<Resultaat 3112 van 3122

>

p1

…

-Eene kwâ vrouwe is eene goe doornhage

- Een dronkaard dat naamt men: "Grooten dustens zeune."

- Zie Biekorf 3de jaar bl 143[1] van onder voege daarbij: 'T staan boomen in den weg.

- Zie Biekorf bl 120 4de jaar[2] vuylsteker met eene r dat hebbe ik dikwijls hooren zeggen al 't Poperingsche

- Gehoord van eenen ouden visscher: "Opdat de versche visch zou goed zijn, moet er eene r in den name van den maand staan."

- Woesten te klokke - Reninghe te stokke. Dat zou men zeggen van iemand die op prochie Woesten en op gemeente Reninghe woont. 'K en wete niet of iemand voor Woesten en Reminghe in dat geval is, maar ik hebbe dat nog gehoord wegens andere prochien en gemeenten, wiens name mij nu niet te binnenp2schiet

…

Uitschulden ende passyve lasten. Wat is de rechte zin van die twee woorden?

- 'T zijn al nesten, zei de vent, en de katte jongde in zijn paruike.

Kinderdeuntje. -

Engeltje, Engeltje Gabriel,
weunt zoo verre van mijn kasteel,
mijn kasteel alleene,
bakt e' koekske kleene,
bakt e' koekske groot
legt 'et in mijn schoot
Maria zal het beuteren
en Jezuke zal het sneukelen

Gehoord te Woesten
- Kalle moeijes hondtje, 't zat op hare kloef
't wikkelde zijn steertje, en Kalle moeie loeg. idem

- De moeder zingt te zamen met haar kind, is dat zij op hare knie doet te peerde rijen:

- Jute kotte perrige, naar Iper om e' sterrige
zijn der 't Iper geene, gouw van daar naar Meene,
zijn ze te Meene' goeie koop, 'k koope der tien of 12 stoop’. idem

- Djulf[3] zeggen ze 't onzent voor dulf; zie The song of Hiawatha: Aanteekeningen.[4]

Konde er U iets van dit alles soms van dienst zijn het ware mij hoogst aangenaam

Groete UEdele hoogachtend
Hilaris Allaeys
in de Minderbroederstrate Talmerk[5] 29 te Leuven

Noten

[1] Antwoord op vraag in: Mingelmaren. In: Biekorf: 3 (1893) 9 p.143: Als er iets verteld wordt dat van iemand die in 't gezelschap is niet en dient gehoord te worden, dan zal men dikwijls hooren ‘zwijgt, 't zijn doorns in huis; 't zijn kraaien, 't zijn ratten in huis, op het dak; 't zijn latten aan 't huis, aan 't dak; 't zijn lanken in huis; 't is een paar schoe'n te vele in huis enz’. Hoe zegt men dat nog?”
[2] Reactie op: G. Gezelle, Wabbeke. In: Biekorf: 4 (1894) 8, p.120: “Neme ik nu in acht dat de geboortename Vuylsteke vroeger Vuylsteker klonk, dan valt het mij in dat wagbeke vroeger ook wel wagbeker kan geloden hebben. ”
[3] G. Gezelle, Zantekoorn. Djulf. In: Loquela: 12 (Wintermaand 1892) 8, p. :”DJULF, den. = Duif, duist (De Bo), vuistslag op den rugge. - “Ze spelen om djulfen.” Geh. Woesten”.
[4] G. Gezelle, Aanteekeningen in Hiawatha, p. 189: ”DULST. Dulf, dulk, dult, stoot, slag (...)”.
[5] Talmerk= purisme voor nummer.

