forget us in your prayers and be sure that I do not forget you.

With kindest remembrances
I remain
ever yours affectionately
Helena Weale

Noten

[1] Clapham Common is een park gesitueerd in Clapham. Rondom het park woonden voornamelijk rijke zakenlieden, die hun huizen bouwden volgens de laatste mode.
[2] De betekenis van het woord ’commission’ is hier ’een opdracht‘ en niet een financiële vergoeding. Vermoedelijk had Guido Gezelle aan Helena gevraagd om een plaats te vinden voor een jonge dame. In zijn brief naar Helena Weale van xx/07/1897 schreef Gezelle naar Helena als antwoord op deze brief dat de ouders van het meisje zelf actie hadden ondernomen en een plaats hadden gevonden.
[3] In zijn brief naar Helena Weale van xx/07/1897 schreef Gezelle naar Helena als antwoord op deze brief dat de ouders van het meisje zelf actie hadden ondernomen en een plaats hadden gevonden.
[4] Het gebruik waarbij ’shilling‘ zowel afgekort als voluit wordt geschreven kan gebeuren in een formele of zakelijke context om verwarring te voorkomen.
[5] Er is geen vermelding van Sibyl in de schoolarchieven noch in het kloosterjournaal. Mogelijk heeft ze haar diensten verleend in deze kostschool in Brugge, waar in 1897 elf Engelse meisjes hun opleiding afrondden. Het is aannemelijk dat Sybil als toezichthoudster werkzaam was. (B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III, p.270)
[6] Foutief voor ’government’.
[7] Helena verwijst hier naar de Rijksnormaalschool te Brugge, maar ze vergist zich van adres. De Rijksnormaalschool was vroeger in de Sint-Clarastraat, maar was tegen 1897 al lang verhuisd naar de Sint-Jorisstraat.
[8] Het is niet duidelijk of Weale effectief naar het congres is geweest, Helena schrijft namelijk dat ze denkt dat hij ernaar toe gaat. Er vond een ’Congrès de Architectes’ plaats in Brussel in dat jaar, maar Weale wordt niet vermeld in de deelnemerslijst.
[9] In zijn brief naar Helena Weale van xx/07/1897 schreef Gezelle naar Helena dat hij waarschijnlijk niet naar Brussel ging.
[10] Het tijdschrift ’Onze Kunst 5’ schreef in 1906: ” Reeds lang liet de gezondheidstoestand van den heer Helbig - die bijna den leeftijd van 85 jaar bereikt heeft - te wenschen over."
[11] Jules Helbig woonde samen met zijn zus Sybille.
[12] Dit verwijst naar de kloosternaam van Florence, Zuster Colombe.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWalton, Helena Amelia; Weale, Helena
Datums° Londen, 1838 - ✝ 1921
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioHelena Walton werd geboren in 1838 in Bishop’s Gate te Londen als dochter van kleermaker Cornelius Walton en Honora Cronin (1813-1860), beiden geboren in Ierland. Cornelius Walton en Honora Cronin waren in maart 1837 gehuwd in St. Botolph’s, Aldgate te Londen. Er kwamen nog vier kinderen: Cornelius Walton jr (1836-1873), Mary Anne Walton (1839-1904), William Walton (1842-1912) en Hannah Walton (°1849). Helena huwde zelf op 30 augustus 1854 met W.H. James Weale in St. John's te Islington. In 1854 kwamen ze naar Brugge waar ze zich in 1857 definitief vestigde. In die periode had ze Guido Gezelle als haar biechtvader. Ze schreef hem brieven, waaruit een opmerkelijke mate van intimiteit blijkt. Het gezin kreeg 11 kinderen. In de jaren '70 keerde ze met haar gezin naar Engeland terug.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefschrijver

NaamWalton, Helena Amelia; Weale, Helena
Datums° Londen, 1838 - ✝ 1921
