<Resultaat 2531 van 3122

>

p1AV. v. C.V.[1]
Eerweerde Heer,
Hebt gij Tinel,
Edgar Tinel gezien,
gezien, gehoord, gesproken?
En heeft hij u
dat overstoflijk brood
van zang en spel gebroken
op zijn klavier?

Die verzen las ik gisteren in uwen “Tijdkrans”, Eerweerde Heer; en terwijl ik er op peinsde en her op peinsde rees zachtjesaan een ander beeld mij voor den geest en mij docht het dat ik las

Hebt gij Gezelle,
Guido Gezelle gezien,
gezien, gehoord, gesproken?

p2En ik moest antwoorden: vele van Gezelle’s werken heb ik gelezen; menigmaal heb ik bij ‘t smaken van “Kerkhofblommen” en “Rijmsnoer” eenen traan langs mijne wang voelen rollen; doch neen, nooit en heeft Gezelle mij aangesproken! En in ‘t diepste van mijn jong herte kwam een spijtig gevoel mijnen boezem benijpen.... Maar indien ik het hem vroeg, dacht ik, zou Gezelle geen woordje tot mij willen zeggen? En zou hij?

En nu vraag ik het u, Wijze Vader, Kloeke Strijder! O, schrijf mij een versje dat mij toone hoe schoone mijn Dietsch is![2] Schrijf mij een reekje dat mijn leuze en mijn vaandel zij! En eerbiedig en kloek zal ik gansch mijn leven dat vaandel begroeten en vereeren; ik zal het bewaren en beschutten als mijn kostbaarste schat!

Vleien en kan de Vlaming niet, maar beminnen en bewonderen, wel; en dat kan ik ook. Het is billijk dat de Vlaamsche jeugd hertp3en ziel vast blijve kleven aan die mannen die haar uit den sluimer gewekt hebben!

O, schenk mij die gedenkenisse, die reliquie, vooraleer ons hier alleen, als weezen, op aarde te laten, en aanveerd op voorhand, Eerweerde Heer en Vader, den innigsten, diepsten en eeuwigen dank van

eenen jongen Vlaamschen strijder,

Jozef Vanden Eynde.
Deinze, den 14den in Allerzielenmaand, 1897.

Noten

[1] AvV-VvC ‘Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Christus’ is een bekende leuze uit de Vlaamse Beweging (ook onder de vorm AVV-VVK). Frans Drijvers ondertekende een artikel met deze woorden in het eerste nummer van het tijdschrift De Student.
[2] Gezelle stuurde hem het handschrift van het gedicht ‘Mijdt u, Muisken’ op 14/11/1897 als “gedachtenis van den dichter aan J.V.E”.

Uit zijn bedankingsbrief van 23/11/1897 aan G. Gezelle weten we dat Gezelle hem een gedichtje stuurde: “Ik dank U eerst en vooral voor de lieve verzen en het beeldeken die gij mij welwillend hebt toegezonden; ik zal ze altijd bewaren als eene gedenkenisse uwer, en tot uwer gedenkenisse. Gelukkig voel ik mij een door u eigenhandig geschreven stuk te bezitten: het is de schoonste gedachtenisse die een schrijver aan iemand kan schenken.”

Uit zijn brief van 31/01/1898 aan G. Gezelle weten we dat de dichter hem het gedichtje nog dezelfde dag verstuurde: “uwen welwillenden brief van 14en in Allerheiligenmaand” en in ruil voor het gedicht hem om een eigen bijdrage voor het tijdschrift Biekorf vroeg: “Gebeurt het dan dat gij of een van uwe vrienden iets rijmt of onrijmt, zendt het naar mij, ‘k zal ‘t nazien en in “Biekorf” laten drukken. Gezelle vroeg hem ook om zich te laten abonneren op Biekorf 1898.

