<Resultaat 76 van 2052

>

p1
41 Duke Street[1]

ReverendSir

we beg to acknowlege[2] the receipt of your letter of the 21st inst[3] The order for chalice[4] and Remonstrances[5] shall be sent as soon as possible No 1-2 chalice’s are not in stock we have put them in hand so that you will have them without any necessary delay. The carraige[6] to Belgium is low. The duty about ten pr cent on the intrinsic value, with respect to payment it may be paid to a Banker having connexion[7] with a London Bank. all that will then be required will be a draft payable in London to us.

The Lamp Glasses are notp2sent yet as the Boy’s are not ready to go to the orphanage we expect they will be next week.

Regarding the Agency we should only be too happy to second your endeavour in cultivateing the christian art. At present we are not in a position to have an Agent it requireing a larger capital than we can command judgeing from the sucess[8] we have had the two years[9] we have been in business - in public, we do not dispair[10] of being able to do so at some future period - we hope not distant; in the meantime any order you may please to favour us with shall be attended to and the lowest possible price charged.

We are Reverend Sir
Your Obedient Servant
John. P Ross

Noten

[1] Het ‘Ecclesiastical Furniture Warehouse’ van John Peter Ross bevond zich te Londen, op het volgende adres: 41, Duke Street, Manchester Square, Westminster.
[2] Foutief voor ‘acknowledge’.
[3] ‘Inst’ wordt in het Engels gebruikt met een datum om de huidige maand aan te geven.
[4] Miskelk.

Vanaf december 1860 begon John Ross met de verkoop van neogotisch metaalwerk, misschien is dat een gevolg van de suggestie die Gezelle richting Ross deed.

[5] Een monstrans of ostensorium is een onderdeel van het liturgisch vaatwerk in onder meer de Katholieke Kerk. Het is een houder, gewoonlijk van goud, waarin de geconsacreerde hostie wordt getoond. (Wikipedia)
[6] Foutief voor ‘carriage’.
[7] Oude spelling.
[8] Foutief voor ‘success’.
[9] John Ross begon met het ’Ecclesiastiscal warehouse‘ in februari 1858. Als hij verwijst naar het feit dat hij twee jaar bezig is, kunnen concluderen dat de brief dateert van 22 oktober 1860 toen Gezelle net aangesteld was in Brugge.
[10] Foutief voor ’despair’.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRoss, John Joseph Peter
Datums° Brompton, ca 1829-1830 - ✝ Londen, eerste kwartaal 1897
GeslachtMannelijk
Beroepbeeldhouwer/houtsnijder
VerblijfplaatsEngeland
BioJohn Joseph Peter Ross was de zoon van de beeldhouwer/houtsnijder John G. Ross (Schotland, ca. 1800- ) en Jane (Stainton, Hartfordshire- ). Volgens de census van 1851 woonde het gezin in Foley Place, Marylebone, Londen. Het echtpaar had toen drie dochters en twee zonen: Jane W. Ross (Lambeth, Londen, ca. 1826- ), Juliana (St. Clement, Londen, ca. 1828- ), Hester (Clerkenwell, Londen, ca. 1834 - ), Paul (Clerkenwell, Londen, ca. 1838- ) en John Joseph Peter. In 1851 was John J.P. 21 jaar en net als zijn vader beeldhouwer/houtsnijder (carver) van beroep. Verder was er ook een inwonende meid van 13 jaar. John J.P. Ross trouwde met Jemima Maria Mccann met wie hij twee zonen kreeg: James, geboren in Londen in 1862 en Robert, geboren in Londen, in 1871. Uit diverse advertenties in de 'Weekly Register and Catholic Standard' (5 april 1856; 1857) blijkt dat John Ross aanvankelijk samen met zijn broer actief was op het adres 41, Duke Street, Manchester Square, Westminster te Londen als kerkdecorateurs, beeldhouwers/houtsnijders en 'funeral furnishers'. Ze herstelden ook oude meubels, houten beelden en houtsnijwerk. In de 'Weekly Register and Catholic Standard' van 27 februari 1858 was John (van Paul is geen sprake meer) op zoek naar een leerjongen voor het houtsnijwerk. In 1858 startte hij op hetzelfde adres het 'Ecclesiastical Furniture Warehouse', een magazijn voor kerkmeubels en beeldhouwwerk en noemde hij zichzelf kerkelijk beeldhouwer/houtsnijder en schrijnwerker (advertentie in "The Tablet", 6 februari 1858). Op 20 november 1858 - maar bijvoorbeeld ook nog op 23 april 1859 - verschenen advertenties in de "Weekly Register and Catholic Standard" waarbij John Ross adverteerde als kerkelijk meubelmaker en decorateur. Hij liet weten dat hij vanuit Munchen een lading gedecoreerde beelden binnen heeft gekregen. Vanuit Frankrijk kwamen binnen: ivoren kruisen, een triptiek in eik, beelden, medaillons, lampen, zilveren kruisen, rozenkransen, altaren in hout of steen, een ijzeren tabernakel, koperwerk, borduurwerk, kandelaars enz. In de 'Union' van 20 mei 1859 adverteerde John Ross als decorateur van kerken en kapellen. Er was in zijn magazijn altijd een voorraad voorhanden van kerkmeubilair, kerkdecoratie, kerkelijke gewaden. Deze advertenties verschijnen tot in het eerste kwartaal van 1861. Vanaf december 1860 begon Ross ook met de verkoop van middeleeuws metaalwerk en kon hij kloosters en scholen voorzien van rozenkransen, medailles en kruisen (zie advertenties "Weekly Register and Catholic Standard", 29 december 1860 - 6 juli 1861). Op 6 juli 1861 verscheen het bericht in de krant "West Surrey Times" dat John Joseph Ross, 'ecclesiastical repository and carver in wood' eind juni 1861 failliet werd verklaard. Volgens de census woonde John Ross in 1871 te Marylebone. Hij overleed in het eerste kwartaal van 1897 te Kensington, Londen.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://www.familysearch.org/nl/ ; advertenties in: Weekly Register and Catholic Standard: (1856-1861); Census: (1851, 1871)