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioHelena Walton werd geboren in 1838 in Bishop’s Gate te Londen als dochter van kleermaker Cornelius Walton en Honora Cronin (1813-1860), beiden geboren in Ierland. Cornelius Walton en Honora Cronin waren in maart 1837 gehuwd in St. Botolph’s, Aldgate te Londen. Er kwamen nog vier kinderen: Cornelius Walton jr (1836-1873), Mary Anne Walton (1839-1904), William Walton (1842-1912) en Hannah Walton (°1849). Helena huwde zelf op 30 augustus 1854 met W.H. James Weale in St. John's te Islington. In 1854 kwamen ze naar Brugge waar ze zich in 1857 definitief vestigde. In die periode had ze Guido Gezelle als haar biechtvader. Ze schreef hem brieven, waaruit een opmerkelijke mate van intimiteit blijkt. Het gezin kreeg 11 kinderen. In de jaren '70 keerde ze met haar gezin naar Engeland terug.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamClapham (Londen)

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamGezelle, Florence; Florentina Constantia; (E.Z.) Maria-Columba
Datums° Brugge, 29/09/1847 - ✝ Heule, 19/03/1917
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
BioFlorence Gezelle, dochter van Pieter-Jan Gezelle, hovenier, en Monica Devriese, was de jongste zus van Guido Gezelle. Ze woonde bij haar broer in toen hij onderpastoor was van St.-Walburga te Brugge (1865-1872). In Brugge zette ze zich ook in voor de Noordpoolmissie als lid van het ‘Comité des Dames Zélatrices de l’oeuvre des Missions du Pôle Nord’. Door conflicten met Gezelles meid Stéphanie Hendryckx verliet ze zijn woning en ging ze voor haar ouders zorgen in Heule, die in april 1871 bij hun dochter Louise waren ingetrokken. Uit de correspondentie met haar broer Guido blijkt dat Florence in september 1871 ook in hotel Aux Armes de France te Kortrijk werkte. In 1872 ging ze voor korte tijd werken bij de familie Smith in Brugge. Op 15/10/1873 trad ze in het klooster van de Zusters van Liefde van Maria te Heule en werd er geprofest op 25/08/1875. Ze nam de naam aan van Zuster Colombe en gaf les in de kostschool voor meisjes te Heule. Ze vervulde ook taken in diverse bijhuizen van het hoofdklooster, zoals Kortrijk, Zarren, Klemskerke, Esen en Passendale. Later kwam ze weer naar Heule terug.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; zanter (WDT), correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamWalton, Helena Amelia; Weale, Helena
Datums° Londen, 1838 - ✝ 1921
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioHelena Walton werd geboren in 1838 in Bishop’s Gate te Londen als dochter van kleermaker Cornelius Walton en Honora Cronin (1813-1860), beiden geboren in Ierland. Cornelius Walton en Honora Cronin waren in maart 1837 gehuwd in St. Botolph’s, Aldgate te Londen. Er kwamen nog vier kinderen: Cornelius Walton jr (1836-1873), Mary Anne Walton (1839-1904), William Walton (1842-1912) en Hannah Walton (°1849). Helena huwde zelf op 30 augustus 1854 met W.H. James Weale in St. John's te Islington. In 1854 kwamen ze naar Brugge waar ze zich in 1857 definitief vestigde. In die periode had ze Guido Gezelle als haar biechtvader. Ze schreef hem brieven, waaruit een opmerkelijke mate van intimiteit blijkt. Het gezin kreeg 11 kinderen. In de jaren '70 keerde ze met haar gezin naar Engeland terug.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamWeale, Bernard Joseph
Datums° Brugge, 25/04/1865 - ✝ Australië, 1925
GeslachtMannelijk
Beroepkantoorbediende; schaapherder; leraar; magazijnier
VerblijfplaatsEngeland
BioBernard Joseph is het vijfde kind van W.H. James Weale en Helena Walton. Guido Gezelle is zijn dooppeter en Marie Raphael Cels zijn doopmeter. Hij was leerling aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge (1876-1877), en keerde in 1878 terug naar Engeland. In 1879 vinden we hem terug in St. Michael's School, Kelvedon, Essex. Omstreeks oktober 1880 ging hij werken in een Londens kantoor, eerst op proef, maar eind 1881 kon hij al naar Gezelle schrijven: "I am now in business". In 1883 vertrok hij met zijn broer Cyril naar Australië en oefende er verschillende beroepen uit, o.m. schaapherder. In 1888 kwam hij als lesgever en magazijnier bij de familie Jones terecht in Queensland (Australië). Omstreeks 1893 verliet hij Australië voor Nieuw-Zeeland, maar in 1897 keerde hij opnieuw naar West-Australië terug.
