<Resultaat 1791 van 3122

>

p1
Mijnheer Gezelle

Ik heb de 9st nummer van Loquela laat gelezen en zou u willen eenige bemerkingen mededeelen; ik geef ze u voor hetgene zij weerd zijn.

Kwats[1] moet niet altijd door goître vertaald worden men zegt ook kwats zoowel als aangekwats voor een vetgezwel, die op den schedel wast, aan te duiden; ik geloof dat het volk door kwast in ‘t algemeen wil bedieden een gezwel, van tamelijke grootte, die slap en weerspringend (élastique) is als men er op duwt, en die waggelt gelijk eene gelei (gelée) als men er bewegingen aan toe brengt -

Luisoolijk,[2] heb ik meer als ééns in eenen juist tegenovergestelden zin hooren gebruiken Dat niet en ware dat het een beetje gemeen is, maar ik zou nog het woordje klad bij reksel, spog[3] enz willen zien staan.

p2

p3de poeien:[4] zijn de moeielijkheden waarin men zit, gaat of om draait
kelebeiers[5] = zijn de keelklieren of amandels (amygdae)[6] Vleeschwater[7] bediedt misschien hezelfde als “tusschen vleesch en vel liggende water” en in ‘t fransch door “oedème” moet vertaald worden wanneer het water aan een deel van ‘t lichaam bepaald blijft en voor anasargen[8] wanneer ‘t water over geheel ‘t lichaam uitgestrekt is

Aanveerd, Mijnheer Gezelle, mijne beste groetenissen

Victor Feys

Interne in St Pieters Gasthuis.[9]

Leuven, den 16/11/88

P.S. een vlaamsch woord voor interne aub.

p4

Noten

[1] G. Gezelle, Kwats. In: Zantekoorn. In: Loquela: (Wiedmaand, 1888) 2, p.11: “Kwats, den. = Kropgezwel, in ‘t Fr. goître - 't Is al twintig jaar dat hij dien kwats draagt. Geh. Thielt. “
[2] G. Gezelle, Luisoolijk. In: Zantekoorn. In: Loquela: 8 (Wiedmaand 1888) 2, p.12: “LUISOOLIJK, uitspr. Luzeoolik. = Niet oolijk, dwaas, dom, bij De Bo luizedom. - Zi’, die jongen is luisoolijk! Geh. Passchendaele.”
[3] G. Gezelle, Reksel. In: Zantekoorn. In: Loquela: 8 (Wiedmaand 1888) 2, p.13: “REKSEL, het = Spog, fluimen, rochels. - ‘t Is al reksel en slijm dat er van komt. Geh. Lendelee.”
kwats(Vict. Feys)Achter de zunne komt de mane en achter eens haar e paruikigje Onderstrepingen van Guido Gezelle met blauw potlood. Betekenis: na de zon komt de maan, en als iemand zijn haar verliest, krijgt hij/zij een pruikje.Devloo Van Amandus Devloo, zanter Onderstrepingen van Guido Gezelle met blauw potlood. Betekenis: na de zon komt de maan, en als iemand zijn haar verliest, krijgt hij/zij een pruikje. Van Amandus Devloo, zanter
[4] Antwoord op vraag in: Bijblad van Loquela (Wiedmaand 1888): “Wat zijn de poeien? “Wacht tot da' j ' uit de poeien zijt! “ Geh. Kortrijk.”
[5] G. Gezelle, Kelebeier. In: Loquela: 8 (Oostmaand 1888) 4, p.25: “KELEBEIER, den. = Strottenhoofd, Adamsappel, cartilago thyroides. - Mijn keiebeier jeukt. Hij zal wel naar huis komen, als zijn keiebeier jeukt. Geh. Loo, Clercken. Dit ingebeeld, niet wezentlijke jeuken, dat den keiebeier toegeschreven wordt, dient om bedektelijk te zeggen honger hebben. Op de zelfste wijze en met den zelfsten zin zegt men vaak, jeukte in eens tanden krijgen.”
[6] Vertaling (Latijn): amandels.
[7] Antwoord op vraag in: Bijblad van Loquela (Wiedmaand 1888): “Welke ziekte is eigentlijk hetgene ze te Gent het vleeschwater heeten?”
[8] Anasarca of gegeneraliseerd oedeem is een oedeem die ‘over geheel ‘t lichaam’ voorkomt.
[9] Er bestond een ’Salle de clinique interne (à l’hôpital St. Pierre, Rue de Bruxelles)’, verbonden aan het Sint-Pietersziekenhuis te Leuven. De kliniek stond onder leiding van professor Gustaaf Verriest. In de universitaire documentatie worden de artsen A. Brebant en V. Feys vermeld als ’élèves internes’, wat erop wijst dat studenten of jonge artsen er een interne opleiding konden volgen en daarbij in het ziekenhuis verbleven.
Beven = schudden lyk en eeffrouwhondigje Onderstreping van Guido Gezelle met blauw potlood.Alveringhem Van Amandus Devloo, zanter uit Alveringhem Onderstreping van Guido Gezelle met blauw potlood. Van Amandus Devloo, zanter uit Alveringhemvoiture rijwagen Johan Bethune