Het gedicht werd gepubliceerd in: Ons Leven: 12 (1899) 4, p.4.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVanden Eynde, Jozef; Groene Jan, Jef
Datums° Olsene, 21/12/1879 - ✝ Maastricht (NL), 12/04/1929
GeslachtMannelijk
Beroepstudentenleider; handelaar; ambtenaar
VerblijfplaatsNederland
BioJef Van den Eynde werd op 21 december 1879 geboren in Olsene (het huidige Zulte), als zoon van notaris Franciscus Van den Eynde en Maria Pypaert. Na het vroege overlijden van zijn ouders werd hij vanaf zijn vijfde opgevoed door zijn tante Coleta Pypaert en zijn oom dr. Eduard Galens, burgemeester van Deinze tussen 1902 en 1920. Hij volgde lager middelbaar onderwijs aan het Sint-Hendrikscollege in Deinze en hoger middelbaar aan het Sint-Lievenscollege in Gent. In beide scholen richtte hij een Vlaamsgezinde collegebond op en zocht hij contact met Guido Gezelle, die een inspiratiebron voor hem was. In Leuven studeerde hij geneeskunde en rechten. Vanaf oktober 1899 engageerde hij zich actief in 'Met Tijd en Vlijt', waarvan hij secretaris werd, en in het Vlaamsch Verbond. Als hoofdredacteur van "Ons Leven" (1900–1908), preses van het Vlaamsch Verbond en bezieler van talrijke culturele initiatieven zette hij zich in voor de verheffing van het Vlaamse studentenleven. Hij wilde dit losmaken van een louter folkloristische invulling en richten op cultuur, kunst en maatschappelijk engagement. Daarnaast was hij muzikaal actief. Zijn activiteiten financierde hij met zijn erfenis, die tegen 1908 volledig was opgebruikt. Dat jaar verliet hij Leuven zonder diploma. Na een mislukt ondernemerschap en een loopbaan als ambtenaar raakte hij tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken bij het activisme. Hij werd afdelingshoofd op het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Schone Kunsten en zetelde ook in de Raad van Vlaanderen. Na de oorlog werd hij bij verstek veroordeeld en leefde hij in ballingschap in Nederland, waar hij in armoede overleed op 12 april 1929.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
BronnenNEVB

Briefschrijver

NaamVanden Eynde, Jozef; Groene Jan, Jef
Datums° Olsene, 21/12/1879 - ✝ Maastricht (NL), 12/04/1929
GeslachtMannelijk
Beroepstudentenleider; handelaar; ambtenaar
VerblijfplaatsNederland
BioJef Van den Eynde werd op 21 december 1879 geboren in Olsene (het huidige Zulte), als zoon van notaris Franciscus Van den Eynde en Maria Pypaert. Na het vroege overlijden van zijn ouders werd hij vanaf zijn vijfde opgevoed door zijn tante Coleta Pypaert en zijn oom dr. Eduard Galens, burgemeester van Deinze tussen 1902 en 1920. Hij volgde lager middelbaar onderwijs aan het Sint-Hendrikscollege in Deinze en hoger middelbaar aan het Sint-Lievenscollege in Gent. In beide scholen richtte hij een Vlaamsgezinde collegebond op en zocht hij contact met Guido Gezelle, die een inspiratiebron voor hem was. In Leuven studeerde hij geneeskunde en rechten. Vanaf oktober 1899 engageerde hij zich actief in 'Met Tijd en Vlijt', waarvan hij secretaris werd, en in het Vlaamsch Verbond. Als hoofdredacteur van "Ons Leven" (1900–1908), preses van het Vlaamsch Verbond en bezieler van talrijke culturele initiatieven zette hij zich in voor de verheffing van het Vlaamse studentenleven. Hij wilde dit losmaken van een louter folkloristische invulling en richten op cultuur, kunst en maatschappelijk engagement. Daarnaast was hij muzikaal actief. Zijn activiteiten financierde hij met zijn erfenis, die tegen 1908 volledig was opgebruikt. Dat jaar verliet hij Leuven zonder diploma. Na een mislukt ondernemerschap en een loopbaan als ambtenaar raakte hij tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken bij het activisme. Hij werd afdelingshoofd op het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Schone Kunsten en zetelde ook in de Raad van Vlaanderen. Na de oorlog werd hij bij verstek veroordeeld en leefde hij in ballingschap in Nederland, waar hij in armoede overleed op 12 april 1929.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
BronnenNEVB

