…
Uw kleene nietige dienare in Christo
frater Renatus :/:
Brugge, vrijdag in de aflaatweke, Wiedmaand, 25 + 1886.
Ik wenschte UEerw. wel nen keer te zien in de Capucijntjes; komt eens naar, waneer gij naar Brugge oversteekt.
| < | Resultaat 1419 van 3122 | > |
|---|
…
Ik wenschte UEerw. wel nen keer te zien in de Capucijntjes; komt eens naar, waneer gij naar Brugge oversteekt.
| Naam | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Datums | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Naam | Devos, Julius; Devos, Jules; Renatus (Broeder) |
|---|---|
| Datums | ° Oostrozebeke, 12/12/1854 - ✝ Izegem, 25/07/1925 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; pater; journalist; volkspredikant |
| Bio | Julius Devos werd geboren te Oostrozebeke op 12 december 1854 als zoon van Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. In 1863 verhuisde het gezin naar Ingelmunster en drie jaar later vestigden ze zich in Izegem. Daar kwam Julius terecht in de school van de gebroeders Pollet. Hij behaalde de eerste plaats in zijn klas en trok in oktober 1870 vervolgens naar het kleinseminarie van Roeselare. Door de vele schoolwissels in zijn jeugd was hij op dat moment twee jaar ouder dan zijn klasgenoten. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare tot 1875. Hij stond er onder invloed van Hugo Verriest en de Blauwvoeterij. Hij werd er weggestuurd naar aanleiding van een conflict met superior Delbar en maakte zijn middelbare school af aan het College van Ieper. Hij had een korte journalistieke carrière en schreef voor het "Burgerwelzijn", "Het Handelsblad" en de "Gazette van Brugge". Vervolgens trad hij in oktober 1880 in bij de orde der kapucijnen onder de naam Renatus. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Renatus, in Francisci namen' voor zijn priesterwijding op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat. Hij werd eerst naar Antwerpen gestuurd. In 1888 werd hij door zijn oversten naar Mons gezonden waar hij tien jaar lang intensief meewerkte aan het ontwikkelen van een christelijke arbeidersbeweging in de Waalse industriegebieden. Hij verbleef er tot 1898. Hij was lid van de Vlaggegilde en de Westvlaamse studentenbond, van de Brugse Gilde van Sinte Luitgaarde en de Brugse Davidsfondsafdeling. Hij was erg sociaal geëngageerd en werd één van de grootste volkspredikanten. Hij stierf op 25 juli 1925 in het klooster te Izegem. |
| Relatie tot Gezelle | zanter (WDT); correspondent; studenbeweging; aanvrager gelegenheidsgedicht; onderwerp gelegenheidsgedicht |
| Bronnen | https://tenmandere.be/nieuwsbrieven/2023/nieuwsbrief_71/JuliusDevos.html ; R. Vanlandschoot, Hugo Verriest. Tielt: Lannoo, 2014, p. 30 |
| Naam | Devos, Julius; Devos, Jules; Renatus (Broeder) |
|---|---|
| Datums | ° Oostrozebeke, 12/12/1854 - ✝ Izegem, 25/07/1925 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; pater; journalist; volkspredikant |
| Bio | Julius Devos werd geboren te Oostrozebeke op 12 december 1854 als zoon van Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. In 1863 verhuisde het gezin naar Ingelmunster en drie jaar later vestigden ze zich in Izegem. Daar kwam Julius terecht in de school van de gebroeders Pollet. Hij behaalde de eerste plaats in zijn klas en trok in oktober 1870 vervolgens naar het kleinseminarie van Roeselare. Door de vele schoolwissels in zijn jeugd was hij op dat moment twee jaar ouder dan zijn klasgenoten. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare tot 1875. Hij stond er onder invloed van Hugo Verriest en de Blauwvoeterij. Hij werd er weggestuurd naar aanleiding van een conflict met superior Delbar en maakte zijn middelbare school af aan het College van Ieper. Hij had een korte journalistieke carrière en schreef voor het "Burgerwelzijn", "Het Handelsblad" en de "Gazette van Brugge". Vervolgens trad hij in oktober 1880 in bij de orde der kapucijnen onder de naam Renatus. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Renatus, in Francisci namen' voor zijn priesterwijding op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat. Hij werd eerst naar Antwerpen gestuurd. In 1888 werd hij door zijn oversten naar Mons gezonden waar hij tien jaar lang intensief meewerkte aan het ontwikkelen van een christelijke arbeidersbeweging in de Waalse industriegebieden. Hij verbleef er tot 1898. Hij was lid van de Vlaggegilde en de Westvlaamse studentenbond, van de Brugse Gilde van Sinte Luitgaarde en de Brugse Davidsfondsafdeling. Hij was erg sociaal geëngageerd en werd één van de grootste volkspredikanten. Hij stierf op 25 juli 1925 in het klooster te Izegem. |