Register

Correspondenten - personen

NaamFeys, Victor; Feys, Victor Camille Manuel, Zegher
Datums° Tielt, 30/12/1863 - ✝ Kortrijk, 10/05/1901
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioVictor Camille Manuel Feys werd geboren te Tielt op 30 december 1863 als zoon van Frederik Ivo Feys en Marie Romanie Vannieuwenbergh. Zijn middelbare studies deed hij aan het Sint-Amandscollege van Kortrijk. Hij vatte zijn studies aan de Katholieke Universiteit Leuven aan in het academiejaar 1883-1884 en behaalde in juli 1884 de kandidatuur in de natuurwetenschappen. In juli 1885 verwierf hij de kandidatuur geneeskunde en op 20 februari 1889 behaalde hij het diploma geneeskunde. Tijdens zijn universitaire opleiding onderscheidde hij zich als een begaafd student en behaalde hij herhaaldelijk grote of grootste onderscheiding. Hij was actief in het Leuvense studentenleven als ondervoorzitter van de Groeningherbond en als secretaris van de Société médicale tijdens het academiejaar 1887-1888. Daarnaast was hij in 1886 eerst ondervoorzitter en later als voorzitter van de Groeningergilde onder de naam Zegher Feys in de jaren 1887-1888, 1888-1889 en 1894-1895. Op 8 november 1888 bracht hij verslag uit over het werkjaar 1887-1888 van deze vereniging. In 1889 wordt hij vermeld als 'élève interne van de Salle de clinique interne' van het Sint-Pietersziekenhuis te Leuven, onder leiding van professor Gustaaf Verriest. Op 28 september 1889 huwde hij te Leuven met Catherine Leontine Deswert, dochter van Herman Deswert en Maria Anna Virginia Piot. Feys was actief als dokter in Kortrijk (Overleie). Hij overleed te Kortrijk op 10 mei 1901. Hij correspondeerde met Gezelle en was geabonneerd op "Loquela" en "Biekorf".
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging; Groeninghergilde Kortrijk
Bronnenbidprentje
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamFeys, Victor; Feys, Victor Camille Manuel, Zegher
Datums° Tielt, 30/12/1863 - ✝ Kortrijk, 10/05/1901
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioVictor Camille Manuel Feys werd geboren te Tielt op 30 december 1863 als zoon van Frederik Ivo Feys en Marie Romanie Vannieuwenbergh. Zijn middelbare studies deed hij aan het Sint-Amandscollege van Kortrijk. Hij vatte zijn studies aan de Katholieke Universiteit Leuven aan in het academiejaar 1883-1884 en behaalde in juli 1884 de kandidatuur in de natuurwetenschappen. In juli 1885 verwierf hij de kandidatuur geneeskunde en op 20 februari 1889 behaalde hij het diploma geneeskunde. Tijdens zijn universitaire opleiding onderscheidde hij zich als een begaafd student en behaalde hij herhaaldelijk grote of grootste onderscheiding. Hij was actief in het Leuvense studentenleven als ondervoorzitter van de Groeningherbond en als secretaris van de Société médicale tijdens het academiejaar 1887-1888. Daarnaast was hij in 1886 eerst ondervoorzitter en later als voorzitter van de Groeningergilde onder de naam Zegher Feys in de jaren 1887-1888, 1888-1889 en 1894-1895. Op 8 november 1888 bracht hij verslag uit over het werkjaar 1887-1888 van deze vereniging. In 1889 wordt hij vermeld als 'élève interne van de Salle de clinique interne' van het Sint-Pietersziekenhuis te Leuven, onder leiding van professor Gustaaf Verriest. Op 28 september 1889 huwde hij te Leuven met Catherine Leontine Deswert, dochter van Herman Deswert en Maria Anna Virginia Piot. Feys was actief als dokter in Kortrijk (Overleie). Hij overleed te Kortrijk op 10 mei 1901. Hij correspondeerde met Gezelle en was geabonneerd op "Loquela" en "Biekorf".
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging; Groeninghergilde Kortrijk
Bronnenbidprentje