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamWeale, Sibylle Henriette Agnes Marie des Anges; Sybil; Sibyl
Datums° Brugge, 19/01/1872 - ✝ Londen, 05/11/1916
GeslachtVrouwelijk
Beroeplerares
BioSibylle Henriette Agnes Marie des Anges Weale werd op 19 januari 1872 in de Sint-Clarastraat 1 te Brugge geboren als het achtste kind van W.H. James Weale en Helena Walton. Ze was het petekind van Jean Bethune, en als getuigen op de geboorteakte staan Jean Steinmetz en Arthur Robinson. Sibylle was werkzaam als gouvernante in Clapham, en als lerares in het Sint-Andreasinstituut te Brugge. In 1901 was ze, samen met haar zus Ethel, lerares aan het St. Andrew's Institution in St. Mary op Jersey. Ze stierf te Londen op 5 november 1916.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.archiefbankbrugge.be/
NaamWeale, Thomas William; Tom of Willie
Datums° Brugge, 07/07/1867 - ✝ Brooklyn, 18/03/1938
GeslachtMannelijk
Beroepuitgever; klerk
VerblijfplaatsEngeland; Verenigde Staten
BioThomas Weale, het zesde kind van W.H. James Weale en Helena Walton, werd geboren in Brugge op 7 juli 1867. Hij volgde zijn opleiding in Clapham Commons. In 1885 overleefde hij een tyfusinfectie. In 1887 diende hij als vertegenwoordiger voor Desclée De Brouwer en hij richtte een jaar later zijn eigen uitgeverij op. In advertenties in 'The Tablet' van 26 mei en 7 juli 1888 profileerde hij zich als "catholic bookseller and publisher". Hij verkocht ook rozenkransen, medailles, kruisbeelden en religieuze prenten. Zijn bedrijf was gevestigd op 2 Orange Street, Red Lion-Square, Londen. De uitgaven van de ‘Catholic Truth Society’ en de ‘Catholic Art and Book Company’ waren er altijd op voorraad. Op 26 mei 1888 adverteerde hij in 'The Tablet' als de uitgever van het eerste nummer van 'The Ecclesiologist', dat op 1 juni 1888 verscheen met "notes and queries on christian antiquities". De uitgave werd verzorgd door James Weale vanop hetzelfde adres 2 Orange-street. De uitgave bleef allicht beperkt tot één nummer. In 'The Tablet' van 21 juli 1888 verscheen John Thomas Foran als partner en de zaak kreeg de naam Weale and Foran. In juni en oktober 1888 publiceerde Weale and Foran de eerste twee delen van James Weales ‘Analecta Liturgica’. Uiteindelijk werd Desclée de Brouwer in 1889 genoemd als uitgever van de ‘Analecta Liturgica’. Op 5 februari 1889 werd gemeld in ‘The Bookseller’ dat Thomas Weale de associatie met John Thomas Foran verliet, waarbij Foran de schulden overnam en de zaak alleen voortzette. Thomas Weale droeg ook bij aan het tijdschrift 'De Dietsche Warande' en was de auteur van 'De legende van de H. Veronica' uit 1890. Na het beëindigen van de samenwerking met Foran vertrok hij kort daarna naar de Verenigde Staten. Volgens de passagierslijst van 2 april 1889 was zijn bestemming New York. Tussen 1891 en 1892 werkte hij als klerk op Amsterdam Avenue. Op een gegeven moment verbleef Thomas in St. Louis, totdat hij in er in april 1897 vertrok. In 1889 kwam hij aan in Chicago en hij was volgens de volkstelling nog steeds aanwezig in 1920. Thomas overleed op 18 maart 1938, alleenstaand en werkzaam als klerk. Hij woonde op 332, 50th Street in Brooklyn en werd begraven op het kerkhof Trinity in Amityville.