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamDeinze
GemeenteDeinze

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamTinel, Edgar
Datums° Sinaai, 27/03/1854 - ✝ Brussel, 28/10/1912
GeslachtMannelijk
Beroepcomponist
BioEdgar Tinel kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader, die koster-organist was in Sinaai. Aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel kreeg hij les van o.a. Louis Brassin (piano), Alphonse Mailly (orgel) en François-Auguste Gevaert (compositie). Als pianovirtuoos werd hij een internationaal gevierd concertpianist met vertolkingen van Beethoven, Liszt en Mendelssohn, maar vooral Schumann. Daarna legde hij zich meer toe op de compositie. In 1877 kreeg hij de Prix de Rome voor zijn cantate Klokke Roeland op tekst van Maurits Sabbe. Door dit Nederlandstalige werk gingen velen de Franstalige Tinel onterecht als een flamingant aanzien. Wel schreef hij veel muziek op Nederlandse teksten, en was hij een van de eersten die gedichten van Gezelle op muziek zette. Hij schreef vooral vocale muziek. Samen met Jacques-Nicolas Lemmens leidde hij in België de internationale beweging voor authentieke kerkmuziek, waar ook August Reyns en Karel Mestdagh toe behoorden. In 1881 volgde hij Lemmens op als directeur van het Mechels Instituut voor religieuze muziek, het latere Lemmensinstituut. In 1889 werd hij aangesteld als inspecteur voor muziekonderricht, en in 1896 werd hij professor contrapunt en fuga aan het Brusselse conservatorium, waarvan hij vanaf 1908 directeur was. Hij steunde de Brugse componist Joseph Ryelandt tijdens zijn opleiding.
Relatie tot Gezellecorrespondent; componist van Gezelleliederen
Bronnen http://svm.be/content/tinel-edgar
NaamVanden Eynde, Jozef; Groene Jan, Jef
Datums° Olsene, 21/12/1879 - ✝ Maastricht (NL), 12/04/1929
GeslachtMannelijk
Beroepstudentenleider; handelaar; ambtenaar
VerblijfplaatsNederland
BioJef Van den Eynde werd op 21 december 1879 geboren in Olsene (het huidige Zulte), als zoon van notaris Franciscus Van den Eynde en Maria Pypaert. Na het vroege overlijden van zijn ouders werd hij vanaf zijn vijfde opgevoed door zijn tante Coleta Pypaert en zijn oom dr. Eduard Galens, burgemeester van Deinze tussen 1902 en 1920. Hij volgde lager middelbaar onderwijs aan het Sint-Hendrikscollege in Deinze en hoger middelbaar aan het Sint-Lievenscollege in Gent. In beide scholen richtte hij een Vlaamsgezinde collegebond op en zocht hij contact met Guido Gezelle, die een inspiratiebron voor hem was. In Leuven studeerde hij geneeskunde en rechten. Vanaf oktober 1899 engageerde hij zich actief in 'Met Tijd en Vlijt', waarvan hij secretaris werd, en in het Vlaamsch Verbond. Als hoofdredacteur van "Ons Leven" (1900–1908), preses van het Vlaamsch Verbond en bezieler van talrijke culturele initiatieven zette hij zich in voor de verheffing van het Vlaamse studentenleven. Hij wilde dit losmaken van een louter folkloristische invulling en richten op cultuur, kunst en maatschappelijk engagement. Daarnaast was hij muzikaal actief. Zijn activiteiten financierde hij met zijn erfenis, die tegen 1908 volledig was opgebruikt. Dat jaar verliet hij Leuven zonder diploma. Na een mislukt ondernemerschap en een loopbaan als ambtenaar raakte hij tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken bij het activisme. Hij werd afdelingshoofd op het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Schone Kunsten en zetelde ook in de Raad van Vlaanderen. Na de oorlog werd hij bij verstek veroordeeld en leefde hij in ballingschap in Nederland, waar hij in armoede overleed op 12 april 1929.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
BronnenNEVB

Naam - plaats

NaamDeinze
GemeenteDeinze

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelHebt gij Tinel
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 462
TitelMijdt u, muisken
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VII, p. 297

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelKerkhofblommen (Kerkhofbloemen)
Links[gezelle.be]
TitelTijdkrans
Links[gezelle.be]
TitelRijmsnoer om en om het jaar
Links[gezelle.be]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Vanden Eynde, Jozef

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Vanden Eynde, Jozef

Naam - persoon

Gezelle, Guido
Tinel, Edgar
Vanden Eynde, Jozef

Naam - plaats

Deinze

Plaats van verzending

Deinze

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Hebt gij Tinel
Mijdt u, muisken

Titel - werk van Guido Gezelle

Kerkhofblommen (Kerkhofbloemen)
Tijdkrans
Rijmsnoer om en om het jaar

Titel14/11/1897, Deinze, Jozef Vanden Eynde aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Vanden Eynde Jozef aan Gezelle Guido, Deinze (Deinze), 14/11/1897. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderVanden Eynde, Jozef
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum14/11/1897
VerzendingsplaatsDeinze (Deinze)
AnnotatieBriefversie van datering: den 14den in Allerzielenmaand, 1897 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inbespreking met citaten in: Gezelle-briefwisseling 1: Verzameling archief en museum voor het Vlaamse cultuurleven Antwerpen / door R.F. Lissens. - Antwerpen : De Nederlandsche Boekhandel, 1970, p. 82
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 enkele vellen, 209 mm x 133 mm
papier, wit, gelijnd
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden watermerk: afbeelding, Original Congo Mill
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [14/11] 1897 (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6913
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13268
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/abf4f7990e379959594d02855ecdc1efc542ec76/manifest
Inhoud
IncipitHebt gij Tinel,
Samenvatting vraagt Gezelle om een gedichtje
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.