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - persoon

Naam(de) Béthune, Jean-Baptiste-Charles-François (Jean); (de) Béthune, Jan/Jean
Datums° Kortrijk, 25/04/1821 - ✝ Marke, 18/06/1894
GeslachtMannelijk
Beroeparchitect
BioJean Bethune was de oudste zoon van baron Felix Bethune, een Kortrijkse textielhandelaar en politicus. Hij was de broer van Félix en vader van Jean-Baptiste Bethune-de Villers. Hij huwde in 1848 met Emilie van Outryve d’Ydewalle. Hij was secretaris van de gouverneur van West-Vlaanderen en provincieraadslid (1848-1858). Hij woonde in Brugge (1845-1859), waar hij proost was van de Edele Confrerie van het H.-Bloed en een van de stichters van de Société d’Archéologie. Hij maakte een reis naar Engeland (1842-1843), waar hij kennis maakte met de neogotische architectuur van A.W. Pugin. Hij had ook invloedrijke Engelse vrienden zoals James Weale, Thomas Harper King en John Sutton. Begin 1859 verhuisde hij naar Gent waar hij in 1863 samen met James Weale en Jules Helbig de Gilde de Saint-Thomas et de Saint-Luc (de Sint-Lucasscholen) stichtte. Hij is de centrale figuur in de ontwikkeling van een katholieke, neogotische kunstbeweging in België tijdens de negentiende eeuw, meer bepaald in de architectuur. Hij was ook innoverend op het gebied van de glasraamkunst (onder invloed van John Hardman), de polychromie en de productie van neogotische devotieprenten. Enkele belangrijke realisaties zijn: het kasteel van Loppem, de abdij van Maredsous en de neogotische site van Vivenkapelle (Damme).
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; onderwerp van gelegenheidsgedicht; Gezelle was zijn biechtvade
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. Helbig, Le baron Bethune, fondateur des écoles Saint-Luc. Etude biographique, Rijsel-Brugge: Desclée De Brouwer, 1906; J.F. van Cleven, ‘The Eternal Château’: bouwgeschiedenis en kunsthistorische analyse van het neogotische kasteel van Loppem. In: V. van Caloen, J.F. van Cleven en J. Braet (red.), Het kasteel van Loppem, Oostkamp: Stichting Kunstboek, 2001, p.69-71
NaamDevloo, Amandus
Datums° Alveringem, 10/10/1856 - ✝ Lichtervelde, 13/06/1889
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; deservitor
BioAmandus Devloo, zoon van Carolus Devloo, landbouwer, en Maria Mahieu, ontving zijn priesterwijding in Brugge op 20/12/1884. In november 1885 werd hij geestelijk koster te Lichtervelde (deservitor bij de congregatie van de Zusters van Liefde van de H. Jozef).
Links[odis]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
NaamFeys, Victor; Feys, Victor Camille Manuel, Zegher
Datums° Tielt, 30/12/1863 - ✝ Kortrijk, 10/05/1901
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioVictor Camille Manuel Feys werd geboren te Tielt op 30 december 1863 als zoon van Frederik Ivo Feys en Marie Romanie Vannieuwenbergh. Zijn middelbare studies deed hij aan het Sint-Amandscollege van Kortrijk. Hij vatte zijn studies aan de Katholieke Universiteit Leuven aan in het academiejaar 1883-1884 en behaalde in juli 1884 de kandidatuur in de natuurwetenschappen. In juli 1885 verwierf hij de kandidatuur geneeskunde en op 20 februari 1889 behaalde hij het diploma geneeskunde. Tijdens zijn universitaire opleiding onderscheidde hij zich als een begaafd student en behaalde hij herhaaldelijk grote of grootste onderscheiding. Hij was actief in het Leuvense studentenleven als ondervoorzitter van de Groeningherbond en als secretaris van de Société médicale tijdens het academiejaar 1887-1888. Daarnaast was hij in 1886 eerst ondervoorzitter en later als voorzitter van de Groeningergilde onder de naam Zegher Feys in de jaren 1887-1888, 1888-1889 en 1894-1895. Op 8 november 1888 bracht hij verslag uit over het werkjaar 1887-1888 van deze vereniging. In 1889 wordt hij vermeld als 'élève interne van de Salle de clinique interne' van het Sint-Pietersziekenhuis te Leuven, onder leiding van professor Gustaaf Verriest. Op 28 september 1889 huwde hij te Leuven met Catherine Leontine Deswert, dochter van Herman Deswert en Maria Anna Virginia Piot. Feys was actief als dokter in Kortrijk (Overleie). Hij overleed te Kortrijk op 10 mei 1901. Hij correspondeerde met Gezelle en was geabonneerd op "Loquela" en "Biekorf".
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging; Groeninghergilde Kortrijk
Bronnenbidprentje
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - plaats