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; New York city Directory (1891-1892); Volkstelling Chicago 1920
NaamWeale, William Henry James; Francis Mary of the Angels
Datums° St. Marylebone, Londen, 08/03/1832 - ✝ Clapham, Londen, 26/04/1917
GeslachtMannelijk
Beroepkunsthistoricus; conservator; auteur
VerblijfplaatsEngeland
BioWilliam Henry James Weale werd in London geboren op 8 maart 1832 als zoon van James Weale en Susan De Vesien. Hij studeerde Grieks, Hebreeuws, geschiedenis en theologie aan King's College, Londen (1843-1848). Hij kwam in contact met Frederick Oakeley, kapelaan van St. George's Southwark en bekeerde zich onder zijn impuls op 09/02/1849 tot de Rooms-Katholieke Kerk. Oakeley werd pastoor te St. John, Islington en deed een beroep op James om een kloostergemeenschap te stichten. Weale was toen brother Francis Mary of the Angels. Met een groepje bekeerlingen kwam hij voor de eerste keer naar Brugge voor de bisschopswijding van Mgr. Malou. Hij reisde doorheen België. Vervolgens was hij een korte tijd ambtenaar. Hij gaf daarna les aan een Katholieke armenschool voor Ierse kinderen verbonden aan de kerk van St. Johannes de Evangelist in Duncan Terrace. Daar werd hij op heterdaad betrapt door getuigen terwijl hij een jongen met een lineaal mishandelde. De jongen was ondertussen bewusteloos. Weale gaf toe dat hij een opvliegend karakter had. Voor het ernstig afranselen van die zesjarige leerling John Farrell, werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden. Hij vertrok op een lange reis door Europa waardoor zijn interesse voor de middeleeuwen en kunst werd opgewekt. Op 30/08/1854 huwde hij met Helena Amelia Walton. Ze kregen 11 kinderen. In december 1854 kwam hij naar Brugge, waar hij zich in 1857 definitief vestigde. Hij maakte kennis met de gebroeders Bethune, de architect Brangwyn en King, belangrijke vertegenwoordigers van de christelijke kunst en bouwstijl in Vlaanderen. Weale bestudeerde de kunst en de liturgie van de middeleeuwen. Hij ontdekte verloren kunstwerken en identificeerde schilders. Hij was lid van de Commission royale d'art et d'archéologie (1860) en briefwisselend lid van de Belgische Koninklijke Commissie voor monumenten (1861). In 1863 was hij ook de stichter van de Gilde van Sint-Thomas en Sint-Lucas die de studie van de oude christelijke kunst ging stimuleren. Hij was ook medestichter en de eerste conservator van de Société Archéologique. Deze vereniging richtte het eerste historische museum van Brugge op, de voorloper van het huidige Gruuthusemuseum. Samen met Gezelle stichtte hij 'Rond den Heerd' (1865) maar zette de samenwerking stop op 26/05/1866. Hij schreef talrijke artikels en bijdragen tegen betaling. In 1863 ging hij als vertegenwoordiger werken voor de firma Chance Brothers Glass Works in Birmingham. Hij leverde o.m. glas aan Jean Bethune en Samuel Coucke. In 1872 werd hij