Ik heb vandaag naar den drukker van 't Daghet gestuurd 1°Limburgsche Dichtveerdigheid, gij weet wel, die liedekes met muziek der bij, van u verbeterd en van mij gezuiverd en hier en daar nog een beteken veranderd[1]
2° Een 7 van uwe leste woorden voor de 3e zang.[2] De anderen, die ze in Limburg niet en zeggen, of die wij er ten minste niet kunnen te hooren krijgen, zal ik naar den Student zennen, want als wij die in 't Daghet gaan zetten, en is ons blatteken niet zuiver-Limburgsch meer.
3° I en II van boek en boekstafwezen
Hope dat die drij den 3den n° wel vol krijgen. Maar nu de 4°!
Wij hebben nog over, geloof ik, bij den drukker gezatten: boek en boekstafwezen III (eentige reeken) - Limburgsche Dichtveerdigheid II (de Kwelspreuken)[3] eentige overschietende woorden van Ludeker Walendietsch.[4] Wij hebben nog verschillige dingen bij u liggen, maar en weten nog niet of gij ze begeert of niet. Is er iets bij dat u aanstaat, schik het mij dan op, ik zal 't overgeven aan M. Ceysens - anders, zeg eens a.u.bl. wat wij p2gaan aanvangen?
't Tweede Daghet heeft bezonder goed aangestaan hier te lande, ten minste; ze en zijn er te St Truijden ook al zoo kwaad niet meer op.[5]
Kost het verlof[6] maar wat langer duren, ik kreeg zeker eenen heelen boek vol Beeringsche woorden en kinderliedekens en raadsels enz. t'huis. Ik heb mijne oogsters in de school: twee kleine mennekes die mij al te navonden hun papierken vol “allerlei klommel” aanbrengen, en ze zijn er preutsch op dat den Heer van Cuppens hen voor schrijvers en zoekers verhoren heeft. Morgen krijg ik er twee anderen t'huis die mij mondelings nog “veel schoone vertelselkes” komen vertellen.
Kosten wij zóó in ieder dorp te werk gaan, wat en zouden wij toch niet vinden!
Is dit niet lief? -Als de wichter t'huis kunnen boteram niet kunnen opkrijgen smijten zij de kruimelkes weg; maar 't zou zonde zijn, zeiden ze niet, wegwerpenterens “Voor de veugelkes van ons Lieven Heerke!”
'k Schrijf u hier eenige kinderrijmkes op, die Karel de Gheldere zeker wel zou willen gemaakt hebben:
de koster mag geen eieren!
Wat eet hij dan?
Spek in de pan!
De koster is 'ne lekkere man![7]
lekkere man = un gourmandp3
De koster luidt met 't schelleke!
Wien is er nu weêr dood?
- 't oud grijs menneke.
Moo[8] zullen ze dat begraven?
-te Viersel in de kuil,
te Schaffen in de pottekuil,
daar leit het nu stil met zijn groote muil![9]
gong met een koei naar Mechelenwaart;
het kost ze nie verkoopen,
het sloeg ze met de pan tegen 't gat
en liet ze toen mer loopen.
-
zat de koei in den hoek en spon,
het kalf in de wieg en zong,
de hond die stiet de boter,
de kat die wies de schotel,
de vleeremuis
die keerde 't huis,
de zwalven[10] droegen d'asschen uit
al op hun lange vleugels -
't Zijn allemaal - dikke leugens![11]
Kruis{ Hek - spek,
solferstek!
Onze Vader
lag in 't water,
onze Steven,
lag er neven,
onze Job,
lag er op
Pater noster
sloeg zijn dochter, achter de kist,
dat ze 't nie en wist![13]
p4_____
ik zál zingen!
Ik zag eenen voorsch[14] in 't water springen,
hij sprong er in,
hij sprong er uit,
en daarmeê is mijn liedeken uit!
___
geef mich e keureken, e keureke, e keureken! (koordeken)
een leerken, e leerke, e leerken!
om in de Himel te geraken!
'k zal nooit meer vloeken, nooit meer vloeke, nooit meer vloeke!
... Sakker! Sakke! Sakker! Sakker! (en hij is onder.)
-
Als gij de kladprent van den 3den n° overzien hebt, stuur ze naar den drukker ofwel naar mij. Ik ben nog te Beeringen tot vrijdag 's morgens 24ste Aril.[15]
Ik heb hier de Aeneide[16] van Veldeken, uitgaaf van Otto Behaghel, te leen gekregen van Mr Prof-Daris. 't Is schoone taal en nog veel limburgsch, maar 't gedicht zelf en staat mij gaar[17] uit niet aan. 't Is heel dik flauwe praat, dunkt mij.
Wilt gij? -
De Nederlandtsche Herbarius, of Kruydt-boeck beschryvende De Geslachten / gedaente / Plaetse / Tijt / Oeffening / Aert / Krachten / en Medicinael gebruyck van alderhande Boomen / Heesteren / Boom-gewassen / Kruyden / en Planten / die in de Nederlanden in 't wilde gevonden/en in de Hoven onderhouden worden. Als mede de Uytlandtsen, of vreemde Droogens, die gemeenlyck in de Apothekers Winckels gebruyckt worden. Uyt verscheyde Kruydt-Beschrijvers, tot nut van alle Natuurkunders ....... by een vergadert en beschreven / Door Petrus Nylandt, Med. Doct. t'Amsterdam. By Marcus Doornick, Boeckverkooper op de Middeldam / 1673 ....
(Schrijf maar) naar uwen toegenegen[18]