Briefschrijver

NaamRoss, John Joseph Peter
Datums° Brompton, ca 1829-1830 - ✝ Londen, eerste kwartaal 1897
GeslachtMannelijk
Beroepbeeldhouwer/houtsnijder
VerblijfplaatsEngeland
BioJohn Joseph Peter Ross was de zoon van de beeldhouwer/houtsnijder John G. Ross (Schotland, ca. 1800- ) en Jane (Stainton, Hartfordshire- ). Volgens de census van 1851 woonde het gezin in Foley Place, Marylebone, Londen. Het echtpaar had toen drie dochters en twee zonen: Jane W. Ross (Lambeth, Londen, ca. 1826- ), Juliana (St. Clement, Londen, ca. 1828- ), Hester (Clerkenwell, Londen, ca. 1834 - ), Paul (Clerkenwell, Londen, ca. 1838- ) en John Joseph Peter. In 1851 was John J.P. 21 jaar en net als zijn vader beeldhouwer/houtsnijder (carver) van beroep. Verder was er ook een inwonende meid van 13 jaar. John J.P. Ross trouwde met Jemima Maria Mccann met wie hij twee zonen kreeg: James, geboren in Londen in 1862 en Robert, geboren in Londen, in 1871. Uit diverse advertenties in de 'Weekly Register and Catholic Standard' (5 april 1856; 1857) blijkt dat John Ross aanvankelijk samen met zijn broer actief was op het adres 41, Duke Street, Manchester Square, Westminster te Londen als kerkdecorateurs, beeldhouwers/houtsnijders en 'funeral furnishers'. Ze herstelden ook oude meubels, houten beelden en houtsnijwerk. In de 'Weekly Register and Catholic Standard' van 27 februari 1858 was John (van Paul is geen sprake meer) op zoek naar een leerjongen voor het houtsnijwerk. In 1858 startte hij op hetzelfde adres het 'Ecclesiastical Furniture Warehouse', een magazijn voor kerkmeubels en beeldhouwwerk en noemde hij zichzelf kerkelijk beeldhouwer/houtsnijder en schrijnwerker (advertentie in "The Tablet", 6 februari 1858). Op 20 november 1858 - maar bijvoorbeeld ook nog op 23 april 1859 - verschenen advertenties in de "Weekly Register and Catholic Standard" waarbij John Ross adverteerde als kerkelijk meubelmaker en decorateur. Hij liet weten dat hij vanuit Munchen een lading gedecoreerde beelden binnen heeft gekregen. Vanuit Frankrijk kwamen binnen: ivoren kruisen, een triptiek in eik, beelden, medaillons, lampen, zilveren kruisen, rozenkransen, altaren in hout of steen, een ijzeren tabernakel, koperwerk, borduurwerk, kandelaars enz. In de 'Union' van 20 mei 1859 adverteerde John Ross als decorateur van kerken en kapellen. Er was in zijn magazijn altijd een voorraad voorhanden van kerkmeubilair, kerkdecoratie, kerkelijke gewaden. Deze advertenties verschijnen tot in het eerste kwartaal van 1861. Vanaf december 1860 begon Ross ook met de verkoop van middeleeuws metaalwerk en kon hij kloosters en scholen voorzien van rozenkransen, medailles en kruisen (zie advertenties "Weekly Register and Catholic Standard", 29 december 1860 - 6 juli 1861). Op 6 juli 1861 verscheen het bericht in de krant "West Surrey Times" dat John Joseph Ross, 'ecclesiastical repository and carver in wood' eind juni 1861 failliet werd verklaard. Volgens de census woonde John Ross in 1871 te Marylebone. Hij overleed in het eerste kwartaal van 1897 te Kensington, Londen.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://www.familysearch.org/nl/ ; advertenties in: Weekly Register and Catholic Standard: (1856-1861); Census: (1851, 1871)