verbonden aan het South-Kensington Museum en belast met het catalogiseren van Nederlandse kunstvoorwerpen. Op 03/08/1878 verliet hij Brugge en vestigde zich te Clapham, Londen. Hij importeerde er o.m. liturgische boeken voor de uitgevers Desclée de Brouwer (1883-1885). In 1890 werd hij conservator van de National Art Library in South-Kensington maar werd in 1897 tot ontslag gedwongen. In 1899 organiseerde hij in de New Gallery te Londen een tentoonstelling over de Vlaamse Primitieven, gevolgd door een grote tentoonstelling in Brugge in 1902. Enkele belangrijke werken: 'Guide book for Belgium', 'Aix-la-Chapelle and Cologne' (1858), 'Bruges et ses environs' (1862), 'Hans Memlinc' (1865), 'Bibliographia Liturgica' (1886), 'Analecta Liturgica' (1889), 'Bookbindings in the National Art Gallery' (1898), 'Hubert and John van Eyck' (1908).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; Rond den Heerd; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Karen Ellis Rees, William Weale, Brother Francis and the Bad Boy. Op: London Overlooked. True Stories from the Old Smoke: https://london-overlooked.com/weale/
NaamHelbig, Jules
Datums° Luik, 08/03/1821 - ✝ Luik, 15/02/1906
GeslachtMannelijk
Beroepschilder; kunsthistoricus; auteur
BioJules Helbig was een Belgische schilder en kunsthistoricus, geboren te Luik als zoon van Jean-Baptiste Helbig, bankier en bibliofiel, en Anne-Marie Lauteren. Hij was de halfbroer van Henri Helbig (1813-1890), eveneens bibliofiel. Aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Luik kreeg hij les van Jean-Baptiste Jules Van Marcke en van 1840 tot 1843 studeerde hij aan de Kunstacademie van Düsseldorf. Zijn schilderwerk situeert zich binnen de 19e-eeuwse neogotiek, waarvan hij en Jean-Baptiste (de) Bethune in België de belangrijkste verdedigers waren. Hij leverde religieuze muurschilderingen aan onder meer de Sint-Pauluskathedraal van Luik. Als kunsthistoricus schreef hij sinds 1873 over de schilderkunst in het prinsbisdom Luik. Bij Desclée De Brouwer verscheen zijn belangrijkste publicatie: ‘La sculpture et les arts plastiques au pays de Liège et sur les bords de la Meuse’ (1890, Brugge). Kort voor zijn dood in 1906 gaf hij een biografie uit over Jean-Baptiste (de) Bethune: ‘Le Baron Bethune, fondateur des Écoles Saint-Luc. Étude biographique’, eveneens bij Desclée De Brouwer
Links[wikipedia]
NaamHelbig, Sybille Julienne Marie Anne Joséphine
Datums° Luik, 01/11/1819 - ✝ Luik, 23/02/1898
GeslachtVrouwelijk
BioSybille Helbig was geboren te Luik op 1 november als dochter van Jean-Baptiste Helbig, bankier en bibliofiel, en Anne-Marie Lauteren. Ze was de zus van Belgisch schilder en kunsthistoricus Jules Helbig (1821-1906) en van Henri Helbig (1813-1890). Sybille bleef ongehuwd en woonde samen met haar broer Jules. De Helbigs waren bevriend met Helena Weale. Sybille stierf te Luik op 23 februari 1898 in Rue de Joie nr. 16.