NaamAlveringem
GemeenteAlveringem
NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - instituut/vereniging

NaamSint-Pietersziekenhuis, Leuven
BeschrijvingHet Sint-Pietersziekenhuis in Leuven, gelegen aan de Brusselsestraat, was een van de oudste en meest iconische zorginstellingen van de stad. De geschiedenis van het ziekenhuis was nauw verbonden met de zorgtradities, de universiteit en de politieke ontwikkelingen van de 20e eeuw. De stad Leuven en de universiteit besloten in 1836 om het middeleeuwse Sint-Elisabethgasthuis te vervangen. Na plannen van architect Alexander Van Arenbergh opende het gloednieuwe Sint-Pietersgasthuis in 1849 zijn deuren. In de jaren 1970 werd gestart met de bouw van de nieuwe campus Gasthuisberg aan de rand van Leuven. Hierdoor verloor het Sint-Pietersziekenhuis zijn functie als hoofdcampus. Een nieuwbouw- en uitbreidingsproject uit 1980 werd uiteindelijk nooit in gebruik genomen. Na jaren van leegstand werd het Sint-Pietersziekenhuis gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe invulling. De negentiende-eeuwse gebouwen aan de straatzijde bleven behouden en kregen een nieuwe bestemming.
Datering1849-2019
Links[wikipedia]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Feys, Victor

Correspondenten - personen

Feys, Victor
Gezelle, Guido

Naam - instituut/vereniging

Sint-Pietersziekenhuis, Leuven

Naam - persoon

(de) Béthune, Jean-Baptiste-Charles-François (Jean)
Devloo, Amandus
Feys, Victor
Gezelle, Guido

Naam - plaats

Alveringem
Leuven

Plaats van verzending

Leuven

Titel - werk van Guido Gezelle

Loquela

Titel16/11/1888, Leuven, Victor Feys aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Feys Victor aan Gezelle Guido, Leuven (Leuven), 16/11/1888. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderFeys, Victor
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum16/11/1888
VerzendingsplaatsLeuven (Leuven)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 4 enkele vellen, enkel vel 1: 102 mm x 132 mm; enkel vel 2: 101 mm x 130 mm; enkel vel 3: 102 mm x 130 mm; enkel vel 4: 108 mm x 136 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig: brief verknipt tot vier taalkundige fiches en gereconstrueerd met licht tekstverlies
Toevoegingen op blanco zijden 2 en 6 rechts: taalkundige notities: Achter de zunne komt de // mane en achter eens // haar e paruikigje // Devloo; Beven = schudden lyk // en eeffrouwhondigje // Alveringhem (inkt en blauw potlood, verticaal, beide hand G.G.); op blanco zijde 3 in de linkermarge: taalkundige notities: kwats // (Vict. Feys) (inkt, verticaal en horizontaal, hand G.G.); op blanco zijde 8 rechts: taalkundige notities: voiture rijwagen // Johan Bethen (inkt, verticaal, hand G.G.); op zijde 1: notities in de brieftekst (inkt, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief2626 + 3322, K fiche 133 + 3322, E fiche 8 + 8053
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14966
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/4bc0c2c319fda03bf9d88a9f7a823f890d906490/manifest
Inhoud
IncipitIk heb de 9st nummer van Loquela
Samenvatting taalkunde: woorden uit Loquela. - Jrg. (1888) nr.2: "kwarts" (p.11); "Luisoolijk", (p.12); "kelebeier" uit: Loquela. - Jrg. 8 (Oostmaand 1888) nr. 4, p.25; Antwoord op vraag in: Bijblad van Loquela (Wiedmaand 1888): “Welke ziekte is eigentlijk hetgene ze te Gent het vleeschwater heeten?”; Antwoord op vraag in: Bijblad van Loquela (Wiedmaand 1888): “Wat zijn de poeien? “Wacht tot da' j ' uit de poeien zijt! “ Geh. Kortrijk.”
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.