<Resultaat 2588 van 3122

>

*p1
A M . Guido Gezelle,
Littérateur, membre de
l’Académie royale flamande
à Courtrai
 
p1

MINISTÈRE

DE

L’INTÉRIEUR

ET DE

L’INSTRUCTION PUBLIQUE.

_

ADMINISTRATION

DE

L’ENSEIGNEMENT SUPÉRIEUR, DES SCIENCES

ET DES LETTRES.

_

N° x 46.

_

N.B. Rappeler dans la réponse la date et le

numéro de la dépêche, ainsi que l’indication de

l’Administration.

_

l ANNEXE.

_

Monsieur,

J'ai l’honneur de vous adresser, en communication, avec prière de m’en dire votre avis, l’ouvrage ci- joint intitulé “Een dure Eed” de Melle Virginie Loveling, en faveur duquel l’imprimeur sollicite une souscription du gouvernement.[1]

Agreez, Monsieur, l’assurance de ma considération distinguée
Le Ministre,
Fr Schollaert

Noten

[1] Op 11 juli 1898 verzocht uitgever De Seyn-Verhougstraete minister Schollaert om in te tekenen op een heruitgave van de roman ‘Een dure eed’ van Virginie Loveling (oorspronkelijke uitgave 1892, nadat het verhaal eerder als feuilleton verschenen was). De adviesvraag was pijnlijk voor Gezelle omdat Loveling voor deze roman de vijfjaarlijkse staatsprijs gekregen had ten nadele van Gezelles Tijdkrans. Er werd geen uitgave teruggevonden van 1898. Dit betekent waarschijnlijk dat de uitgave niet doorging omwille van de negatieve reactie van Gezelle en de minister. Zie Gezelles brief aan F. Schollaert op 24.07.1898 en Schollaerts antwoord aan De Seyn-Verhougstraete op 04.08.1898.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSchollaert, Frans Victor; Schollaert, François
Datums° Wilsele (Leuven), 18/08/1851 - ✝ Sainte Adresse, 29/06/1917
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus
BioFrans Schollaert was de zoon van François Schollaert en Jeanne van der Schrieck. Hij promoveerde tot doctor in de rechten en vestigde zich als advocaat aan de balie van Leuven. Hij werd in 1880 verkozen tot provincieraadslid voor de katholieke partij en was van 1888 tot aan zijn overlijden volksvertegenwoordiger en van 1901 tot 1908 en van 1911 tot 1917 voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Bovendien was hij van 1908 tot 1911 eerste minister. In 1890 was hij medestichter geweest van de Belgische Boerenbond.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent

Briefschrijver

NaamSchollaert, Frans Victor; Schollaert, François
Datums° Wilsele (Leuven), 18/08/1851 - ✝ Sainte Adresse, 29/06/1917
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus
BioFrans Schollaert was de zoon van François Schollaert en Jeanne van der Schrieck. Hij promoveerde tot doctor in de rechten en vestigde zich als advocaat aan de balie van Leuven. Hij werd in 1880 verkozen tot provincieraadslid voor de katholieke partij en was van 1888 tot aan zijn overlijden volksvertegenwoordiger en van 1901 tot 1908 en van 1911 tot 1917 voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Bovendien was hij van 1908 tot 1911 eerste minister. In 1890 was hij medestichter geweest van de Belgische Boerenbond.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrussel
GemeenteBrussel