Bronnen https://www.openarchieven.nl/abb:862b571b-46f1-3361-ebcf-f79e1b5bbf91; Familysearch

Naam - plaats

NaamBrussel
GemeenteBrussel
NaamLuik
NaamClapham (Londen)
NaamSt-Louis

Naam - instituut/vereniging

NaamSint-Andreasinstituut, Brugge
BeschrijvingIn 1859 werd het Sint-Andreasinstituut in Brugge opgericht door Les Dames de Saint-André, een religieuze congregatie uit Doornik, die eerder al andere scholen in West-Vlaanderen had gesticht. De Brugse Bisschop Malou gaf Zenobie Vermeersch de taak om een meisjesschool te stichten in zijn bisdom. De nieuwe instelling had als doel de opvoeding van jonge, gelovige vrouwen op zich te nemen. De school verwierf al snel een uitstekende reputatie en trok vooral leerlingen aan uit de hogere sociale klassen. De normaalschool leidde toekomstige leerkrachten op en was wettelijk verplicht om ook een oefenschool te hebben voor praktijkervaring. Daardoor ontstonden er twee lagere scholen, het externaat en de Oefenschool. De Oefenschool was een Nederlandstalige instelling waar kinderen uit de lagere sociale klasse onderwijs volgden. Het externaat was Franstalig. Het diende niet alleen als middelbare school, waar sommige leerlingen een soort middelbaar onderwijs konden volgen, maar fungeerde ook als een 'finishing school' voor jonge vrouwen van de hogere klasse, waardoor het een belangrijke instelling werd voor de Franssprekende bourgeoisie in de stad. Na de schoolstrijd ging het schoolbestuur het externaat uitbouwen in verschillende afdelingen. Het werd onderverdeeld in een école primaire, een école secondaire en een école moyen. De école moyen was bedoeld als voorbereiding op het Doornikse regentaat, maar werd in 1908 afgeschaft. Het instituut verhuisde meermaals. Eerst kochten ze een huis in de Freren Fonteinstraat van ridder Gustave Rapaert de Grass. Vervolgens verhuisden ze naar een neoclassicistische woning van Baron Auguste de 't Serclaes op het Sint-Jansplein en namen daarna hun intrek in het woonhuis van de familie van de bank Du Jardin aan de Garenmarkt. Recentelijk verhuisden ze naar de Jakobinessenstraat. Guido Gezelle was deeltijdse lesgever aan het instituut, hij gaf er onder andere privéles Engels aan kloosterzusters met overzeese plannen.
Datering1859-heden
Links[odis], [wikipedia]
NaamRijksnormaalschool, Brugge
BeschrijvingDe rijksnormaalschool in Brugge was een school die instond voor de vorming van leerkrachten. Het was een van de twee belangrijke normaalscholen voor meisjes in de stad. De andere was de Dames van Sint-Andreas. De stichting van de rijksnormaalschool verliep echter moeizaam. Een wet uit 1866 stelde dat er twee normaalscholen moesten opgericht worden in Vlaanderen. Maar de oprichting stuitte op verzet vanuit klerikale hoek. In juli 1875 stelde de Brugse bisschop toch voor om de rijksnormaalschool te plaatsen in de leegstaande gebouwen van het Engels seminarie. De architecten hadden echter veel bemerkingen op de locatie. In 1878 verloren de katholieken de verkiezingen, waardoor de liberalen aan de macht kwamen. Het was hierdoor dat uiteindelijk de liberale minister Van Humbeeck in 1879 kon stellen dat er een normaalschool moest opgericht worden in Brugge. In afwachting van de bouw in de Sint-Jorisstraat naar het ontwerp van stadsarchitect L. Delacenserie, was de school eerst gevestigd in de Sint-Clarastraat in de oude gebouwen van Hemelsdaele. In 1884 konden de nieuwe gebouwen in gebruik genomen worden.
Datering1884-heden
Links[odis]

Titel26/07/1897, Clapham (Londen), Helena Amelia Walton (= Mevr. Weale) aan [Guido Gezelle]
EditeurNicole Peeters; Marc Carlier (researcher); Peter Debaets (researcher); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderWalton, Helena Amelia
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum26/07/1897
VerzendingsplaatsClapham (Londen)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.237-238
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 178x114
grijs-wit gemarmerd
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 linksboven: private // indiff. (rode inkt)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6887
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13242
Inhoud
IncipitI am afraid that you
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.