Register

Correspondenten - personen

NaamAllaeys, Hilaire; Eecken, Herwin
Datums° Woesten, 05/07/1873 - ✝ Antwerpen, 16/10/1934
GeslachtMannelijk
Beroeptandarts; auteur; koster; onderwijzer; gemeentesecretaris
BioHilaire Allaeys was de zoon van Emile Charles Allaeys, koster, onderwijzer en gemeentesecretaris van Woesten, en Prudentia Hortentia Synaeve. Tijdens zijn middelbare studies in Poperinge en Moeskroen engageerde hij zich in studentenbladen en stichtte hij literaire en dialectverenigingen zoals 'Het Gilde der Jonge Keikoppen' en de 'Zantersgilde', die Vlaamse dialectwoorden verzamelden in het spoor van Guido Gezelles "Loquela". Als student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven publiceerde hij in studenten- en streekbladen en was hij actief in 'Met Tijd en Vlijt'. Na zijn afstuderen in 1900 specialiseerde hij zich in Parijs tot tandheelkundige en verwierf internationale faam. In Antwerpen combineerde hij zijn praktijk met een sterke inzet voor de Vlaamse Beweging. Hij was medeoprichter van de 'Vlaamsche Zangersgilde' op. Hij organiseerde Vlaamse kunstactiviteiten in Frans-Vlaanderen. In 1925 organiseerde hij de Vlaggefeesten in Brugge en hij publiceerde onder meer "’t Onzent in ’t Westland" (1930), waarvoor hij de vijfjaarlijkse prijs van de West-Vlaamse letterkunde ontving. Hij stond in contact met Guido Gezelle en sympathiseerde met diverse Europese minderheidsbewegingen. Hij overleed te Antwerpen op 16 oktober 1934.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging; zanter
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamAllaeys, Hilaire; Eecken, Herwin
Datums° Woesten, 05/07/1873 - ✝ Antwerpen, 16/10/1934
GeslachtMannelijk
Beroeptandarts; auteur; koster; onderwijzer; gemeentesecretaris
BioHilaire Allaeys was de zoon van Emile Charles Allaeys, koster, onderwijzer en gemeentesecretaris van Woesten, en Prudentia Hortentia Synaeve. Tijdens zijn middelbare studies in Poperinge en Moeskroen engageerde hij zich in studentenbladen en stichtte hij literaire en dialectverenigingen zoals 'Het Gilde der Jonge Keikoppen' en de 'Zantersgilde', die Vlaamse dialectwoorden verzamelden in het spoor van Guido Gezelles "Loquela". Als student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven publiceerde hij in studenten- en streekbladen en was hij actief in 'Met Tijd en Vlijt'. Na zijn afstuderen in 1900 specialiseerde hij zich in Parijs tot tandheelkundige en verwierf internationale faam. In Antwerpen combineerde hij zijn praktijk met een sterke inzet voor de Vlaamse Beweging. Hij was medeoprichter van de 'Vlaamsche Zangersgilde' op. Hij organiseerde Vlaamse kunstactiviteiten in Frans-Vlaanderen. In 1925 organiseerde hij de Vlaggefeesten in Brugge en hij publiceerde onder meer "’t Onzent in ’t Westland" (1930), waarvoor hij de vijfjaarlijkse prijs van de West-Vlaamse letterkunde ontving. Hij stond in contact met Guido Gezelle en sympathiseerde met diverse Europese minderheidsbewegingen. Hij overleed te Antwerpen op 16 oktober 1934.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging; zanter

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - persoon

NaamAllaeys, Hilaire; Eecken, Herwin
Datums° Woesten, 05/07/1873 - ✝ Antwerpen, 16/10/1934
GeslachtMannelijk
Beroeptandarts; auteur; koster; onderwijzer; gemeentesecretaris
BioHilaire Allaeys was de zoon van Emile Charles Allaeys, koster, onderwijzer en gemeentesecretaris van Woesten, en Prudentia Hortentia Synaeve. Tijdens zijn middelbare studies in Poperinge en Moeskroen engageerde hij zich in studentenbladen en stichtte hij literaire en dialectverenigingen zoals 'Het Gilde der Jonge Keikoppen' en de 'Zantersgilde', die Vlaamse dialectwoorden verzamelden in het spoor van Guido Gezelles "Loquela". Als student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven publiceerde hij in studenten- en streekbladen en was hij actief in 'Met Tijd en Vlijt'. Na zijn afstuderen in 1900 specialiseerde hij zich in Parijs tot tandheelkundige en verwierf internationale faam. In Antwerpen combineerde hij zijn praktijk met een sterke inzet voor de Vlaamse Beweging. Hij was medeoprichter van de 'Vlaamsche Zangersgilde' op. Hij organiseerde Vlaamse kunstactiviteiten in Frans-Vlaanderen. In 1925 organiseerde hij de Vlaggefeesten in Brugge en hij publiceerde onder meer "’t Onzent in ’t Westland" (1930), waarvoor hij de vijfjaarlijkse prijs van de West-Vlaamse letterkunde ontving. Hij stond in contact met Guido Gezelle en sympathiseerde met diverse Europese minderheidsbewegingen. Hij overleed te Antwerpen op 16 oktober 1934.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging; zanter

Naam - plaats

NaamIeper
GemeenteIeper
NaamLeuven
GemeenteLeuven
NaamMenen
GemeenteMenen
NaamPoperinge
GemeentePoperinge
NaamReninge
GemeenteLo-Reninge
NaamWoesten
GemeenteVleteren

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelThe Song of Hiawatha. Overgedicht in ‘t Vlaamsch.
Links[gezelle.be]
TitelBiekorf. Dat is een leer- en leesblad voor alle verstandige Vlamingen.
Links[gezelle.be]

Titel[xx/04/1893 t.p.q.], Leuven, Hilaire Allaeys aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Allaeys Hilaire aan Gezelle Guido, Leuven (Leuven), [xx/04/1893 t.p.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderAllaeys, Hilaire
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[xx/04/1893 t.p.q.]
VerzendingsplaatsLeuven (Leuven)
AnnotatieT.p.q. en adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 134 mm x 113 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat fragment: bovenkant van vel ontbreekt
Vormelijke bijzonderheden watermerk: ongeïdentificeerd
Toevoegingen zijde 1 en stukken van zijde 2 met inkt doorgehaald
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7742
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13414
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/4a55ad0df64aaa69e6ef14b863bad6d0a8ff782d/manifest
Inhoud
Incipit- Eene kwâ vrouwe is eene goe doornhage
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.