Den priester hooggeacht, den dichter wydgevierd;
Den stryder onversaagd die 't machtig heir bestiert
Der vlaamsche jongligschap ten heilgen kamp getogen,
Bedauwe in 't vuur des krygs de zegening des Hoogen.
Hem houdt het Vaderland de lauwren voorbewaard
Die stryd en leed vergoen; doch smaak hy reeds op aard
De zegepraal waarvoor hy rustloos heeft gestreden:
't Herleven door de taal van Vlaandrens groot verleden.
Den stryder onversaagd die 't machtig heir bestiert
Der vlaamsche jongligschap ten heilgen kamp getogen,
Bedauwe in 't vuur des krygs de zegening des Hoogen.
Hem houdt het Vaderland de lauwren voorbewaard
Die stryd en leed vergoen; doch smaak hy reeds op aard
De zegepraal waarvoor hy rustloos heeft gestreden:
't Herleven door de taal van Vlaandrens groot verleden.
J.B. Saeys, professor, Gent.