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLonden

Naam - persoon

NaamRoss, John Joseph Peter
Datums° Brompton, ca 1829-1830 - ✝ Londen, eerste kwartaal 1897
GeslachtMannelijk
Beroepbeeldhouwer/houtsnijder
VerblijfplaatsEngeland
BioJohn Joseph Peter Ross was de zoon van de beeldhouwer/houtsnijder John G. Ross (Schotland, ca. 1800- ) en Jane (Stainton, Hartfordshire- ). Volgens de census van 1851 woonde het gezin in Foley Place, Marylebone, Londen. Het echtpaar had toen drie dochters en twee zonen: Jane W. Ross (Lambeth, Londen, ca. 1826- ), Juliana (St. Clement, Londen, ca. 1828- ), Hester (Clerkenwell, Londen, ca. 1834 - ), Paul (Clerkenwell, Londen, ca. 1838- ) en John Joseph Peter. In 1851 was John J.P. 21 jaar en net als zijn vader beeldhouwer/houtsnijder (carver) van beroep. Verder was er ook een inwonende meid van 13 jaar. John J.P. Ross trouwde met Jemima Maria Mccann met wie hij twee zonen kreeg: James, geboren in Londen in 1862 en Robert, geboren in Londen, in 1871. Uit diverse advertenties in de 'Weekly Register and Catholic Standard' (5 april 1856; 1857) blijkt dat John Ross aanvankelijk samen met zijn broer actief was op het adres 41, Duke Street, Manchester Square, Westminster te Londen als kerkdecorateurs, beeldhouwers/houtsnijders en 'funeral furnishers'. Ze herstelden ook oude meubels, houten beelden en houtsnijwerk. In de 'Weekly Register and Catholic Standard' van 27 februari 1858 was John (van Paul is geen sprake meer) op zoek naar een leerjongen voor het houtsnijwerk. In 1858 startte hij op hetzelfde adres het 'Ecclesiastical Furniture Warehouse', een magazijn voor kerkmeubels en beeldhouwwerk en noemde hij zichzelf kerkelijk beeldhouwer/houtsnijder en schrijnwerker (advertentie in "The Tablet", 6 februari 1858). Op 20 november 1858 - maar bijvoorbeeld ook nog op 23 april 1859 - verschenen advertenties in de "Weekly Register and Catholic Standard" waarbij John Ross adverteerde als kerkelijk meubelmaker en decorateur. Hij liet weten dat hij vanuit Munchen een lading gedecoreerde beelden binnen heeft gekregen. Vanuit Frankrijk kwamen binnen: ivoren kruisen, een triptiek in eik, beelden, medaillons, lampen, zilveren kruisen, rozenkransen, altaren in hout of steen, een ijzeren tabernakel, koperwerk, borduurwerk, kandelaars enz. In de 'Union' van 20 mei 1859 adverteerde John Ross als decorateur van kerken en kapellen. Er was in zijn magazijn altijd een voorraad voorhanden van kerkmeubilair, kerkdecoratie, kerkelijke gewaden. Deze advertenties verschijnen tot in het eerste kwartaal van 1861. Vanaf december 1860 begon Ross ook met de verkoop van middeleeuws metaalwerk en kon hij kloosters en scholen voorzien van rozenkransen, medailles en kruisen (zie advertenties "Weekly Register and Catholic Standard", 29 december 1860 - 6 juli 1861). Op 6 juli 1861 verscheen het bericht in de krant "West Surrey Times" dat John Joseph Ross, 'ecclesiastical repository and carver in wood' eind juni 1861 failliet werd verklaard. Volgens de census woonde John Ross in 1871 te Marylebone. Hij overleed in het eerste kwartaal van 1897 te Kensington, Londen.
Relatie tot Gezellecorrespondent
Bronnen https://www.familysearch.org/nl/ ; advertenties in: Weekly Register and Catholic Standard: (1856-1861); Census: (1851, 1871)

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Ross, John Joseph Peter

Correspondenten

Gezelle, Guido
Ross, John Joseph Peter

Naam - persoon

Ross, John Joseph Peter

Plaats van verzending

Londen

Titel22/10/[1860], [Londen], John Joseph Peter Ross aan [Guido Gezelle]
EditeurLouise Snauwaert; Marc Carlier; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderRoss, John Joseph Peter
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum22/10/[1860]
VerzendingsplaatsLonden
AnnotatieDatum gereconstrueerd op basis de brieftekst: John Ross begon met het "Ecclesiastiscal warehouse" in februari 1858. Als hij verwijst naar het feit dat hij twee jaar bezig is, kunnen concluderen dat de brief dateert van 22 oktober 1860; plaats gereconstrueerd op basis van het adres; dressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.291
Fysieke bijzonderheden
Drager enkel vel, 185x115
wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 linksboven: Business (rode inkt, schuin)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7360
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|13715
Inhoud
IncipitWe beg to acknowledge
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.