Naam - persoon

NaamDe Seyn-Verhougstraete, Hendrik
Datums° Wijtschate, 29/12/1847 - ✝ Aalst, 17/05/1926
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; boekhandelaar; uitgever
BioHendrik de Seyn volgde de Normaalschool in Torhout en werd achtereenvolgens onderwijzer in Ieper, Geluwveld en Roeselare, waar hij in 1873 boekhandelaar werd en uitgever onder de naam De Seyn-Verhougstraete, de naam van zijn vrouw. Belangrijke uitgaven van zijn hand zijn de volledige dichtwerken van K.L. Ledeganck (Roeselare 1886) en van Mevr. Courtmans-Berchmans (1883-90). Verder "Onze Vlaamsche Dichters van 1830-1905" en "Het Bargoensch van Roeselare" (1890). Hij verhuisde in 1892 met de zaak naar Aalst, waar hij overleed op 17 mei 1926.
Links[dbnl]
Bronnen http://www.biografischportaal.nl/persoon/20227016
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSchollaert, Frans Victor; Schollaert, François
Datums° Wilsele (Leuven), 18/08/1851 - ✝ Sainte Adresse, 29/06/1917
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus
BioFrans Schollaert was de zoon van François Schollaert en Jeanne van der Schrieck. Hij promoveerde tot doctor in de rechten en vestigde zich als advocaat aan de balie van Leuven. Hij werd in 1880 verkozen tot provincieraadslid voor de katholieke partij en was van 1888 tot aan zijn overlijden volksvertegenwoordiger en van 1901 tot 1908 en van 1911 tot 1917 voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Bovendien was hij van 1908 tot 1911 eerste minister. In 1890 was hij medestichter geweest van de Belgische Boerenbond.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamLoveling, Virginie; Marie Virginie, W.G.E. Walter Louis Bonheyden
Datums° Nevele, 17/05/1836 - ✝ Gent, 01/12/1923
GeslachtVrouwelijk
Beroepschrijfster
BioVirginie Loveling was een Vlaamse dichteres, romanschrijfster en essayist, geboren in Nevele en overleden in Gent, een nicht van Cyriel Buysse. Ze debuteerde samen met haar zus Rosalie Loveling met poëzie, maar verwierf vooral faam met haar realistische en geëngageerde proza. In haar romans en novellen behandelde ze thema’s als vrouwenemancipatie, opvoeding, erfelijkheid, vrijzinnigheid en de spanningen tussen liberalen en katholieken. Tot haar belangrijkste werken behoren "Een dure eed", "De twistappel" en "Een revolverschot". Loveling was uitgesproken Vlaamsgezind en liberaal, maar verzette zich tijdens de Eerste Wereldoorlog tegen het activisme. Haar dagboeken uit de oorlogsjaren gelden als een belangrijk historisch en literair document. In 1896 kreeg ze voor "Een dure eed" de vijfjaarlijkse staatsprijs ten nadele van Gezelles Tijdkrans. Hij noemde haar "une très détestable romancière" en herhaalde zijn oordeel toen minister Schollaert hem in 1898 om advies vroeg over een heruitgave van deze roman.
Links[wikipedia], [dbnl]
BronnenNEVB

Naam - plaats

NaamBrussel
GemeenteBrussel
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - instituut/vereniging

NaamDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
BeschrijvingDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Datering1886-heden
Links[wikipedia]
NaamMinisterie van binnenlandse zaken en openbaar onderwijs
BeschrijvingGuido Gezelle vroeg geregeld subsidies aan bij het ministerie van binnenlandse zaken voor zijn tijdschriften Loquela en Biekorf en voor zijn dichtbundel Rijmsnoer.

Titel - ander werk

TitelEen dure eed
AuteurLoveling, Virginie
Datum1892
PlaatsGent
UitgeverH. Engelcke

Titel20/07/1898, Brussel, Frans Victor Schollaert aan Guido Gezelle
EditeurKoen Calis; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Schollaert Frans Victor aan Gezelle Guido, Brussel (Brussel), 20/07/1898. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderSchollaert, Frans Victor
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum20/07/1898
VerzendingsplaatsBrussel (Brussel)
Gepubliceerd inBrieven van, aan en over Gezelle II, p.224 (196a)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 347 mm x 218 mm
papier, wit
papiersoort: 1 zijde beschreven; zijde 1 met adres, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papier met briefhoofd: Ministère // de // L'Intérieur // et de // L'Instruction Publique. // Administration // de // L'Enseignement Supérieur, des Sciences // et des Lettres.
Toevoegingen op blanco zijde 2 linksonder: 20/7 1898 (inkt, omgekeerd, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7010 G
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13345
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/9cfa3387b74496cd95838c6ba310abe6c024a35c/manifest
Inhoud
IncipitJ'ai l'honneur de vous
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.