Ik verzen u, met dezen brief den Nederlandtsen Herbarius:[1] ’t is schoon nederduitsch en daar zijn een heel deel woorden in die u misschien nuttig gaan zijn.
'k Zal morgen, vrijdag,[2] bij den drukker gaan vragen dat hij 't Daghet zóó plooien en inkleeden zou, wi gij 't verlangt, met veel anderen.[3]
Die ouden schoolmeester[4] en kennen wij niet maar wij zullen hem toch wel vast krijgen; docht u niet dat zijn geschrift op Mr Teurlinckx 't zijne trok?
Verleên Dijsdag ben ik bij Mr Daniëls geweest, en ik heb veel te zijnent gehoord en gezien dat mij verblijd heeft.[5] Hij heeft bekans heel ons Limburgsch Boek-wezen in zijne bibliotheek steken: een reek of 6 Limburgsche werken die ons aldernuttigst zullen zijn. Spijtig dat gij geen 8 dagen op dat lievelik Vogelsanck[6] kont zijn, gij zoudt er konnen midden in zijne boeken. Mr Daniëls is een echte Limburger, die hem noch geld noch moeite p2en spaart om achter zijne geliefde Limburgsche en Diestersche (hij is Diesteneer geboren) boeken te geraken.
Hij heeft in zijn bezit en zal het u in 't korte opschikken, het berijmde leven van Sinte Luutgarde,[7] dat Bormans zaliger toch uitgegeven heeft,[8] maar aleen op een 20 afdruksels die hij aan zijne vrienden rondgedeeld heeft. Zijt gij nu niet blij? Een oud Zonuwens[9] klokinschrift heeft hij ook: 't is 6 verzen lang en heel aardig. Hij zal het in 't Daghet doen drukken.[10] Hij heeft ook eene alderschoonste verzameling van oude Limburgsche munten, waar hij ook in 't Daghet over/schrijven zal als gij 't begeert.[11]
Nog al: een kluchtspel van nen Diesteneer in verzen gedicht,[12] en dat heel aardig is. 't Is uit de 16e eeuw en maar heel, heel moeielik meer te krijgen. Hij spreekt van het her uit te geven.[13] De man zou veel werken als hij maar tijd genoeg had; maar hij moet de heele week sukkelen om de twee gazetten van Hasselt: den Onafhankelijke en le Constitutionnel[14] op te houden. 't Is een vervelend werk, zegt hij, en ik geloof het wel, maar hij is er voor aangezatten[15] van Mgr van Luyk en daar moet het toch iemand doen. Hij zou heel geeren hebben dat gij hem eens kwaamt bezoeken in den p3zomer. Als gij kunt, doet het, lieve Meester, gij zult er uwen tijd noch onnuttig noch onverzettelik door brengen op dat oud schoon Vogelsanck[16] waar alles nog op zijn middeleeuwsch gaat: bellen voor de knechten bijeen te roepen als 't roozekrans is, zorg voor den boer en de arme die Mevrouw zelf oppast en alderhande schoone gebruiken. Mevrouw is eene andere Mevrouw Van Houthulst, wi ze in uwe gedichten bezongen werdt.[17] Zij kan goed vlaamsch en leest uwe Kerkhofblommen met veel genoegen en bewondering. Kom eens over in den zomer: dan reizen wij de Kempen eens gelijk af, met Koob en de anderen.
Dien gendarm zullen wij der lastig heel en gansch uitkrijgen,[18] want als wij alles van u in 't Seminarie moeten ontvangen, dan is 't spel verbrod. Maar wat gij doet: als gij kladprinten verbeterd hebt, schik ze rechtstreeks naar den drukker toe, maar doet de verbeteringen niet te zeer op Uw westvlaamsch. Zóó: “gelooft ook niet nemeer” voor niets nemeer of niks nemeer, dat en is geen Limburgsch. De drukker posteert (Beeringsch voor kijft) dat wij hem veel te veel aandoen met onze verbeteringen (met de uwe) omdat hij, altijd moet verzetten, weglaten en bijplakken. Hij zegt dat hij veel meer werk heeft met 't Daghet als met zijn twee gazetten,[19] en dat hij der zóó moet p4aan toe geven.
De runen[20] ga ik vragen bij Mr Daris en gij zult ze met eenige dagen krijgen tegelijkertijd met onze oogst.[21] Ik verwacht veel zangen van allerlei graan van onze Gullebroêrs. Nu schei ik uit en ga mijn pak maken - want ik moet morgen vroeg terug naar 't Waleland, juist op de ogenblik dat mijne Kempen der zoo schoon beginnen uit te zien! Aie! Tot later, als 't God belieft, goede Meester!
PS. geen uitstand hebben, en zeggen ze niet in Limburg, geen uitstaans hebben wel. Is dat niet even goed?