| Relatie tot Gezelle | zanter (WDT); correspondent; studenbeweging; aanvrager gelegenheidsgedicht; onderwerp gelegenheidsgedicht |
| Bronnen | https://tenmandere.be/nieuwsbrieven/2023/nieuwsbrief_71/JuliusDevos.html ; R. Vanlandschoot, Hugo Verriest. Tielt: Lannoo, 2014, p. 30 |
| Naam | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Datums | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Naam | Devos, Julius; Devos, Jules; Renatus (Broeder) |
|---|---|
| Datums | ° Oostrozebeke, 12/12/1854 - ✝ Izegem, 25/07/1925 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; pater; journalist; volkspredikant |
| Bio | Julius Devos werd geboren te Oostrozebeke op 12 december 1854 als zoon van Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. In 1863 verhuisde het gezin naar Ingelmunster en drie jaar later vestigden ze zich in Izegem. Daar kwam Julius terecht in de school van de gebroeders Pollet. Hij behaalde de eerste plaats in zijn klas en trok in oktober 1870 vervolgens naar het kleinseminarie van Roeselare. Door de vele schoolwissels in zijn jeugd was hij op dat moment twee jaar ouder dan zijn klasgenoten. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare tot 1875. Hij stond er onder invloed van Hugo Verriest en de Blauwvoeterij. Hij werd er weggestuurd naar aanleiding van een conflict met superior Delbar en maakte zijn middelbare school af aan het College van Ieper. Hij had een korte journalistieke carrière en schreef voor het "Burgerwelzijn", "Het Handelsblad" en de "Gazette van Brugge". Vervolgens trad hij in oktober 1880 in bij de orde der kapucijnen onder de naam Renatus. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Renatus, in Francisci namen' voor zijn priesterwijding op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat. Hij werd eerst naar Antwerpen gestuurd. In 1888 werd hij door zijn oversten naar Mons gezonden waar hij tien jaar lang intensief meewerkte aan het ontwikkelen van een christelijke arbeidersbeweging in de Waalse industriegebieden. Hij verbleef er tot 1898. Hij was lid van de Vlaggegilde en de Westvlaamse studentenbond, van de Brugse Gilde van Sinte Luitgaarde en de Brugse Davidsfondsafdeling. Hij was erg sociaal geëngageerd en werd één van de grootste volkspredikanten. Hij stierf op 25 juli 1925 in het klooster te Izegem. |
| Relatie tot Gezelle | zanter (WDT); correspondent; studenbeweging; aanvrager gelegenheidsgedicht; onderwerp gelegenheidsgedicht |
| Bronnen | https://tenmandere.be/nieuwsbrieven/2023/nieuwsbrief_71/JuliusDevos.html ; R. Vanlandschoot, Hugo Verriest. Tielt: Lannoo, 2014, p. 30 |
| Naam | klooster van de Kapucijnen te Brugge |
|---|---|
| Beschrijving | De Kapucijnen hadden te Brugge een klooster aan de Vrijdagmarkt. De bouw van het klooster en de kerk startte in 1617. De gebouwen werden door de bisschop ingewijd in 1620. Er was plaats voor 46 religieuzen. De kapucijnen waren erg geliefd bij de bevolking omdat ze optraden als ziekenzorgers en ze ook hielpen bij de brandbestrijding. Tijdens de Franse republiek werden ze verdreven op 4 november 1796, om in 1803 terug te keren naar hun klooster. In 1867 werd het klooster voorgoed afgebroken voor de bouw van het nieuwe station. De kapucijnen vestigden zich in juni 1867 in de Sint-Clarastraat in Brugge, waar ze het vervallen klooster van de 'Rijke Claren' overnamen en een nieuwe kerk bouwden. De site bevond zich in de Sint-Clarastraat, op het terrein van het vroegere Clarissenklooster, nabij de Calvariebergstraat. Het klooster deed dienst als opleidingscentrum voor jonge kapucijnen en stond bekend als het Philosophicum Sint-Bonaventura. Deze functie bleef het vervullen tot begin jaren zestig. In 1969 verlieten de kapucijnen het gebouw, waarna het werd verkocht en uiteindelijk gesloopt. |
| Datering | 1620-1969 |
| Links | [wikipedia] |